Laatste wijziging: 2018-06-22 (technisch), 2018-06-22 (inhoudelijk). Naar inhoudsopgave. Naar vorig verhaal (ongeacht waarschuwingen, in leesvolgorde).

Larie: "Barbecue"

Het oorspronkelijke verhaal werd een kapstok voor uitweidingen.

Vroeg gedaan - Scarab - Inkopen 1 - Tin Roof - Thuis 1 -Thuis 2 - Inkopen 2 - Terug - Feest

Vroeg gedaan

Ja, die oplaadtijd 's ochtends kan inderdaad ontzettend leuk zijn. Nu had Wiesje weer eens nuffig gedaan, en weldra lagen we bekakt te praten. Toeval of niet (Wellicht had ik een wind gelaten...), we kwamen op de uitdrukking "je stinkende best doen". Treffend bij bekakt praten, maar we knepen elkaar van de lol, keken elkaar aan, en zeiden in koor (nou ja, tweestemmig, muziektechnisch éénstemmig) "je onwelriekende best doen!" Dan is dat op zich al een "wij horen bij elkaar" knuffel waard. Uiteindelijk gingen we niet eens in bad maar onder de douche, want dit was eindelijk een lentedag na late barre koude. Echt weer om buiten iets te doen.

Maar eerst onze boodschappen ophalen! Met ons afval gingen we zowat huppelend (wat we ooit hebben aangeduid als "de Dr. Vogel") naar de loods van Ab en Sophie. Peter keek ons glunderend maar verbaasd aan vanuit de doorgang naar de woningen van het Kwartet: "Goedemórgen… Lopen jullie niet een dag vóór?" We keken elkaar en hem verbluft aan: inderdaad, het moest wel maandag zijn. Hij doorbrak onze beteutering: "Ik heb zin in een feest, een barbecue of zo. Vandaag, want morgen is het al weer minder. Eigenlijk zou ik óók wel willen dat het dinsdag was. Oh nee, want dan zou ik te laat zijn met bestellen. Hoe kom ik vandaag aan alle spullen?" (Ab heeft nu eenmaal bijna geen voorraad buiten kunst, souvenirs, en blikjes energiedrank.) Wiesje was zeldzaam praktisch (op een "boutjes en moertjes" onderwerp!), en wees richting viaduct: "Dáár is een grote supermarkt!" Het wolkje voor Peters gezicht verdween snel: "Prachtig! Hebben jullie zin om mee te rijden? - En eh, weten jullie toevallig anderen die vandaag ook zin hebben in een barbecue? Als ik de kosten voor héél Us Net moet dragen, wordt het wel begrotelijk…" Alweer Wiesje (mijn Wiesje!): "Misschien heeft het Geld iets te vieren? Als wij ons vuilnis thuisbrengen, dan komen we erlangs!" Peter zocht merkbaar naar een gepaste vertaling van de knuffel van verdienste die ze uiteraard van mij kreeg. Het werd een schutterig schouderklopje, maar de boodschap kwam over. Ik stelde voor, dat we hen bij goed bericht hierheen zouden zenden. Hij knikte blij, wij haastten ons huppelend terug.

Oh ja, het Geld houdt nog steeds (sinds iPads en schilderij [sex]) kantoor in de kroeg. Aan de stamtafel, maar in moeiteloze ploegendienst met gewone bezoekers. We liepen er binnen, op onze weg naar Peter. Inderdaad waren de grote iPads er in vol bedrijf. Verder geen gasten. We groetten vriend Bill, en liepen op de verbaasde geldmakers toe. Knuffels, jawel, en Wiesje nam weer het voortouw: "Peter wil vandaag een barbecue voor heel Us Net, maar hij hoopt dat anderen óók iets te vieren hebben..." Het Geld keek elkaar verbluft aan. Toen meende Ruben: "Laat hem dan even hierheen komen. Voor ons telt iedere minuut van niet-opletten." Zoef, Wiesje trok me alweer naar de uitgang. Peter zag ons nadersnellen, zonder Geld maar opgewonden, en kwam tot de juiste slotsom: "Moet ik naar hèn toe komen?" We knikten, hij beende kroegwaarts, en wij volgden eh… beheerst.

Blijkbaar waren ze in die minder dan een minuut tot zaken gekomen, want we hoorden Peter nog naar de deur wijzend zeggen: "De konijnen gaan mij helpen. - Ah, daar zijn ze al!"

Wij maakten niet meteen rechtsomkeert, maar stopten. Ik trok namelijk mijn telefoon, en belde. Wiesje knikte vóórdat de ander opnam. Ze had het goed geraden: ik belde Kees de Jonge, en schakelde naar hands-free. Kees en Nora hadden niks te vieren, of bij te dragen, maar ze wilden wel het fust port schenken waarmee ze aan het experimenteren waren. Vervolgens belde Wiesje Sheila. Die zou meteen Dennis polsen, mede over inbreng van drank die nog over zou kunnen zijn van die keer Schuitje varen [sex].

