Laatste wijziging: 2016-01-26 (technisch), 2014-10-20 (inhoudelijk). Naar inhoudsopgave. Naar vorig verhaal (ongeacht waarschuwingen, in leesvolgorde).

Larie: "Karla 2"

[sex]

Dit verhaal riekt nogal naar eigenroem. Voorts kun je achteraf de titelkeuze betwijfelen.

Gekoppeld aan dit verhaal is een hernieuwde uitleg over ochtend- en avondritueel en over knuffels [sex]. Lees die eerst, tenzij je je op de hoogte acht van ook de gevoeligheden van Wiesje en mij. Voorts worden enkelen eindelijk eens voorgesteld, maar dat mag wachten. Ook aan het eind van dit bestand staan links naar die stukken.

Wat heet - Vragen - Bootreis - Buufs - Belet - Zusjes - Tussenspel - Glück auf - Heidefeest - Zaterdag - Kroeg - Zijspoor - Terug naar het Heidefeest - Zondag - Stoomwezen - Sport - Station - Kroeg - Maandag - Heide - Opbreken - Dinsdag

Wat heet

Elders in Nederland viel de hitte eerder tegen dan mee, maar Us Net geleek een broeikas. Overdag zoog de zon alle vocht uit de heide, de opstijgende lucht werd aangevuld vanuit ondermeer de rimboe, en vanaf zonsondergang liet Moeder Natuur in korte tijd alle water terugdonderen. Nee, niet alle: de volgende ochtend waren de sporen van de plensbuien snel verdwenen, en de omgeving verdorde snel.

Afra en Karla hadden het pianospelen opgeschort, en lagen doorgaans onder een onnavolgbaar dakje van twee droogrekjes en een bedlaken boven op hun zeil, of in of nabij de snel verdampende plens water daarop, die ze minstens dagelijks aanvulden. Karla had zich met vreugde aangepast aan de neiging tot naaktlopen van de schootzitters.

Zo lagen ook Wiesje en ik die keer bij hen. Bloot zijn de verschillen duidelijk, en geen van ons vieren droomt van partnerruil. (Eindelijk een tactvolle bewoording, lief!)

Afra had Karla klassieke tekenfilms laten ontdekken. Nee, uiteraard niet van Bach of Chopin, maar Amerikaanse. Nu lagen Afra en ik na te beschouwen.

Als ik het mij goed herinner, begonnen we over de ruimte in die films: treinen die van binnen tweemaal zo breed zijn als van buiten, eengezinshuizen die van binnen het vloeroppervlak en kamertal van middelgrote hotels hebben - met alle ruimte voor de achtervolgingen uit de verhaallijn.

Ik blijf mij verbazen over personages die de hongerdood nabij zijn, maar in de loop van de film steeds meer spullen tevoorschijnhalen: couverts, zout, uiteindelijk zelfs het brood waartussen ze een ander als burger willen opeten. Vervolgens peinsden we over burgerrechten (in deze zin).

Afra verbaasde zich over al die spullen die Wile E. Coyote betrekt bij ACME, en hoe het zou zijn om bij ACME op de verzendafdeling te werken. Vervolgens vroeg ik me af, of Coyote zijn geld niet beter had kunnen besteden aan het bestellen van kant-en-klare Roadrunner-burgers.

Wiesje keek me aan, en plaagde goedmoedig: “Ah, het gaat toch weer over geld.” Weer zo'n geval van uitkijken met mijn antwoord. Afra kende Wiesjes gevoeligheden, en spitste haar oren. Karla was nog niet zo ver, al burgerde ze manhaftig in, maar ze onderkende de spanning bij Afra. Ik hoefde geen enkele moeite te doen, en antwoordde, Wiesje aanhalend: “Denk jij dan, dat ACME al die boutjes en moertjes voor niets levert?­”

Afra moest nu zelf oppassen dat haar geschater niet door Wiesje opgevat zou worden als uitlachen. Wiesje reageerde zich af op mijn lul: “Gek eigenlijk, dat een grote lul een kleine lul heeft.” (Onbewust een variant op de aloude grap van het gewaarschuwde jongetje dat het paard van de bereden politie-agent afkeurt omdat de lul eronder behoort te hangen.)

Nu was vooral Karla benieuwd naar mijn antwoord. Ik verwees: “Klachten indienen bij degene aan wie ik mijn lul in onderhoud gegeven heb.” Karla stookte: “Voor geld?” Ze keek mij aan, maar ik keek naar Wiesje. Die trok bedachtzaam mijn voorhuid naar achteren, en meende afdwalend: “Als iemand op zwart zaad zit, dan heeft hij tenminste zaad.”

Karla stond op opnemen: “Op zwart zaad zitten?” Ik wist de vertaling niet: “Auf schwarzem Saat sitzen. Das heißt: arm sein, wohl nichts zum Säen haben.” (Opgezocht. “Saat” blijkt vrouwlijk! “Op zwart zaad zitten” is “klamm sein”, “auf dem Trocknen sitzen”. Samen goed voor nòg een kwartier lol.) Ik richtte me nu tot allen: “Overigens was mijn zaad al grijs toen mijn haar nog blond was.” Afra zag een andere mogelijkheid: “Op zwart zaad zitten zou ook kunnen betekenen: op illegaal zaad zitten.”

Hier had de keuvel politiek incorrect kunnen worden. Gelukkig vond Karla een uitweg voor dat "zwarte". Nog in het Duits: “Kann man Saat besteuern???” Nu was Wiesje terug in de kring. Ze vertaalde "besteuern" met "besturen", hanteerde mijn inmiddels stijve pik als een joystick met vuurknoppen, zei “Ja... kijk maar...”, en schoot mijn ladinkje haar mond in. Afra huiverde. Karla verzuchtte: “Ik wou dat ik de kans daarvoor gehad had.” Afra schokte: “Hoe bedoel je?”

Karla verklaarde: “Ik ben verliefd op jou. Maar ik heb heus genoten van sommige mannen.” Ze droomde weg: “In mijn klas was een zielige jongen. Iedereen bespotte hem. Ik denk nu, hij was homo. Op een schoolfeest heb ik hem afgetrokken, met allemaal mensen om ons heen. Hij was vooral zo verbaasd toen hij klaarkwam. Het was leuk, maar ik heb zelden genoten van een man die bovenop me lag.”

Vragen

Mijn telefoon ging. Met tegenzin werkte ik me naar het badkamerraam, waarachter onze spullen lagen. Wiesje kroop nieuwsgierig achter mij aan, want doorgaans onderhouden nu eenmaal de vrouwen de contacten. Het was Aart: “Hoi Larie. Een vraag van mij en een vraag van Bob. De mijne is: mochten jullie plannen hebben om de hei over te wandelen, zouden jullie dan de brandkranen willen controleren?” Ik zou het met Wiesje overleggen, en hem de uitkomst laten weten. “Dan geef ik je nu aan Bob. Groetjes!”

Bob klonk een stuk kalmer dan Aart: “Hoi Larie. Hebben jullie zin in een bootreisje, voor de gezelligheid?” Ook hem zou ik terugbellen. Ik legde mijn mobieltje terug, en liet me met Wiesje terugzakken naar de waterrand.

Afra en Karla keken benieuwd. Ik peinsde: “Iets met een wandeling en iets met een boottocht. Dus als jullie ons weg willen hebben...” Afra zuchtte: “Jullie liever dan ik. Maar eh... ik zou wèl willen dat ik zo'n bad had als jullie. Wij tweeën de hele dag erin, af en toe ijsblokjes toevoegen, en natuurlijk een fles witte wijn bij de hand.”

Wiesje keek mij even aan, en meende: “Als wij niet in ons bad liggen, dan mogen jullie van mij wel. Maar laten wij nu maar gaan, want ik ben benieuwd naar wat Larie met mij moet overleggen.” Ze keek Afra en Karla vuil aan, en vervolgde: “Bovendien ga ik nog wat op dat kwakkie oefenen.” Afra rilde: “Doe wat je niet laten kan, meid. Voor mij hoeft het niet. Maar dat bad, daar houd ik je aan!”

Knuffels. Wiesje en ik liepen met onze kleren in de hand achterom naar ons huis. Even later lagen we weer eens in een vroeg avondritueel te overleggen.

Ik kwam ter zake: “Het gemakkelijkste is Aarts eigen vraag: of wij, als wij toch op de hei wandelen, de brandkranen willen controleren. Laat Hans dat maar doen op zijn brommer, of laten Hassan en Aïcha dat doen als ze er toch langskomen. Trouwens, de hei voorbij het spoor heeft nog geen brandkranen. Misschien is dat iets voor Ton en Saar. Toch?” Dat vond Wiesje ook.

Ik vervolgde: “Moeilijker is Bobs vraag. Blijkbaar zijn wij als gezelschap gewenst. Zal ik hem nu bellen?” Dat leek Wiesje een goed idee, dus daar ging ik, mobieltje op handsfree.

Bob legde graag uit: “Een beetje omdat Marie en ik jullie hulp goed zouden kunnen gebruiken, een beetje om jullie te bedanken voor je inzet. Kijk, vooral dankzij jullie is mijn stoomkraan nu zo goed als klaar. Ik moet hem onder stoom zetten voor de keuring.

Voor stoom heb ik kolen nodig. Nu heb ik een buitenkansje: bij een overslagbedrijf in de Amsterdamse haven ligt een partijtje steenkool in de aanbieding, van precies de kwaliteit die ik nodig heb en die Sans Perail nodig heeft. Bovendien liggen daar in de buurt ook duwbakken te koop tegen schrootprijs.

Als ik drie van die duwbakken koop, en laat volgooien met die partij steenkolen, dan hoef ik voor die kraan, de Louis IV en de Sisyphus voor de rest van mijn leven nooit meer kolen te kopen, en ik kan Sans Perail een onwaarschijnlijk grote dienst bewijzen door hen af en toe een deel van mijn voorraad door te verkopen tegen de prijs die ik ervoor zal vragen.

Maar... het zijn kanjers van duwbakken. Nou ja, de grootste die ik beladen hierheen kan krijgen. Ik wil ze slepen met de Klaas Vaak en vooral duwen met de Boxer. De ene vaar ik, de andere vaart Marie.

En dan lijkt het ons reuze gezellig, als juist jullie ons gezelschap houden, en misschien koffie zetten of een tros om een bolder gooien. Het zal denk ik drie dagen kosten, daarheen en weer terug. En dat drie keer, anders past het niet. We zouden op de “Klaas Vaak” willen overnachten. Mochten jullie voor ons allen willen koken, prachtig! - Wat denk je?”

