Laatste wijziging: 2018-04-13 (technisch), 2019-04-11 (inhoudelijk). Naar inhoudsopgave. Naar vorig verhaal (ongeacht waarschuwingen, in leesvolgorde).

Larie: "Drie 3"

[sex]

Noot: Dit "verhaal" is een reeks ontwikkelingen, afgesplitst van "Week 52 2" [geloof, sex]. De reeks begint iets eerder, en loopt door tot ongeveer de Grote Dag.

 

Sexisme? - Schilderij - Exact - Vroeger - Chalet - Plassen - Vervanging - Rituelen - Ontwikkeling - Blender - Onderland - Lekkerkerk - Lepeltjes

 

Sexisme?

Ik moet een indruk wegnemen: een indruk van sexisme. Immers, ik bepleit in een heterosexuele verhouding de bevrediging der vrouw als hoofdzaak. en die des mans als tegenbaat. Nee, de ongelijkwaardigheid zit in de beoogde eindtoestand. Voor de man domweg: voldaan gevoel, geen stijve pik. Voor de vrouw: voldaan, maar stijve tepels en blijkbaar nog steeds een natte kut.

Laat ik de vergelijking trekken met eten, met dineren bij vrienden of in een restaurant. Als afwas en geld maar buiten beschouwing blijven! Dan rijs je node op van je zitplaats, en dan weerklinkt de verlokking “Kan ik iemand verblijden met nog een beetje van dat nagerecht?” Dan kan de man slechts rozig het hoofd schudden, maar de vrouw gaat kwijlend weer zitten. Zo’n verschil bedoel ik.

Schilderij

Oh, we hebben in de vorige verhalen iets nog niet vermeld: de feestelijke overdracht, enkele weken geleden, van schilderij "de Boodschappers" (meervoud) door Geert aan Ruben en Jessica. De stijl was anders dan van "de Boodschapper" (enkelvoud): volgens mij eerder die van Jan Steen bij zijn roemruchte Huishouden. Met Wieske en Maaike door het open raam naar binnen klimmend, gekleed in prachtig gehistoriseerde T-shirts en jeans rokjes met camel toes. Blijkens zijn mondelinge toelichting had Geert bovendien tal van verwijzingen aangebracht naar conjunctuur, rentestand, koersontwikkeling en de onzekerheid bij dit alles. Echt alweer een kunstwerk waarin Geert zichzelf overtroffen had. Ruben maakte verguld de koopsom electronisch over. Ze gaven samen een rondje. De aanwezige kunstkenners hebben dwepend over het schilderij geschreven, en de ongenode web crawlers hebben het hunne bijgedragen tot de (niet-gerealiseerde) waardestijging van het doek en de nog verdere vergroting van Geerts roem.

Beschouwingen

Exact

Maaike kan sommige dingen “exacter” onder woorden brengen dan gevoelsmens Wiesje. Zodoende hebben we elkaar wensen en vervullingen nauwkeuriger kunnen omschrijven. Alweer een grote sprong voorwaarts in ons drieër sexleven.

Vroeger

Nog een uitweiding: "vroeger" (Haags uitgesproken als "vgoegah"). Ik bedoel nu niet die nieuwe mogelijkheid die ons (althans de katjes) gegeven is om himalaya's te herbeleven. Ik bedoel gewoon herinneringen ophalen aan vrijpartijen of sexuele indrukken. Met Wiesje heb ik veel herinneringen aan vrijpartijen buiten, vooral bij onweer. Met haar en Maaike gaan de herinneringen terug tot dat ik ze voor het eerst met een begin van vrouwelijke vormen zag. Met Maaike heb ik ook de herinneringen aan onze eerste sexuele handelingen uit die prille tijd. Wiesje ik en dagdromen dan over zo'n herinnering als Maaike naar school is, maar we dagdromen ook gedrieën, vaak in stootligging na een hele competitie. Wiesje kent alles met Maaike. Maaike klemt zich tegen ons aan om die andere dingen mee te krijgen. Dat praten over "vroeger" loopt steevast uit op herbeleven van die gevoelens, en weldra ook van de daden. Ik word nòg opgewonden van die "tuinbonen" van Maaike, maar ik geniet meer van de kleine borsten met grote tepels waartoe ze zich ontwikkeld hebben. En zo. En voor Maaike was het destijds een hele gewaarwording, dat mannen lichamelijk opgewonden kunnen raken van de aanblik van een bloot pubertje.