Peter geleidde ons naar zijn auto, uiteraard een Amerikaanse station car (voor vervoer van de muziekspullen). Ellen had die inmiddels de weg op gereden. Zij schoof naar de bijrijdersstoel. Wij schoven bij Peter op de achterbank. Nol en Gwen waren startklaar met hùn wagen. Oh, daarover moet ik uitweiden.

Scarab

Nol en Gwen mogen dan muzikaal Peter volgen in het Amerikaanse, Nol volgt Gwen in veel andere opzichten in het Britse: liefst Welsh, maar Engels kan ook. Samen zijn zij onvermoed vaardige knutselaars. Dat hebben ze lang voor de buitenwereld verborgen gehouden, maar volgens henzelf hebben ze al doende geleerd, en dan blijkbaar snel. Thank God. Nu verwachtten wij hen in zo'n Bedford bestelbusje dat vijftig jaar geleden in Engeland geen concurrentie had, maar daarbuiten amper voorkwam. Ze verkozen nu echter hun trots: een Scammel Scarab, een prachtig gerestaureerd (feitelijk nieuw gebouwd) driewielig trekkertje met inmiddels verschillende bijpassende opleggers - een voertuig dat op de Digitale Zandweg of in dikke sneeuw door die driewieligheid zwaar in het nadeel is. Maar het ding is ijselijk wendbaar, en Nol en Gwen oefenen er veel mee op dat besloten erf. Nu was blijkbaar een tijdstip gekomen om er weer even mee te pronken.

Inkopen 1

We deinden de weg op. Op fietssnelheid reden we over de klinkers en vanaf Ab het zand. De Scarab leek ons zowaar bij te houden. Vanaf het viaduct bleek de volgstoet van web crawlers flink aangegroeid.

Bij Kees’ camping stond de grote oude Bedford in de smalle berm tegenover de ingang, het linkerportier open boven de weg. Peter nam gas terug, en drukte kort op de toeter. Verrassing: Kees kwam tevoorschijn van (in rijrichting) achter die wagen, en vroeg ons een lift. Hij kroop bij Wiesje en mij op de achterbank. Ach, ik zat toch al in het midden. Kees wilde naar Tin Roof, naar Fred voor een auto-onderdeel. Dat trof dus - maar hij heeft toch ook een personenauto? Weldra wees Peter onder het praten naar achter ons. Kees ontwaarde de Scarab, en werd opgewonden. Ja, het Bedford busje van Nol en Gwen kende hij wèl, dit kevertje nog niet.

Peter parkeerde handig met de achterklep op nog net niet onbeschofte afstand van de toegang tot de supermarkt, de Scammel draaide er sierlijk naast. De parkeerplaats van Tin Roof raakte aardig vol met de volgstoet. Kees leek eerst het opleggertje te willen bewonderen, maar haastte zich dra naar Freds garage, met ruw ellebogenwerk jegens de toesnellende web crawlers. Wij zessen namen een winkelwagen per stel, en haastten ons de supermarkt in. Het was er rustig, zoals gewoonlijk: weinig klanten in de winkel, naar wellicht krijgen ze hun aankopen op een pallet mee: een paar kratten van dit, een karton blikken van dat. Linda had een klant aan de kassa, en bemerkte ons niet. Ik herinnerde me Sheila’s aanpak, en stelde voor om ons te verdelen over eten, drinken en non-food. Peter stemde in door Ellen mee te sleuren naar de dranken. Gwen keek ons vluchtig vragend aan, en leidde Nol stelselmatig-ogend naar het eetbare. Wiesje en ik voelden ons goed bij de ons toegevallen non-food. Ook wij werkten stelselmatig: alsof we een akker ploegden. Weer even uitweiden.

Tin Roof

Het gebouw van Tin Roof is groot. Vloeroppervlak (een voetbalveld, of toch een half?) berekend op vier bedrijven met behoefte aan ruimte, hoogte berekend op een loopkraan en stapelen van kantoorcabines. Dat gebouw is dus zo'n vertrouwd functioneel bouwpakket van staalprofielen en golfplaten op een stevige betonnen vloer, met daarbinnen wat gipswandjes. Die golfplaten hebben trouwens wel een warmte-isolatielaag, opdat er prettig gewinkeld en gesleuteld kan worden. Het gebouw zal ooit aan het oog onttrokken worden door de nu nog jonge aanplant eromheen.