Wiesje lag (voorzover mogelijk) te dansen op het bed. Eerste afvaart bepaald op overmorgen. Wiesje meldde dat meteen aan de buufs. Ik meldde Aart onze overwegingen omtrent de brandkranen. Hij gaf ons gelijk.

Bootreis

Het werd vroeg opstaan, want Bob wilde zekere brug vóór de ochtendspits voorbij zijn. In de ochtendschemering pikte Marie ons met de Boxershort op bij de Bittenbrug. Zodra ook wij zwemvesten droegen, gaf ze flink gas. De bijnaam “Speedy” lag op aller lippen, en de stemming zat er meteen in. Nou ja, eigenlijk wilde Wiesje boegbeeld spelen: over de boeg hangen met blote borsten, maar Marie was streng. Na ongeveer een halfuur waren we bij VCR. Zwemvesten af. Knuffels ook met Bob.

Bob had de “Boxer” vooraan de “Klaas Vaak” bevestigd: de “Klaas Vaak” was geschikter als verblijf, en het geheel zou wendbaarder zijn met de “Boxer” geduwd dan op sleeptouw. We legden alvast onze bagage in “onze” hut. Marie bracht een laatste kan koffie aan boord, gooide los, en daar gingen we. Naar mijn gevoel ongedacht snel voor een zandscheepje.

Vergeef me, dat ik de ligging van Us Net afscherm, en dus de weg van daar naar Amsterdam vaag houd. We kwamen langs sluizen en bediende bruggen, en meestal werden Bob en Marie als oude bekenden begroet. Ze wisselden elkaar af, en Wiesje en ik raakten onder de indruk van hun afstemming in dezen. We keken onze ogen uit, en zorgden voor voldoende verse koffie, desgewenst met aardbeienvlaai van Wiesje of een boterham.

Ja, Bob verbruikt véél koffie als hij vaart. Hij mist echter de sterke verhalen van die koffieleut in Lucky Luke verhaal "Bootreis op de Mississippi".

We haalden Amsterdam niet binnen één dag. Tegen de avond gingen we ergens voor de wal. Wiesje en ik bereidden de door Marie gedachte hutspot, zijzelf vlees. Na de afwas een paar rondjes klaverjassen, in wisselende paren. Zij elk een biertje, wij samen drie. Maar we wilden opnieuw vroeg weg, dus gingen we vroeg naar bed. Uiteraard was dat voor Wiesje en mij niet hetzelfde als vroeg gaan slapen.

Vervolgens was vroeg wakker worden niet hetzelfde als vroeg opstaan. Marie klopte op de hutdeur, riep dat we gingen varen, en wij lieten onze stemmen horen. Bob startte de motor, Marie maakte los, en daar gingen we. Toen Wiesje en ik eindelijk de stuurhut in kwamen, schonk Marie ons koffie in uit “onze tweede kan vandaag”. Ja ja, we begrepen het wel. Eigenlijk had Wiesje natuurlijk willen verwijzen naar mijn tweede kwakje van de dag, maar sex blijft een moeilijk onderwerp bij Bob en Marie.

Ook de tweede dag schoten we niet hard op. We zaten zowat klem tussen binnenvaartreuzen, en Bob bleef uit hun vaarwater. Hij wees: “Kijk, ongeveer zó groot zijn die bakken die we ophalen.”

Ik schrok: “Bakken van 1000 ton laadvermogen? Ik gun je de goedkope kolen met bijna gratis duwbakken. Ik wil van je aannemen, dat zo'n bak alle bochten om kan, en langs alle bruggen en sluizen. Maar... zijn “Klaas Vaak” en “Boxer” samen sterk genoeg om 1000 ton netto plus de massa van die bak door dit verkeer heen te manoeuvreren? En als we eenmaal terug zijn, hoe wil je de kolen voor Sans Perail bij hen krijgen – over de zandweg? En kan Speedy erlangs als die bakken bij jullie voor de deur liggen?”

Bob klonk ongewoon kleintjes: “Het moet kunnen.” Marie en Wiesje keken bezorgd. Ik hernam: “Dat kolen lossen zie ik trouwens wèl. Bij de spoorbrug over het grote kanaal, met de stoomkraan (de jouwe of de hunne) in een kolentrein.” Bob knikte bedachtzaam.

Ik raakte op dreef: “Volgens mij moet je versterking vragen voor deze slepen. Hoe heet die schipper ook weer die jouw kraan door Duitsland had gesleept [sex]?” Bob knikte weer: “Eh... Willem.” Hij wilde nadenken, en gaf het roer over aan Marie.

Na veel zoekwerk tussen papiertjes en in een mobieltje had Bob een telefoonnummer van die Willem. We hadden niet verteld, dat Willem een vrij groot sleepschip (een motorloze aak) heeft en een dus vrij zware sleepboot. Overigens vaart hij die als duwbak met duwboot. Bob wikte nog even, en greep met een zucht zijn mobieltje.

Een kwartier later was er duidelijkheid. Willem kon pas overmorgen in Amsterdam zijn, en eigenlijk kwam hem dat slecht uit. Wiesje dacht mee: “En Speedy?” Bob dacht verkeerd: “Met zijn bootje?” Ik steunde Wiesje: “Hij is toch ook vaak opstapper? Hij weet vast wel een sleepboot. Trouwens, hij hoeft hem niet eens te varen, dat zou jij of Marie kunnen doen. Dan geef je hem gewoon tipgeld of zo.” Wiesje dacht voort: “Misschien wil Hanna wel varen. Die heeft toch ook haar papieren?”

Bob had weer een mok koffie nodig. Vervolgens belde hij Aart om met hem als vertegenwoordiger van Sans Perail te overleggen over dat lossen bij de spoorbrug en over een meerprijs voor de kolen wegens onvoorzien hogere vervoerkosten. Dat gesprek verliep naar wens.

Na een volgende mok koffie belde hij Speedy. Geluk bij een ongeluk: Speedy was opstapper op een sterke sleepboot, in Amsterdam, en zijn onderhanden klus kon nog niet beginnen. Hij moest even overleggen.

Een half uur later waren we eruit. Speedy's oorspronkelijke klus vergde eigenlijk verder uitstel (voor een definitieve reparatie van de vracht, in plaats van een noodreparatie nu en de definitieve reparatie op de plek van bestemming), dus het was prachtig als hij intussen een andere klus kon klaren, zoals met de sleepboot Bob helpen. Uiteraard niet gratis, maar voor een prijs die zowel hen beiden als de eigenaar van de sleepboot zeer opluchtte.

Wiesje tetterde door het eind van het gesprek heen, of Hanna meekwam. Ze kreeg de telefoon, en vernam van Rudy dat ze dat aan Hanna zelf moest vragen, en dat wij haar wellicht konden oppikken.

Dat laatste hadden we eerder moeten weten. We voeren inmiddels ter hoogte van ons flatje. Daar meerden we het koppelverband “Boxer” en “Klaas Vaak” voor de deur af. Vervolgens gingen Wiesje en Marie met de “Boxershort” (die we gelukkig mee hadden) Hanna ophalen van onze kant van de Oranjesluizen.

Intussen nam ik thuis even poolshoogte. Het gaf een vreemd gevoel. Ik betrad mijn oude wereldje, enerzijds zonder de vele (maar verhoudingsgewijs weinige) spullen die nu in Us Net waren, anderzijds met enkele spullen van Wiesje, en vooral zonder Wiesje zelf. "Empty bed blues", ook al was Wiesje nabij. Na een vlug wachtrondje wankelde ik terug naar de kade.

Bob vroeg, wat er scheelde. Ik vertelde het hem. Hij knikte begrijpend - en juist dat begrip verontrustte mij. Bob had naar buiten gestaard, maar hij voelde dat er iets niet klopte. Hij wendde zich naar mij: "Wat is er?" Ik speelde zo tactvol mogelijk open kaart: "Je bent een blues brother van me, maar ik denk bij jou niet aan een leeg bed." Hij legde bijna vaderlijk (we schelen een jaar of twaalf) een hand op mijn schouder, en zei hees: "Ik begrijp je verbazing, maar ik kan het je niet uitleggen. Voorlopig niet." We dronken het af met koffie.

Weldra kwam de "Boxershort" langszij, zelfs Marie ietwat betrokken in de slappe lach van Wiesje en Hanna. Hanna hielp Marie het bootje weer in de davits van de "Boxer" te hangen. Wiesje liep alvast de stuurhut van de "Klaas Vaak" binnen, kreeg uiteraard een knuffel van me, en proefde het verschil in stemming. Ze keek mij in de ogen: "Laat me raden. Je bent binnen geweest, en je hebt mij gemist."

Ik kon nog net knikken, voordat ik stil huilend ineenzakte. Wiesje liet zich mee zakken, en drukte mij tegen zich aan. Uiteraard was het een herhaling van In Amsterdam [geloof, sex]. Hanna en Marie kwamen opgeruimd binnen, en keken ontsteld naar de kluwen op de vloer. Wiesje keek naar hen op: "Larie is net even alleen thuis geweest. Dat is alles, maar het is niet niks."

Ik verbeet me, richtte me met tedere steun van Wiesje op, gaf haar een knuffel van verdienste, en begroette Hanna. Marie maakte los. Bob manoeuvreerde ons het IJ weer op, invoegend tussen andere beroepsvaart. Hij liet Hanna aan Rudy melden, dat we eraan kwamen. Zelf stelde hij zich over de marifoon in verbinding met de verkeersbegeleiding.

In de (huidige) haven van Amsterdam zijn enkele plekken waar je eventjes duwbakken op inzet kunt laten wachten zonder dat ze kaderuimte innemen. Vooral zeeschepen zorgen immers voor pieken in het vervoer. We koersten naar zo'n plek.

Wiesje behoorde tot de overgrote meerderheid, zelfs der Amsterdammers, die niet weet dat die haven nog bestaat - laat staan hoe groot die is (in omvang en overslag). Ze keek haar ogen uit, en wrong zich in de volle stuurhut van boord tot boord. Marie greep in, en joeg ons beiden met zwemvesten aan naar dek: "... en houd niet alleen elkaar vast!"

Vanaf de wal koerste een vrij zware sleepboot naar diezelfde plek: Rudy. Hanna kwam ook vast aan dek, ook met zwemvest. Ons doel was inmiddels ook duidelijk: die drie roestbakken langszij elkaar, ietwat afzijdig van de rest.