"Vroeger" is een heerlijk onderwerp bij het cocoonen: als de regen tegen de ruiten slaat. Maar we loeren op een gelegenheid om ergens in het wild te kamperen (of bij Botje te logeren), en dan nieuwe driepersoons herinneringen toe te voegen. Het schuine ven staat bovenaan de lijst van kampeerplekken, maar Maaike droomt met ons mee over kamperen in een dikke laag sneeuw.

Chalet

We dagdromen trouwens ook van het chalet [geloof]. Het zou best kunnen, dat we met Aart, Yvonne, Mart, Diana en Elsje een week daarheen gaan. Of met Gerben en Jitske. Over hen schrijven we niet zo veel, en we zien hen minder dan wekelijks, maar vooral Gerben en ik hebben een flilosofische klik. Een beetje zoals ik ook al decennia met Mart heb.

Plassen

Ik werd wakker van langzaam afgetrokken worden. Van links, waar Maaike meestal is, en in haar stijl. (Ja, eigenlijk heb ik altijd al Wiesje aan mijn rechterzijde (niet slechts in bed), en Maaike kwam dus vanzelf op links.) Maar eigenlijk moest ik plassen, en bovendien werd het volgens mijn ontwakende telwerk toch echt Wiesjes beurt voor een kwakkie. Ik seinde beide met mijn vingertoppen op Maaikes lijf, en gaf haar een korte knuffel. Ongeveer herstel van hoe ze in stootligging zou liggen, want mijn rechterarm lag onder Wiesje. Maaike seinde het gebaar terug dat berusting betekent.

Wiesje lag op haar rechterzij te slapen: vanuit stootligging afgerold en dóórgerold. (Ze moet met haar knieën buitenboord hebben gelegen, want zelfs een breed tweepersoonsbed is niet berekend op twee vrouwen met brede heupen plus een man.) Met de vingertoppen van mijn rechterhand raakte ik haar linkerborst, kun je nagaan! Ik streelde die borst, en seinde er, dat ik nú moest plassen. (Dat gebaar heeft trouwens een breder gebruik gekregen, kan ook domweg “nu opstaan” betekenen.) Wiesje werd node wakker, draaide terug, beantwoordde mijn korte knuffel, en kwam overeind. Maaike ontstak het achtergrondlicht, en kwam ook overeind. Vaste vertederende gewaarwording: beiden slaan het dekbed naar het midden terug, op zich logisch, maar begraven mij zodoende onder twee extra lagen. Korte driehoeksknuffel, op naar de plasplank.

Eigenlijk hebben vrouwen een reeks standen om hurkend te plassen: van ineengedoken tot triomfantelijk breed-uit. De katjes zijn op de plasplank altijd triomfantelijk. Uiteraard: ze hebben immers prachtige lijven, en ze vragen mijn aandacht voor nog meer onderhoud daaraan. Meestal gaat als eerste degene die het sein tot plassen gegeven heeft, maar terwille van de prikkeling ga ik doorgaans als laatste. (Hmm, zou ik niet juist als eerste moeten? Oh, wacht, niet om de prikkeling, maar om de volgorde van de fles: tweemaal schoon water spuiten, dan eenmaal pik dompelen, dan legen en met schoon water vullen. Bloedt één van de vrouwen, dan gaat die als laatste vóór mij.)

Maaike ging eerst. Die wekt altijd de indruk, dat ze mij als een kikker tegen de borst zou willen springen. Zonde van al dat weggespoelde wit, maar dat is zó aangevuld. Dan Wiesje, eerder wenkend dan springend. Nog steeds wat rood tussen alle wit. Tenslotte ik. Zowaar met een stijve, zeker na het zien en helpen van de katjes. Nou, dan probeerde ik het maar op handen en knieën. Kleine meisjes mogen dan verbaasd zijn over de uitwerking van hun lichaam op mannen, ik blijf me verbazen over de uitwerking van mijn oude lijf op mijn vrouwen als ik zo dierlijk plas. Vervolgens had Maaike weer eens de fles in handen om mijn pik te dompelen. Die kleine (iets langer dan Wiesje) is echt gehaaid!

