Laatste wijziging: 2016-01-01 (technisch), 2009-05-22 (inhoudelijk). Naar inhoudsopgave. Naar vorig verhaal (ongeacht waarschuwingen, in leesvolgorde).

Larie: "Eindelijk 1"

[geloof, sex]

Hoofddoek af - Janneke - Logeren - Napraten - Muziek (samenstellingen Heiderslein - de Hijbezems en Zij - de Bluesjes) - Over HZ - Over de Bluesjes - Slotwoord

Ik had mijn verhaal al grotendeels opgeschreven zonder hoofdstuk "Hoofddoek af". Ik ervoer "Eindelijk 1" zelf als het beschrijven van een scheidslijn. Om die dan in n verhaal te vatten heb ik "Hoofddoek af" toegevoegd. Het staat dus los van de rest.

Hoofddoek af

In Koken werd mevrouw Hoofddoek met zwaailicht afgevoerd. Hans & Grada en Wiesje en ik hebben haar bezocht in het ziekenhuis. Het bleek echter zo'n vertrouwd geval van iemand die altijd onverwoestbaar lijkt, maar op gevorderde leeftijd aan een kleinigheidje bezwijkt. Terwijl gezocht werd naar een plek waar ze nog enkele jaren in goede handen zou zijn, ontwaakte ze op een dag niet meer uit een dutje.

Ze zou wettige erfgenamen hebben, maar sinds Wiesje en ik in Us Net wonen heeft niemand contact met haar gezocht, behalve wij (en natuurlijk die cameraploeg). Ze heeft uiteindelijk onder getuigen Wiesje als haar enige erfgenaam aangewezen, met een legaat voor (in mijn woorden) de islamitische zending. Twee dagen later was het zo ver. Haar lijk is binnen een etmaal ergens ritueel begraven, en wij hebben niet kunnen achterhalen waar.

Wiesje heeft het er best moeilijk mee gehad. "Doekje" was best moeilijk in de omgang, en Wiesje had wel eens spijt van haar hulpvaardigheid, maar nu was er die beloning. Er was inderdaad (zelfs na aftrek van dat legaat en verschuldigde belastingen) geld, overgespaard van een weduwenpensioen, er waren allerlei spullen (wellicht zelfs teruggaand tot haar uitzet), en er was het huisje (kadastraal zowaar bekend).

Vooral Mina en Yvonne hebben ons geholpen om het huisje (op een tafel en een bed na) leeg te krijgen, en zoveel mogelijk spullen een zinvolle bestemming te geven. Door tussenkomst van Henk en de weduwe van Cor werd dat deels het streekmuseum, door tussenkomst van Diana deels een kostuum- en rekwisietenbedrijf.

We hebben overwogen om zelf in dat huis te gaan wonen (dus te verhuizen van Doekjes geboorte- naar haar sterfhuis), maar het ligt te ver van onze vrienden en vooral van de heide. Wel dichter bij de poel, in luchtlijn. Ik was niet de enige, die met Wiesje mee dacht. Uiteindelijk kwam Ab met een voorstel: de schipper van zijn bevoorradingsboot zou er wel willen komen wonen.

Zodoende kochten deze Bob en Marie het huisje, Televisiekanaaldijk (commercile zijde) 37, van Wiesje, en verhuisden erheen. Dagelijks voer Bob naar Abs groothandel, met een sleepje naar de Baai, terug naar de groothandel, en los naar huis. Met soms een klusje tussendoor. Zodoende konden ze wennen aan zijn aanstaande pensioen.

Aan dat pensioen was Bob hard toe, want hij bracht (behalve zijn kittige dagelijkse dieselsleepbootje, de "Boxer") de deerniswekkende stoomsleepboot "Louis XIV" mee, die hij nog eens onder stoom hoopte te krijgen, en de in beginsel gebruiksklare kleine stoombaggermolen "Sisyphus".

"Sisyphus" zou nodig zijn om de Baai uit te baggeren, en dat zou waarschijnlijk nodig zijn om de vrij grote "Louis XIV" in het vrij smalle kanaal te kunnen keren. Voorts had hij weldra een dekschuit en een oud zandschip van zichzelf. Het zandschip, de "Klaas Vaak' (zoiets als dit, maar zonder beun), bouwde hij rap en bekwaam om tot een veelzijdige werkplaats.

Zodra hij van Sans Perail hoorde, papte hij aan. Weldra was er druk verkeer tussen boot en station, want sommige klussen konden beter op de andere plek worden uitgevoerd: klusjes voor mankracht of stilliggen in de loods, klusjes voor groter machinevermogen of brandstofverbruik aan boord.

Bob had net zo'n trekker met heftruck als Ab: die kwamen namelijk uit dezelfde executieverkoop van dumpspul. Hij reed er soms mee over de dijk, maar ontzag die zoveel mogelijk. Dan gebruikte hij zijn eigen dekschuit om stukken schip of locomotief tussen werkschip en Baai uit te wisselen (en per trekker tusen Baai en station). Uiteraard werd het noordelijke deel van de Digitale Zandweg onder de wielen van de trekkers niet beter.

Marie was meer van de textiel (al had zij ketelpakken die getuigden van onvervaarde inzet in smeer en roest) - en dus werden Bob en Marie een soort voorliggers van Aart en Yvonne, en in het verlengde drvan een soort grootouders voor dier kinderen. Bovendien vonden de stellen elkaar aan de klaverjastafel, vaak 's avonds in de kroeg, en dan werd er gekraakt om euro's. Maar Bob en Marie bleken ook verdienstelijke bluesmuzikanten (beiden op piano, gitaar, mondharmonica en zang), dus lag het bijbootje van Boxer, "Boxershort", weldra vaak bij Teun voor de wal. Het klopte gewoon! Bob en Marie wilden trouwens niet vast in een bluesband zitten. Misschien na Bobs pensionering...

We konden niets naders vinden rond de eigendom van onze eigen woning, Digitale Zandweg 399, bleven die dus "gekraakt" bewonen (op naar de verkrijgende verjaring, zoals heel Us Net), en zetten het geld van de erfenis ergens veilig en toch renderend weg.

Nu eens een wezenlijk bedrag dat Wiesje zelf had verdiend, en het vergrootte terecht haar gevoel van eigenwaarde. Die toename van haar zelfbewustheid bleek alleszins een verbetering. Laat ik het z zeggen: zelfs al zou de gedachte aan veelwijverij ooit bij mij opkomen, dan zou ik zelfs niet kunnen beginnen aan de verwezenlijking ervan. En toch is "afbeulen" een te negatieve omschrijving.

Trouwens, nu we toch met notarissen bezig waren, hebben we ook een samenlevingscontract opgesteld en ondertekend... Dan komen er toch bepaalde woorden ter tafel, en we hebben nog lang gegniffeld over "gemeenschap van goederen". Van jampotten konden we ons nog iets voorstellen, en "pruimenjam" werd tussen ons beiden een modewoord.

Dat samenlevingscontract hebben we aan onze vrienden moeten toelichten: dat het ons niet ging om elkaar "aan de ketting te leggen" (bij ons volstrekt overbodig), maar om het regelen van zaken die voortvloeien uit het bij elkaar willen blijven en uit het overlijden van de n. Vervolgens had de betreffende notaris mr aanloop...

(Enkele maanden later begint het eigenlijke verhaal...)

Janneke

Ik zei het al in Dat andere [geloof]: Wiesje en ik verbleven veel in onze rimboe, nu ook 's nachts. Zodoende ontging ons, wat zich anders onder onze neus zou afspelen.

Tegen het einde van een middag kwamen we thuis, nog net op tijd om vervolgens bij Ab onze boodschappen op te halen (die we met onze PDA'tjes vanuit de rimboe besteld hadden). Klonk Afra's stem over de heg: "Komen jullie bij ons theedrinken?" Wiesje en ik keken elkaar aan: ze zei "ons"! We riepen "Even naar Ab!", en maakten dat we met boodschappentassen en stinkend afval wegkwamen.