Hanna verklaarde: "Ik ga nu bij Rudy aan boord om te helpen vastmaken aan één van die duwbakken. Als wij die vrijhebben van de rest, dan varen we naar de overslag, dáár, en dan wordt die bak geladen. Daarna brengen we we die geladen terug naar waar ze nu liggen, doen hetzelfde met de volgende, en gaan met de derde naar Us Net. Mogelijk met de "Boxer" voorop om te helpen sturen. Misschien moet de "Klaas Vaak" er los voor of achter varen: die zit anders maar in de weg. En daarna halen we stuk voor stuk die andere twee bakken."

Ik voelde me eigenlijk bevoorrecht om dit vakwerk van nabij te mogen meemaken, en dan ook nog met uitleg van onze jonge vriendin die zich hier ontpopte als vakvrouw. Ze grimlachte toen ik haar dat toevertrouwde: "Als ik het nu nog niet zou weten..."

Hanna hopte over, zodra de sleepboot naast ons voer. Rudy zwaaide naar ons. Hanna ging even het stuurhuis in, wisselde zo te zien een vluchtig kusje, overlegde gebarend met Rudy, en beende behendig naar de boeg, zonder merkbare hinder van het slingeren door het afremmen.

Weldra lag de eerste duwbak voor de wal, de duwboot (sleepboot) erachter gekoppeld, "Klaas Vaak" en "Boxer" aan de waterzijde langszij de duwboot. Bob en Rudy gingen even de wal op, meer voor persoonlijk contact met de mensen van de stuwadoor dan om nog dingen te regelen. Leve het Internet! Vervolgens kwam een slurf de steenkolen vanaf transportbanden de duwbak in spugen.

Wiesje en ik keken ademloos toe vanuit de stuurhut van de duwboot: de schaal van zelfs de binnenvaart is overweldigend. Een duwbak van 1000 ton is lang niet de grootste, maar werp er eens een blik in, bijvoorbeeld als een shoveltje de laatste tonnen lading bijeenveegt voor de knijper (grijper) van een loskraan. En nu werd die kolos zienderogen gevuld met een aardverschuiving van steenkolen.

De "Klaas Vaak" voelde hier echt als een winkelmandje in een grote supermarkt, en Rudy vertelde ons even later, dat de "Ha-Ru 2" waarmee hij ons tweemaal per week bevoorraadt steeds als een kinderfietsje aanvoelt na een dag opstappen in Amsterdam, laat staan Antwerpen of Rotterdam.

Weldra was het laden voltooid. We lagen nu voor de wal van het overslagbedrijf met één volle duwbak, beide andere lagen geladen op hun oude plaats. Bob zocht contact met de verkeersbegeleiding. Als we even dat vertrekkende cruiseschip zouden willen afwachten...

Inmiddels was besloten, in welke opzet (en langs welke vaarweg) we terug zouden gaan. Rudy zou inderdaad het feitelijke werk doen met de duwboot, Bob zat ervoor met de sleepboot, maar vooral voor het bochtenwerk, en Marie voer voorop met de "Klaas Vaak" om (ten eerste) niet in de weg te zitten bij het manoeuvreren en (ten tweede) op mogelijke punten van aandacht te wijzen.

Bij nader inzien konden we de drie bakken in één keer meenemen uit Amsterdam tot een punt, veel dichter bij Us Net. Van daar af zouden we de bakken één voor één vervoeren.

Drie schippers uit zes mensen. Hanna ging dankbaar bij Rudy aan boord, Wiesje en ik verdeelden ons maar weer node over Marie en Bob.

We voeren nog niet lang, toen mij weer iets te binnen schoot: "Bob, dat lossen bij de spoorbrug gaat toch niet lukken." Bob zat eigenlijk met zijn volle aandacht bij het verkeer, maar bromde: "Waarom niet?" Ik hernam: "Het kan je deze keer lukken om die paar kolenwagentjes vol te krijgen. Maar jij gaat vast niet elke volgende keer Rudy inhuren om één van je duwbakken van je huis naar die brug te verhalen en terug." Bob bromde toegevend.

Ik vervolgde: "Ik zie ook, hoe het mooi zou kunnen. Als Sans Perail nou eens zou beschikken over scheepscontainers voor de hanteerbaarheid, maar dan zonder dak of met een schuifdak, dan zou jij die containers op je dekschuit kunnen laden, ze te allen tijde met je eigen kraan kunnen volgooien, je dekschuit met je eigen "Boxer" naar de spoorbrug varen, en Sans Perail zou die containers met hun eigen kraan op hun eigen platte wagens kunnen zetten. Met wat mazzel zouden ze misschien de grotere tenders kunnen vullen door zo'n container erin over te gieten. Tienvoets lijkt me nòg mooier dan twintigvoets, maar daarvan is het aanbod vast kleiner."

Onwillekeurig wendde Bob de blik naar mij: "Je verdient een standbeeld, jongen. Kun je het zelf even aan Aart doorgeven? Die zal wel betrokken zijn bij het lossen, en die kan desnoods Ab vragen of die ergens wat containers weet. De daken kunnen we er zelf wel vanaf slopen." Blozend belde ik Aart.

Aart stond versteld, zei hij. Hij zou meteen met Ab gaan zoeken. Hij leek me door mijn mobieltje heen aan te kijken: "Zou Bob misschien ook een tweede dekschuit nodig hebben?" Bob leek me tezeer gericht op het verkeer: de bocht van het IJ, de kluwen aan ponten, en ook nog eens wat pleziervaart, zuipschuitjes inbegrepen. Ik meldde het Aart, en antwoordde dan maar voor Bob: "Lijkt mij een goed idee. Ik bedoel: stel dat bijvoorbeeld die dump waar Ab en Bob die trekkers gekocht hebben zowel containers heeft als een dekschuit, dan lijkt me die schuit best mee te overwegen."

We hadden nu de kop van Java-eiland achterlijker dan stuurboord, en Bob wilde weten wat ik zojuist gezegd had. Ik gaf hem mijn mobieltje en Aart. Bob kon zich in beginsel in Aarts voorstel vinden: "Laten we niet overdrijven. Als jij containers vindt voor Sans Perail, doe er dan twee twintigvoets of vier tienvoets voor mij bij, en hoogstens één dekschuit." Hij gaf mij het toestel en Aart terug. Ik opperde een aanvullende gedachte: "Zou je containers rechtop kunnen zetten en vullen? Dan hoeft het dak er niet af." Aart en Bob twijfelden onafhankelijk van elkaar aan de sterkte van de blinde kopwand, maar wilden het niet uitsluiten. Einde gesprek.

In de avondschemer legden we aan om in de "Klaas Vaak" te overnachten. Gezessen aten we warm. Rudy en Hanna gingen spoedig te kooi, wij legden eerst nog weer een kaartje.

Het werd de volgende dag nog knap laat. Bob leek ook de snelheid waarmee je een drietal 1000 tons duwbakken door het Nederlandse vaarwegennet kunt jassen verkeerd te hebben beoordeeld. Sleep- en duwboot hielden een marifoonkanaal open, en ik meende het zelfverwijt in Rudy's stem te horen groeien. Achteraf hadden die vier toch ervaren schippers vergeten, dat enkele sluizen te smal konden zijn voor twee bakken naast elkaar, danwel dat ander verkeer ons een schutbeurt kon kosten. Gelukkig verliep het tijdelijk stallen van twee bakken voorspoedig.

Overeenkomstig het nieuwe inzicht van de containers brachten we de overgebleven duwbak naar VCR, dus niet naar de spoorbrug. De duwboot werd meteen losgemaakt, de "Boxer" erachter gehangen met Bob aan het roer. We namen afscheid, en het ding donderde weg. Met de snelheid (en minstens de golfslag) van Speedy, maar die lag te kooi, terwijl Hanna stuurde.

Wiesje en ik verkozen ons eigen bed boven de "Klaas Vaak", en lieten ons dankbaar door Marie, die hiertoe achtergebleven was, met de "Boxershort" naar de Bittenbrug brengen.

Buufs

Blijkbaar was het hier inderdaad nog steeds heet geweest. In de konijnenflat brandde licht, en inderdaad vonden we onze buufs in ons bad - zij het zonder ijs. Wel met een fles witte wijn in een koeler. Wiesje en ik smachtten naar een bad, en kregen de buufs zover dat ze ons de hele badkuip lieten. Ze bleven echter nieuwsgierig in de badkamer.

Wij verversten het badwater, gingen intussen dan maar met publiek na elkaar op het toilet, en doken getweeën dat bad in. Teveel dorst voor wijn, dus met een pot nane. Nane was Karla nog onbekend, maar ze wilde proeven, en was meteen gewonnen. Uiteindelijk kwamen ook de buufs even bij ons in bad.

Het badgenot werd in de slaapkamer voortgezet, nu met Grieks spul bij de hand. Dus werd er een offertje op de kast gezet. De uitleg daarvan hebben we ontweken. Wiesje en ik hadden weliswaar samen overnacht, maar we hadden elkaar overdag gemist. Dat moesten we nu inhalen.

De buufs kregen dus een onthutsende vrijpartij te aanschouwen. Afra had kernachtige beschrijvingen: "pijpen als een orgel", "likken als Larie" (achteraf een inkoppertje: variant op de verwijzing naar een ooit bekende televisieserie over herdershond Lassie - en "lassie" betekent "meisje"), en "komen en gaan van Klaar".

De buufs trachtten elkaar het genot van Wiesje te verschaffen. Die ging na haar eigen himalaya ietwat neerbuigend verslag doen. Oogmerk of niet, Wiesje bereikte, dat ik ook de buufs een bef- en vingerbeurt moest geven. Afra heeft die ervaring al, dus Karla moest eerst.

Voor Karla was ik de eerste man die aan haar zat na het stoppen met de drugs. Het beviel zo goed, dat haar hetero-zijde weer bovenkwam. Afra werd weer ongerust, en Wiesje noemde haar aloude grens: "Zijn kwakkies zijn voor mij!" Karla liet mij op mijn buik spuiten, en Wiesje tastte toe.

De geschiedenis [sex] herhaalde zich bijna: nu werd ik wakker, bekneld tussen Wiesje en Afra met Karla op zich. Wiesje had weer een komkommer.

Belet

De volgende avond laat lagen ook de beide andere bakken kolen bij VCR voor de wal. Rudy had onze bevoorrading zodoende een dag moeten uitstellen.

