Laatste wijziging: 2020-05-02 (technisch), 2020-04-25 (inhoudelijk). Naar inhoudsopgave. Naar vorig verhaal (ongeacht waarschuwingen, in leesvolgorde).

Larie: "Corona 2"

[geloof, sex]

Deze verhalen hadden achteraf ook in “Corona 1” gekund, maar dat is al zo lang.

 

Stella - Jaffa - Stoom

Stella

Stella is de halfzus van Nebula. Of, indien beiden beslist manlijk: Stellus is de halfbroer van Nebulus. (Ja, er is ook een mammoet die Stella heet.)

The morning after the party besefte iedereen, dat men te ver gegaan was. Vooral in die orgie, maar ook inzake Elsje.

Iedereen? Aart en Yvonne hadden niets misdaan. Hun logé’s Bill en Mina evenmin. Mart en Diana daarentegen… Diana vroeg van Mart als boetedoening een lang gedicht in het Oud-Grieks, te beoordelen door Apollo zelf. (Dat kreeg ze uiteindelijk, vertaald door Wiesje, en het stemde haar mild.) Diana zelf was jegens Elsje tekortgeschoten. (Niet omdat alle opvoeding een zaak voor de moeder zou zijn, maar omdat zij al sinds de zwangerschap wist, dat Mart te zeer van slag zou zijn om zijn deel in die opvoeding bij te dragen.)

Diana probeerde in de eerste plaats om voortaan zelf meer moeder te zijn en minder kunstenaar, en zocht in de tweede plaats hulp bij Mina. Wel, Elsje is nu eenmaal dol op juf Mina, en vereerd met de privé-lessen nu het schooltje wegens besmettingsgevaar gesloten is, maar buiten die lessen trekt ze naar ons (Malawi). Het hummeltje wil deel hebben aan waaraan ze geestelijk en zeker lichamelijk nog lang niet toe is.

Vooral Maaike mist Elsje als die bij Mina is. Volgens de “schaakklok” (in het hoofd van Wiesje) had Maaike echter een groot tegoed aan uren met mij opgebouwd. En ja, misschien was ik wel de eerstaangewezene om Maaike te troosten. Dat werd dus veel zandbank met Maaike, terwijl Wiesje node geestelijk en lichamelijk ruimte maakte. Gaande de uren met Maaike besefte die, dat ik niet slechts het vriendje ben dat altijd bij de hand is om haar te bevredigen, maar dat ik ook de vader van haar kind zou zijn als zij de Pil niet zou innemen. Dat besef deed haar en dus ook onze verhouding rijpen. En zo werd Stella geboren, het denkbeeldige kind van Maaike en mij, de halfzus (m/v) van Nebula (m/v).

Maaike besefte nu ook beter, dat het haar van harte gegund is om met Elsje te spelen, maar dat zijzelf toch echt bij de volwassenen behoort - en Elsje uiteraard nog lang niet. Ja, dat besef van dat zijzelf een peuter was toen Wiesje en ik als volwassenen in haar leven kwamen, dat ze nieuwsgierig de sexuele ontplooiing van haar grote zus Sheila (en haar broer Wouter) gevolgd en meebeleefd had, en dat ze in de loop der jaren tot de overtuiging gekomen was, dat zijzelf bij Wiesje en mij behoorde. Wel, inmiddels meer dan een jaar is Maaike nu een gelijkwaardige deelgenoot in de samenlevingsovereenkomst van Wiesje en mij. De Grote Dag was haar overstap van kind naar volwassene, ook al hadden we al jaren sex. Zodoende werd denkbeeldige Stella een tegenhanger voor werkelijke Elsje, en dat veranderde subtiel het spel van Maaike en Elsje.