Ab zag, hoe verhit we waren (en nog gekleed in de mindere kleren die we in de rimboe plegen te dragen, en ik heb Wiesje toch al verlaagd tot mijn textielsuper-peil), en bood ons lachend een glas fris aan (n glas: hij vindt dat kleffe ergens wel leuk): "Mooi binnen openingstijd!". Hij haalde onze bestelling tevoorschijn, ik maakte me op om te betalen, en Wiesje vroeg: "Ab, Afra vroeg net 'Komen jullie bij ons theedrinken?' Wat weet jij ervan?" Ab keek verbaasd: "Dan weten jullie zometeen meer dan ik." We spoedden ons naar huis.

Thuis mikten we de koelkast in wat koel bewaard moet worden, snelden naar boven, en stommelden even later gedouched en verschoond (T-shirt, short, slippers) naar beneden. We liepen achterom naar Afra's tuin. (Ik ken het "achterom" gebruik uit Salland, niet uit Amsterdam: de voordeur is voor plechtigheden en vreemden, de achterdeur voor dageljks gebruik, ook door buren en verwanten. In Us Net, met zijn vele inwoners van stadse afkomst, is het gebruik minder algemeen. Bovendien is er een wisselend hoogteverschil tussen de op zandterpen gebouwde huizen en de heide op zwellend en slinkend veen.)

Afra had haar tweezitsbank (in onze omgeving heeft werkelijk iedereen een bankstel van drie- en tweezits bank en n of meer fauteuils of zit-elementen) aan de zuidzijde tegen de gevel gezet, een poef ervoor als voetenbank, en op de bank zat Afra met een ons onbekende vrouw, beiden onderuit, schaars gekleed.

Dat werd kennismaken. Ik moest onwillekeurig denken aan Love thy neighbour [sex]. Afra stelde ons voor aan "Janneke, mijn grote liefde". Het lukte mij om Wiesje vr te zijn: "Wiesje, mijn grote liefde." Wiesje voegde zich onmiddellijk: "Larie, mijn grote liefde." Nu kon zij doordraven, en dat deed ze: "Afra, onze buurvrouw." De toon was gezet, en Janneke verbeterde lachend: "Jullie ene buurvrouw, mijn grote liefde."

Afra keek Wiesje en mij schattend aan, en sleepte een fauteuil naar buiten, naar de andere kant van de poef. De hondjes van Pavlov gingen zitten: ik in de fauteuil met mijn voeten op de poef, Wiesje op schoot, mijn benen tussen de hare. Afra vroeg haar, wat wij wilden drinken. Het werd kruidenthee (sterrenmix), in n limonadeglas. Moeilijk te zien voor mij, maar volgens mij zat Wiesje Janneke heel strak te peilen, uit te dagen eigenlijk. Het gaf mij de gelegenheid om Janneke in mij op te nemen, zonder gefrons van Wiesje.

Mij trof de gelijkenis van Janneke en Wiesje, al zou ik ze nooit verwarren. Zo te zien was Janneke een jaar of veertig, dus halverwege tussen Wiesje en Diana, en zou ze zich krap in Diana's kleren kunnen wringen. Ze zat nu slechts in eenvoudig wit ondergoed, maar leek mij echt iemand voor roze tuinbroeken. Afijn, de buitenkant voldeed beslist aan Afra's wensen. En de binnenkant?

Alweer een opgebrande arbeidsongeschikte, een verpleegkundige uit Dordrecht. Ze bleek een nicht van zo'n nog niet genoemde inwoner van Us Net, naar ons jongste heidefeest gehaald om Afra te aanschouwen. Gebabbeld, gemaild, bezocht. En nu was het eindelijk zover. We dronken op het welslagen van hun liefde en op onze betrekkingen als buren. Ik verwachtte half het hoofd van David door de heg, maar besefte, dat Esther en hij waarschijnlijk aan de zonzijde van hun huis vertoefden.

Wiesje had blijkbaar Janneke gewogen en zwaar genoeg bevonden: "Doe je aan muziek?" Jazeker: piano en viool, allerlei stijlen. Afra vroeg, of ze Janneke kon meenemen naar de repetitie van de Hijbezems. Ons best. Wiesje veerde op: "Ken je de boys al? Zal ik ze erbij halen?" Het leek ook Afra een goed idee.

Wiesje belde Herman: "Hoi hair man, met Wiesje. Zijn jullie erg druk aan het schilderen, of komen jullie nu bij Afra kennismaken met haar verkering? - Tot zo!" Duidelijk. Even later kwam de pick-up aangestoven, zoals na die foto. Afra had geen tweede fauteuil, was blijkbaar niet in de stemming voor plastic tuinmeubelen, sjorde met onvermoede kracht haar driezitsbank naar buiten, en plaatste die oostwaarts kijkend.

Het klikte meteen. Vervolgens ging Herman zo bij Geert op schoot zitten als Wiesje bij mij. Zij beliefden eigenlijk bier, maar moesten uitwijken naar lambrusco. Ze keken naar Wiesje en mij, en besloten om ook eens samen het glas te delen. We dronken elkaar toe, twee glazen met vier handen. Afra en Janneke keken elkaar aan, goten hun thee bijeen, en sloten zich aan.

Ik voelde Wiesje aarzelen over de volgende stap: over musiceren praten of iedereen aan het vrijen krijgen (wat bij succes een overwinninkje is, vervolgens een leuke aanblik, en voortaan een grotere mate van vriendschap en vertrouwelijkheid). Ze begon over de Hijbezems en Janneke, maar deed mij haar dijen strelen. Dat we nog geen eelt of blaren op de betrokken huid hebben! Intussen zat ik te genieten van haar spelletje: mijn sociale intelligentie is altijd bedroevend geweest, maar Wiesje is heel leerzaam.

Wel, Janneke werd zondermeer opgenomen in de Hijbezems, met nader te bepalen muzikale rol. Viool lag voor de hand, maar ik vroeg me af, of we zodanig konden herschikken, dat we op repetities (die Kees nooit bijwoont) ook iemand op slagwerk hadden - en Kees dan misschien bij optredens op gitaar. We zouden wel zien.

We koutten verder, reuze gezellig. De zon ging inmiddels schuil achter de kronen van de bomen te weerszijden van de heg aan de kant van David en Esther (en vervolgens van de bomen te weerszijden van de Digitale Zandweg, tenslotte van onze rimboe), maar het was benauwd warm.

Wiesje vond het tijd voor de volgende stap: of iemand er bezwaar tegen had als zij wat kleren uittrok? Uiteraard niemand. Wiesje liet zich door mij haar T-shirt en short uittrekken - en (alweer) uiteraard weet ik hoe. Even later zat Wiesje dus slechts in haar slipje (met teddybeertjesmotief) op mijn schoot. Ze had inmiddels haar ene arm om mijn nek, leunde dus opzij, en gaf mij dus zicht op een onweerstaanbare tepel.

Afra en Janneke konden het geen minuut aanzien: beha's uit, en aan elkaar frunniken. Over frunniken hoef je de boys (zoals bekend, zie Verjaardag [sex]) niets uit te leggen. Die trokken hun polo shirts uit, en zaten met een probleem: ze droegen niets onder hun shorts (wijde pijpen tot aan de knie). Had men bezwaar? Neuh. En zo waren zij nu als eersten bloot. Misschien had je op Wiesje gewed, maar die had andere plannen. De girls (zoals Afra en Janneke nu bekend werden) trokken ook gauw hun slips uit.