Vervolgens raakte het kolenproject voor ons op de achtergrond. We zaten die dagen lang in bad, we logeerden bij Botje, en zo meer.

We poseerden zelfs voor Geert. Hij bespeurde vraag naar hetero-erotische schilderijen, maar vooral naar blote schilderijen van Wiesje alléén: die is immers ook begeerlijk voor vrouwen. Herman verzorgde dan wel een kapsel of een pruik, maar kon verder nu eens lekker toekijken.

Zelf heb ik de sessies in foto's vastgelegd. Verder hebben hij en ik natuurlijk voor arbeidsvitaminen gezorgd. Het voordeel van schilderen boven fotograferen is, dat lachen het beeld niet onscherp maakt. Mits je de kwast niet op het doek houdt... Klein probleempje: Wiesje wilde vaker vrijpauzes dan Geert. Maar ja, zij zag danook drie pikken (waarvan zij er één kon beïnvloeden).

Intussen draaide het project wel dóór. Enkele weken later hadden Aart en Ab na bemiddeling door de bekende dump ergens enkele afgetrapte twintigvoets containers bemachtigd, en elders een oude dekschuit. Aart zou met Bob mee varen om de aankopen op te halen.

Ik was benieuwd, en Wiesje leek ook wel weer te voelen voor een boottochtje. Bob zocht naar tact: "Ja, jullie mogen mee. Nee, we gaan met enkel de "Boxer", dus zonder comfort. We hopen aan boord plek te vinden voor twee luchtbedden." Ik trok even tactvol onze vraag in.

Wel wilde ik graag weten, wanneer ze die containers zouden gaan vullen en naar de spoorbrug brengen. Tijdig weten, want allicht waren wij dan weer ergens in de natuur. Bob zag Wiesje hoopvol gaan stralen, en zegde dat woordloos toe met een glimlach en een handgebaar. Ze kneep mij in mijn hand. Dat was op de avond vóór hun vertrek.

Zusjes

's Anderendaags waren wij vroeg wakker, vroeg op, vroeg op pad. Op het fietspad, want we gingen bij het schuine ven kamperen - dus vlakbij het schuine fietspad, en waarom zou je dan alles op je rug sjouwen?

De reisweg was nog rustig, te vroeg voor de horden - en misschien zaten de wielrenners inmiddels de Tour de France of zo te volgen: wij houden de data van sport-gebeurtenissen niet bij, laat staan het verloop ervan. We geraakten dus voorspoedig en ongezien ter plaatse. Het ven was flink geslonken. Toch zetten we ons tentje op de vaste plek: je weet maar nooit, en tussen tent en waterlijn hoefde je nou ook weer geen brood mee.

Nauwelijks hadden we vastgesteld dat het ven nu wel te klein zou zijn voor Maaike, of daar was ze op Wiesjes mobiel. Ze had van dat ven gedroomd... Twee uur later hadden we haar en Sheila weer bij ons, uiteraard allevier bloot.

Sheila was rustiger geworden, zekerder dat ze heus haar ware prins Jacob tijdig zou ontmoeten en aan zich zou weten te binden. Maaike was zich heel bewust van de stand van de ontwikkeling van haar lichaam, ergens tussen servet en tafellaken. Ze toonde dus ook meer belangstelling voor Het Grote Afbeulen.

Maar uiteraard had het ven zelf het grootste deel van haar belangstelling. Haar neiging tot bodem-onderzoek, de geringere diepte van het ven en haar lichamelijke ontwikkeling eisten hun tol: schrammen op haar borstjes ten gevolge van uitsteeksels op de bodem. Haar eerste reactie was "Dat hoort erbij!", haar tweede dat ik er dan maar een kusje op moest geven. Grote lol, dus het werd een running gag, uitgebreid tot preventief onderhoud voor en na het zwemmen.

Uiteraard vonden Sheila en Wiesje vergelijkbare verplichtingen voor mij uit. Wiesje zwemt ook wel eens diep, maar hoedt zich voor geschuur (en bloedzuigers). Sheila blijft toch al aan de oppervlakte in natuurlijk zwemwater. Het liefst ligt ze op de wal aantrekkelijk te zijn en te genieten van de uitwerking daarvan op mannen, bekende ze.

Met Wiesje werd "zwemmen" een vast (maar zoals alle niet verplicht) onderdeel van onze spelletjes, net zo als bijvoorbeeld al eerder "controle". Uiteraard gebruiken we dat woord ook in de gewone betekenis! Een variant is het daftig uitspreken van zwemmen als zwammen.

Die grote lol was niet geluidloos. Even later hadden we bezoek van eerst Robbedoes, dan ook Ali en Guust, en tenslotte Hassan en Aïcha. De zusjes kenden de herders en hun honden nog niet persoonlijk, andersom evenmin. De kennismaking leek mij aangenaam. Maaike was verrukt van de honden. Die gingen om beurten de schapen hoeden en zich melden voor meer knuffels.

Gelukkig hadden we meteen bij Robbedoes' komst het (dunne en kleine) uniform ondergoed aangetrokken dat wij schootzitters ook als badkleding gebruiken. Toch was de tegenstelling met de ruime traditionele kleding van de herders bijna pijnlijk, vond ik.

Wiesje meldde maar vast (of hadden we dat al eens gedaan?), dat zij erop bedacht moesten zijn om ons (deze kring, maar ook anderen uit Us Net) zelfs bloot op de hei te ontmoeten, zelfs in eh... knuffels. Hassan glimlachte: "Ik zie natte haren en droge zwemkleding..."

Wiesje hoorde de reutel aan het eind van Hassans woorden, en wendde zich tot Aïcha: "Je moet hem wel klein houden!" Aïcha keek verward: "Wie klein houden?" Wiesje vermaande: "Ik hoor Hassans erectie. Jij moet zorgen dat hij daarvanaf geholpen wordt. Dat is leuk voor jullie allebei." Ik vond blozen toch beter passen bij een echt blanke huid. Wiesje vervolgde oplossingsgericht: "Plekjes genoeg. Je zet gewoon één hond op wacht."

Nog steeds weten we niet, wat de herders gevoeld hebben bij Wiesjes woorden. Waarschijnlijk een regenboog aan gevoelens, maar ze willen er niet over praten. Eh... maar weer eens uiteraard?

Hassan en Aïcha namen bijna terstond afscheid. Wiesje en Sheila hadden lol, ik ook een beetje, en Maaike had kennis genomen. We kleedden ons meteen weer uit. Maaike keek wijzend Wiesje aan: "Je moet hem wel klein houden!"

Wiesje keek blij verrast: "Dank je wel, schat! Dankzij jou groeit hij sneller." Dat "dankzij" wilde Maaike toch eens uitgelegd hebben. Wiesje verklaarde: "Larie geilt op melkklieren, niet op vetbollen. Daarom vindt hij mijn priktietjes ook zo mooi. En ik heb natuurlijk grote tepels. Die heeft hij ook graag."

Sheila keek mij beteuterd aan. Ik bekende: "Jij hebt heus mooie borsten gekregen. Maar ik geil inderdaad meer op die van Wiesje." Dat was niet haar vraag. Ik bekende: "Ja, ik vind de borstjes van Maaike nu geiler dan de jouwe, maar haar tepels stellen nog niet veel voor. - En haar kut ook niet."

Maaike vergeleek: "Dus over één of twee jaar moet ik zo'n staaf binnen kunnen hebben? Hmm...." Wiesje en Sheila lachten. Maaike peilde haar binnenmaten.

Ik lag op mijn rug, Wiesje half op mij. Maaike greep mijn stijve, en ging peinzend de voorhuid heen en weer schuiven: "Wat staat nou leuker?" Wiesje schrok op: "Hé, voorzichtig met mijn krachtvoer!" Ze legde haar mond voor mijn pik, voelde even aan mijn zak, en wachtte het loon van Maaikes arbeid af. Dat kwam weldra, maar er zat zo weinig kracht achter, dat Maaike het merendeel aan haar hand had kleven. Aangemoedigd door Wiesjes verontwaardiging likte Maaike het af. "Hmm..."

Sheila voelde zich buitengesloten: "Had ik toch zelf een knul moeten meenemen." Bij gebrek aan verder referentiekader vroeg ik: "Wat is er eigenlijk geworden van die twee jongens van jou en Angela?" Sheila moest diep denken: "Oh, die... Het was even leuk, maar ze waren zo... zo kinderlijk. Angela heeft ze nog een tijdje allebei gehad."

Ik vroeg Sheila: "Heb jij eigenlijk nog contact met Angela?" Sheila haalde haar schouders op: "Nauwelijks. Weinig raakvlakken." Ik wijdde mij aan haar welvingen.

We zagen weldra de lucht donker worden, zetten dus eerst de tent van de meisjes op, onder een scherpe hoek met de onze, met een piepkleine driehoekige ruimte ertussen, en gingen daarna zwemmen. Niet meteen: Wiesje vergewiste zich er eerst van, dat haar speeltje geen schrammen kon oplopen. Makkelijk zat: dat hing veilig achter mijn buik. Die buik inspireerde Sheila tot: "Wies, we moeten Larie toch eens beter afbeulen. Jij geilt toch ook op spieren, niet op vetbollen?"

Ik deed uit goedige wraak met Sheila iets wat ik meende mij te herinneren van Rock & Roll dansles: ik pakte haar onder de armen, liet haar tussen mijn benen door vliegen en terug, en liet haar na het opslingeren even op mijn buik zitten. Ze greep zich met armen en benen vast. Toen ik haar weer neerzette, had ik een plakkend plekje op mijn buik.

Vervolgens wilde Maaike. Die boog zich vanaf mijn buik achterover, en daarna weer terug. Wiesje kon niet achterblijven. Zij bleef in een stevige knuffel zitten, totdat ze voelde dat ik haar niet langer kon houden. Toen gleed ze zo geil mogelijk van mij af. Vervolgens voelde ze hoopvol aan haar speeltje. Oh, ik wilde heus, maar ik kon nog niet wéér. Dan maar eerst zwemmen, dus.

Het onweer kwam eerder dan op andere dagen, en vandaag zat er hagel bij. We wilden in onze tent zitten kaarten. Hartenjagen, want dan speel je niet met een maat die wel helemaal [ver] tegenover je zit. Maar daarvoor hadden we meer oppervlak en hoogte nodig dan toen we Louis (of later Angela) lieten schuilen, en toen zat het ding al propvol. Bovendien zouden we licht nodig hebben, handiger dan onze hoofdlampjes.

