Laatste wijziging: 2020-05-12 (technisch), 2020-0420 (inhoudelijk). Naar inhoudsopgave. Naar vorig verhaal (ongeacht waarschuwingen, in leesvolgorde).

Larie: "Corona 1"

[geloof, sex]

Houd anderhalve meter afstand tot je beeldscherm!  ;-)

Ik zoek naar de "beste" stijl inzake cursiveren van begrippen. Dit verhaal is daarin wellicht inconsequent, evenals het vorige en wellicht volgende. Sorry!

Aanduidingen - Leventje - Gaasbanken - Visioen - Wisselen - Toilet - Heide - Logeren

 

Aanduidingen

Eerst even wat voornamelijk nieuwe aanduidingen:
Malawiel: Maaike, Larie, Wiesje en Elsje
Lawi, de oudjes: Larie en Wiesje
die kleine: Maaike
dat kleintje: Elsje
de kleintjes: Maaike en Elsje
de ouwe bok: Larie

Leventje

De laatste verhuisdozen waren geleegd danwel weggezet, de hier nog vaak stormachtige zuidwestenwind was geluwd, de eerste vogels bezongen hun grondgebied, en toen kwam de kou uit het oosten, vergezeld van een zeer besmettelijk en soms dodelijk virus. Fort Rimboe bewees alweer de kracht van Maaikes ontwerp. We konden alweer uit de wind en in de zon op de binnenplaats zitten. We konden ons terugtrekken in splendid isolation. Domweg iets geestdriftiger de plantenkas laten werken (temperatuur graadje hoger, en zo), en de droppings van Pegasus binnenhalen. En de poort dicht houden.

Ja, Pegasus zweefde en vloog weer, en bezorgde nu aan huis, breekbare spullen uitgezonderd. Voor ons betrof het voornamelijk “hygiënische producten” en koffie: wij zieden geen zeep, wij scheppen geen toiletpapier, wij persen geen tampons, en de westvleugel verbruikt onwaarschijnlijk veel koffie. Wij vroegen ons nog af, of onze Europese onsterfelijken vele sterfelijke beschavingen van nu nog steeds koffie (een vondst uit Afrika) zouden kennen.

Mina had haar schooltje veiligheidshalve gesloten, maar eigenlijk was dat een smoes om het sluiten van de kroeg te volgen, en dan samen met Bill bij Aart en Yvonne te komen logeren. Geef Mina en Yvonne een pot thee, liefst ook iets erbij met chocolade, en je hebt geen omkijken naar hen.

Bill is eigenlijk meer bevriend met Ab (die nu zijn winkel gesloten kon houden), onderhield electronisch contact met hem (en met vele anderen), en zocht vertier in de westvleugel. Daar trof hij ook vaak Mart, die nog steeds niet beseft, hoe schlemielig hij daar overkomt. Tja, misschien is “handtekeningenjager met Alzheimer” een geschikte vergelijking.

Voor Diana en Aart was het nu vol-uit knutselen in de zuidoost-toren, zonodig ook de garage, waarbij Diana’s pick-up tot onder de poort werd gereden. Dat gaat dan middels een pompkar (palletwagen), en beiden draaien daarvoor figuurlijk hun hand niet meer om. Ze stemmen hun bezigheden prachtig af in gebruik van ruimte, gereedschap en materialen, en zijn terstond bereid om de ander terzijde te staan. Dat ruimte-gebruik betreft vooral Diana, die in een buizen-periode is. (Denk eerder aan plastic electriciteitsbuisjes dan aan betonnen riool-persleidingen.) Beiden gebruiken ook wel een kleine smidse. Ze stemmen af, wanneer die opgestookt zal worden. Aart onttrekt de benodigde kolen aan de nog steeds grote voorraad die Bob ooit met baggerschuiten en al gekocht had, en verrekent dat met Pierlala (en anderzijds Diana, neem ik aan).