De supermarkt beslaat de helft van het gebouw (omdat het plan voor een andere winkel niet doorging), en voert (sinds de crisis voorbij is) dan maar een ruim assortiment. Voor kleine verpakkingen zijn ze lid van een inkoopcombinatie, maar hun kracht zit in de grote verpakkingen (bier en zuurkool per vat, kruidenmixen en gist per voorraaddoos). De openingstijden zijn op papier ouderwets beperkt, maar in de praktijk ouderwets onbeperkt. (“Met Ans. We komen als de veearts geweest is. Doei doei!”) De boeren uit de wijde omgeving komen wekelijks of zo naar deze oase die zij zelf middels de Rabobank gefinancierd hebben, halen er alles wat ze bedrijfsmatig en privé nodig hebben, praten wellicht bij in de café-achtige ruimte die er sinds kort is, of lopen naar de kroeg op het dorpsplein.

Vroeger zag men elkaar minstens wekelijks in de kerk. Nu heeft Tin Roof (supermarkt, garage en boerderijbenodigdhedenwinkel) die rol overgenomen (afgezien van social media, natuurlijk). Eerst was het van achter de winkelwagens bijpraten, bij regen ook wel door de portierramen van de eigen auto’s. Nu laden ze hun aankopen in hun auto’s of op hun aanhangwagens, en lopen terug naar dat voornamelijk glazen aanbouwtje dat “het Praathuis” heet. Bij goed weer gaat de pui open. In de zon, westelijk aan de zuidrand van de parkeerplaats. (Inderdaad, nabij het begin van het paadje naar het huis van Fred en Nelleke.) Je kunt er praten, je kunt er elkaar je aankopen laten proeven (zonodig ontdooien in een magnetron, waar vind je dat?), en de mensen van Tin Roof komen wel koffie of thee aanbieden, of ook meepraten. Niet alleen aankopen proeven. De vaste klanten kunnen er ook monsters laten zien en proeven van wat ze zelf aan te bieden hebben. Als de partij groot genoeg is, dan neemt de supermarkt die soms over, of verkoopt die in consignatie. Maar levende dieren komen de supermarkt niet in. (Dat klopt niet helemaal.) Oh, ook voorbijgangers die de supermarkt opmerken kunnen er terecht voor een koel blikje fris of een fietsband. Ze kunnen er zelfs naar het toilet. Maar niet naar het Praathuis. Bestuurders van de meestal grote vrachtwagens die Tin Roof bevoorraden kunnen wèl in het Praathuis hun rusttijden nemen, met gratis verse koffie bij hun meegebrachte bammetjes. Inmiddels overweegt een groepje dorpsgenoten de bouw van een vrachtrijdersmotel (gedacht vanuit een bewaakte parkeerplaats) iets ten westen van Eikenrode, bij de afrit van de Digitale Snelweg die Sheila altijd noordwaarts neemt, en aan het grote kanaal. Wellicht wordt het ook een steunpunt voor de binnenvaart.

Terug naar Tin Roof. Mede dankzij de klandizie van dat restaurant op de plek van de kringloopwinkel is er niet slechts een groot aanbod, maar ook een grote verscheidenheid in verse waar. Dat heeft dan weer horeca tot uit de stad als klanten aangetrokken. Niet alle vaste klanten zijn groot. Het dorp Eikenrode is vergrijsd. De inwoners moeten toch al een stap verder sloffen sinds de mensen van Tin Roof hun neringen uit de hoofdstraat hebben verplaatst naar dat ene gebouw. Die hebben vanzelfsprekend aanspraak op aanspraak en koffie in het Praathuis, ook al hebben ze slechts hun dagelijkse muizenhapje gekocht. Trouwens, eigenlijk is er maar één klant die werkelijk omzetbepalend is, een twee-eenheid van een wegrestaurant langs de Digitale Snelweg en een dienstverlenend bedrijf dat uiteenlopend maatwerk levert aan de bedrijven langs de oude weg, het grote kanaal, en zo. Van slechts toiletten schoonhouden tot een bourgondisch bedrijfsrestaurantje bemannen.

Die boerderijen, loonwerkerijen en andere verbonden bedrijven zijn in wezen familiebedrijven, waarbij de kinderschare is opgevolgd door mechanisering. Ze kopen grote verpakkingen om niet mis te grijpen, en ze weten hun opslag- en koelruimten te gebruiken. Wonen ze wat verder weg, dan nemen ze wellicht ook boodschappen voor elkaar mee: een 25kg-baal aardappelen of vier kratten bier.

Hmmm… Eigenlijk ben ik benieuwd, waarom Ab en Bill niet ook hun (dus onze) spullen van Tin Roof betrekken, in plaats van die groothandel verderweg. - Oh, juist. Ab sluit niet uit, dat dat ooit gaat gebeuren, en dat we dan weer moeten wennen aan een zandweg vol kuilen (en met stukgereden regenpijpen eronderdoor, Wiesje!).