Driehoeksknuffel, terug naar bed, stijve aanbieden aan Wiesje. Kijk, dit is een uitzondering op de “vrouw eerst” regel: ik wilde eigenlijk weer slapen, maar ik wilde Wiesje het kwakkie geven waarvan zij altijd zo geniet, en dat anders door Maaike geïnd zou worden. De katjes herkennen die afweging beter dan ikzelf. Wiesje ging me dankbaar pijpen, ging over me heen liggen, en liet Maaike in haar mond zoeken naar niet doorgeslikte resten kwakkie. Ja, dat is lief! Driehoeksknuffel, zaadvrije tongzoen met Wiesje, zaadvrije lange tongzoen met Maaike. Ja, die had zichzelf overwonnen bij het niet-opeisen van het kwakkie, en had dus wel zo’n geliefde lange tongzoen verdiend. Ik viel erbij in slaap.

Vervanging

De katjes maken het trouwens steeds bonter: het "zoeken van mijn kwakkie" wordt soms uitgebreid tot het (afwisselend) spelen van mij. Geen "vader en moedertje", maar "Larie en Wiesje" of "Larie en Maaike". Ook al lig ik er in huidcontact bij! Ze hebben inmiddels ook de kortsluiting (de hele) voorelkaar: Wiesje (met de iets meer uitstaande tepels) moet de borstjes laten hangen, en Maaike (met de iets neer vooruitstaande tepels) moet op haar rug liggen en de borstkas breed maken. Maar goed, beide nieuwtjes geilen mij op. Niet slechts mij. Mart en Diana gingen de kortsluiting ook proberen: theezakjes en mannenborsten. Afra en Karla daarentegen namen juist het "Larie spelen" over: ze weten immers hoe ik bef en vinger, maar ze hoeven mijn zaakje juist niet.

De katjes hebben Wiesjes ooit gekregen vibrator bij hun spel betrokken. Bovendien was Maaike na de laatste schooldag voor de Kerst thuisgekomen met enkele plastic maskers van een feest. Het ging haar om de neuzen (vaak snuiten), ter vervanging van mijn gok. De bevestiging (in plaats van een elastiekje) moest hiertoe wel èrg zwaar worden. Dan niet, de lol wàs er - en ik zou waarlijk niet gedacht hebben, dat Maaike (laat staan een ander) zoveel en zó positieve uitwerking op het sexleven van Wiesje en mij (en nu zichzelf) kon hebben! 

Eigenlijk zit die lol volgens mij vooral in een houding tegenover blootheid die vrouwen wèl hebben, en mannen niet. (Wiesje zou het niet weten, en Maaike zal erop letten.) Veronderstellenderwijze: vrouwen willen het liefst bloot zijn (maar wèl behaaglijk warm). Dat wordt door de omgeving toegestaan, totdat een meisjeslichaam blijkbaar de aandacht gaat trekken van mannen. Dan moeten de drie plekjes voortaan bedekt blijven. Totdat die vrouw eens vaststelt, dat die man met wie ze nu samen is mag (of zelfs moet) weten, hoe zij bloot oogt. Dan geniet ze weer van de prikkelingen die ze zelf voelt, en ook van de prikkelingen die ze hem aandoet. (Terwijl mannen tegenwoordig zelfs een boxershort al bloot lijken te vinden.) Ik noem dat gevoel maar even "bevrijding", ongeacht de juistheid en de nauwkeurigheid van mijn beschrijving. Die bevrijding, dàt is volgens mij de grond van die blijde speelsheid van de katjes. Wellicht is het zien dat ze dat gevoel delen de hoofdzaak. Want hoe blij ze ook met mij zijn, die uitbundigheid hebben ze slechts samen.