We lagen dus maar in een kluwen, in het bijna-donker, en deden bij gebrek aan zicht "ik denk, ik denk wat jij niet denkt". Maaike dacht steeds aan ("grote, grote" danwel "niet zo heel grote") walvissen, Sheila aan allerlei combinaties van "prins, heerlijk, wit, paard", Wiesje aan komkommers, courgettes en vergelijkbaar gevormde vruchten, en ikzelf - ik zou niet meer weten, wat ik in gedachten nam, maar ik zag steeds de man in de stofjas [geloof, sex]. We kregen weldra dorst van het spel.

Ik kon me niet herinneren, dat we Grieks spul ingepakt hadden. We rekenen het niet tot de chocola en pleisters. Maar we hadden het wèl, tot vreugde van Sheila. Maaike proefde van de wijn, maar eigende zich liever een groter deel van beider cola toe.

Yvonne belde Sheila op: of het gezellig was in het onweer? Tot mijn verbazing antwoordde Sheila in Wiesjes geest "Juist omdat het onweert!", en Maaike meldde, dat ik dan tenminste bij de hand bleef. Wiesje tetterde, dat ik altijd bijdehand was. Ik beperkte dat "altijd" tot "zolang het niet uit de hand loopt". Je ziet, dat sit-down comedy ook zonder Afra kan.

Vervolgens wilde Sheila weten, of het thuis gezellig was in dit onweer, met Aart van huis. Yvonnes zucht was luid en veelzeggend: Dennis was bij de boys, Wouter vroeg zich af, of je de energie van bliksem zou kunnen gebruiken voor electrisch lassen, en zelf verlangde ze naar Aarts grote "electrode". Maaike herinnerde haar droogjes aan het bezit van een naaimachine. Sheila verslikte zich van de lach, en lebberde daarna de uitgehoeste inhoud van haar mond van mijn gezicht.

Tja, is dit nou De Grote Mannendroom: bloot schuilen in een klein tentje met drie vrouwen (twee botergeil en één onrijp)? Één van hen (niemand weet nog wie) kwam zelfs met de stelling dat mijn pik of slap moest zijn of in een vrouw moest vertoeven om ons allen nog enige bewegingsruimte te geven. Bijvoorbeeld om een slok te nemen. Sheila dronk trouwens mee uit de beker van Wiesje en mij: dat scheelde weer een paar vierkante centimeter, en meestal had wel iemand het ding vast.

Ook dit onweer raakte uitgeraasd. De avondschemering was al voorbij. We wurmden ons de tent uit om de benen te strekken en de blazen te legen. De ongeveer volle maan stond op doorbreken, de waterdamp vormde grondmist, de kracht was nu wel uit onze lol. Kortom, de sfeer buiten was indrukwekkend: weids en besloten tegelijk, licht èn donker, bijna geluidloos. We beklommen een nolletje.

Ik wist wat Wiesje voelde. Jij ook, als je je Lichtere dagen [geloof, sex] herinnert. Sheila heeft soms dergelijke gevoelens. Maaike is toch al buitenmens, maar niet zo romantisch. Kortom, met minstens twee stemmen vóór en geen tegen werd het een triootje op dat nolletje. Maaike liep wat rond te kijken, geen wachtrondes. De schaapskudde leek verder oostwaarts getrokken.

Plotseling zacht gebries vlakbij. Het bleken onze oude vrienden "de hengst" en "de nachtmerrie". Gezellig - maar bijna had Wiesje haar krachtvoer een paardenneusgat in geschoten. Ze likte het snel op, liet mij eventjes bijkomen onder de hoede van Sheila, en haastte zich naar onze bagage in de tent. Wortels en klontjes...

Als wederdienst kregen de zusjes een bereden rondje om het ven. Sheila heeft er er soms nòg over (drie jaar later): "Helemaal bloot op die grote hengst in de nacht op de hei, wat was dat een geweldig gevoel. Echt een prinses. Ik had gezien dat hij een stijve had, en zijn vacht kriebelde in mijn kut, dus ik moet flink hebben zitten lekken."

Het werd een nacht met weinig nachtrust. Sheila bleef naar woorden zoeken. Vervolgens bleek ze onuitgerekend te gaan vloeien. Dat gaf dus een hele knoeiboel in hun tentje voordat ze het doorhad. Ze had zelf één middelgrote tampon mee, en Wiesje één kleine. Bij dageraad ging die eerste eruit, en Maaike had weer eens een leermoment. Een bespiegelend "Hmmm... Moet dat?".

Voordat die tweede erin ging, moest ik natuurlijk de Rode Zee bevaren. Onder deze omstandigheden mocht ik een sur place doen. Het voelde heel onwennig, maar het ging redelijk, en Sheila had "ondanks haar grote borsten" een hoofdprijs binnen.

De knoeiboel bespoedigde ons vertrek. Op de middag waren we weer thuis, Wiesje en ik weer in bad.

Tussenspel

Een paar dagen later waren Aart en Bob terug met de aanwinsten. Bob bracht Aart met de "Boxershort" naar de loswal. Volgens Sheila was hij naar huis gerènd, en heeft hij zich twee dagen met Yvonne in de slaapkamer teruggetrokken. "Hebben jullie eigenlijk al eens een wedstrijdje gedaan?" Wij konden ons geen wedstrijd met hen herinneren.

Bob had intussen een afspraak gemaakt met wat ik nog steeds het Stoomwezen noem. Aart heeft Wouter, Wiesje en mij in het bootje van Kees meegenomen naar VCR.

Met hulp van de "Klaas Vaak" en spierkracht hebben we de stoomkraan gebunkerd en onder stoom gebracht. Hij kwam glansrijk door de keuring. Die avond zijn we helemaal losgegaan in de kroeg, op kosten van Bob. Uiteindelijk hebben Bob en Marie in privé hun roes uitgeslapen. Vervolgens heeft Wouter zich onsterfelijk gemaakt door te twijfelen aan het gedoofd zijn van het vuur in de stoomketel van de kraan. Bob kon nog net droogkoken voorkomen.

Voor de oplettende lezers: ja, toen Bob die kraan kocht [sex], had het ding geldige Duitse keuringspapieren. Die waren echter al verlopen voordat Bob met veler hulp eraan ging sleutelen.

Glück auf

Tja, wat is wijsheid, wat is verspilling? Eigenlijk zijn alle stoom-apparaten verspillers van energie, nog afgezien van de hoeveelheden broeikasgassen die ze uitstoten. En ze voor eventjes onder stoom brengen is helemáál verspilling. Maar hoe nuchter is een locosexueel? Die denkt aan "tot leven brengen", niet aan "de goedkoopste weg" om iets te doen wat zonder die gevoelens niet eens nodig zou zijn.

Kort na die zuippartij heeft Bob de kraan weer onder stoom gebracht. Allereerst kreeg die een "passende" naam: "Glück auf". Vervolgens doopte Marie de kraan aldus door een plastic zak vol water tegen het huis van de kraan te laten ploffen. Geen champagne verspild, geen glasscherven.

Na wat oefenen legde Bob met de kraan een container zo hellend mogelijk op de vracht steenkool in een duwbak, en probeerde die te vullen. Uiteraard (ja ja) morste hij veel kolen, maar die vielen nu gewoon terug op de grote hoop. Slim!

Toen de container halfvol was, sloot Marie de deuren ervan. Met haken in de hijs-ogen van de container tilde Bob die naar een dekschuit, en legde hem daar neer. Nog een container evenzo op die schuit, nog twee op zijn andere dekschuit. Tot slot liet hij Aart en Wouter de toestand van het vuur en het waterpeil in de ketel van de kraan zien.

Met opnieuw een gevoel van feest vertrokken we naar de spoorbrug: Bob en Aart in de "Boxer", Wiesje en ik op de eerste dekschuit, Marie en Wouter (beiden met zwemvest) op de tweede, de "Boxershort" sloot onbemand de sleep.

Het ging heel behoedzaam, en terecht. De sleep kwam zowat klem in de bocht naar het grote kanaal, en uitgerekend nu voer daar een tegenligger (van stuurboord dus).

Marie deed Wouter overstappen in de "Boxershort", gaf hem aanwijzingen om als hekschroef ("boegschroef aan de achterkant van de sleep") te dienen, en sloofde zich zelf uit met het veranderen van de lengte van de beiden trossen tussen beide dekschuiten. Aart deed datzelfde tussen sleepboot en eerste dekschuit.

We haalden de bocht toch nog in één keer. De schipper van de tegenligger was verbaasd en vermaakt tegelijk. Er kwam nog een vrouw aan dek die iets naar Marie riep, maar niemand verstond het. Bob gaf inmiddels volle kracht vooruit.

Later heb ik Bob nog gevraagd, of duwen niet weer beter zou zijn geweest dan slepen. Zijn antwoord was een ontwijkend gebrom.

Tegen het eind van de middag bereikten we de spoorbrug. Op het spoor stond een trein, bestaande uit het diesellocomotiefje, het slaaprijtuig en de gereedschapswagon, twee platte wagons en daartussen hun stoomkraan. Natuurlijk was heel Sans Perail meegekomen om dit mee te maken.

Ook al heel behoedzaam nam de stoomkraan de voorste container van de voorste dekschuit in de touwen, en legde die zo voorlijk mogelijk op de wagon vóór hem. Die behoedzaamheid gold vooral de vlucht van de kraan-giek. Je kon hier geen stempels uitzetten, en moest dus het evenwicht bewaren met het in- en uitschuiven van het contragewicht aan de achterzijde van het kraanhuis, op aanwijzen van de hellingmeter binnenin het kraanhuis. Daarom had Bob de containers ook slechts half gevuld.

Bij het laatste straaltje zonlicht stond ook de vierde container op de trein. Achterop de achterste wagon, en evenals de andere zodanig scheef, dat ze flink buiten profiel staken. Dit was bewust verkozen boven tweemaal rijden. (Toen bleek dat de containers toch seinpalen dreigden te raken, hebben ze met de kraan de containers rechtop gezet, zo als ik het laden aan Bob had voorgesteld.)

Samen een bakkie koffie op de goede afloop, met een (wegens het onverwacht grote aantal aanwezigen klein) puntje bosbessenvlaai van Wiesje erbij. Toen rommelde de trein weg. Bob en Marie wisselden handig "Boxer" en "Boxershort" om, en ook wij voeren terug. Vanaf VCR hadden we de "Boxershort" en het bootje van Kees (met die buitenboordmotor van Aart, weet je nog?): weer op naar de kroeg.