Thuis 1

Dat restaurant op de plek van de kringloopwinkel heeft uiteraard een naam: “Thuis”. Inderdaad afgeleid van het gezegde “Oost west, thuis best”, maar er is diep over nagedacht. Rajiv en Hilda zijn vertrouwd met de eetgewoontes van veel culturen, kunnen vanalles aanbieden, maar hebben een voorliefde voor wat deze omgeving op het ogenblik aanbiedt. Zonodig gaat een van beiden of van Tin Roof mee naar het slachthuis om bijvoorbeeld die ene koe volgens dat ene ritueel te laten slachten en na vervolghandelingen (laten uitlekken, villen?) bij Tin Roof ijlings te ontdoen van de begeerde delen, waarna de rest bij Tin Roof op maat kan worden gekocht: dàt stuk van díe schouder. Kost beduidend meer dan de massaproducten die Tin Roof tegen scherpe prijzen voert, maar vliegt weg. Asperges van díe boer, gisteren geoogst? Zoef! Als Rajiv en Hilda niet alles hebben afgenomen. (Enkele akkerbouwers hier experimenteren met wegen om in tuinbouw bepaalde waar dagelijks vers te kunnen aanbieden. Als het die aspergeteler inderdaad lukt om mijn verzonnen voorbeeld waar te maken, dan gaat het om luttele kilo's, dus niet om de opbrengst van een heel veld.)

Thuis gebruikt Tin Roof als just in time logistieke dienstverlener. Een naar verwachting rustige avond, totdat een bus toeristen met credit cards strandt? Groot alarm bij Tin Roof. Eerst een spoedbestelling van die wijnen en die bieren, even later een spoedbestelling van déze aardappelen en gene rijst, en alle nog onverkochte delen van die laatste koe. Tenslotte een spoedbestelling nagerecht en digestive. Het pand van Thuis is te klein voor een buslading klanten, maar dat schuurtje waarin ons Indiaas spul stond te verstoffen is nu een chambre séparée van het restaurant, en de binnenplaats kan middels parasols of partytenten overdekt worden. Bij dergelijke pieken kunnen hulptroepen opgeroepen worden voor bediening en keuken. Aan Tin Roof zijde gaan Bob en Linda in Avondroutine Thuis. Als ze niet toch al late klanten verwachtten (“Met Ans. De veearts is weg. We zijn met een kwartiertje bij jullie. Doei doei!”), dan staan zij (of de neven) met een winkelwagen startklaar ter hoogte van de dranken, later van vers, en tenslotte van zuivel. Meestal brengt een van hen dan de bestelling, soms komt iemand namens Thuis de bestellingen halen.

Dat “stranden” van bussen doet zich vaak voor. Er rijden véél bussen over de Digitale Snelweg tussen de Randstad en Duitsland. Of over die oude weg door Eikenrode, om de sfeer te beleven of om een file te vermijden. Vooral als de terugweg westwaarts is, blijken verstoringen te kunnen leiden tot overschrijding van de toegestane rijtijd van de bestuurder, tot de noodzaak van een tankbeurt, of tot bijvoorbeeld het stukraken van een koelwaterpomp. Dan buigt men node van de Digitale Snelweg af naar Eikenrode, naar Tin Roof om “achterom geholpen te worden”. Daar kan de chauffeur tanken, de pomp laten vervangen, en zelf in het Praathuis zijn rust nemen. De reizigers kunnen even de supermarkt in, maar krijgen ook café en (als het oponthoud lang zal duren) Thuis aanbevolen. Thuis wel met de vermaning om een credit card met “genoeg” vrije bestedingsruimte te hebben. Dan praten we ook over gezelschappen congresgangers of zo, niet over lijnbussen van prijsvechters vol armlastige individuen. Voor de oplettende lezers: genoemd wegrestaurant (“de Rode Eiken”, jawel) deelt amper in het “stranden” van bussen. Vreemd, eigenlijk...

Hmm… Eigenlijk gaat het alarm dus vaak eerder bij Tin Roof af dan bij Thuis. Maar ook Thuis heeft vaak de primeur, namelijk van gezelschapjes die na een rit over de oude weg toe zijn aan een maaltijd, even schrikken van het prijspeil, maar als nieuwe ambassadeurs vertrekken.

Er zijn ook onvermoede hulptroepen. Sheila vertelt haar eigen verhaal in Thuis. Van daar kun je hierheen terugspringen.

Thuis 2

Spijswetten? In de keuken is één toezichthouder welkom. Of iemand uit het gezelschap die het gewenste mag bereiden, maar de stevige prijs verandert niet.