Intussen had de “schaakklok” doorgetikt. Wiesje hernam gretig haar volledige deel in ons samenleven. Stella en Nebula werden snel bijkans tastbare meiden (van onbepaalde of wisselende leeftijd), voor ons zó duidelijk aanwezig, dat we in bed overlegden over een onderlinge partij beach volleybal. Tja, dat zou dan worden: Wiesje, Maaike en Elsje tegen mij met Nebula en Stella. We lagen ons te verkneukelen bij de gedachte. Nog erger: de katjes praten over Stellus en Nebulus als slome en te dikke jochies. Sindsdien (nu ik dit schrijf: enkele weken) is de tastbaarheid zozeer uitgerijpt, dat Wiesje en Maaike denkbeeldige ervaringen uitwisselen over bevalling en borstvoeding.

Elsje is zeker niet uit beeld. Ja, ze volgt aandachtig en blij de lessen van Mina. Ja, ze speelt met ondode dieren Google en Chot, en ook met allerlei levende dieren. Ja, ze geniet van de aandacht van Diana en zelfs Mart, maar ze overnacht bij ons in de noordvleugel. Het zij zo.

Jaffa

Esther belde Wiesje: ze wilden weer eens wat aanspraak, eventueel muziek, en ze misten ons. Ja, dat was wederzijds. En corona - ach, er zoeft soms een wielrenner voorbij, en Ab en Sophie doen na telefonisch overleg de deur van hun winkel open, maar dankzij Pegasus is Us Net een waar eiland. Dus wanneer? Tot zo dan! Wiesje leefde op: wedijveren met Esther. Voor Maaike was dit betrekkelijk nieuw. Ja, ze kent David en Esther: uit de Hijbezems, en als collega-troopers uit de lage rimboe, toen ze veel met Wouter optrok. Maar ze kon zich niet herinneren, ooit bij hen thuis geweest te zijn. Dus: de katjes in gevechtskleding (rokje, topje), en ik moest maar weer eens die roze hotpants aan, plus een T-shirt. Wat ben ik weer dik geworden! Ter herinnering: make-up is volgens ons iets voor acteurs - en Esther de maat nemen is geen acteren.

Probleem: Elsje wilde mee. Dat kon niet, en hoe leg je dit aan je “stagiaire” uit? Wiesje ging poolshoogte nemen. Diana was Aart aan het helpen, en het smidsvuur brandde. Yvonne zat met Mina aan de thee tegenover de frituur. (Die plek halverwege de oostvleugel op de binnenplaats zal ook ooit wel een bijnaam krijgen. Ik stel voor: de Zoete Inval.) Elsje opvangen? De vraag was vooral aan Mina gericht. Die had even geen ideeën. Wiesje stelde voor, om Elsje mee te nemen naar de heuvel, net buiten de noordoost-toren. Oh??? Nou, gewoon: trap op, luik door, in het gras zitten met die thee, en vertellen over de waargenomen bloempjes en bijtjes. Luik in de noordoost-toren??? Dat kwartje was ook bij Yvonne nog niet gevallen. Ze rende naar Aart om aan te duiden, waar zij met Mina en (ze keek Diana aan) Elsje te vinden zou zijn. Theespullen mee (en siroop, denk aan dat thermos-spul), Lego mee, Elsje mee. Wiesje ging voorop om dat laatste stukje de weg te wijzen. Wauw, wat mooi…! Maaike en ik konden ons dat voorstellen. Zelf waren we al weken niet boven geweest, maar inmiddels moest het er een lusthof zijn. Beschut tegen wind en gluurders, in de zon of in de schaduw, maar steeds in de (aangelegde) natuur. Elsje wilde er meteen blijven. Oh ja, en wat gingen wij doen, hoelang? Wiesje grijnsde (ik was er niet bij, maar ik zie het vóór me), dat we de Jaffa’s gingen kloppen. Ah, vandáár die gevechtskleding! Nou, klop ze!