Daar speelde Rokkenrol tot aller genoegen, maar Aart en Bob straalden zo'n manhaftigheid uit, dat Rokkenrol geen nieuw nummer meer inzette. In plaats daarvan werd het een soort Steel Strings: Aart op sologitaar, Wouter (in plaats van Dennis) op slagwerk, Thea op basgitaar en Nora op toetsen, aangevuld met Bob op mondharmonica, Wiesje op toeter, en mij op slaggitaar.

Het repertoire van Steel Strings paste niet bij onze stemming en mogelijkheden. Het werd een lange set van lange nummers op bluesschema's, en je hoorde duizenden tonnen steenkool. Kees en Teun konden zich erin vinden.

Heidefeest

Inmiddels gonsde de gedachte aan een Heidefeest steeds sterker rond. Er werd een weekeinde geprikt, invulling besproken, er werden naasten uitgenodigd. Nu ik het opschrijf, moet ik opnieuw denken aan het begin van (uit mijn hoofd) "Asterix in Hispania", waarin veel bekenden uit voorgaande verhalen opdagen.

Uiteraard hadden Wiesje en ik Mart en Diana te gast. Als Cisca's zwangerschap het toeliet, dan zouden Frans en zij ook bij ons logeren - zonder hun honden. Rudy en Hanna konden rekenen op een slaapplaats ergens, met VCR als vangnet. Ze zijn echter niet geweest: ze kregen onderweg hierheen een mooie spoedklus aangeboden. Een opvallende komst was die van Josef, Maria en kleine Sveta naar Bill en Mina.

Het allergrootste nieuws was echter de komst van Achim en Ursula, de ouders van Karla. Karla had na jaren het contact hersteld. Dat ze nu met een vrouw samenwoonde was nog wel een punt van bezorgdheid en afkeuring, maar Afra zou haar kans krijgen.

Woord en beeld kwamen zoals gewoonlijk enkele dagen eerder. Ze maakten meteen kennis met Karla, gingen buurten bij Janneke en Thea, en bij Kees en Nora.

Karla had meteen een (nogal laat) verzoek: haar ouders wilden per trein komen, en zouden ze dan in de stad afgehaald kunnen worden? Anders moesten ze dat hele eind (vanaf hun huis, natuurlijk) in hun Trabbi afleggen, en Achim had last van zijn rug. Geen probleem voor Diana. Karla klom juichend in haar mobieltje.

Zaterdag

Achim en Ursula hadden de nachttrein genomen, kwamen dus zaterdagochtend aan, dus moest Diana vroeg opstaan, dus Mart, Wiesje en ik ook. Nee, wij beliefden geen ei bij het ontbijt. Bij de ochtendkoffie, eigenlijk.

Stipt op de afgesproken tijd kwam Karla de keuken binnen, anständig gekleed en opgewonden. Diana was ook netjes aangekleed, Mart, Wiesje en ik zaten bloot. We kregen allevier een haastige maar hevige knuffel. Karla zag Marts pik rijzen, en zei "Oeps! Sorry!". Diana trok haar mobieltje voor de tijd, en bromde tegen Karla: "Geeft niet. Doe ik straks wel." Ze stond op, nam een laatste slok koffie, en vertrok met Karla.

Dit was nieuw voor ons: Mart, Wiesje en ik zonder Diana bloot aan de ontbijttafel. Mart had een heldere ingeving: hij bedacht, dat Afra nu ook alleen was, waarschijnlijk opgewonden door de naderende kennismaking met haar "schoonouders", kleedde zich aan, en liep achterom naar de buufs. Hij schijnt Afra daarmee geweldig gesteund te hebben.

Wiesje en ik knuffelden elkaars opwinding weg, kleedden ons aan, en gingen maar eens elders kijken. Deze keer was de hele voorbereiding aan ons voorbijgegaan. Weldra hielpen we Bill en Mina met wat soppen en sjouwen.

Kroeg

Een lacherig soort oploopje lokte ons naar buiten. Diana's pick-up stond voor de Bittenbrug. Uitgestapt waren uiteraard Diana, Karla en ongetwijfeld Achim en Ursula. Bijna bumper aan bumper stond Aarts busje (niet meer gezien sinds die rit naar de Alpen [geloof]). Uitgestapt waren Aart en drie mannen - Klaus en zonen! Maar de lol ging vooral tussen Achim en Klaus.

Aart leidde de hele kluwen de kroeg in, naar de stamtafel. Hij keek vragend de kring rond, en bestelde een rondje koffie. Wiesje en ik hernieuwden de kennismaking met Klaus en hoe-heten-ze-ook-weer. Johann en Manfred? Ze waren opnieuw nogal zwijgzaam, en oogden nu eens bedeesd, dan weer verveeld. We maakten kennis met Achim en Ursula. Die bleken uiteraard van mijn leeftijd. Inmiddels kwamen Mart en Afra binnengesneld.

Heb je het voor ogen: Wiesje met drie look-alikes: Diana, Karla en inderdaad ook Ursula. Dat wil zeggen, die oogde meer overeenkomstig haar leeftijd dan Diana.

De grap was echter, dat Diana en Aart elkaar verbaasd bij het station in de stad getroffen hadden, dat Achim en Ursula enerzijds en Klaus en zonen anderzijds in dezelfde trein hadden gezeten, en dat Achim en Klaus oude makkers waren die elkaar vele jaren niet gezien hadden.

Weldra werd de stamtafel een luidruchtige mannenzaak, voertaal Duits met zwaar oostelijke tongval. Aan een ander tafeltje ontstond een vrouwenzaak: Afra, Karla, Ursula en Diana, voertaal weldra ook Duits, maar gemakkelijker verstaanbaar. Gelukkig klikte het tussen Afra en Ursula. Gemakshalve werd Diana in het dutzen inbegrepen.

Bob en Marie kwamen binnen, moesten zich even instellen, en gingen beide kringen rond. Nu bleek, dat Klaus en zonen door Bob waren uitgenodigd, ter gelegenheid van de herrijzenis van de "Glück auf". Die naam bracht ontroering teweeg, want Karla's geboortestreek is getekend door mijnbouw.

Yvonne kwam binnen met Sheila, Wouter en Maaike. Aart stelde hen voor. Sheila kreeg goedkeurende blikken, verlangende zelfs. Maaike werd zichtbaar gewogen en te jong bevonden, maar die leek dat niet te bemerken.

Mart wikte lang, maar verkoos uiteindelijk de vrouwentafel. Wouter wurmde een stoel naast die van Aart, en ging met een bahco zitten spelen. Hij hoorde er metéén bij!

Geert en Herman kwamen binnen met Dennis en vier van hun vrienden. De beleefdheid jegens hen kwam als kil op ons over. Tafel drie werd gesticht. Thea en Janneke schoven daar aan. Wiesje en ik vonden negen mensen rondom een kroegtafeltje al veel, en sloten daarom niet aan. Wel begroetten we innig die vier vrienden, want met vooral één stel daarvan kunnen ook wij het uitstekend vinden. Dennis is niet zo van de intimiteiten, althans niet dat wij weten.

David en Esther begonnen tafel vier, weldra uitgebreid met Josef, Maria en met Sveta in een baby autostoeltje. Bill en Mina schoven aan, Frans en Cisca na innige begroeting door Wiesje en mij ook. Wiesje en ik wisselden een blik: hoe paste zwangerschap (van een tweeling nog wel) in onze wedstrijdregels?

De gelagkamer liep nu snel vol, dus Wiesje en ik zochten geen aansluiting bij een tafel, maar wijdden ons aan de bediening: dan konden Bill en Mina Sveta bewonderen. Ik hield alles wat koffie of thee kon zetten in bedrijf, Wiesje was barmeid, en deed haar best op tosti-ijzer en magnetron.

Bill heeft een inwendige klok. Toen die hem meldde dat iedereen nu een eerste consumptie gebruikt had, beklom hij het podium, sprak een welkomstwoordje, en gaf een overzicht van wat er te beleven was, wijzigingen voorbehouden. Veel bekende onderdelen, maar het wielrennen ging dit jaar veiligheidshalve uitdrukkelijk naast de schelpjes. Nieuw waren gewoon en beach-volleybal. De waarschijnlijke activiteiten van Sans Perail, speeltuin, natuurvriendenhuis en Kees' camping waren hem niet medegedeeld.

Ah, die plekken waren nu door Skype verbonden. Kees bood waterpolo en tafeltennis, Ton en Saar hadden samenzang (trekkersliedjes en strijdliederen), de speeltuin bood workshops patat en pannenkoek bakken, Sans Perail bood weer kraan- en rangeeroefeningen.

Gerben beklom het podium, en stelde zich beschikbaar voor levensbeschouwelijke gesprekken in het kerkje. Uit de provinciale politiek bleken een gedeputeerde en twee statenleden aanwezig, beschikbaar voor vragen en discussies.

Iedereen trok nu zijn plan, en ging op zoek naar de gewenste activiteiten. Wiesje en ik hadden geen zin in wedstrijdjes, lieten een opgeruimde gelagkamer achter, en gingen Ab en Sophie de kans bieden om mee te doen. Sheila en Maaike herinnerden zich nu plots het succes van hun bedrukte T-shirts, en snelden naar huis om te zien wat zij nog ter verkoop konden aanbieden. Maaike ging voor de zekerheid maar weer bij ons op de computer in Abs winkel zitten tekenen.

Die middag hebben we zodoende een wonder gemist. Een grote stoomlocomotief van Sans Perail bleek jarenlang door Achim te zijn bereden. Het weerzien ervan, in behouden staat, schijnt hem bijna teveel te zijn geworden. Het liefst was hij donateur geworden van Sans Perail, maar hij had het niet breed, en hij kon zich de reis ook slechts bij uitzondering veroorloven. Voor Karla was dit de kennismaking met een kant van haar vader die zij nog niet kende.

Zijspoor

Later, in kleinere kring, bleek Achims tragiek. Hij had zijn loopbaankansen en de verwezenlijking van zijn maatschappelijke idealen willen bevorderen met het lidmaatschap van de partij - en dat had hem sinds de Wende opgebroken. Hij was niet omgeschoold toen de stoom verdween, hij was deel van het door velen (maar in zijn landstreek minder) gehate systeem, en dat hij zich als leerling (stoker) de hernia had geschept, dat had zijn latere arbeidskansen nog verder verkleind. En dan was er bovendien die vervreemding van Karla...