Intussen vroeg Wiesje mij luid, of ik nog opschoot. Uiteraard zei ik kleintjes, dat ik haar op schoot had. Ze zag blijkbaar verschillende mogelijkheden, maar reageerde belerend: "Dan vraag je, of ik op wil staan!" Ik was op dreef: ik zei niets, maar kneep haar in een bil. Ze sprong overeind, en toonde mij, hoe belachelijk ik erbij zat, vergeleken met de anderen: helemaal aangekleed!. Ik bleef op dreef, en smeekte "Help me dan!" Dat vonden de boys en girls prachtig. Ze keken vozend, hoe dit zich ontwikkelde.

Wiesje zei me vermoeid "Armpjes omhoog..." Ik haalde mijn voeten van de poef, en stak mijn handen omhoog. Wiesje ging wijdbeens over mijn knien staan, bukte zich, gaf me een verstolen kus op mijn neus, en rukte me het T-shirt van het lijf. Ze toonde het achter haar rug aan de anderen, en liet het op haar eigen kleren vallen. Ze besefte, dat de volgorde mooier had gekund, trok mij overeind, en duwde me op mijn knien.

Ik aaide wat teddybeertjes, en zei er lieve dingetjes tegen. Ik hoorde en voelde de spanning stijgen. Met een beetje hulp kreeg ik het slipje tussen mijn tanden, en probeerde het zo ver mogelijk omlaag te trekken. Daarna trok ik het haar met mijn handen langs de binnenkant van haar benen uit. Applaus. Wiesje duwde mij weer de fauteuil in, bukte wijdbeens (voor de girls beslist een prachtig uitzicht), en trok mij achtereenvolgens short en slip uit. Daarna ging ze weer op schoot zitten, toevallig zonder zich te spietsen.

Voor de boys was er aan mij nu niet veel te zien, maar ze weten, dat ze toch liever naar elkaar kijken. Wiesje sloeg weer die arm om mijn nek, en liet me nu die tepel likken (van schuin achter). Herman liet Geert overeenkomstig likken, Janneke Afra. Ik maakte er best iets moois van (van die handeling, want aan de tepels van Wiesje valt niets te verbeteren), en Wiesje vond intussen met haar andere hand mijn zaakje.

Ik deed iets wat me voor- en nadien nooit gelukt is. Ik liet me achteroverzakken en terugveren terwijl ik ook zelf kracht zette, kreeg mezelf overeind met Wiesje verbaasd vr mij, draaide haar aan de heupen een halve slag, tilde haar eraan omhoog totdat haar benen onder mijn oksels door wezen, liet me terugvallen, werkte achtereenvolgens mijn armen achter die benen, en trok Wiesje aan haar heupen omhoog. Ze rustte nu met haar schouderbladen op mijn knien en met haar dijen op mijn schouders. Haar tepels priemden nu hulpeloos vooruit, en ik had haar gleuf voor het beffen. Dat deed ik dus ook, en hoe! De girls gleden kreunend het gras in voor een gedreven 69, de boys volgden.

Het was eigenlijk een rothouding voor Wiesje. Ik liet haar een paar keer klaarkomen, wist niet hoe ik haar weer uit die houding kon krijgen, maar had haar uiteindelijk weer voor me staan. Ze rukte mij aan n arm uit de stoel, duwde mij op mijn rug tegen de grond, en toonde haar bekwaamheid in pijpen en aftrekken. Het liefst had ik haar ouderwets geneukt, maar het kwakje diende zich al aan, en in dit gezelschap was dit de betere act. Ze herinnerde zich iets, en liet mijn kwakje met een mortierboogje als een geheel in haar mond landen. Ik hees me moeizaam overeind, reikte haar ons glas met (inmiddels lauwe) thee aan, en vroeg gepast: "Wat heb jij erin?" Ze schaterde.

Wiesje ging weer wijdbeens op mijn schoot zitten, en begon aan die andere act: commentaar geven op het vrijen van de anderen. Ze goot het nu in de vorm van een wedstrijdverslag (kruising tussen paardenrace en voetbal), en liet mij steeds aan het woord als (zogenaamde) deskundige. Intussen probeerde ik me een nader beeld te vormen van Jannekes lijf. Niet slecht, maar ik houd het op Wiesje!

Het vrijen zelf van de girls leerde me weinig nieuws. Wiesje brak haar commentaar af, en beaamde, dat ik dat allemaal minstens even lekker deed. Dat deed de vraag rijzen, of ik het Janneke bewijzen moest. Het leek mij beter van niet, en ik zei dus maar, dat Afra dat kon getuigen.

De zon was nu achter de bomen langs de weg. Zo te horen gingen David en Esther hun tuin besproeien. Ze hoorden uiteraard (ja ja...) ons gepraat en gelach. Daar verscheen Davids hoofd weer door de heg. Afra wenkte uitnodigend. Even later droeg de driezitsbank een tweede bloot en vozend stel.

Janneke kwam met een gedachtensprong op square dance, en Herman stond op voor een nabootsing van Foghorn Leghorn: "Camptown ladies, sing this song, doodah, doodah..." Janneke sprong op, en haalde haar viool erbij (die blijkbaar voor het grijpen had gelegen). Jammer, dat dat niet gefilmd is!

De flard muziek trok een toevallige voorbijganger aan: Kees. Die schrok zich wild bij het ontwaren van acht vozers, maar kon toch bewogen worden om op een plastic tuinstoel (westwaarts kijkend) plaats te nemen, in afwachting van thee (Stop the press!) die Afra ijlings ging zetten.

Waar moest Kees kijken? Tegenover zich had hij de boys en David en Esther, rechts de girls, links Wiesje en mij. Evenals ik kijkt hij liever niet naar blote mannen, en moet hij tegen zijn hormonen vechten bij het zien van blote vrouwen.

Wiesje onderkende het probleem, en vroeg goedig: "Zal ik me weer aankleden?" Janneke en Afra joelden meteen "Nee!" Wiesje haalde haar schouders op, en liet met haar handen haar kleine borsten stuiteren. De tepels strekten zich vol. Kees barstte uit zijn spijkerbroek, en zat niet vr maar achter [zijn] paal, ogend als een vermoeide potloodventer. De boys vonden het prachtig.

Het stuiteren had de handen van David en de girls in beweging gebracht (terwijl de mijne in beweging bleven), en Kees zag dus vier vrouwen die niet slechts bloot waren, maar ook opgewonden. Hij wilde naar het toilet rennen, maar de boys vroegen hem om het hier te doen. Hij liet boven- en onderbroek zakken, plofte terug op zijn stoel, sloot de ogen, en trok zich gekweld af. Zijn kwakje belandde op zijn kleren, en hij besefte dat te laat. Ik voelde met hem mee.

Alle gejoel en aandacht voor Kees maakten, dat we volgend bezoek niet opmerkten. Achter de boys zei een vrouwenstem "Tsjongejonge! Stoor ik?" Het was Toos. Ter herinnering: Afra viel op Toos, maar wist niet of die lesbisch was. Wiesje schreef in Cartoons [sex]: "Vond [Afra] nou maar een passende vriendin! Die zouden wij vst k lief vinden en in ons clubje opnemen. Hoewel, als het Toos zou worden... Die heeft iets dwingends, iets van "zo hrt het", en dat houdt haar op afstand van de boys en ons beiden.")

Afra schrok op, en poogde gewoon te doen: "Ha Toos. Zal ik een stoel voor je pakken?" Ik was hl benieuwd, en Wiesje las mijn gedachten. Ze gleed van mijn schoot, haalde binnen nog zo'n plastic tuinstoel, zette die een meter naast die van Kees, bood Toos die stoel aan, en glipte naar mij terug. Ze greep mijn ene hand, en kneep er even in. Daarna pakte ze te weerszijden mijn beide polsen, en legde mijn handen op haar dijen, in voetbaltermen: in het doelgebied. Ze legde haar eigen handen even op de mijne. Het zond een dubbele spoedorder hormonen naar mijn ballen en prostaat.