Verder zorgt Elsje voor leven in de brouwerij. Ze is veel bij ons (Malawi), speelt veel met Maaike, maar is vol aandacht als juf Mina haar iets wil bijbrengen. En soms doet ze een ronde langs Diana en de westvleugel. Ze gaat ook graag mee naar de plantenkas, vooral in de hoop op vers zachtfruit (bessen, frambozen, aardbeien - het lukt ons inmiddels om die “vaak” te kunnen oogsten). De moestuin buiten moet maar wachten. Niet te geloven: Elsje zegt vaak “Wat doen jullie?” op dezelfde wijze als Maaike ooit.

Nou ja, en als Maaike met Elsje speelt, dan zijn Wiesje en ik weer “onder ons”. Inderdaad, het begrip “onder-ons" dag herleeft in deze opstelling. Maar het is een schaakklok: Maaike geeft haar tijd met mij niet weg. Ze komt steeds eventjes hevig “tanken”, een herinnering aan hoe ze vanuit de natuur steeds vaker een bliksembezoek bracht. Ze krijgt wat ze wil, keert terug naar Elsje, en haalt haar resterende tijd heus in. Elsje komt soms (nee, niet eens altijd) achter Maaike aan, krijgt wat zij wil, en speelt weer verder met Maaike. Elsje wil doorgaans een knuffel met tongzoen en een vinger naar binnen, van Wiesje en mij. En ze doet ontuchtige handelingen bij ons. Maaike komt in hun beider spel aan bod.

De grote verliezers van deze crisis lijken totdusver de girls. Die kunnen nu niet voortdurend naar de westvleugel komen om van een ander te zuipen.

Gaasbanken

Lang geleden hebben we geschreven over het bankstel dat bijkans ieder huishouden lijkt te hebben, zo’n 1+2+3-zits combinatie van veel binnenwerk in een buitenkant van leer of zo.

Fort Rimboe heeft nu ook gaasbanken - zo noemen we die. Ze zijn gemaakt door de opmerkelijke samenwerking van Hephaistos met de nurnen en Aart, en iedere bewoonde vleugel heeft er minstens twee. Het zijn driezitsbanken, bestaande uit een “bed” en een daaraan primitief scharnierende “rugleuning”. Die rugleuning bestaat uit twee gelijke “lage” helften van een “rond” lopende buis. Met de armleuningen die aan de uiteinden van de bovenhelft van rugleuning scharnieren kun je de rugleuning in de opstaande stand vasthaken aan het bed. Haak je ze los, dan kun je de rugleuning hetzij over het bed neerleggen (met de armleuningen aan de einden bungelend), hetzij laten neerhangen. Dankzij de “halvering” hangt de rugleuning dan niet op de grond.

Het bed bestaat uit vier tot “nietjes” gebogen spanten, onderling verbonden door liggers. Bed en leuninghelften hebben binnen de raamwerken een heel grof weefsel van dik ijzerdraad of zo, iets met schering en inslag en een maaswijdte van wellicht een duim. Vandaar onze aanduiding “gaasbank”. Bij bestudering zie je, dat een gehele inslag uit één draad bestaat. De pootjes (de neerwijzende uiteinden van de vier nietjes) staan afgeveerd op kogeltjes. Is het meubel leeg, dan laat het zich soepel in alle richtingen verrijden. Zit iemand erop, dan drukt diens gewicht de pootjes over de kogels op de grond, en staat de bank stevig en slipvast. Iedere bank heeft andere kleuren, één of twee.

Bij iedere bank behoort een kussen, of hoe je dat dan noemt. Het bestaat uit een zithelft en een rugleuninghelft. Die rugleuninghelft wordt gemakkelijk aan de opstaande rugleuning gehaakt, of net zo gemakkelijk over de andere helft neergelegd. Het kussen is zacht, stevig, en ademend. De min of meer witte tijk heeft een uniek patroon in de kleuren van het bed.

Kortom, dit zijn geweldige meubelen om op te zitten, zelfs met drie stel schootzitters, en je kunt er gemakkelijk en comfortabel een nummertje op maken. Bovendien zijn ze licht te verplaatsen tussen binnen en buiten.