Thuis is geen afhaalrestaurant, maar ook hier ouderwetse regel en uitzondering. Als een dierbare onder de klanten opeens aan huis gekluisterd is (“Met Ans. De veearts denkt dat hij pas vanavond kan komen. Wat doen we?”), dan is de kans groot, dat Hilda aanbiedt om de geplande maaltijd zo behoedzaam mogelijk te laten thuisbezorgen, zonder meerkosten, maar met statiegeld op schotels en zo. Waarna Ans dankbaar de bestelling uitbreidt om ook de veearts te gerieven.

Je proeft het al: ik bewonder Rajiv en Hilda evenzeer als Tin Roof, dat weten ze, maar Wiesje en ik hebben bij Thuis weinig te zoeken. We zijn er een keer de gasten geweest van Tin Roof, min of meer als dank voor die week met hen in Tirol. Ook vegetarisch was het bijzonder en heerlijk, maar we voelen ons er ongemakkelijk. Ze begrijpen het.

De Pijpjes hebben een bijzondere band met Thuis. Hun eerste warme maaltijd na een reis zijn ze te gast bij Thuis, doen culinair verslag, en hebben soms bepaalde kruiden of specerijen meegebracht - op bestelling of omdat het iets belangwekkends zou kunnen zijn. Zonodig schuift Linda bij de digestive aan, om te vernemen naar welk artikel met welke eigenschappen ze óók moet uitkijken.

Inkopen 2

Ja, wat voor non-food zouden we nodig hebben? Wegwerpservies en -bestek, servetjes - maar verder? Vuilniszakken! Afwasmiddel? Schuursponsjes? We kruisten Nol en Gwen. Ze monsterden onze winkelwagen, en wezen: houtskool, bakfolie! Tja, wij vego’s zijn geen barbecue gewend.

Inmiddels had Linda ons ontwaard, mèt ons dralen en mèt de samenhang met die twee paar andere klanten. Ze kwam blij verrast op ons af. Een barbecue voor heel Us Net, en wij daarvan de non-food? Ze keek de winkel rond, zag geen andere klanten dan ons zessen, en wierp zich op als onze coach. Hoeveel barbecue-stellen? Dan ben je voordeliger uit met déze zak houtskool. Die wegwerp-bordjes? Die buigen dóór als je ze in één hand houdt. Neem dan deze stevigere, of laat mensen twee van die slappe op elkaar gebruiken. Enzovoort. We schoten opeens flink op, niet bevreesd voor pogingen tot aansmeren. Opgeruimd zetten we onze winkelwagen in het opstelgebied vóór de kassa. Linda beëindigde haar hulp.

Tin Roof heeft vrij grote winkelwagens, bovendien van verschillende modellen, en veel klanten hebben meer aankopen dan één kar kan bevatten, vandaar de opstelplaats. Desgewenst neem je zelfs een pallet op een pallettruck (zo’n vork op wieltjes) of een rolcontainer (zo’n vogelkooi op wieltjes). Wel uitdrukkelijk voor jouw verantwoording van “potje breken, potje betalen”. Nee, wachten bij de kassa duurt niet lang: men mag zelf scannen, of men is Linda van dienst bij het scannen ("tien van deze, vier van die andere"). Betaald wordt doorgaans per credit card en PIN-code.

We wilden ons net bij Nol en Gwen voegen, maar zagen Rajiv en Hilda binnenkomen. Hilda groette, maar bleef bij Linda. Rajiv liep blij verrast op ons af, begreep dat die wachtende winkelwagen van ons was, en peilde de inhoud. Een barbecue voor heel Us Net? Hij ging ons nieuwsgierig voor naar Nol en Gwen, maakte kennis, en bekeek de inhoud van hùn kar. We zagen hem vanalles denken, maar hij zei slechts, dat dit en dat niet lang goed bleven bij deze temperatuur. Gwen vroeg Wiesje, te kijken of ze genoeg "konijnenvoer" hadden. Dat viel tegen! Ik legde er maar een voordeelzak champignons bij, Nol een tweede.

Weldra ging ook deze kar naar de opstelplaats. Inmiddels was Hilda met een winkelwagen naar de groente-afdeling gekomen. Rajiv voegde zich bij haar. Nol, Gwen en wij zochten Peter en Ellen op. Die hadden inmiddels een goederentreintje karren vol drank. Ik moest denken aan wat Sheila ons verteld had over een fietstocht: een pot Nutella per persoon voor één maaltijd. Wiesje schaterde: inderdaad, Peter leek zijn voormalige drankzucht op heel Us Net te projecteren. Ik probeerde te schatten, hoeveel accijns hier afgedragen ging worden (maar accijns wordt al bij het op de markt komen geheven), en of we Den Haag over de meevaller moesten inlichten, hopelijk op tijd voor de Voorjaarsnota.