Nou… misschien had ik onlangs ook bruikbare inbreng. Maaike was toen uit school gekomen met de wetenschap, dat sommige Ierse liedjes een dubbele bodem hebben. Ik meende te weten, dat dubbelzinnigheid in de kunst heel gangbaar is - ook in de Nederlandse liedjes. (Nee, "Sinterklaas kapoentje" is openlijke minachting.) Zelfs in "het Loze vissertje" zit volgens mij méér dan dat het molenarinnetje gezoend wil worden: diepe paadjes vol water, vissen in het riet - oh, de gleufjes van de katjes lopen over, rieken naar vis, en het is aan mij om het "riet" niet allemaal in mijn neus te krijgen. Ja…, als ik het zó bekeek… Wiesje vertelde Maaike nog even van de leren laarsjes die ik in Amsterdam in een kast moet hebben liggen: puntige comboylaarsjes, aandenken aan Texas. Maaike keek mij aan met een mijlpaal in haar gebruik van woordspelingen: "Auf los geht's loos, Herr Visser." Gelukkig was zij volgens het competitieschema aan de beurt, anders had ik Wiesje ernstig tekort moeten doen.

Over “bonter maken” en “blootheid” gesproken: Wiesje heeft zich ontplooid als onze kledingcoördinator. Ze zorgt, dat we bij aangekleed zijn (Mij lijkt “gekleed gaan” te deftig verwoord.) bijeenpassende kleuren dragen, en vooral zij en Maaike bijeenpassende of liefst gelijke kledingstukken. Omdat Maaike naar school kleding draagt, gaat Wiesje uit van (de beschikbaarheid van) die kleding. Een deel van beider garderobes kan ook door de ander gedragen worden. Dat gebeurt wekelijks, schat ik. Maaike en ik vinden het best, maar beschouwen Wiesjes voorstellen niet als bindend.

Rituelen

Inmiddels is het nieuwe jaar begonnen. De rituelen ontwikkelen zich. Het gaat nu als volgt.

Op een schooldag SMSt Maaike aan Wiesje, welke thee (danwel koffie) ze bij thuiskomst belieft, en of ze in bad wil. Gewoon één of twee trefwoorden. Dat bericht verzendt ze als ze bij het viaduct is. Dan hebben wij ongeveer twintig minuten. Die tijd benutten wij meestal om een onderhavige liefkozing af te maken, om de betreffende thee (danwel koffie, indien filterkoffie) te zetten, en in de eerste plaats om zonodig om het bad te laten vollopen met heet water. (Dubbellang bad, heet water, dat duurt even. Anderzijds ontwikkelt zich de gewoonte om het bad tot rond het opstaan ‘s morgens niet te laten leeglopen, maar het bij te vullen met heet water, en daartoe zonodig kouder water te laten weglopen. We zijn zodanig badschuim gaan gebruiken, dat het een isolerende laag lucht op het water vasthoudt.) Vervolgens stellen wij ons op bij de keukendeur, en gooien die open zodra we Maaike horen naderen.

Zij tilt haar fiets over de drempel, ik neem die aan, zet die in de bijkeuken, en haal eventuele bagage eraf. Wiesje neemt Maaikes buitenkleding af (actiever dan "aan"), schoeisel inbegrepen. Vervolgens help ik Maaike uit haar boven- en onderkleding. Inderdaad, dan gaat ook een inlegkruisje of tampon de pedaalemmer in. Die kleding is meestal bezweet van de heen- en terugtocht. Wiesje gooit die dan in de wasmand (in de bijkeuken. Intussen ga ik met Maaike op schoot met de traplift omhoog. (Eenpersoons, maar hij houdt ons!) Wiesje komt na met ondermeer Maaikes mobieltje.

Plasplank, gevolgd door bad of bed. Vaak moet Maaike trouwens schijten: dat hoort bij véél volkorenbrood eten. Dan liggen Wiesje en ik op de luchtmatras aan haar voeten, en dan vertelt ze alvast iets over haar dag. Dan doen Wiesje en ik zonodig de plasplank. Ik op handen en knieën, want dat vinden beiden toch wel mooi!