Toos stond zo perplex, dat ze even moest gaan zitten. In die stoel dus. Kees trachtte spermavlekken op te sporen en met zijn zakdoek op te deppen. Afra vroeg Toos, of ze thee wilde - of iets anders. Toos keek verbijsterd de kring rond. Kees wendde zich tot haar, en herhaalde Afra's vraag. Toos richtte zich met moeite tot Afra, en fluisterde "Thee, alsjeblieft."

Terwijl Afra een kopje haalde en inschonk, staarde Toos naar Janneke. Die stond op, nam het inmiddels gevulde kopje van Afra over, en liep ermee naar Toos: "Wij kennen elkaar nog niet. Ik ben Janneke, de vriendin van Afra." Toos nam het kopje aan, en mompelde: "Dank je wel. Ik ben Toos, een vriendin van Afra." Afra zelf zat (ook al) verbijsterd te kijken. Janneke ging weer naast haar zitten.

Wiesje keek aandachtig rond, als was er een vlieg die zij kwaad wilde doen. Verder keek iedereen afwachtend naar Toos. Die wist (ook al) niet waar ze kijken moest. Haar blik bleef rusten op Kees, die nu aarzelde of hij zijn broek weer omhoog zou trekken. Ze staarde naar zijn slappe, en vroeg toonloos: "Was het lekker?"

Wiesje boog zich zo aandachtig naar rechts, dat ze bijna haar evenwicht verloor. Gelukkig had ik mijn handen erbij. Kees onderbrak het ophijsen van zijn broek, keek Toos aan, en antwoordde even toonloos: "Ik moest wel. Je ziet, hoe ik ze daarnet aantrof." Toos knikte traag.

Afra knipte alvast electrische tuinverlichting aan: een soort lampionnen met accu's. Wiesje keek Toos aan: "Vond je Kees bloot genoeg?" Toos leek te blozen, en mompelde iets van "mwaaah..." Wiesje wendde zich tot Kees: "Je hoort het. Trek ook de rest maar uit. Zien wij ook eens iets anders."

Arme Kees was de kluts kwijt. Hij kleedde zich verdwaasd helemaal uit, en ging weer zitten. Wiesje hield de regie, en vroeg meteen aan Toos: "Vind je jezelf bloot genoeg?" Aan onze linkerhand werden de boys melig: "Tie-ten! Tie-ten!" Wiesje draaide naar links, liet weer haar borsten stuiteren, en draaide weer naar Toos. Herman plaagde: "Nee, chte tieten!" Ik voelde Wiesjes tweestrijd. Ik verwachtte, dat ze Herman haar eigen borsten in zijn gezicht zou duwen of zoiets, maar ze liet haar figuurlijke jasje naar de wind hangen, wees de kring rond, en zei tegen Toos: "Je hoort het: jij bent onze hoop! En vind jij jezelf bloot genoeg?"

Toos gaf het op. Ze sloeg haar thee achterover, en trok haar jurk uit. Ze aarzelde een tel, trok ook haar beha en string uit, draaide om haar as, keek de kring rond, en vroeg richting Herman: "En... goed genoeg?" Kees floot tussen zijn tanden, waarschijnlijk onbedoeld. Toos ging achter zijn stoel staan, en boog voorover. Een ooit stevige vrouw van begin vijftig, dus Kees had tweemaal cup D voor zijn ogen zwaaien. Ze raakten zijn neuspunt, en zijn pik werd alweer halfstijf. Toos zag het, en greep ernaar. Even later lagen Kees en Toos op het gras te vrijen.

Misschien worden jonge lezers giechelig bij de gedachte aan neukende vijftigers. Toos en Kees zijn wat verlepter dan de rest, maar dit ging vol vuur.

Afra's telefoon ging. Ze haalde hem uit haar huiskamer, en plofte weer naast Janneke op de bank: "Een klant die over klassieke muziek wil praten? Moet ik hier even in de groep gooien." Ze keek de kring rond, drukte de mute van haar toestel in, en vroeg: "Blijven we hier, of gaan we naar de kroeg?". Ze ervoer geen bijval, en hervatte het telefoongesprek: "Sorry, ik ben bezig. Toos ook. Vraag Hans maar, als je het zelf niet afkunt. Maar misschien zie je sommigen straks nog: we zijn hier met zijn tienen, en de drank is bijna op. Groetjes!" We riepen in koor: "Dag, Mina!"

Het was inmiddels echt donker, afgezien van de lantaarns, en het koelde onverwacht snel af. We keken allen de kring rond, en kleedden ons weer aan. Wiesje keek naar Toos, die net Kees had klaargetrokken: "Dat had je mooi getimed!" Toos draaide zich naar haar, en zei met een zachte stem die wij niet kenden: "Zeg dt wel!"

Geert wisselde een blik met Herman, en zei luid: "Wij gaan naar huis, maar we stoppen bij de kroeg. Wil iemand meerijden?" Uiteindelijk gingen we allemaal, zes voorin de pick-up, vier achterop. Wiesje en ik waren te dun gekleed voor de invallende koude (iets heel anders dan neerdalende koelte), en zaten met David en Esther die paar seconden achterop te vernikkelen. Het deed de meiden wl aantrekkelijker ogen.

Het was vrij rustig in de kroeg. Mina zat met een nog ongenoemde inwoner aan de piano, bepaalde stukjes van een partituur demonstrerend. Bill zat te toepen met twee anderen. Google had jeuk aan haar staart. Allen keken op, nu er tien mensen bij kwamen. Afra stelde Janneke voor. Kees en Toos liepen hand in hand, en toonden dat. Met zijn andere hand luidde Kees de bel voor een rondje. Bill riep Ab op.

De ongenoemde pianist en toepers voelden zich teveel, en bleven zelfs niet voor dat rondje. David & Esther en Kees & Toos zaten terzijde aan een tafeltje te vozen. De boys, girls, Bill & Mina, en wij zaten aan de stamtafel, ook onbeschroomd klef, maar in gesprek. Ab zat (aan een drankje van Bill) met rode oortjes bij ons te luisteren. Janneke betoonde zich een waardevolle aanvulling op ons cabaret-team, dus we zaten met ons negenen te bulderen van het lachen. We probeerden ook te bedenken, hoe we Janneke muzikaal konden inpassen - en Kees en Toos, als dat duurzaam zou blijken..Maar gelukkig had dat geen haast. We overwogen nog, om even voor onszelf de muziekinstrumenten te grijpen, maar lieten dat toch schieten.

Wiesje werd als eerste onrustig. We dronken onze glazen (ja ja: rondje) leeg, zeiden gedag, en stapten het donker in.

Het was eigenlijk nog vroeg, een uur of elf, maar we vonden het de hoogste tijd om weer onder ons te zijn, onze indrukken samen te verwerken, weer in 'n bed te liggen - en om te beginnen een hapje te eten.

Thuis vonden we tussen onze boodschappen een gesneden witbrood en een komkommer. We namen dat en een karaf Griekse wijn mee naar boven, en nestelden ons ermee in bed. We zetten echter ook een glas wijn op de klerenkast, inmiddels een gewoonte als we uit onze Griekse overvloed putten. En dan slechts dat leeslampje aan, opdat we elkaar nog net kunnen zien (naast vooral voelen). Wat hebben wij toch eigenlijk weinig nodig om gelukkig te zijn! Elkaar brood en wijn voeren, de komkommer misbruiken en opeten. Intussen deden we ook de biecht (zie Zalig niksen 1 [sex]).