Ergens kon ik toch wel met Peter meegaan. Stel Us Net op honderd mensen. Evenveel inwoners die niet meedoen als vreemden die wel meedoen (Tin Roof, Thuis?). Lekker weer, lekker eten, op andermans kosten - dan kom je per wijndrinker op twee flessen, per bierdrinker op zes liter, en jong en oud drinkt minstens anderhalve liter fris. En een liter vruchtensap. Voor de middaguren ook nog iedereen thee, voor de avond deels thee, deels koffie. Vergeet domweg de sterke drank, afgezien van dat fust port. Ruwweg de vrouwen zijn wijndrinkers, ruwweg de mannen zijn bierdrinkers, maar bierdrinkers stappen uiteindelijk over op wijn, en drinken dan één fles (en zijn de volgende dag niet aanspreekbaar).

Kortom,

50* 2 + 50*1 wijn = 150 flessen, maakt 25 dozen, onder te verdelen in rood en wit, zoet en droog
50* 6 l bier, bijvoorbeeld 6 fusten - plus koolzuurpatronen!
100* 1,5 l fris, bijvoorbeeld 100 flessen - of 3 bags siroop?
100* 1 l sap, bijvoorbeeld 100 pakken - of 9 dozen? Vooral dubbeldranken, en zodra iemand ermee begint onverwacht veel belangstelling voor tomatensap
Thee is tegenwoordig algauw een klein zakje kiezen uit een soort sigarenkistje. Hoe maak je het iedereen naar de zin?
Koffie: snelfiltermaling (en filters, welke maat?), merkgebonden cups, bonen voor espresso?

TILT! Ik vond het erg boutjes en moertjes. Wiesje schaterde weer. “Wij horen bij elkaar” knuffel. Rajiv en Hilda waren nabij, waren benieuwd, en moesten ook hartelijk lachen. Hilda had praktijkervaring met thee. De koffie werd bonen voor espresso naar Italiaanse voorkeur.

Nol en ik sloften met pallettrucks naar de opstelplaats, Wiesje hield bij de anderen de stemming erin. Bij het zien van pakken tomatensap dacht ik aan tomatensoep - en vervolgens werd iedere gast ingezet op drie mokken soep uit poeder. (Neehee, waarom alleen tomatensoep?)

Inmiddels was Kees uitgepraat met Fred. Met zijn vervangende onderdeel in de hand kwam hij de supermarkt in, en vergaapte zich aan onze inkopen. Hij vernam het doel (dat in de auto hierheen blijkbaar nog niet ten volle was doorgedrongen), wilde meedoen, en koos de koninklijke weg: hij kocht zich in. Dat drong Tin Roof en Thuis tot kleur bekennen: dat ze helaas geen tijd hadden. We waren iets vergeten, bemerkten we toen Wiesjes telefoon ging. Ja, Sheila en Dennis waren onderweg, maar zonder drank.

Peter ging afrekenen, Nol en ik sloften weer met pallettrucks, nu naar de auto’s. Fred zou met een heftruckje de Scarab beladen. We konden niet eens naar buiten: de web crawlers stonden met hun gezichten tegen de glazen deuren. Linda belde Alfred. Twintig minuten later verscheen die als bijrijder op een trekker met gierwagen, weliswaar gevuld met slootwater. Een minuut later waren de web crawlers spoorloos verdwenen, de gierkar met een druppelspoor. We konden laden. Fred twijfelde zichtbaar: “Vijf man in de personenwagen, dan kan ik daar beter alleen lichte dingen bijdoen. Dat opleggertje kan alles makkelijk hebben, maar niet op het zand.” Kees had een oplossing: “Als Peter mij terugrijdt, dan ben ik in een kwartier klaar met mijn Bedford. Dan kom ik daarmee hierheen.” Aldus besloten. Het kwartet vertrok met Kees en beide auto’s.

Wiesje en ik bleven achter voor het helpen laden, nou ja, voor de gezelligheid. We gingen de supermarkt weer in, en gingen Rajiv en Hilda op de vingers kijken. Rajiv lachte begrijpend: “Zo ben ik óók begonnen.” Hilda had een lijstje met aantekeningen: “We hebben voor vanavond zes reserveringen. Die gasten hebben bewust een rustige avond gekozen om veel aandacht te krijgen. Een groep van vier wil Vietnamees, uit de rijstvelden. Een stel wil Zwitsers, uit het Italiaanse deel. Geen kaasfondue of raclette dus, maar er mag wel kaas in. En ze willen wijn die erbij past.” Rajiv mopperde: “Die rijstvelden zitten ook vol vis en kreeft. Die horen daar bij de dagelijkse kost. Het echte spul kan ik hier niet vers krijgen. Dat snappen ze. Er is een koerier onderweg met levende kreeft en vis die erop lijkt. Hij zal bellen als hij bijna…” Zijn telefoon ging. Hij nam op, en Hilda haastte zich ermee bellend weg. Ze kwam teruggesneld, graaide naar haar eigen toestel, en drukte dat hem in de hand. En het spiekbriefje. Dit gebeurde duidelijk vaker. Rajiv verontschuldigde zich: “Sorry, maar ik moet mij nu even concentreren .Ik zie je later.” We gingen rondkijken bij de kruiden- en specerijenmixen.