Malawi heeft een tomaatrode en een gifgroene. Met een zacht doch vochtdicht overtrek, anders zou het hier ruiken als een vismarkt.

Visioen

Mijn beurt voor een visioen. Het is zomer, blootheid alom. Wiesje en ik zitten op een gaasbank voor de open schuifpui. Maaike en Elsje dollen aan onze kant van het binnenperk. Opeens komt Elsje op ons af, en klimt bij mij op schoot, vis-à-vis. Ze plakt aan mijn dijen. Ze haakt zich met haar benen vast onder mijn oksels, en laat zich achteroverzakken. Het plaksel blijkt bloed. Elsjes menarche. Ik zie er voor mijn geestesoog een leeftijd bij: Elsje is acht. Natuurlijk krijgt ze een knuffel, natuurlijk steek ik een vinger naar binnen. Maar ik kan haar toch nog niet lichamelijk voor vol aanzien? Tja, ze heeft beginnende borstjes, en vanonder lijkt alles gedaan, hoe smal ook nog. Wat moet ik nou?

Het visioen verdwijnt. Ik zit tussen Wiesje en Maaike op diezelfde gaasbank, net binnen de gesloten schuifpui. Allen bloot. Buiten is het nog koel, maar de kracht van de zon is die van mijn visioen. Wiesje vraagt, welhaast telepathisch, waaraan ik dacht. Uiteraard: Wiesje en ik voelen elkaar na vijftien jaar goed aan, en Maaike is hard op weg. Ik vertel hen mijn visioen. Ze zijn eensgezind: als Elsje wil, dan hoort ze bij ons. Haar leeftijd is daarvoor niet belangrijk. Als zij denkt dat ze mij kan hebben, dan mag ik dat proberen - zo voorzichtig als ik ook met Maaike ben begonnen.

Driehoeksknuffel, maar het visioen laat mij niet los. Dit dreumesje over vijf jaar geslachtsrijp? Anderzijds: ik voel nòg, hoe ze door Diana op mij neergelegd werd, en meteen mijn pik zocht om aan te likken. Eigenlijk geloof ik nog steeds niet in die verklaring van Apollo [geloof, sex], maar hoe zit het dan wèl?

Wisselen

Heb je iedereen voor ogen? Dan kun je nu smullen bij de ochtendkoffie. Houd zekerheidshalve je mythologisch woordenboek bij de hand.

Wij (Malawi) nestelen ons na gedane bedvreugd bloot op een gaasbank, helaas nog binnen de schuifpui. We kijken naar het binnenperk al ware het een grootbeeld scherm. We worden gezien, wij zien de anderen. Wiesje heeft een gave voor het begrijpen van wat we zien.

Mart is nu dus veel in de westvleugel. Hij is er vriendjes geworden met vooral die muzen Erato en Terpsichore. Ze blijven hem bezweren, dat hij erbij had moeten zijn in Tirol [geloof, sex]. Zelf heeft hij Homeros nu min of meer definitief “teruggehaald”. Ook de westvleugel heeft nu voorzieningen voor blinden. Homeros beweert, dat hij deze toestand (van vriendschap, in Fort Rimboe, in de tegenwoordige tijd) heeft voorzien. Hij heeft Kassandra erbijgehaald. Mooie stamtafel! Dat vindt Loki ook, dus die roept af en toe op om dingen nogmaals te vertellen. Dan lachen die vijf pimpelmezen (aanduiding van Maaike, nog onafgekort) om hun eigen verhalen, en verkneukelt Loki zich op afstand met bijvoorbeeld Njord.