Bad of bed blijft een moeilijke keuze: eerst schoonmaken of eerst vrijen? Na krap een half etmaal van huis snakt Maaike naar een man in haar. Het lijkt steeds zo te gaan verlopen, dat ik haar gauw een enkeltje vinger tijdens een tongzoen, en dat ik daarna een sur place doe. Pas tijdens ons naspel komt er noemenswaardige wisselwerking met Wiesje, afgezien van een korte knuffel bij de keukendeur. Vervolgens wil Wiesje uiteraard mijn kwakkie zoeken. Pas dáárna komen we toe aan het bad, indien besteld, en aan de thee (of koffie). Dan is Wiesje meestal degene die de thee- of koffiepot en de ene mok uit de slaapkamer meeneemt naar het bad, of ik ben degene die het espresso-apparaat in de keuken een mok "espresso" (caffè lungo) ontfutselt, en die naar het bad brengt.

We hebben nog geen vaste wijze waarop ik het bad in stap en Maaike op schoot neem. Vooral, omdat Maaike en Wiesje nog geen vaste houdingen hebben gevonden voor die luttele tijd. Want ook al zijn ze dol op elkaar, Maaikes behoefte aan een man (in de loop der minuten dan steeds zekerder aan mij) houdt nog een tijdje aan. En was is het heerlijk om Maaike dan te "wassen": haar alle vermeende vuil van haar lijf te strelen, te beginnen van haar borstjes. Intussen speelt zij dan met het slappe spul tussen mijn benen. Ze kan er lang en dromerig van genieten, sinds ze van ons geleerd heeft, dat het hebben van een stijve eigenlijk maar vermoeiend is, slechts geschikt om sur place mee te doen. Gaande mijn oplaadtijd krijgt Maaike dan steeds meer oog voor het smachten van Wiesje. Dan komt er een tijdstip, dat ze wil overstappen - maar dat wordt dan gezamenlijk terug naar het bed, amper afgedroogd, tijd voor Maaike om nu eens Wiesje te verwennen. Ja, en die is na een half etmaal met alleen een man wel weer aan een vrouw (nou nee, slechts aan Maaike) toe. De man in de stofjas bindt zich vergeefs een blinddoek voor. Wiesje en Maaike hebben eens als proef hun schaamhaar en het mijne ingekort tot de lengte van mijn baardhaar (dus net geen stekeltjes), en zodoende het genot van het toekijken zeer vergroot. Proef omgezet in gewoonte.

Dan komt dus weldra de tijd, dat ik kan tonen, dat de oplaadtijd ten einde loopt. Dan is toch echt Wiesje weer aan de beurt. Eerst een enkeltje (na alle werk van Maaike), en dan ook voor haar weer een sur place - en kwakkie zoeken voor Maaike.

Inmiddels is het de hoogste tijd om aan warm eten te gaan denken. Doordeweeks koken we al helemaal eenvoudig. Toch hebben we ook hier een stuk Konijnenwet: wie het menu besteld heeft, of uit beschikbare bestanddelen samengesteld, die coördineert de bereiding. Dan zijn we eendrachtig aan het schillen, snijden, gaarmaken. Inmiddels hebben we een gezamenlijke voorliefde voor onze electrische spullen, en oog voor de lagere vermogensstanden van de magnetron: dan hebben we weer enkele minuten om te knuffelen, totdat alle belsignalen en nagaar-minuten verstreken zijn. Maaike eet beduidend meer dan Wiesje en zelfs ik, want dat fietsen vergt arbeid. Inmiddels kennen we ook elkaars voorliefdes en hoeveelheden.

Dan zitten we gedrieën aan de keukentafel te eten, bloot, ik aan een korte kant van de tafel, zij aan de lange kanten, zo dicht mogelijk bij mij. We hebben het al eens (met een woordspeling op ons eigen woord) "stootzitting" genoemd. Soms voeren we elkaar een hap. Komkommer is een geliefde rauwkost, banaan een geliefde vrucht. Tja, en na het eten snellen we weer naar boven. De afwas blijft staan voor Wiesje en mij. Boven beginnen we dan maar vast met het avondritueel, want tegen de tijd dat we ermee klaar zijn, is het tijd voor Maaike om te gaan slapen. Uiteraard gaan we gedrieën slapen.