Gek, eigenlijk: we hadden bijna driekwart van het etmaal rustig doorgebracht bij de poel, maar dit laatste kwart was hevig. Janneke leek ons beiden een aanwinst voor ons kringetje, en vooral voor Afra. Het betekende ook, dat Afra niet meer om sex zou aankloppen bij ons, of bij Mart en Diana. Waarschijnlijk tot hun opluchting. Wiesje stuurde haar moeder een berichtje. Hoe zou het met logeren gaan: Mart en Diana weer steeds bij ons, bij gelegenheden Frans en Cisca in de kleine logeerkamer?

Diana belde op: ze was benieuwd naar Janneke. En schikte het, als Mart en zij volgende week kwamen logeren? Natrlijk! En ze kon nu Afra nog bellen: die zat misschien nog in de kroeg.

Wiesje en ik kwamen op Kees en Toos. Hartverwarmend om hen samen te zien, maar Wiesje zag het niet passen: "Toos ziet in Kees iets van vrijheid, van minder moeten, en wil ook eens een pik voelen. Kees is allang blij met een vrouw in bed, en met een huishoudster. Ze kunnen best samen slapen, maar verder krijgen ze jeuk van elkaar." Dat leek mij goed gezien. Dus hernam Wiesje: "Volgens mij kan Kees trouwens niet zonder Teun, en omgekeerd. Teun zal k wel eens een kwakkie willen lozen, maar die laat volgens mij geen vrouw zijn huis binnen. Teun en Kees kunnen zonder ruzie Toos delen, en dan houden ze alledrie nog genoeg tijd over om hun eigen leven te leiden." Leek mij een leuke gedachte. Maar niet voor ons klefferds. Ik besteeg Wiesje.

Logeren

Mart en Diana kwamen als vanouds bij ons logeren. Maar al op de avond van hun aankomst zaten we bij Afra en Janneke in de tuin, in de zon, tamelijk bloot. Reuze gezellig.

Wiesje had een geintje voorbereid: een Halloween-pompoen zodanig opgehangen, dat David die vlak voor zijn gezicht zou krijgen als hij zijn hoofd door de heg stak.

We hadden lol, de zon daalde, we hoorden de tuinsproeier aanslaan, Wiesje lachte extra hard, en hoppa! David maakte kennis met de pompoen. Hij trok met een gil zijn hoofd terug, begon alsnog te schateren, en verscheen even later met Esther en twee flessen Isralische wijn. De kennismaking tussen hen en Mart en Diana was ook al hartelijk.

Wiesje en Diana wilden meteen de volgende dag al een "onder ons" dag. Het middaguur was al voorbij, toen Mart en ik dan maar iets voor onszelf moesten gaan doen.

We slenterden naar de kroeg, vonden er alleen Bill, en kletsten met hem bij. Daarna liepen we het dorp uit: eerst naar de "Bermuda driehoek", daarna naar de plek waar onlangs twee ballonnen waren verongelukt (zie Dat andere [geloof]).

We liepen te praten over Marts verhalen: de plots en de verschillen tussen onze stijlen van schrijven. Het was een boeiende gedachtenwisseling. Mart leek al te denken aan een verhaal over heteluchtballonnen. We stapten in gedachten rond over de verbrande heide, en zagen opeens een fel licht op de grond. Het bleek een glazen flessenbodem. Vervolgens ontdekten we nog veel meer glasscherven, sommige slechts scherp, andere ook ietwat lensvormig.

Ik schrok geweldig: hier was blijkbaar moedwillig glas gestrooid, minstens om te verwonden (of af te schrikken), maar ook met de niet te verwaarlozen kans, dat de zon de heide in brand zou zetten. We hadden hier een brandspuit bij de hand, maar hoever liep deze gekte door? Ik herinnerde me een radiografisch bestuurd vliegtuigje, maar niet de bezitter. Maar dat zou de grotere vraag niet beantwoorden: hoe kregen we al dat glas weg?

Ik stond te piekeren in de brandende zon. Mart greep mijn arm, en wees me op een vaag wolkje dat vlak voor ons verscheen. Ook Mart hoorde nu de stem in zijn hoofd: "Goedendag. Je ziet: gevaarlijk glas. Wij kunnen wel verplaatsen, maar niet wegmaken. Weet jij raad?"

Ik meende iets te zien. Ik beeldde mij dat in, maar het leidde tot een antwoord: "Wij zouden bordjes (om van te eten) kunnen neerleggen. Dieren, bijvoorbeeld schildpadden, zouden stukken glas op die bordjes kunnen leggen. Wij legen dan die bordjes, en halen ook die weg als al het glas weg is." Er viel een korte stilte, waarin Mart mij verbijsterd aankeek.

De stem hernam: "Goed plan. Dank je wel. Glas ligt in brede baan, ongeveer waar ballonnen vlogen. Je vindt morgen vlaggen op hoekpunten van glasgebied. Leg bordjes tussen vlaggen. Morgenavond komen schildpadden opruimen. Na drie nachten klaar. Haal bordjes en glas weg. Schildpadden trekken langs jouw huis naar poel. Dank je wel." Het wolkje vervaagde. Mart keek mij verbluft aan. Ik vertelde hem, wat vooral Wiesje en mij onlangs aan bovennatuurlijks was overkomen. En nu?

"Nu gaan we rap naar Ab," zei ik, en nam de kortste weg. Mart had moeite om me bij te houden.

Ab was verbaasd. Hij had mij rond deze tijd verwacht, maar dan met Wiesje en boodschappentassen. Oh, een "onder ons" dag. Hij kon ons wel tassen lenen. We werkten eerst de betaling af, zodat Ab weer openstond voor andere dingen.

"Ab, je weet waar de ballonnen altijd ongeveer vlogen. Er ligt nu een breed spoor van glasscherven door de hei. Sommige kunnen ook als lens werken, dus brand veroorzaken." Ik zag Ab bleek worden. Ik ging door: "Ik heb inmiddels geregeld, hoe het wordt opgeruimd. Maar we hebben jou nodig. Jij moet, lach niet, wegwerp bordjes bestellen. Die leggen we in de strook glas, en vervolgens komt een troep schildpadden die scherven op de bordjes leggen. Daarna halen wij de bordjes met glas op, en de heide is weer schoon. De schildpadden trekken daarna weg."

Abs mond viel open: "Hoeveel bordjes heb je nodig?" Ik betrok: "Dat heb ik me ook afgevraagd. Morgen is het gebied afgepaald. Op zich valt de dichtheid wel mee: het is bepaald geen glazen grindpad. We hebben trouwens ook iets nodig om die bordjes en glas in af te voeren. Misschien een soort bakken die Chot kan sjouwen."

Ook Ab had een inval: hij belde Hans: "Ha Hans, met Ab. Zou jij nu iets voor Us Net willen doen? - Weet je nog, welke baan de ballonnen volgden? Nou, in een strook onder die baan ligt het vol glas. Zou jij nu meteen op je brommer willen stappen, en voorzichtig willen kijken, hoe groot het oppervlak is, liefst ook hoe dicht het bezaaid is met glas? Dan kan ik berekenen wat we nodig hebben om het op te ruimen. - Nee, Larie heeft al geregeld hoe. Hoor ik straks van je? - Dank je. Hoi!"

Hij keek Mart en mij aan. Ik knikte. Ab nam weer zijn telefoon, en vroeg zijn groothandel naar prijs en beschikbaarheid van wegwerp bordjes. Ik dacht aan Wiesje, dacht als Wiesje, en vroeg Ab: "En bovendien van wegwerp soepkommen." Ab gaf het door. Daarna hing hij op: de ander zou hem straks E-mailen. Hij was wel benieuwd, Mart ook.