Wiesje ging Maaike en mij vóór van opwinding, maar haakte meteen buiten de poort in. Weet je het nog? Eerst de konijnenflat (met nu de overbuufs), dan de buufs, dan Jaffa. Met nog steeds een ondoordringbare heg eromheen, plus inmiddels een vervaarlijke schutting. Aanbellen bij het poortje (als je dat gevonden hebt). Een camera met gezichtsherkenning geeft dan een groene rand rond de “poort open” knop. Oplopen tot de voordeur. Maar die ging meteen open, en Esther wachtte ons slechts in slip (en op slippers) op. Zij wèl vrij zwaar opgemaakt, want ze voelt haar leeftijd (begin overgang). Knuffels. Oh ja, Maaike hoorde inmiddels óók bij ons. Welkom!

David stond in zijn blootje op van de tweezitsbank om ons te begroeten. Hij en ik knuffelen óók. Op de grond voor die tweezits lag een bevlekte handdoek. Opgevouwen op een armleuning van de driezits lag een schone. Esther was al een tweede aan het halen. Wiesje nam de schone tussen duim en wijsvinger, zonder het ding te laten uitvouwen, en telde het huidige aantal lagen: vier. Ze keek Esther aan: “Zo is de dikte wel goed.” Ze keek naar de handdoek voor Maaike. Die was dunner. Wiesje keek Esther aan: “Daar lekt ze doorheen, hoor!” ‘n Paar flitsende bewegingen, en Wiesje was bloot. Ik kreeg niet eens de gelegenheid om haar uit te kleden. Maaike is zoals bekend geen uitdager, maar ze volgt Wiesje in dezen blindelings. Ook snel gebeurd, uiteraard. Aansluitend hielpen ze mij uit de kleren. We ploften neer.

“Goed gereedschap hangt droog,” toonde Esther haar voortschrijdende beheersing van het Nederlands. Een steek onder water naar mijn buik. Wiesje greep mij meteen bij mijn halfstijve, en monsterde die: “Uitstekend gereedschap, maar niet droog. Ze likte aan mijn eikel, proefde aandachtig, en keek Maaike aan: “Jij!” Maaike knikte: “Ik wou jou hier de primeur gunnen.” Wiesje stond met twee stappen achter Maaike, greep haar bij de borstjes, en gaf haar aldus vooroverstaand een hevige tongzoen. Wiesje flitste weer naar mijn rechterzijde, op haar opgevouwen handdoek, gaf ook mij een adembenemende tongzoen, en schudde mijn halfstijve kinderlijk heen en weer. Ze keek Esther aan: “Jullie twee keer, wij elk één keer?” Ze wachtte het antwoord niet af, pijpte me vacuüm, en had in geen tijd mijn kwakkie draderig tussen haar tanden. Maaike sprong vis-à-vis op haar schoot, en zocht en vond het kwakkie. Zij terug. Ik vingerde Wiesje een himalaya, in zo’n geval niet echt moeilijk. Ik wendde me naar Maaike, ook een gemakkelijke himalaya. Ze keek mij glanzend aan (nog net niet zo stralend als Wiesje dat kan), boog zich voorover, en ging (voor haar doen traag) aan de slag. Niet te geloven, maar ik kwam alweer klaar, en Wiesje mocht kwakkie zoeken. Geen zandbanken (deze driezits is van echt leer), maar “even laten zien”. Wij hingen moe maar voldaan tegen elkaar aan. Esther en David zaten versteend te kijken. “2 - 0. Game, set and match,” vond Wiesje. Maaike liep ook warm: “Gáán jullie nog?” Wiesje hoonde: “Ze willen ons eerst iets te drinken aanbieden.” Maaike bleek haar klassieken te kennen: “Wat heb jij erin?” Wiesje flitste overeind, tilde Maaike op haar heupen (als bij rock & roll acrobatiek), en gaf haar weer een onstuimige tongzoen. Twee tellen later zaten beiden weer onderuit aan mijn zijden. David en Esther zaten nog steeds met open mond. Wiesje was op dreef: “Zal ik thee zetten? Dan kunnen jullie intussen inhalen. Larie houdt een oogje in ‘t zeil.”