Diana is dus veel in de zuidoost-toren, evenals Aart en Yvonne. Aart is nog steeds aan het inhalen wat hij denkt dat Yvonne aan aandacht tekortgekomen is. Ze hebben dus ook maar een bed op de verdieping in die toren geplaatst, en wisselen het knutselen af met hete sex. Diana heeft dan niet Mart bij de hand. Met diens “mij best” instemming heeft Diana nu een beetje deel aan Aart en zelfs Yvonne. Mijn ene schoonmoeder gaat dus vreemd met mijn schoonvader en mijn andere schoonmoeder. Hàllo! Maaike noemt hen drieën nu de zotten. (ZOT: ZuidOost-Toren)

Maar… ook Bill en Mina verblijven in Fort Rimboe. Bill beseft, dat het na al die jaren zijn beurt is om Mina te volgen (en dat hij wellicht leuke dingen voor zijn oudejaarsconference zal opdoen). Mina kan nu eenmaal goed klessebessen met Yvonne (dat doen ze immers al van kindsbeen, minstens veertig jaar), dus ook Bill en Mina zijn veel in de zuidoost-toren. En nu dat bed er toch staat… En Diana ietwat smachtend toekijkt… Maar Mina heeft ook haar culturele bagage. Dan vermant ze zich (hoe zeg je dat van vrouwen?), en neemt Bill mee naar de westvleugel. Daar hangt een kroegsfeer, daarin weten ze de weg. Dan gaat ook Diana wel eens mee of achterna. Die schuift dan weldra bij Mart aan, en ervaart de vervreemding - die eigenlijk al ingetreden is toen zij zwanger werd van Elsje.

Elsje zelf fladdert overaltussendoor. Ze loopt stage (volgens Maaike) bij Malawi, ze geniet van de nabijheid van juf Mina (die ze bijkans vereert), en ze vertedert de westvleugel. Voorts heeft ze Chot en Google tot gezelschap, meestal in de stal of net buiten de zuidvleugel. Inderdaad, nu het wéér minder onstuimig is, is ze ook graag buiten. Dat treft: Maaike ook, en Wiesje herinnert zich met warmte onze overnachtingen buiten. Kortom, inmiddels wagen we ons ook wel buiten de poort: in de moestuin. Malawi, soms Elsje, soms Mina, Demeter, Apollo… Wat buiten groeit, wordt later een leuke aanvulling op ons voedsel uit de kas. Elsje vindt trouwens ook de heuvel prachtig.

Mij schoot opeens een mythologische woordspeling te binnen: in Fort Rimboe woont Aphrodite, dus dit is Venus’ heuvel. Ik vertelde dat in de westvleugel. Ha! Mart moest de grap aan de muzen uitleggen.

Toilet

Dit moet ik even ergens tussenfrommelen, merk ik.

Toen we nog in de konijnenflat nadachten over de toiletten in te bouwen Fort Rimboe, kwamen we dus op een gewone diepspoeler (met daarin zo'n Japanse "opspuiter") en twee hurktoiletten. Maaike heeft, met behulp van de plasplank en een wastafel-spiegel, uitleg gegeven aan vooral Wiesje, maar ook aan mij: opdat ik wist hoe het (letterlijk) zat. Schijten met je poepgat omlaag, en de billen zo ver mogelijk daarvan weg. Vervolgens je gat zien af te vegen. Plassen voor vrouwen met grote en kleine lipjes vaneen, en dan zo mogelijk recht omlaag, opdat zo min mogelijk pis in en rond de schede belandt. En pas binnen dat kader bepalen: de benen wijd of niet. Vervolgens zonodig afvegen of de fles gebruiken. Het was een zeer leerzame en ook genoeglijke les. Voor buitenshuis schijten houd ik het toch maar op een gat graven en die zwemring als WC-bril gebruiken.

Nu Elsje veel bij ons verblijft, moesten we ook haar inwijden. Ze is nog te klein voor onze maat hurktoiletten, ook voor onze plasplank, dus voor haar hebben we nu een plasplank met nauwer gat. En een zwemring in háár maat, ooit van Maaike geweest. Overigens is ze volgens Wiesje zelf en mij al breder dan Wiesje op die leeftijd. (Diana zal ook wel een indruk hebben, maar we bepraten niet àlles met haar.)