Ik legde uit: "Die schildpadden zullen wel turbo toverschildpadden zijn, maar die kunnen we ook een plezier doen. We leggen niet alleen lege bordjes neer waarop ze het glas kunnen neerleggen, maar ook kommen met sla, tomaat, komkommer. Arbeidsvitaminen. Daarvan moeten ze kunnen eten zonder dat ze er zelf glas in gelegd hebben." Abs mond viel weer open. Uiteindelijk zei hij: "Nou, Hans belt mij straks, ik bel jou straks. Eet smakelijk, en groeten aan de dames!" Mart en ik sjouwden weg.

Chot begroette ons, en zodoende zag Aart ons. Ik vertelde hem, waarvoor we Chot de komende dagen nodig dachten te hebben. Chot leek uit het gesprek en wat strelingen te begrijpen, dat hem weer werk wachtte. Hij nam het gelaten, zoals een ezel betaamt. Ik toonde Chot, dat Mart en ik ook zelf sjouwden. Hij knikte ervaren. We namen afscheid, en sjokten weg.

Wiesje en Diana leken ongeveer klaar met hun onderonsje toen wij kwamen. We waren althans weer welkom. Mart zei "Moet je horen!", en knikte naar mij. Ik vertelde alles. Wiesje vond het geweldig, dat ik aan arbeidsvitaminen gedacht had. Ik gaf haar de eer van de telepathie. Ze genoot. Ze verheugde zich ook op schildpadden bij de poel, maar was ook benieuwd: "Hoe kwam je eigenlijk juist op schildpadden?"

Ik legde uit, dat schildpadden mij dieren leken die met hun hoornen bekken naar verhouding glasbestendig leken, voorts laag op de grond, dus geschikter dan vogels. En bovendien onverstoorbaar.

Tegen negenen belde Ab: volgens Hans lag er glas op een strook van 50 meter breed en 400 meter lang, met naar schatting vier scherven per vierkante meter. 20.000 vierkante meter, hoeveel bordjes zouden we neerzetten?

Ik gokte op 5.000, en dan maar evenzovele kommen erbij. En dan 500 stevige vuilniszakken, die Chot achtereenvolgens in die Mexicaanse manden van hem kon dragen? En dus ook 5000 porties rauwkost, bij porties van een ons toch maar even 500 kilo. Ab onderbrak me hier, en zei dat hij die rauwkost wel gesneden in horeca-verpakkingen kon kopen.

Wiesje wilde k rauwkost (en wortels en klontjes) voor Chot, en ik steunde dat. Het werd een aardige bestelling, voor rekening van heel Us Net (zelfde ondoorgrondelijke gang van zaken als bij feesttenten).

De volgende dag beperkten we onze ochtendrituelen, en haastten ons Us Net door. Eerst bij Ab vier bonenstaken, roze wimpeltjes en een rood-wit versperringslint ophalen. Dan door naar de heide.

Het was inderdaad zoeken naar de hoekvlaggen: plastic wimpeltjes uit een weggeworpen kinderspel of zo, nt in hun geheel boven de grond uit stekend. We zetten de staken met roze wimpels ernaast in de grond, en zagen dat we belachelijk weinig lint hadden. Dan maar geen afzetting. We fotografeerden onze vlaggen voor hun posities, en gingen terug.

We tuigden Chot op met de Mexicaanse manden. Ab kon ons even helpen. Hij laadde bordjes, kommen en rauwkost op zijn platte wagentje, en bracht het met zijn trekker zo dicht mogelijk bij ons werkgebied. Daar liet hij het achter, en reed terug.

Met wat kunstgrepen zetten we een denkbeeldig raster uit, plaatsten middenin de vakken een bord en een kom (zodanig, dat ze niet op glas stonden, en niet bij een zuchtje wind zouden wegwaaien), en vulden daarna de kommen met gemengde (en vrij fijn gesneden) rauwkost. Uiteraard vergaten we de beste ezel van stal niet - en die leek het een mooie schnabbel te vinden. Met tegenzin was hij bij zessen thuis. Wij vier mensen gingen thuis eten.

Voor Wiesje en mij stond vast, dat wij bij het invallen van de duisternis schildpadden zouden gaan kijken, rugzak mee. Mart en Diana bleven in ons huis beschikbaar. Wiesje en ik gingen even bij Ab aan, wachtten er even totdat het iets donkerder was, en kregen hem mee. We hoorden Chot balken, dat hij graag weer mee wilde.

Weldra moesten we op onze passen letten, want de schildpadden bleken vanuit de rimboe van Veldzicht de weg over te ploeteren, de heide op. In het afnemende licht leken het net honderden geplette tennisballen die traag voortrolden. Ze leken ieder voor zich op de kommen rauwkost af te gaan, dankbaar te eten, tot halverwege de volgende kom rond te zoeken naar glas, de scherven netjes op de borden te leggen, en door te stoten naar de volgende vrije kom. Dat ging heel aardig!

De orde van het werk deed ons besluiten, niet uit te stellen tot morgen wat we vandaag konden verrichten: Ab en ik gingen met lampjes op onze voorhoofden en vuilniszakken in de hand die bordjes legen (maar nog niet weghalen), waarvandaan de schildpad al vertrokken was. Meteen verschenen er twee geldwolven, die ons blijkbaar om slecht zichtbare schildpadden heen leidden.

Wiesje ging met een wisselzak heen en weer lopen tussen Ab en mij en het wagentje. De rugzak lag op dat wagentje. Soms vroeg ik Wiesje, even in de rugzak te kijken. Dan kwam ze met een knijpfles water en een rol koekjes. De wolven vonden het prachtig.

Tegen de ochtendschemer gingen de schildpadden die een vak schoon hadden niet op zoek naar het volgende, maar rukten in, richting Veldzicht. Toen blijkbaar de laatste weg was, namen ook de wolven met een lik afscheid. Naar schatting waren we al bijna op de helft van het werk. We probeerden het wagentje met mankracht te verplaatsen, maar Ab haalde toch de trekker. We reden het spul zijn schuur binnen. Daar wensten we elkaar welterusten.

Wiesje en ik liepen in de opkomende zon naar huis. We troffen Mart en Diana slapend in de hangmat, en slopen zelf naar boven. Even biechten, en daar sliepen we al.

In de schemering gingen Wiesje en ik weer naar Ab. Dat wil zeggen, Yvonne zag ons naderen, en vroeg waarom we Chot niet hadden ingezet. Ja, daaraan hadden we niet meer gedacht. We hadden immers onvoorzien 's nachts al borden geleegd, en dus was er de hele dag niets te doen geweest. Dat zou zich nu herhalen.

Wiesje liep naar Chot, gaf hem een knuffel waarvan ik het warm kreeg, en vroeg of hij nu mee wilde. Hij leefde helemaal op. Yvonne moest lachen. Wiesje begon hem op te tuigen. Ik liep vast naar Ab.

De tweede nacht verliep bijna zoals de eerste. Het verschil was, dat Wiesje Chot leidde, en dat we het wagentje niet mee hadden. Dat was allebei goed, want we waren nu immers een beetje verder van de weg af.

De schildpadden hadden hun werk blijkbaar in n gang zo grondig gedaan, dat we de lege bordjes en kommen van de vorige nacht gingen innemen, en later die van deze nacht. De schildpadden buffelden als paarden, en leken de hele dag naar de rauwkost toe geleefd te hebben. Van de geldwolven had blijkbaar een ander koppel dienst, maar ook deze lustten koekjes.

In de ochtendschemer, iets later dan gisteren, waren de schildpadden helemaal klaar. Ze zetten nu koers naar ons huis. We bedankten hen voor de samenwerking, en zeiden dat we thuis weer voor rauwkost zouden zorgen. De wolven liepen mee, blijkbaar als een soort geleide. Bij een bosje vielen ze uit naar een jonge vos die speels of hongerig was.