Echt Wiesje. Sex is háár onderwerp, en daarop zal zij het laatste woord hebben. Er is natuurlijk een kleinigheidje: op mij wordt roofbouw gepleegd. Maar achteraf voelt dat als een eer. Wij (Wiesje en ik) weten in Jaffa de weg. Wiesje kon dus inderdaad thee gaan zetten, terwijl Maaike en ik keken en intussen frunnikten. We keken, maar er gebeurde niets op de tweezits. Maaike dacht hard-op: "Ik heb verhalen gehoord over wedstrijdjes…" De bevlekte handdoek lag nog daar waar Wiesje die had laten vallen. Maaike raapte die op, en onderzocht hem. “Niet echt vèrs, hè?” Wiesje kwam binnen met de thee: “En???” Maaike en ik schudden langzaam onze hoofden. Onbewust herhaalde Wiesje: “Weet je nog van die wedstrijdjes, en dat we gingen kamperen?” Stilte. Wiesje schonk twee mokken thee in: de ene voor hen, de andere voor ons.

Ik wierp dan óók maar een steen in de vijver: “Weer geldproblemen?” Maaike dacht meer aan Wiesje dan aan vastgoed in Israël, en proestte. Wiesje keek gemaakt-bestraffend. David reikte langzaam over naar hun mok, gaf die aan Esther, en keek mij aan: “Nou… nee… dàt gelukkig niet… We zijn eh… stil van bewondering.” Maaike bracht een voor Malawi nieuwe vorm van humor: “Nou, zèg dat dan!” Ik gaf haar een hevige knuffel, plus één namens Wiesje. Maaike bloosde.

Wiesje zocht snelheid: “Jullie wilden ons zien, we zijn er, zijn jullie blij?” Esther knikte traag, en gaf de mok aan David. “Jawel… maar het is weer even wennen…” Wiesje veranderde van invalshoek: “Nou, laat eens wat zien. Wij hebben het al twee keer voorgedaan.” David en Esther staarden weer. Ik had mijn handen weer eens aan de verre borstjes, en liet die stuiteren. Maaike gaf een onbedoelde kanjer van een plaagstoot: ze vroeg zich weer eens metterdaad en hard-op af, of mijn voorhuid nou opgerold of afgerold leuker stond. Wiesje vermaande: “Kun je wel, tegenover iemand die besneden is?” Maaike leek zich in mijn oksel te willen verbergen, en fluisterde ”sorry!” Wiesje herhaalde: “Nou, laat eens wat zien! Doe of je thuis bent!”

Jah… jah… David had bij het zien van dat stuiteren een levensteken in zijn slappe gekregen. Esther ging hem behoedzaam met de hand opgeilen. Het wilde niet vlotten. Wiesje had een inval. Ze ruilde met mij van plaats, en ging met Maaike aan de gang. Zelf streelde ik Wiesje vanaf haar rechterzijde. Aan onze zijde ging het geweldig. Maaike bewees het nut van een opgevouwen handdoek - en ik zat op die van Wiesje. Arme bank! Maar zowaar: David kreeg een stijve, warmde Esther op, en deed op die tweezits een sur place. Hun handdoek lag nog steeds op de grond. Wiesje had alweer iets: de vlekkentest: “Nou, even vergelijken: die vlek van jullie sámen op jullie bank en die van mij alléén op déze bank!” We draaiden gevijven een traag rondje om de salontafel. Wiesje bestudeerde en toonde Maaikes handdoek: “Moet je kijken: wij maken per persoon meer dan jullie samen. Moet ik huiswerk opgeven, of weten jullie het opeens weer?” Allen ploften zwijgend op hun plaatsen neer. Esther probeerde: “Het is de overgang, denk ik…” Maaike stond vastbesloten op, beende diagonaal langs het tafeltje, ging op Esthers armleuning zitten, en toonde haar ervaring in vingeren. Gelukkig zat Esther nu wèl op haar handdoek. Wiesje gaf commentaar: “Hier! Moet je zien: die heeft misschien een kwart van jullie sex-ervaring, maar heeft geen moeite. Esther, wat lul je nou!” Wiesje kan zo lekker opspelen, en wordt dan steeds grover. Maaike ging staan, stapte over benen heen, haar kut vlak langs Davids neus, en vroeg: “Jij ook nog?” Er kwam alweer geen antwoord. Maaike ging op zijn armleuning zitten, en deed David zo kort na die sur place alweer klaarkomen (niet echt spuiten). Ze ging naar haar plaats, veegde haar handen grondig af aan haar handdoek, en ging op die doek zitten. Ze kreeg weer twee knuffels van mij, waarvan de ene namens Wiesje.