Afijn, ook in dergelijke dingen betoont Elsje zich een natuurtalent. Ze lijkt echt het uiterlijk te krijgen van Wiesje, met voorts dier gevoel, het verstand van Maaike, en een karakter dat het beste van die van hen is. Nee, daarmee doe ik Wiesje en Maaike tekort. Zij beiden en ik zijn nogal zwaarmoedig (met Wiesjes exhibitionisme wellicht als streven naar erkenning, zelfs waardering), maar Elsje is juist onverwoestbaar blijmoedig. Kortom, die behoort inderdaad ook bij ons, en hoe dat geregeld moet worden, zien we dàn wel.

Heide

Op een volgende mooie dag, inmiddels ook aangenaam warm, gingen we een heidewandeling maken. “We”, dat waren oorspronkelijk Wiesje en ik, nu uiteraard met Maaike, Hermes, Aphrodite, weer Wodan en Freya, en, jawel, Elsje.

Wiesje en ik wilden bepaalde plekjes weer eens bezoeken, in de eerste plaats die kruidenkring - vandaar Hermes. Die trad nu als reisleider op, en sprak tot ons (Malawi): “Luister, vrienden. Wat jullie willen vraagt een wandeling van minstens dertig kilometer, dat is zonder paadjes waarschijnlijk al acht uur lopen. Ik stel voor, dat we nu naar die kruidenkring gaan, en als dat goed gaat door naar het fietspad, en dan langs het zeiltje terug. Dat is al meer dan tien kilometer. We kunnen hier en daar pauzeren, maar we moeten niet iedere paar stappen stoppen voor sex. En klééd je op de hei: spijkerbroek en wandelschoenen, of zo.” Ja, hij had gelijk, dus gaven we het hem. Hij lachte dun. Daarna sloot Aphrodite zich aan, met Wodan en Freya weer, ja, hoe zeg je dat, als gasten, cursisten? En daarna meldde Elsje zich aan. Die begreep wel dàt er iets te gebeuren stond, maar waarschijnlijk niet wàt. Misschien ook wèl, want haar taalvaardigheid (vooral in verstaan) ontwikkelt zich onwaarschijnlijk snel sinds ze hier woont. Ze heeft ook haar sluitspieren uitstekend in bedwang, en ze houdt zichzelf goed schoon.

Maar… Elsje zou dit niet zelfstandig kunnen belopen. Iemand moest haar dragen. Oh nee, ik niet! Stel, dat ik zou struikelen en bovenop haar vallen. Wiesje herinnerde Hermes aan zijn kenmerkende vaardigheden. Hij glimlachte berustend, en toonde een draagband. Ik bedoel een zitje dat hij voor zijn borst of op zijn rug zou kunnen dragen. (Een draagstoel is immers iets anders.) Oh, zoiets heet blijkbaar een buikdrager. Deze afspraak kwam tot stand op de voorafgaande avond bij de frituur. Wij (Malawi) zouden ons door het daglicht laten wekken, voortmaken met ons ochtendritueel, en ons dan in de westvleugel melden. Diana beloofde iets overeenkomstigs voor Elsje. Aphrodite zou voor leeftocht zorgen, en of ik die dan maar in de grote rugzak wilde dragen. Het was gezellig bij de frituur, maar gelukkig hebben wij (Malawi) altijd een goede aanleiding om naar bed te gaan, en uiteindelijk zelfs in slaap te vallen.

De zon was vermoedelijk nog niet eens boven de horizon, toen Elsje ons bloot kwam wekken. Maaike ging dan maar even met haar zwemmen, opdat Wiesje en ik een ochtendritueel konden doen - heel vreemd, nu weer getweeën! Daarna ging Wiesje met Elsje naar het zitbad, en kon ik met Maaike een ochtendritueel doen. Wiesje had haar een sur place gegund (mijn kwakkie “uit eigen mond gespaard”), dus Maaikes dag begon naar wens. Oh, Elsje wilde ook nog even iets met mij. De katjes klommen dan maar samen het bed op.

Iedereen schoon en gekleed, en we gingen naar de westvleugel.