Dat konden we nog net zien, terwijl wij in rechte lijn naar Abs huis terug liepen. Daar werden de vlaggen, staken en het lint weer ingeleverd, en Chots manden geleegd. Vervolgens leverden Wiesje en ik Chot weer bij zijn stal af, en tuigden hem af. We bedankten ook hem, en begrepen dat de samenwerking tot genoegen was geweest.

Yvonne stond met blote borsten aan haar slaapkamerraam, en zwaaide. Wiesje zwaaide terug. Ik trok haar trui en T-shirt omhoog, en zwaaide met mijn vrije hand. Wiesje voelde door mijn broek in mijn kruis, en gebaarde naar Yvonne, dat ze haast had. Zwaai zwaai, en daar gingen we.

Thuis zagen we al schildpadden in de tuin. Die liepen dus ongewoon snel! Gelukkig hadden we iets van de overgebleven rauwkost en kommen bij ons. Die plaatsten we nabij ons plekje in de houtwal. Wiesje verklaarde, dat Ab (volgens afspraak) over een paar uur de rest zou brengen, dus dat ze dan even moesten wachten. Het leek over te komen.

Mart en Diana waren in hun slaapkamer aan het bonken. Wiesje legde een briefje over de komende rauwkost op de keukentafel, ik tapte een karaf wijn, en vulde een schaaltje noten en olijven. We waren heel moe, maar ook voldaan. We wilden het even vieren. Knabbeltje, slokje, biecht en vingeren. Daarna was ik te moe om tijdig terug te trekken. Wiesjes krachtvoer ging te bestemder plaatse verloren. Ik stamelde nog iets over "straks beter!", maar viel nog op en in haar in slaap. Ik voelde nog net, dat ze me in haar armen liet afrollen en kuste.

Napraten

Wiesje, Diana, Mart en ik zaten op onze vier keukenstoelen in onze tuin, nabij ons hoekje. (Onze tuin is groot voor die van een arbeiderswoning, maar niet voor die van een villa.) Het was de laatste avond van deze logeerpartij, en we keken terug. Slok Grieks erbij, hapje Grieks erbij - en dan zetten we tegenwoordig steeds ook een slok en een hap op een kast, nu onder een struik.

In het halfdonker onder de struiken lagen weer twee geldwolven te dagdromen. Ze kleuren inmiddels mijn kijk op dieren als wapendragers. Soms trokken er nog schildpadden voorbij: ze staken bij ons de hoek af, en kropen door de tuin van de heide naar onze rimboe. Zodra we weer schildpadden gewaar werden, boden we wat rauwkost aan. Dat leek gewaardeerd te worden, en de wolven bleven eraf.

Diana bracht onder woorden, wat we ons alle vier afvroegen: "Is er nou eigenlijk verband tussen die vreemde dieren, die stem, en onze Griekse vrienden?" Ik zag aan de stand van de ogen, dat de wolven hun oren spitsten. Bij de offergaven onder de struik verscheen de lichte gestalte. De stem in onze hoofden zei: "Herken je me niet?" De gestalte verdichtte zich tot een menselijke. Mart was de eerste: "Hermes!"

Hermes zette de offergaven op het tafeltje tussen ons in, schonk zichzelf wijn in, trok vanuit het niets een stoel bij, en ging tussen Mart en mij zitten. We klonken gevijven. Hermes hernam:

Er is veel wel, er is veel niet. Er kan verband zijn tussen wat wel en wat niet is. Een deel van wat wel of niet is, is waarneembaar, evenals een deel van de verbanden daartussen. Ja, z vreemd is het. En niet iedereen kan alles waarnemen. Jij, Larie, kunt geen hazenspoor onderscheiden van een konijnenspoor, maar jij kunt werken met algebra, rechtspersonen en virtual modeling. En jij kunt conclusies trekken uit aantallen hazensporen, of uit het feit dat iemand iets niet doet. Jij denkt, dus je bestaat. Maar je kunt ook een computerprogramma schrijven, dat tot de slotsom komt dat het bestaat. Het kan zelfs een teken van vermeend leven geven. Maar wat rest er, als je het programma afsluit, en wat ontstaat er, als je het opnieuw start? Je ziet mij nu op een stoel tegen de achtergrond van je tuin, maar misschien zie je een soort hologram. Wat maakt het uit: sommigen bestaan niet tastbaar, maar wel in de hoofden en harten van velen. Anderen bestaan wel tastbaar, maar ambtelijk niet. En omdat jij overal het Internet bij haalt, Larie, in beeldspraak: jij kunt mij zien als je op mijn webcam afstemt, maar ik bepaal of die naar jou uitzendt, en hoe ik in beeld kom - bijvoorbeeld aan de hand van een bewustzijnsniveau of game level.. Maar daarmee staat nog niet vast of ik besta. Iets dergelijks geldt voor de wolven. Misschien zie je later of het verband tussen dieren en goden bestaat, en in hoeverre. Misschien komen sommige acteurs nu eens op als dieren, dan weer als goden, en gaat het wezen schuil achter de persona. Misschien ook heb je dit alles wel gedroomd of verzonnen."

Het duizelde me. Ik probeerde: "Maar die brand is toch maar begonnen op een plek, die weken tevoren is aangegeven." Hermes oogde vermaakt: "Oh ja, zker! Maar hoe weet je, dat jullie niet zelf die plek hebben bedacht, of zelfs de organisator op de gedachte van de ballonvluchten hebben gebracht, of dat jullie alles gedroomd hebben?"

Wiesje wierp tegen: "Wij zijn toch afzonderlijke mensen?" Hermes glimlachte: "Kijk naar je voeten. Denk je, dat die beseffen dat ze tot hetzelfde lijf behoren? Je zou best op een niveau kunnen belanden, waarop je inziet dat jij en Larie en ik deel uitmaken van hetzelfde wezen - en dat zou zoiets abstracts kunnen blijken, dat "rechtspersoon" daarvoor de beste omschrijving is. Maar misschien ook niet." Wiesje pruttelde: "Geef mij maar zuurtjes!" (Stopwoord van Wiebel Wip uit de "Koning Hollewijn" verhalen van Toonder Studio's)

Mart had er genoeg van: "Toch ben ik nog steeds blij met dat verslag van de Trojaanse oorlog!". (Zie Laries lares 1 [geloof].) Hermes glimlachte: "Ik zal het overbrengen..." hij knipoogde, "... aan die andere voet. Prettige voortzetting!" Hij vervaagde, met zijn stoel. "Ik moet denken aan die keer met Aphrodite bij ons," meende Diana. (Zie In Amsterdam [geloof, sex].)

Wiesje stond op, en kwam bij mij op schoot zitten, benen langs mijn heupen: "Deze voetjes horen bij elkaar!" Ik gaf haar de verhoopte knuffel. Diana liet bij Mart hetzelfde gebeuren.

Muziek

Mart en Diana gingen weer naar huis, volgens ons verscheurder dan ooit tussen daar en hier. Wij richtten ons weer op onze eigen dingen.

Ten eerste bleek Wiesjes kijk op Kees en Toos te kloppen. Al spoedig ontstond het onregelmatige patroon, dat Kees bij Toos kwam eten, en de volgende ochtend na (hoogstens) het ontbijt weer naar zijn eigen huis ging. Teun leek (nog?) geen rol te spelen.

Ten tweede was er de samenstelling van de muziekgroepen: De komst van Janneke was een geschikte aanleiding om de bezettingen van Heidefeest 2 te herzien - in een vergelijkbaar overleg, en in een nog betere sfeer (omdat de onderlinge banden door de muziek gegroeid waren).

De levende muziek was voor de kroeg een geweldige trekpleister gebleken. Er werd dus steeds vaker opgetreden, en er was steeds meer bediening nodig. Mina trok zich daarom met pijn in het hart terug uit Heiderslein, nu Janneke als vervanger beschikbaar was.