Wiesje nam een slok afgekoelde thee, gaf de mok door, en keek Esther aan: “Wisten jullie eigenlijk, dat ik een zusje heb? Mijn ouders Diana en Mart wonen nu ook in Fort Rimboe, en mijn zusje Els is drie jaar. Die slaapt tegenwoordig bij ons. Zo geil was ik niet, op die leeftijd… Ze wilde eigenlijk nu mee.” Ze brak een wellicht langer verhaal af, keek Maaike aan, en vroeg: “Zullen we gaan kijken, hoe het met háár is?” Ik hield beschermend mijn handen voor mijn kruis. Wiesje schoof ze honend weg: “Stel je niet aan, dear: je kunt vàst wel weer.” Even later mocht Maaike mijn kwakkie in Wiesjes mond zoeken. Maaike trapte na: “Toch wel handig, zo’n voorhuid…”

We kleedden ons weer aan, en namen met knuffels afscheid. Na een uurtje. Onderweg leunde ik zwaar op de katjes, en vooral zij hadden lol. Thuis bleef ik met Wiesje op een gaasbank wachten, terwijl Maaike Elsje haalde. Yvonne en Mina kwamen proestend met alle spullen mee omlaag. Maaike verklaarde: “Ik zei, dat Esther en David voorhuidgang hadden geboekt.”

Stoom

Opeens ontdekte Aart, dat zekere locomotief van Sans Perail weldra een tweejaarlijkse keuring van de stoomketel zou moeten ondergaan om ermee te mogen blijven rijden. De pandemie maakte inzet op korte termijn onwaarschijnlijk, maar bemoeilijkte ook vervoer (in een oude bus) en logies (in de boerderij van de speeltuin) van de knutselaars. In overleg met het bestuur van Sans Perail zou hij dan maar vast wat voorbereidend werk doen: dingen losnemen om ze te overhálen en om de toegang tot het inwendige van de ketel te vergemakkelijken. Of ik hem daarbij zou willen helpen? Eigenlijk was ik er zelfs blij mee: even weg van alle lieverds, en nu eens een overall aan. Alle vrouwen gingen morrend akkoord.

En zo begonnen Aart en ik aan een periode van op de fiets forensen naar het station. Werken totdat hij moe is, want ik ben slechts de helper. Het is veel en zwaar werk, maar hij heeft er ruime ervaring in. Hij wijst op een goede werkhouding: “Als je je in bochten wringt, bedenk dan hoe het gemakkelijker kan.” Hij zorgt ook, dat we het juiste gereedschap gebruiken, en bijvoorbeeld takels gebruiken in plaats van zwaar te tillen of te trekken. Zodoende schieten we zichtbaar op. We maken losgenomen dingen ook meteen schoon. Dan kunnen anderen (die nu in tweetallen per auto komen, en behoedzaam hun overnachting bij de speeltuin regelen) een vliegende start maken met het èchte werk.

 

Naar inhoudsopgave. Naar volgend verhaal (ongeacht waarschuwingen, in leesvolgorde).