Gekleed, hè. Wel, de onsterfelijken hadden zelfs andere gedaanten aangenomen. Wodan en Freya oogden nu eens als jeugdige blokhutbewoners uit USA of Canada, en nu Hermes en Aphrodite eens als Amsterdamse coffeeshop-klanten. Wij volwassenen droegen allen een spijkerbroek en kaplaarzen. Ik droeg er een overhemd met lange mouwen bij. Wiesje was beducht voor zonnebrand, en had daarom Maaike en zichzelf ook overhemden van mij toebedeeld, met drukknoopjes, waarvan er zoveel mogelijk open waren, en dan ook over de broeksriem heen. Diana had Elsje nu eens willen laten ogen als de katjes: jeans rokje en topje, redenerend dat het met die zon wel los zou lopen. Wel wandelschoenen, want dat kleintje (niet te verwarren met die kleine) wilde vast ook zelf stukken lopen. We namen dunne windjacks mee, bij de leeftocht in die grote rugzak. Elsje voegde haar slipje erbij. Welja! Hoofddeksels? Aphrodite gaf ons allen honkbalpetjes met opschrift “Make love, not war”. In de westvleugel hadden Demeter en Diana een ontbijtbuffet opgetuigd, en Hera had de muzen (van Apollo) aan het gereedmaken van onze leeftocht gezet: brood smeren en inpakken, fruit, servetjes, vruchtensiroop, koffie (zie verderop), flessen water (die we bij brandkranen zouden kunnen bijvullen, vàst een inval van Hermes). Maar ook onze fles was mee. En uiteraard chocola (bij de verwachte temperatuur goed houdbaar) en pleisters. Hmm… wat was Aphrodites beloofde rol bij de leeftocht?

Ik moest bij vertrek denken aan de film “Lord of the Rings”: het vertrek van het Reisgezelschap uit Rivendell. Maar wij waren met drie volwassen mensen en een peuter plus vier onsterfelijken, vertrekkend voor een wandeling over de heide. Een sentimental journey van in de kern Lawi en Hermes, maar aangevuld met de kleintjes, twee Germaanse onsterfelijken, en voor de gezelligheid onze vertrouwde vriendin Aphrodite. We liepen vanuit de poort meteen linksaf tussen volleybalveldje en moestuin door de hei op. De zon was al druk dauw aan het verdampen, en we gaven Hermes meteen gelijk: deze wandeling moest niet te lang worden. Bovendien stonden de heidestruikjes en andere planten best dicht opeen. Hermes leek wildwissels te volgen. Heel begrijpelijk en verstandig (maar voor hemzelf niet nodig), maar zinloos als je in paren of zelfs een drietal naast elkaar wilt lopen.

Hij liep zelf voorop, Elsje in die buikdrager voor zich, het strookje tussen de beengaten als een censuurbalkje tussen haar beentjes. Hermes had een lichaam met een goed profiel gekozen: die buikdrager liep naar geen zijde af. Ik trachtte in zijn kielzog te blijven, gezien mijn eigen gewicht en last. Maaike kan zonder gebaande paadjes, en liep doorgaans links van het pad. Wiesje moest kiezen tussen huidcontact en gemakkelijker lopen, en wisselde tussen naast en vóór mij lopen. Aphrodite, Wodan en Freya hadden geen vaste plek in de groep, maar Wodan neigde naar hekkensluiter zijn. Wodan had trouwens zijn raven Huginn en Muninn mee. Die hebben Fort Rimboe als thuisbasis gekregen, maar ze zijn uit hun aard veel weg. Ze waren niet mee naar Tirol. Maaike en Elsje zijn gek met die vogels, en dat lijkt wederzijds. Nu herinnerden ze mij aan verkenningsdrones. De ara’s waren trouwens ook in de lucht, maar tussen hen en de raven botert het niet zo.

Onze eerste stopplaats was dat nolletje uit onze begintijd. Daar was toen het berkje door de bliksem getroffen en afgebrand. Nu verrees het nolletje temidden van opschot van berken, eiken en dennen. De aanblik deed Wiesje en mij denken aan de plek met het zeiltje. Hermes knikte: “Ja, zo zal het er hier ook wel uit gaan zien. Volgens mijn plan komen we op de terugweg dáárlangs. Het is trouwens niet ver.” Wiesje en ik huiverden bij het doorléven van de oude gevoelens: Diana als haar concurrente bij mij - hoe heeft Wiesje zich dat ooit kunnen inbeelden? Ze kan er allang om lachen. Even wat knuffels, en we liepen weer verder oostwaarts.