Op schooldagen moeten we vroeg op, en op andere dagen zitten we in dat ritme. Dus vroeg naar de plasplank, vroeg ochtendritueel met voorrang voor Maaike, ontbijten (vooral Maaike), brood smeren voor Maaike, douchen (of steeds vaker het niet-lege bad weer in), Maaike aankleden en inlegkruisje of tampon geven (ik), haar schoeisel en buitenkleding aandoen (Wiesje), bagage op Maaikes fiets bevestigen en die fiets klaarzetten om naar buiten te rijden (ik), afscheid nemen van Maaike (en van onszelf, weet je nog?), en dan snellen Wiesje en ik weer naar bed voor wat Wiesje tekortgekomen zou kunnen zijn en na Maaikes ommekomst tekort zou kunnen komen. Nou, en uiteindelijk moeten we eens opstaan voor boodschappen of zo. Dan is het ook de tijd om samen de afwas te doen, en wellicht om een was te draaien. Nee, Wiesje en ik maken weinig kleding vuil, Maaike des te meer - en wat dacht je van ons beddegoed?

Oh, daar had Maaike geweldige inbreng! Ze had bedacht, dat het voor school handig zou zijn, als de ergste knoeiboel over zou zijn. Dus heeft ze met wat schikken een dagelijks tijdstip voor haar pil gevonden dat maakt, dat ze zaterdagochtend vroeg begint te bloeden. Ze heeft Wiesje naar de tegenfase geholpen: die begint twee weken later op zaterdagochtend - en die is dan minder rood als ze mij voor zich alleen heeft. En maandag is wasdag voor het vuilste beddegoed, maar dan draaien we ook een was op donderdag. Mooi, hè?

En na alle verplichtingen duiken we weer het bed in. Totdat Maaikes SMS binnenkomt.

Wat een leven, hè?

Ontwikkeling

Maaike ontwikkelt zich snel. Ze was altijd de jongste van een gezin met vier kinderen, ze is nu de weliswaar jongste maar gelijkwaardige volwassene van drie. Ze weet al jaren, dat WIJ openstaan voor al wat zij te bieden (ruimer dan zeggen) heeft. Wiesje bewondert haar om "boutjes en moertjes" invallen, zoals die fase-aanpassing in beider cycli. Andersom bewindert Maaike Wiesje om haar taalvaardigheid en om haar evenwichtigheid. Ja, Wiesje durft nog steeds alles met mij erbij, maar ze durft ook steeds meer zonder mij erbij, ze kan het opbrengen om Maaike te laten voorgaan op schooldagen, en ze betoont zich steeds meer (duidelijker en vaker) de leider (richtinggever) van ons huishouden. Terug naar Maaike.

Blender

Maaike heeft de blender ontdekt, in de eerste plaats voor broodbeleg. Dat betreft enerzijds de smeerbaarheid van beoogd beleg, anderzijds het mengen van smaken. Ze vindt bijvoorbeeld banaan met gember lekker op brood. Schijfjes banaan en stukjes gember zijn lastig, dus pureert zij een banaan, raspt wat gember, en roert dat dooreen. Dat prakje is smeerbaar, en Wiesje en ik lusten het ook. Dus gaat het meteen met twee of zelfs drie bananen. Of ze doet tomaat en avocado, desgewenst uitgebreid met ijsbergsla, komkommer en zilveruitjes. Ja, dat wordt dus een soort sandwichspread. (Dat gaat niet in een apparaat met slechts mesjes onderin, wel in zo een met een raspwiel bovenin. Zij noemt ook die machine een blender.)

Dergelijke vindingen sijpelen ook door naar allereerst Aart en Yvonne en naar de buufs. Het blenden sloeg ook meteen aan bij andere stellen: Bill en Mina, Kees en Nora.

Onderland

Ik denk vaak terug aan die droom (Larie in Onderland [sex]). Ik zie mezelf bij de opening van een schede liggen te luieren, en te gaan slapen in de baarmoeder. En dan uiteraard minstens dagelijks overklimmen naar de andere vrouw. Maaike plofte: "Asjenetwaagt! Dan doe-n-ik je in een doosje!" Wiesje en ik schaterden. Ten eerste is Maaike weliswaar krachtig, maar kalm. Ten tweede spreken zelfs de Amsterdammers onder ons doorgaans niet (meer) met een zo Randstedelijke tongval, en op school hoort ze een ander accent (of zelfs plat). Ten derde is het woord "doosje" dubbelzinnig. Wiesje prees Maaike: "Van de schede in het doosje… Dat is een mooie konijnenversie van 'Van de regen in de drup'." Maaike kon allengs meesmuilen, terwijl ze zocht, vanwaar ze deze Amsterdamse uitval had. "Ik weet het… Juf Mina riep vaak 'Asjenetwaagt!' als we op school iets ongewensts dreigden te doen."