Voordat wij die tragiek vernamen was verbetering in zicht, en weldra in gang. Achim en Ursula verbleven dus bij Karla en Afra, en zouden niet meteen na het Heidefeest teruggaan. De verzoening met Karla was grondig, en met Afra klikte het zoals gezegd goed. Er was meer.

Wiesje en ik werden ook in het hart gesloten, maar ze maakten ook nader kennis met Mart en Diana. Die twee paar ouders voelden zich om onnaspeurlijke redenen (nou ja, daarvoor is het gevoel) verwant en tot elkaar aangetrokken. Ze nodigden elkaar te logeren uit. Het handigst bleek echter het hervonden contact met Klaus.

Bij Klaus ontstnapte namelijk een stuk gevoelsleven aan de tucht van zijn rede. De locofilie werd over hem vaardig, en wekte wroeging over de aard van zijn bedrijf. Wij allen (ik weet niet meer wie) konden hem aannemelijk maken, dat hij, zijn gezin en werknemers toch ook moesten eten, en dat er toch echt grenzen zijn aan het bewaren en instandhouden van voortbrengselen der techniek.

Niettemin werd hij donateur van Sans Perail. Zodoende kon hij Achim voorstellen om het overgrote deel van de weg samen te reizen in diens Trabantje, de kosten te delen, en dat hij (Klaus) een groot deel van de weg aan het stuur zou zitten. (Klaus had zelf een auto die veel meer verbruikte.) Uiteraard zouden ze niet wekelijks hier zijn, waarschijnlijk zelfs niet maandelijks. Achim vond het prachtig. De meningen van Ursula, Johann en Manfred waren niet meteen duidelijk.

Overigens ging de aandacht van Bob, Aart, Klaus en enkele anderen (waaronder mijzelf en notabene Wiesje) nu vooral uit naar het opknappen van Bobs Louis XIV. Die stoomsleepboot was mettertijd nog deerniswekkender geworden. We waren inmiddels aardig creatief, maakten met de "Glück auf" een ruwe mal in de lading steenkool van een duwbak, dekten die af met een groot stuk zeildoek, hesen met die kraan de sleepboot dat doek op, en borgden de boot met steigerwerk en trossen.

Terug naar het Heidefeest

Ab en Sophie kwamen ons weldra aflossen in hun winkel. Wiesje en ik slenterden dan maar wat rond.

Het kerkje bleek onverwacht boeiend, want we troffen Gerben er in gesprek met Peter en een christelijk statenlid: twee tegenpolen met ervaringen en een betrekkelijk onbevangen derde. Jitske en Ellen luisterden vermaakt toe, enkele anderen onthutst, en twee vrouwen waren verbeten aan het breien.

Mart gaf weer een dictee in het Latijn, staande in Kees' bootje, maar veel aandacht trok hij niet. Wouter kwam erbij met zijn radiografische model-kraanschip, en probeerde blubber tegen Marts kuiten te slingeren. Maaike kwam er ook bij, vond een hond, en ging daarmee een soort waterpolo wedstrijd spelen tijdens de verrichtingen van Mart en Wouter. Marts inzet viel bijna letterlijk in het water.

Zondag

Zondagochtend (nog net) slenterden wij gezessen naar de kroeg, maar Cisca deed Frans dra afbuigen naar Kees en Nora omdat ze iets wilde weten over de breimachine, en Mart en Diana raakten in gesprek met Toos (met zwijgzame Teun als figurant).

Op de Bittenbrug werd mijn aandacht getrokken door een geur die ik daar niet verwachtte: een mengsel van stoom en kolenrook! Ik trok Wiesje mee, en zij kreeg de slappe lach: "Had ik toen te hard geklaagd over locofilie? Ik dacht het niet!"

Even later waren we, klef nahikkend, bij de bron. Waar vorig jaar Chot zijn perkje had, daar stond nu Aarts locomobiel te pronk. Onttrokken aan aller aandacht, en wellicht aan Yvonnes bedgenot, had Aart (met vlijtige hulp van Wouter) dat oudroest tot staat van nieuw teruggebracht. Naast het opknappen van zijn busje en zijn inbreng bij Sans Perail en Bob! Stilletjes had hij een inspecteur van voorheen het Stoomwezen zo gek gekregen om het ding op zondag te komen keuren.

Stoomwezen

Ab kwam zijn winkel uit gelopen, monsterde het stoomwezen (zo ben ik die locomobiel gaan noemen), en ging midden op straat staan bellen, blijkbaar met beeld. Een, twee en drie uur later verschenen mensen met vrachtwagens met oudroest: machines die door de locomobiel aangedreven konden worden. Het geleek mij een machinale bedevaart naar Lourdes.

Ik herinnerde me Wiesjes omschrijving van een locomobiel [sex]: "de voorloper van de electrische handboormachine, maar dan met de aanblik en afmetingen van een stoomwals". Het voordeel van samen staan te lachen is, dat je elkaar overeind kunt houden - of naar de grond trekken.

Onder de nieuwkomers begroetten wij Fred en Nelleke en Bob en Linda. Gezellig, en achteraf vanzelfsprekend. Fred had een graanmolen bij zich, een zeldzaam voorbeeld van hoe een mobiel stoomwerktuig het werk van een windmolen kon doen.

Ook het stoomwezen ontroerde Klaus hevig: hij wist heus nog wel, in welke staat hij het aan Aart had verkocht. Iemand (Fred?) vroeg achteloos, wat voor brandstof het gebruikte. Aart haalde zijn schouders op: "Vanallesl Ik heb hem opgestookt met een paar zelfgestoken turven, en nu loopt hij op kolen."

Hij zag mij bedachtzaam kijken, en verklaarde: "Gewoon bij Bob gehaald, met een tienvoets container van bij Ab." Ik voelde, dat Wiesje mij aankeek: "Ja, het gaat vast wel over geld." Ze knikte berustend.

Sport

Nee, Wiesje en ik stonden niet urenlang bij het stoomwezen. We aanvaardden de uitnodiging van de boys voor een glaasje bij hen (en hun gasten) op het terras, en gingen met ons achten (zonder Dennis) op zoek naar nog vier mensen voor een potje volleybal.

De boys bewonen het zuidelijkste huis van Us Net aan de heizijde, maar het lijkt alsof enkele meters zuidelijker ooit een huis heeft gestaan of gepland was. De grond is daar vrij effen, met veel zand op het veen. Toch was daar voldoende begroeiing om de gekalkte lijnen van een volleybalveld te dragen.

We vonden Janneke en Thea met hun gasten (zus en zwager van Thea, meen ik) in de stemming voor een potje volleybal, en gingen met hen tegen de boys en hun gasten. Dennis werd aangewezen als scheidsrechter, maar hij keek voornamelijk naar zijn vingernagels.

Het volleybal was een ongelijke strijd. De boys bleken sportiever dan we van hen zouden denken, hun gasten bleken vrij hoog in de competitie te spelen, en aan onze kant was het een onwennig streven naar balbeheersing en aanspeelbaarheid. Die zwager kon tenminste nog naar een bal duiken, maar vervolgens wist geen van ons anderen de in de lucht gehouden bal op te zetten voor een slag (laat staan smash).

Na twee keer 15-0 of zo hadden wij allen er wel genoeg van. De mannen waren toe aan een volgend glas op het terras. Onze vier gingen zonnebaden (het was wisselend bewolkt), en Wiesje en ik slenterden rondjes tussen hier en de Bittenbrug. Kijkend, luisterend of buurtend - aangetrokken door ieder nieuws bij het stoomwezen.

Er waren zelfs twee oploopjes: een web crawler (type overzeese toerist) kwam in botsing met een andere web crawler (type verslaggever op een racefiets), en net voorbij dat volleybalveldje knalden op de schelpjes twee groepen wielrenners op elkaar. Alfred dook op, en heeft van dat tweede een uitgebreid digitaal proces-verbaal opgemaakt.

Nu geen zielenherders of politici in de kerk, wel een spontaan en mooi optreden van Grada's koor. Onder de toehoorders troffen we Josef en Frans met aanhang. Sveta sliep door de muziek heen.

Dra liepen Wiesje en ik naar huis: zij vond, dat ik gemolken moest (althans kon) worden - een nieuwe uitdrukking, die de roep "diepvries!" in betekenis benadert.

We werden (letterlijk en figuurlijk) afgeleid: Karla hield ons tegen bij haar huis, en vroeg of wij Achim naar het station wilden begeleiden: hij wilde die loc weer zien. Wiesje voorzag veel boutjes en moertjes, en wilde Karla mee als gezelschap. Ikzelf vond het inmiddels vrij laat in de middag, en stelde voor, te gaan fietsen.

Station

Tien minuten later waren we op weg. Lopend, want Achim bleek niet gewend aan fietsen in het algemeen, voorzag dus moeite met de damesfiets van Afra (Karla had er nog geen), en had allerlei dranken van Kees eer aangedaan. Hij liep echter als een kievit.

Karla had verkeerde schoenen aan. Weldra nam ze die in de hand, en ging blootsvoets verder. Met tegenzin pasten Wiesje en ik ons aan aan de snelheid van de anderen. Achim en ik raakten steeds een eind voor, maar de meiden liepen steeds een stukje in als hij weer wat bier kwijtmoest.

Tegen zessen bereikten Achim en ik het station. Er was bijna geen publiek meer, maar ondermeer "zijn" loc stond nog onder stoom. De bok was leeg, en hij was met twee treden tegelijk boven.

Ik bleef beneden. Louis kwam naar me toe. Ik vroeg zacht: "Hebben we een rechtvaardiging om hem te laten rijden? Zijn er mensen bij het fietspad, of zo?" Louis dacht even na, en verhelderde. Wiesje en Karla kwamen net het perron op.

Louis zei: "We houden het voor gezien. Laten we het zo doen: er worden geen kolen meer geschept, maar hij mag op het bestaande vuur alles op zijn plaats rangeren. Daarna mag hij nog even met de losse loc rijden als hem dat lukt, mits hij op de kuil eindigt." (Met "op de kuil" bedoelde Louis: boven de plek waar de as uit de vuurkist in water gestort of geschept wordt.)

Achim hing uit het raam van de locomotief. Ik vertaalde Louis' woorden. Achim straalde, boog even naar binnen, en stak zijn hoofd zelfverzekerd weer naar buiten: "Großartig! Louis, kommst Du mir zeigen, was wohin gehört? Larie, stellst Du mir bitte die Weichen?" Ja, natúúrlijk! Het was gewoon fijn om Achim dit genoegen te doen. Louis ging ook al met twee treden tegelijk de loc op. Karla en Wiesje grepen twee losse stoelen, en zochten een goed plaatsje.