Heiderslein was nu een strijkkwartet, bestaande uit:
Afra: piano
Hans: cello, bas
Janneke: viool
Toos: viool, altviool

De Hijbezems werden omgevormd tot een sextet de Hijbezems en Zij (vaak afgekort tot HZ) voor jazz en volksmuziek:
David: klarinet, gitaar, accordeon, keyboard synthesizer, slagwerk, zang
Esther: dwarsfluit, gitaar, accordeon, slagwerk, zang
Geert: saxofoons, slagwerk
Herman: contrabas
Larie: wind controller (breath synthesizer), gitaar, slagwerk
Wiesje: keyboard synthesizer, accordeon, wind controller, gitaar, zang

De Bluesjes bleven op zich onveranderd:
Aart: basgitaar
Dennis: slagwerk
Kees: zang, slaggitaar, mondharmonica
Teun: sologitaar
maar kregen ons als uitbreiding, voorprogramma of gedeeltelijke vervanging:
Larie: wind controller (sax!), gitaar, basgitaar, slagwerk
Wiesje: keyboard synthesizer

De niet genoemde groepen (Slavisch koor, hard rock, rock & roll, bluegrass) bleven ongewijzigd.

Over HZ

Afra trok zich dus terug uit de Hijbezems. Enerzijds om zich samen met Janneke te kunnen richten op de klassieke muziek, anderzijds om ruimte te maken voor David en Esther. Die bleken toch wel erg leuk te passen in de klefheid van de andere vier, hadden een steeds groter aandeel in de humor, en deden graag mee met koken. Ze hadden bovendien vanuit hun achtergrond iets macho's dat weerklank vond bij de (zelden zo uitgedoste) leernichten. Voor mijzelf was uitbreiding van het repertoire met volksmuziek (vooral uit de herkomstlanden van veel Israli's, maar ook de al gespeelde zydeco) heel welkom.

Ook op die volksmuziek gingen we uitgebreid improviseren. Legendarisch werd de halfuurs "Mayim" van ons eerste optreden als HZ. In de gelagkamer (van de kroeg natuurlijk) werd in twee concentrische kringen gedanst, en tussen ons muzikanten in stonden nog wat mensen uitzinnig go go te dansen.

De Hijbezems waren feitelijk al de meest gewilde groep van Us Net, en met HZ werd dat sterker. Dat hing enerzijds samen met de breedte van het repertoire, maar anderzijds des te meer met de lol die we maakten onder het spelen en met het als publiek kunnen aanstaren van Wiesje en nu ook Esther. Nou, als je die voor je ziet in shorts (of korte rokjes) en T-shirts (of topjes) zonder beha, en ze doen ook nog eens uitdagend, dan wil je alles behalve weglopen! (Wiesje probeerde haar beertjes-slipje te bewaren voor optredens.)

Op het podium zie je pas goed, hoezeer die meiden tegenpolen zijn: Wiesje (kort zwart haar, priktietjes, brede heupen) naturel, in textielsuper-kleren, op sandalen, Esther (lang donkerrood haar, bolle borsten, vrij smalle heupen) welverzorgd, in trendy kleding, op naaldhakken. Ze ontwikkelden een goed gevoel voor een gezamenlijke podium act. Daarom ging David meer piano spelen, en wisselden Geert en ik elkaar af als schutterige drummers.

Zowat de hele groep wisselde per nummer van instrument - en dat werd een gezamenlijke act die leek op stoelendans bij het stoppen van de muziek, maar dan uitgebreid met schijngevechten en -onderhandelingen. En dan kon je de schijnruzies mooi beslechten met echte knuffels. Kortom, HZ was vl leuker dan de Hijbezems.

De ontwikkelingen gingen zo snel. Weldra kreeg ik een uitmonstering als... teddybeer. Iets met een balletpakje en panty, heel dun, opgetuigd met een vacht, en een masker met snuit en oren, uitgaande van dezelfde stof. Het zat eigenlijk best lekker. Uiteraard was het een verwijzing naar dat slipje van Wiesje. Het bleek een inval van Herman, uitgevoerd door Herman, Yvonne en Sheila, mede betaald door Ab en Bill. Het pak toonde duidelijk, wat Wiesje van mij te verwachten had.

Vervolgens kreeg ook Wiesje zelf een berenpak, maar dan slechts het aangepaste balletpakje, dus geen panty of masker. Wiesjes vormen kwamen er bijzonder goed in uit, temeer daar ze er een string onder ging dragen. Kortom, men kon naar voorkeur genieten van Wiesjes vormen of van mijn stijve. Of natuurlijk van Esther, die zich bekwaamde als uitdagende berentemmer.

Optredens van HZ gingen ook betekenen, dat Bill en Mina hulp nodig hadden. Afra en Janneke waren toch al graag in de buurt van HZ, en gingen dan graag voor helpen bedienen. Konden of wilden zij niet, dan waren Kees en Toos vaak de hulp, maar dan achter: Toos is niet zo jazzy.

Over de Bluesjes

Wiesje en ik gingen niet meerepeteren in het drumhok van Dennis. Het repertoire is ook niet zozeer moeilijk, het gaat om de vertolking. We hadden ontdekt, hoezeer Wiesjes bijtende orgelklanken gewaardeerd werden. Ikzelf kon de halfslachtige vacature saxofoon vervullen, voorts Dennis vervangen op late uren of onder schooltijd, Aart bij klussen voor Sans Perail of Bob, en bijvoorbeeld slag spelen als Kees met Teun in duet wilde.

Dat laatste was beider behoefte, en nummers konden nu uitgroeien tot een uur. Dan zag je het hele publiek de muziek in kruipen, en met gesloten ogen zitten te wiegen of staan te schuifelen. Dat was dan verrassend, want soms begon men alln te schuifelen, stootte op een ander, en schuifelde dan onbewust samen verder. Het eind van zo'n nummer was dan soms een schokkende gewaarwording. Bovendien bleek Bill dat te onthouden voor zijn conferences.

Weldra speelden Wiesje en ik even vanzelfsprekend bij de Bluesjes mee als Kees voorheen bij de Hijbezems. We gingen met ons tween wat gein van HZ toepassen. Zo ging Wiesje soms een ander instrument van mij bespelen. Dan moesten we wel uitkijken, dat we de kern van de groep niet in de weg zaten, want dan lag een duet op de loer. Of we gingen tijdens eindeloze improvisaties zelf schuifelen. Wiesje kreeg bovendien ook nummers te zingen, zodra ze eens een Janis Joplin stem wist op te zetten. De klank van de groep veranderde van uitzichtloze blues naar erotische of humoristische blues.

Ook hier nam de belangstelling toe. Meestal hielpen de boys, als het aan hen lag voor.

Maar de grote klap was toch wel, dat we avond-optredens gingen besluiten met Wiesje en mij in "Je t'aime... moi non plus". Dan werd jonge Dennis (indien nog op het podium) bedankt, en moest ik drummen en de mannenrol zingen. Zo hield men Wiesje en mij uiteen... Maar dan volgde vaak een toegift (zonder slagwerk), waarbij we samen op het podium stonden te schuifelen. Geen verkleedpartij bij de Bluesjes.

Slotwoord

Een lange aflevering. Mevrouw Hoofddoek de geschiedenis uit, Janneke, Bob en Marie erbij, Toos er mr bij.

Met HZ rond woensdag eten en repeteren, meestal op zaterdag optreden. Met de Bluesjes vaak op vrijdag optreden. Minstens een avond in de week in de kroeg helpen. Soms op zondagmiddag met Sheila en Chot de heide op. Goed, wel steeds samen, maar met zoveel gedoe kom je toch amper aan rustig vrijen toe?

Wiesje vraagt, of ik wil afronden.

Naar inhoudsopgave. Naar volgend verhaal (ongeacht waarschuwingen, in leesvolgorde).