Lekkerkerk

Bij ons gaan sex en humor hand in hand. Ik had Wiesje en Maaike eens aangeduid als “Lek en Lekker”. Dat deed de vraag rijzen, wie wie was. Maaike wist: “Wie gebeft wordt, is lekker.” Toen ik Wiesje aan het beffen was, herzag ze haar mening: “Wiesje is lekker, maar ik ben lekkerder.” Sindsdien is het een voortdurend bekvechten over wie lek, lekker of lekkerder is. Dat bekvechten ontaardt vaak in “aftuigen” en “worstelen” waarbij de tweemaal vijftig tinten grijs mij in de ogen spatten. De man in de stofjas slingert een nietsvermoedende klant een roze opoefiets naar het hoofd. Lekker puh!

Op zekere dag kwam Maaike uit school, en gebruikte de uitdrukking (die ze blijkbaar had horen gebruiken): “Je bent niet lekker!” Wiesje kaatste meteen: “Klopt: ik ben lekkerder.” Ik noemde het “droge humor”, en meteen kaatste Maaike: “Met droge humor ben je niet lek.” Wiesje herzag: “Oh, dan ben ik lekker.” Toen ik haar (na Maaike) aan het beffen was, kreunde ze: “Larie is lekker bezig.” Maaike erkende: “Dan ben jij lekker, en ik lekkerder.” Afijn, we duiden de konijnenflat nu aan als Lekkerkerk.

Lepeltjes

Nog een ontwikkeling. Eigenlijk was ik gewend, op mijn zij te slapen. Enerzijds om te voorkomen, dat omhoogwijzende voeten ingestopte bovenlaken en deken zouden loswerken. Anderzijds om mijn rug als radiator te kunnen gebruiken. Met alleen Wiesje samen onder een dekbed werd het: naar elkaar toe gedraaid liggen (zij het soms “lepeltjes”), en des te meer behoefte aan een radiator. Met Maaike erbij en ik in het midden werd het meer op mijn rug liggen, en des te meer oververhit raken.

Op een nacht lag ik naar Maaike toegewend. Eigenlijk wilde ik slaapdronken terugdraaien, en tastte met mijn bovenste arm achter mij. Daar raakte ik inderdaad Wiesje. Die begreep in haar halfslaap, dat ik haar wilde tonen dat ik haar niet vergeten was, en was tot tranen geroerd door die beroering. Toen hebben we in een spoedvergadering besloten, dat degene in het midden bij op de zij liggen in beginsel herhaaldelijk achter zich zal tasten met die lading van liefde en aandacht, dat knok-tik-zon die boodschap “verwoordt”, en dat knok-knok betekent dat die middelste wil terugdraaien.

Dus sindsdien lig ik weer vaak op mijn zij. In dankbaarheid aanvaard door degene die dan mijn voorkant heeft, door gebaartjes getroost geduld door degene die dan mijn achterkant heeft. Gedrieën nog hechter verbonden door die wetenschap van aandacht die eigenlijk begon als niet willen pletten. Nou ja, hoe ik ook lig, er wordt zo mogelijk een flapje en minstens een tepel per persoon tegen me aan gevleid.

Ook dat is een ontwikkeling. We bemerken alledrie, dat Maaike rustiger wordt. In die zin, dat ze net als Wiesje steeds meer geniet van het samen zijn, en minder sur places nodig heeft. Oh, zeker, beiden krijgen er twee per dag, maar dan als uitvloeisel van lang en verstild knuffelen. Drie- en tweepersoons stootligging.

Minder sur places betekent ook: minder kwakkies te zoeken. Zodoende wordt het nu zoeken naar "Heb je ècht geen kwakkie?" - en dat brengt ons dan terug bij ons aloude Controle.

 

Naar inhoudsopgave. Naar volgend verhaal (ongeacht waarschuwingen, in leesvolgorde).