Weldra toeterde buiten een vrachtwagen. We haastten ons erheen. Inderdaad stond de Bedford nu voor, zo als Peters auto gestaan had. Kees deed net de achterklep omlaag. Drie web crawlers, waarvan één in motorpak, keken zo belangstellend toe als ik mij herinnerde uit mijn kleuterjaren: ik was gek op kiepauto’s en eigenlijk alle werkmaterieel. Fred verscheen tussen de schuifdeuren, bevond de toestand veilig, en tilde met een kleine heftruck onze spullen op pallets de wagen op. Achteraf hadden we misschien beter rolcontainers kunnen kiezen. Kees had op de laadvloer ook een pallettruck. En die piano. Hij werkte handig de pallets weg die Fred aanreikte, en ik zag dat Fred zorgde dat de zwaarste pallets boven de achteras kwamen. Uiteindelijk moest de inhoud (ophoud?) van één pallet over andere verdeeld worden: zo groot is die Bedford niet (voor een vrachtwagen). Voor de zekerheid gooide Fred een dekzeil over de lading. Ja hoor, dat zeil waaronder Wiesje en ik het Indiase spul begeleid hadden. Wiesje lachte bij de herkenning. Fred snapte het: “En ook vandaag wil ik het graag snel terughebben.” Kees knikte: “Ik denk, dat ik morgenochtend terugrijd. Is dat goed?” Nu knikte Fred.

Terug

We namen vlug en vluchtig afscheid van Tin Roof, en klommen bij Kees op de bok. Ik in het midden. We dreunden weg. De web crawlers volgden ons. We reden langzaam. De web crawler in motorpak haalde ons in, en stak een middelvinger op. Dat was net op de overgang van asfalt naar zand. Hij viel om. We hoorden zijn stuur langs onze vooras schuren. Kees keek in de spiegel: “Die anderen vangen hem wel op. Oh shit, die in dat snelle autootje heeft hem aangereden. - Ach, wat! Web crawlers…” Hij gaf weer gas. Kees zette de wagen aan de kant tegenover Abs loods: “Eerst eens kijken, wat ze willen…”

Sheila en Dennis waren er inmiddels. Nogal aangedaan. Op de snelweg had een snelle auto met onguur ogende inzittenden hen naar de vluchtstrook gesneden. Sheila was meteen op de rem gaan staan, had meteen daarna licht naar links gestuurd, en weer vol gas gegeven. De andere auto was nu onverrichterzake met hoge snelheid tegen de rechter vangrail geknald. Dennis had onder het rijden de politie gebeld, en meteen gemeld dat zijzelf dan maar heel hard bleven rijden om herkansingen te voorkomen. Herkansingen? Oh ja, met gekaapte auto’s. Sheila vond het prachtig om nu eens gelegitimeerd te zijn tot (te) hard rijden.

Ze denkt zelf, dat sommige mannen haar met de liefde voor snelheid hebben besmet. Ze heeft dus die raceboot, ze huurt vaak een snelle auto, en ze kan met beide moeiteloos uit de voeten - ook stapvoets en achteruit. Inmiddels laat de garage Sheila auto’s bij het terugbrengen de brug op rijden (in één keer goed!), opdat motor en koppeling op oververhitting en begin van brand kunnen worden nagezien. Haar reactie: “Nou, dan krijgen die wagens tenminste onderhoud.” (Hé, zowaar een uitspraak die net zo door Maaike zou kunnen worden gedaan.) Maar nu ontlaadde zich de spanning. Sheila zocht steun bij Yvonne, Dennis bij Geert. Sheila dacht hardop: “Ik denk, dat ze mij aanzagen voor een liefje van de baas van mijn garage. Die vent schijnt nogal wat vijanden te hebben. Volgens mij is die garage maar een dekmantel.”