Dankzij Hermes konden we de plaats van de kruidenkring terugvinden, met die ene boom als bewijs. Op de grond was niets bijzonders te zien: wat biezen en heide. Maaike was wel benieuwd naar dat kruid, Hermes glimlachte ietwat beschaamd: “Achteraf was het (zoals dat tegenwoordig heet) een invasieve exoot. Zodra we dat inzagen, hebben we de bescherming gestaakt. Vervolgens hebben de dieren snel alle plantjes opgegeten, met wortel en tak.” Goed, leuk ook die plek weergezien te hebben. En nu? Aphrodite stelde voor: eten?

Freya was benieuwd naar dat ven, een paar meter verderop. Een ven vlakbij? Maaike en Elsje stonden in de startblokken. Freya wees. Warempel, achter dit randje biezen was een del, nog deels gevuld met (denken wij) regenwater van de voorafgaande weken. De kleintjes rukten hun kleren uit, vroegen Wiesje en mij, een handdoek te zoeken, en snelden het water in. De rest keek hen met gemengde gevoelens na: nog best frisse lucht, zelfs kouder water, … Ach, diep was het niet: Maaike kon niet eens helemaal onder. Ze maakten enkele minuten spetterend veel lol, renden terug naar ons, en vonden twee grote handdoeken over een arm van Aphrodite. Natte knuffels, afdrogen, weer aankleden. Elsje liet nog steeds haar slipje uit, en maakte een rondje om ieder dat duidelijk te maken. Van mij verwachtte ze meer: koude dijen langs mijn wangen. Tja, ik kan het haar niet weigeren. Wiesje kent haar pappenheimers en de scores, en bood Maaike mijn kruis aan. Die wachtte niet op de gelegenheid voor sur place, maar deed wat Wiesje eigenlijk zelf graag gedaan zou hebben. Nou ja, Wiesje mocht kwakkie zoeken. De onsterfelijken zaten inmiddels te eten.

Diana en Demeter hadden een mooi lunchpakket gemaakt: heerlijk volkorenbrood met heerlijk beleg, een frisse salade, en om te drinken geconcentreerde mede en koffie. Daar had Aart met Hephaistos samen een geweldige gedachte verwezenlijkt: een thermosfles om dranken lang op de begintemperatuur (hoog of juist laag) te houden, maar met een afneembare buitenrand uit een soort zonnepanelen, te gebruiken om hetzij de inhoud van de fles te verhitten, hetzij het mengsel van concentraat en ter plekke aanwezig “koud” water. Je kon ook het proces omkeren, en zodoende juist dranken met zonlicht koelen. Kortom, we hadden uit het meegenomen water zowel hete koffie als koele mede. Er was nog een ander maar bijbehorend potje: daarin kon je water uit bijvoorbeeld een ven met zonlicht zuiveren. Je sloot een opvouwbare jerrycan (of zo) met water aan op de invoerzijde, en een andere jerrycan (of zo) aan de invoerzijde, en dan deed de zon de rest. Geweldig! We hebben onze watervoorraad trouwens na het eten aangevuld vanuit een brandkraan. (Weet je nog?)

We liepen terug langs een andere route (evenmin een weg…) die ons langs dat zeiltje van de herdertjes voerde. Het lag er nog steeds, maar zo te zien steeds op andere wijzen opgevouwen. Aan het eind van de middag (of het begin van de avond?) waren we terug in Fort Rimboe. Tja, moet je je buren bedanken voor het gezellige dagje?