Achim was stereotypisch degelijk. Hij zorgde eerst, dat de stoomkraan gerestaureerd was (vuur opgeruimd, voorraden steenkool en water bijgevuld), zette die en de voor rangeer-oefeningen gebruikte wagons op hun plaats, en noodde ook ons drieën op de bok: "Ich schaff' noch een paar Kilometer hin und her. Kommt doch mit!"

Gevijven was het best vol, maar er mocht niet geschept worden, dus het paste. Bovendien klommen Wiesje en Karla de tender op, te weerszijden van de kolenbunker.

Achim keek scherp naar peilglazen, manometer en vuur, keek Louis aan met een weddende blik, draaide de regulateur een klein beetje open, en gaf voorzichtig stoom. Langzaam trokken we op. Weldra liet hij de loc uitrollen. We kwamen griezelig ver de hei op, vond ik.

Achim lachte me toe, gebruikte uiteindelijk de schroefrem om ons tot stilstand te krijgen, en draaide de regulateur dat zelfde beetje de andere kant op.

We haalden de kuil ruimschoots. Deze loc werd niet gebunkerd. Achim maakte grondig de vuurkist en de rookkast schoon. Louis liep de lagers na. Karla zag alle werk bewonderend aan. Wiesje ook, maar die was merkbaar zelf toe aan onderhoud door mij.

Achim kon met een geleende handdoek douchen, Louis met een eigen. Verder leek het station verlaten, ook al waren er waarschijnlijk nog anderen van Sans Perail in de loods. Wiesje keek om zich heen, stond op van mijn schoot, en deed mij mijn "hot pants" (niet die roze) en string uittrekken. Kalm maar snel werd ik "gemolken".

Toen de mannen het perron op kwamen, was ik weer aangekleed. Wiesje zat op schoot, mijn ene hand in haar string, de andere onder haar T-shirt aan een tepel. Louis keek bijvoorbaat al weg, Achim werd knalrood. Ik verklaarde nuchter: "Auch Frauen brauchen gute Pflege." Hij vermande zich, en vroeg zakelijk: "Gehen wir?"

We namen afscheid van Louis, en liepen terug. Achim hoefde minder vaak te stoppen, maar ik kon nu amper het tempo van de meiden bijhouden: Wiesjes krachtvoer is mijn krachttoer, dan ben ik ook figuurlijk leeg. Ik was ook te moe om de woordenstroom van Achim te volgen. Die ging niet over boutjes en moertjes, maar wel over zijn vaardigheid met de regulateur - ook al was hij maar kort meester geweest, en had hij als leerling geen al te gemotiveerde meesters gehad.

We besloten, door te lopen naar de kroeg. Vanaf ons huis werd ik echter ondersteund door Wiesje en Karla. Achim kon zodoende niet naast mij blijven lopen. Hij was inmiddels in zijn herinnering teruggegaan tot zijn eerste locomotief, en tetterde van achteren in mijn linker oor. Volgens Karla was hij toen jegens mij gevangen tussen afgunst ("twee lekkere wijven") en minachting ("watje!").

Kroeg

De zomeravond had blijkbaar de behoefte aan muziek opgeroepen. Op het dorpsplein deed Rokkenrol velen danspasjes doen. In de kerk was Grada's koor nog bezig, zo te horen was het opnieuw begonnen: hun set list is niet zo veranderlijk.

In de kroeg waren Toos en Teun de kern van een Indiase sessie. Op viool en sitar speelden ze een raga tegen elkaar in, min of meer passend begeleid door mensen die zich aan de muziek en onder het bliksemend oog van Toos zelfs aan mijn instrumenten waagden. (Voor mijzelf pleit in haar ogen slechts, dat ik ze gekocht heb.)

Grappig: Thea bespeelde haar basgitaar, en maakte zodoende velen bewust van de gelijkenis tussen haar eigen glijdende stijl en de glissando's in een op snelheid gekomen raga.

Claudia danste weer flamenco, op een uitgespaard stukje toneel. Maaike zat half onder de mengtafel, en liet haar vergeten gewaande speelgoedpanda een bijpassende manlijke rol dansen - eerder een minimale salsa dan een uitdrukkingsvolle flamenco.

Karla en Achim voegden zich bij Afra en Ursula, vooraan nabij Maaike. Afra legde ook hen uit, wat er gaande was. Het leek de andere drie eerder ongewoon dan boeiend.

Wiesje en ik vonden een plaatsje (één stevige stoel) aan die schootzitterstafel achterin, naast de boys. Hun gasten waren alweer vertrokken voor een nieuwe werkweek.

Het Heidefeest had geen slot-hoogtepunt. Het was overgegaan in een soort bezoekuur, en zou als zodanig beslist nog even voortduren.

Frans en Cisca kwamen op ons af: of we morgen met hen naar het zeiltje wilden gaan?

We gingen gevieren naar huis. Bij de Bittenbrug troffen we Mart en Diana, op de terugweg van kijken bij het stoomwezen. (Mart krijgt altijd inspiratie van de sfeer rond zoiets, Diana krijgt inspiratie van de constructies.)

Thuis namen we gezessen op ons bed een slaapmutsje. Diana raakte op dreef in een reeks raadgevingen aan Cisca over zwangerschap. Mart zocht mij om over zijn nieuwe verhaal te sparren en om mijn mening over een nieuwe computer. Boutjes en moertjes voor Wiesje, Frans worstelde duidelijk met zijn aanstaande rol als vader, en samen zochten zij dan ook maar naar een onderwerp. Ah, de honden!

Hector was dolblij met zijn nieuwe leventje, naast zijn vroegere collega, die nu het weinige overgebleven werk deed. Toen Wiesje mij dit even later bij ons avondritueel vertelde, moest ik opeens denken aan Bronbeek. Tja...

Maandag

Het werd een korte nacht, dus een nog kortere nachtrust. Diana was weer eens als eerste op, en nam de wensen inzake eieren op. Aan de ontbijttafel haalde Mart herinneringen op aan die keer dat wij met hen daar geslapen hadden [geloof, sex].

Mart en Diana zouden gaan bijkletsen met Rob en Inge. Achteraf heel logisch, want Rob en Diana zijn geestverwanten, en Inge heeft verhalen die Mart inspireren.

Heide

Weldra waren de boertjes en wij monter op pad. De zon verdreef de nevel, we hadden een duidelijk en leuk doel voor ogen, we hadden degelijk schoeisel aan, en we waren in gezellig gezelschap. Tegen onze gewoonte in liepen we stevig door, want de boertjes wilden voor donker thuis zijn, in Waterland, en dus ook bijtijds daarheen vertrekken.

De heide oogde verlaten. De kudde was waarschijnlijk over het spoor, en slechts weinigen gaan verder dan honderd meter van een pad af.

Het bosje met het zeil lag er vertrouwd bij. Heel stil, een beetje fijn zand en wat dennennaalden over het opgevouwen zeiltje en de steen daarop. Geen mieren. Bij nader inzien lieten we het zeil opgevouwen. Ik had onze luchtbedden in de grote rugzak. Frans en ik bliezen die op. We kleedden ons allen uit, en namen plaats. Eerst maar eens knuffels met koffie. Wiesje was benieuwd naar het vrijen met een tweeling ver over de helft van de draagtijd.

Frans was beschouwelijk: "Eerst kennen ze vader niet anders dan als een grote lul. Dan blijft hij ook nog eens een tijd weg. Na de geboorte krijg je de hele Op een mooie Pinksterdag, en uiteindelijk vinden ze me waarschijnlijk weer een grote lul..."

Geen wedstrijd, maar uiteraard had Wiesje weer allerlei tips voor het aftrekken en pijpen. Hmm... Frans en Cisca kenden die verhalen al lang, maar Wiesje lijkt (nog steeds) echt te zwelgen in de rol van erotiekleraar. Ze heeft heus veel te vertellen, maar (ook toen al) niet meer aan deze twee.

Na enkele kleffe uurtjes sloften we terug.

Opbreken

Thuis bleek het getij verlopen. Diana moest met spoed naar huis voor overleg over veranderingen in de opzet van een werk in opdracht. Dus stonden Mart en zij inmiddels in de startblokken. Oh, ze hadden gerust zonder afscheid kunnen vertrekken. Het wachten was echter op Achim en Ursula.

Die hadden bedacht, dat het eigenlijk heel goed uitkwam (vooral met de reiskosten) als ze nu meteen het logeer-aanbod konden uitvoeren. Ook goed. Ursula was dus halsoverkop beider bagage aan het inpakken, en Aart was met zijn bulli naar het station om Achim daar op te halen.

Ah, daar kwamen ze terug, met ook Klaus & zonen. Dezen moesten ook maar weer eens op huis aan, zeker nu Achim wegging, en hadden nu hun zinnen gezet op de trein terug die ze met Aarts hulp zouden kunnen halen.

De Aufbruchstimmung raakte ook Josefs gezin, maar Maria was slim genoeg om met hulp van Mina en Sophie te bekijken wat behalve leeftocht de moeite van het bestellen waard zou zijn. En dan na Speedy's afleveren te vertrekken.

Kortom, een uur na onze thuiskomst zwaaiden we een karavaantje uit: twee auto's naar Waterland, één naar het station in de stad.

Toen Aart weerom kwam, reed net de bus van Sans Perail en speeltuin de kroeg voorbij.

Dinsdag

Rond het middaguur reed de bulli weer uit. Aart en Yvonne brachten Sheila en Dennis naar Yvonnes ouders. Meteen een bezoekje aan opa en oma voor Wouter en Maaike.

Daarachter hobbelde het autootje van Josef.

Als op afspraak verzamelden de overgebleven schootzitters zich in de kroeg. Ik neuriede de eerste maten van "Farewell blues" (een oud jazznummer dat geen blues is). Herman grijnsde me aan, en zong met een Louis Armstrong stem de eerste woorden van der Rolling Stones "Love in vain": "When the train left the station...". Ik haalde Wiesje aan, en wierp tegen: "Wat nou in vain?" Afra kopte in: "De liefde voor Wiesje zit toch in het bloed in jouw aderen?" Karla balanceerde bewust tussen twee talen: "Us Net is' geil!"

Naar inhoudsopgave. Naar Ritueel [sex]. Naar Voorstellen. Naar volgend verhaal (ongeacht waarschuwingen, in leesvolgorde).