Feest

Peter vond het tijd om eens te gaan opbouwen. In overleg met vooral Bill en Mina werd besloten tot een besloten opstelling: binnen de haag van het Kwartet. Kees verplaatste zijn vrachtwagen, opdat Ab met zijn trekker mooi de pallets die haag door kon rijden. En, oh ja, het fust port van Kees en Nora. Daarna parkeerde Kees de wagen bij Abs loods. Nu brachten enkele anderen hun barbecuespullen naar het feestterrein. Wiesje en ik kruiden wat stapels stoelen uit de kerk (de echte) erheen, Nol en Gwen evenzo uit de huiskamerkerk van Peter. Bill opende de sanitairblokken naast de kerk, en Ellen haastte zich om pijlen op te hangen die daarheen verwezen. Oeps! We hadden geen koeling voor bier en witte wijn, noch voor bederflijke waar. Ab schoof de reefer (container met koelmachine) bij die hij de volgende dag zou inleveren. Gered!

Wel, het feest ontrolde zich zo als verhoopt. Men kwam met huisgenoten of buren aan, begon sowieso met een dronk, sloot aan bij vertrouwden, maar schoof uiteindelijk ook door naar minder bekenden. Er viel te eten en te drinken, dus zelfs de Bios was er, onwennig in het daglicht, zonder beeldscherm, met amper bekenden in zicht. Afra gaf besmuikt commentaar, vooral op Arwen, en onderhield de stemming in een groepje vertrouwden. Wouter en Maaike kwamen uit school gefietst, en gingen eindeloos met elkaar van gedachten wisselen over etenswaren, hun bijdrage aan je gezondheid, en de bereidingswijze. Dennis en Sheila sloten zich uiteindelijk bij hen aan, belust op voor hen nieuwe inzichten.

De Scarab stond naast de loods met bijpassende opleggers en met het werkplaatsje waarin hij was herbouwd. Aart, Herman en Kees van de camping grepen de gelegenheid aan om het ding nu eens goed te bekijken. Uiteraard trok dat Nol aan, en even later Peter. En Bob, een schaduw in een rolstoel. Ook mijzelf, want Wiesje was grootmoedig. Het gesprek ging letterlijk over boutjes en moertjes: materiaal en schroefdraad. Boeiend, maar te diep voor mij. Wiesje geleidde mij schaterend naar een groepje met Inge, Nora en Yvonne. Daar werd gebreide stof met gehaakte vergeleken. Ab sprak met Philip en Ruben, bij wijze van spreken in kolommen van financiële cijfers.

En ja, sommige mensen praten nu eenmaal geremder dan ze musiceren. Pierre, Isabel, Tom en Ina bleven dan maar aan elkaar hangen. Kees van de camping sloot zich bij hen aan. Kees de Jonge en Nora hingen aan bij de buufs en de overbuufs: Nora en Thea delen nu eenmaal jaren van samenwonen. Bill en Mina slenterden rondjes, evenals Wiesje en ik. We probeerden origineel te zijn als we elkaar weer troffen. Wiesje vond, dat Mina onze ontmoetingen maar in een spreadsheet moest bijhouden. Rond elf uur ging Wiesjes telefoon. Nelleke vroeg, of Tin Roof en Thuis nog welkom waren. ‘Tuurlijk! (Wiesje kan dat woord zeldzaam hartelijk uitspreken.)

Twintig minuten later verschenen de SUV van Fred en het koekblikje van Thuis. Linda zocht Ellen (die afgerekend had), en gaf haar een gesloten envelop. Ellen zag Jessica, en wees haar op de envelop. Het Geld had immers meebetaald (en Kees ook). Rajiv torste een krat met onduidelijke inhoud (restjes, maar dan wel “kruimkens van ‘s heeren tafel”), Hilda sjouwde met aangebroken flessen wijn. Nelleke kwam met Fred, Bob, Linda en de neven op Wiesje en mij af: “Hun eters waren vroeg klaar, dus wij hadden ook rust.” Rajiv en Hilda kwamen ook op ons af. Ze zagen mijn vragende blik. Hilda meldde: “Oh, het ging goed, hoor! Maar toevallig waren het geen plakkers, en ze gingen samen weg. Dat stel wilde, geloof ik, dat viertal thuis iets laten zien.” Rajiv ontwaarde Geert, en greep zijn kans. Even later gingen zij met Hilda en Herman naar der boys huis: schilderijen nu eens in het echt zien. En hun electrische kookgerei.

Die maandag was mooi, maar vanaf dinsdag was het weer opnieuw guurder. Dat ging geleidelijk. Wie maandagavond naar huis zou zijn gegaan om een extra laag kleding, die kwam gewoon niet meer terug. Zo doofde de barbecue uit. Wiesje verlangde naar een avondritueel, maar onze afscheidsronde deed ons onder de laatste feestgangers weggaan. Lange, leuke dag!

 

Naar inhoudsopgave. Naar volgend verhaal (ongeacht waarschuwingen, in leesvolgorde).