Logeren

Elsje wilde bij ons logeren. Zucht! Waar was Diana? Oh, in de westvleugel. Daar had men (Mart?) zich de Romeinse orgie herinnerd, en had er wel zin in. Diana en Mart deden afzonderlijk mee. Ik moest denken aan “Asterix en de Helvetiërs”. Hier nog geen uitzicht op meterslange draden van kaas. Wel drukte bij de frituur. Wiesje en ik waren blij, dat we niet andermans picknickspullen kwamen terugbrengen. Dat kwam later wel! We keerden onverrichterzake terug naar Maaike en Elsje op ons bed. Logeren, dus.

Ook een soort orgie. Elsje weet, wat ze van mij wil - maar voor 69 is ze te klein. Dan maar afwisselen. Elsje weet, wat ze van Wiesje wil - je zou kunnen zeggen, dat ze voorpret heeft bij de gedachte dat zij ook zo wordt. (Ze beseft goed, dat ze Wiesjes kleine zus is, en bovendien sterk op haar lijkt.) Vooral die wijzerplaten… Elsje weet, wat ze van Maaike wil - die heeft zo’n leuke flap die altijd uitsteekt (terwijl die van Wiesje net wel of net niet uitsteekt). Ook van vloeien heeft ze inmiddels weet, en van dat dat ook haarzelf te wachten staat. Ze neemt het met kalmte die me sterk aan Maaike herinnert.

Maaike vindt het prachtig om nu eens niet de jongste te zijn, en dan ook nog eens zo’n blijmoedig speelkameraadje te hebben. (Zoiets heb ik al eerder gezegd.) Die twee stoeien wat af (niet uitsluitend op bed, niet uitsluitend met sex), en Wiesje en ik kijken dan vertederd toe, liefst vanuit een verstrengeling. Dan komt Maaike af en toe weer eens ouderwets een beurt halen: een toch weer haastige himalaya en een sur place. Dan mag in beginsel Wiesje vervolgens kwakkie zoeken, maar ja, Elsje wil erbijhoren… In die gevallen moet ik Wiesje compenseren,

Hier moet ik even iemand voorstellen die niet bestaat: Nebula (volgens Maaike: Neeltje). Nebula is het kind dat Wiesje en ik samen zouden kunnen hebben. Die werknaam hebben we al bijna de hele tijd dat we samen zijn. Je zou Nebula kunnen zien als de denkbeeldige tegenhanger van Maaike (die Wiesje en ik immers kennen sinds ze ongeveer drie was), en daarom als meisje - maar Nebula zou uiteraard ook een jongen kunnen zijn, of een “geslacht onbepaald”, en zou ook slechts een eersteling kunnen blijken. Hoe dan ook, “wat zou Nebula” en “Nebula zou” liggen Wiesje en mij in de mond bestorven. Nebula kreeg ook een gebaar (in de tijd van Cartoons [sex]), maar dat is ons allang weer ontschoten. Toen Elsje op komst was (in Diana’s buik), herleefde Nebula als denkbeeldige tegenhanger van Elsje. Onvermijdelijk kreeg Maaike dat begrip “Nebula” mee toen ze in de konijnenflat kwam wonen. Ze begreep het meteen, en kan het zelfs ter sprake brengen (niet slechts “erover meepraten”). Wiesje en ik kunnen urenlang giebelen over nadere aanduidingen voor niet-Maaike en niet-Elsje, en daarbij is het heelal maar nèt groot genoeg. Oorspronkelijk verwijst Nebula naar de Nevelen des Tijds, maar nu denken we in sterrennevels. Toen Maaike eens bij het verliggen met een teennagel een dij raakte, vroegen Wiesje en ik ons af, of Krabnevel dat óók zou doen. En zo.

Deze logeernacht viel reuze mee. Na een schim van een avondritueel lagen Wiesje en ik heerlijk verstrengeld. Maaike en Elsje zaten elkaar op handen en knieën over de rest van het bed met dierengeluiden achterna, en vielen uiteindelijk in elkaars armen op Maaikes plaats in slaap. Wiesje en ik peinsden intussen over de Grote en de Kleine Beer.

 

Naar inhoudsopgave. Naar volgend verhaal (ongeacht waarschuwingen, in leesvolgorde).