Laatste wijziging: 2024-03-28 (technisch), 2024-03-28 (inhoudelijk). Naar inhoudsopgave. Naar vorig verhaal (ongeacht waarschuwingen, in leesvolgorde).

Larie: "Verjaardag 4"

[geloof, sex]

De verhalen "Foekepot", "Waterloopbos" en "Verjaardag 4" spelen in dezelfde tijd.

 

Wiesje - Kaleidoscoop - Jeugd - Maaike

Wiesje

Na de jaarwisseling volgt spoedig Wiesjes verjaardag, ditmaal de 44e. Wiesje is nu eenmaal de matriarch van Fort Rimboe, dus staat vast, dat die dag gevierd zal worden door alle bewoners. Plus wat ondoden plus degenen uit Us Net en Eikenrode die hun toegenegenheid willen betonen.

Het werd dus weer een grote instuif, met overloop uit de huiskamer van de noordvleugel naar andere ruimten. En naar de binnenplaats: in de galerij en in de poort. De deuren en schuifpuien zijn niet berekend op veelvuldig in- en uitlopen, en bleven dus algauw op brede kieren geopend. Dat maakte dan weer, dat men ietwat onwennig afzag van blootlopen.

Naarmate de onsterfelijken (sommige ondoden inbegrepen) beter inzicht krijgen in de mogelijkheden van hun gedaanten, benutten ze sommige daarvan graag. We (Malawiel, al schrijf ik verreweg het meeste) zijn terughoudend bij het noemen van nog-aanbedenen. Die hebben al genoeg aan hun hoofd.

De Olympiërs hebben altijd al van muziek gehouden, maar de laatste tijd zijn jam sessies en cover bands aan de orde van de dag. Ook met instrumenten als synthesizers en electrische gitaren. (Die bestonden in hun tijd immers nog niet.) Sommigen zijn zich aan het voorbereiden op vertolking van bijvoorbeeld “Jesus Christ superstar” met Pasen. Met “Always look on the bright side of life” als inbegrepen toegift. Zie ook verderop.

Soms geeft hun vertolking een andere kijk. In de popmuziek van rond 1970 is “vaak” sprake van “my Father’s house”. Is Chronos onder de (zichtbare) aanwezigen, dan is Vadertje Tijd die vader. Ze houden domweg allemaal van een geintje, en ze kunnen relativeren. Ze houden ook ons de betrekkelijkheid der dingen voor. Bijvoorbeeld ook die uitspraak van Bert Visscher: “Wie vroeg sterft, is langer dood.” Maar verschillende aanwezigen zijn sinds hun dood onsterfelijk.

Een vast hoogtepunt in de muziek in het Fort is nog steeds “Venus”, sinds haar ontkoppeling van Aphrodite gezongen door Venus zelf, met Aphrodite, Wiesje en wie maar wil in het refrein. Het nummer is aan het uitdijen, want Apollo en Aart mogen dan graag op de electrische gitaar duelleren, en Wiesje geeft graag een synthesizer-solo. De levende muziek hier eindigt vaak met “When the saints”, in een laatste krachtsinspanning van muzikanten en waarschijnlijke dansers. Het is trouwens ook een nummer waarop de jeugd onvermoed energiek danst en acrobatisch doet, niet slechts in de rock & roll betekenis. Uiteindelijk hebben dan zelfs de Hans een toegevende glimlach, en misschien hebben ze onwillekeurig enkele malen bijna onhoorbaar in de maat geklapt.

Van mij wordt verwacht, dat ik “Laries lares” zing: dat is nu eenmaal ongeveer ons volkslied. Tegenwoordig doe ik ook vaak “Sympathy for the devil”: het doet zoveel deugd, en hij gaat helemaal los. Uiteindelijk staan we een tijd met een groot deel van het publiek “who-whoow!” te brullen, terwijl Aart zich uitleeft in een lange gitaarsolo. Eigenlijk zing ik dat nummer terwijl ik basgitaar speel. Dan wil Maaike de bas wel eens van mij overnemen. Dan kunnen Bé en ik er een soort sketch van maken: het “Pleased to meet you! Hope you guess my name.” verbeelden wij dan met wat ontmoetingen, zoals van Stanley en Livingstone. We mogen graag aansluitend samen aan het bier gaan, tot ergernis van vooral Elsje. Maar zeker op een verjaardag van Wiesje lijkt uiteindelijk iederéén wel aan de drank te gaan. Dan herhaalt zich Elsjes probleem met tripel, bijvoorbeeld. “Lange gitaarsolo” herinnert mij aan Kees. Hij en Nora zijn welkome gasten in het Fort. Op Wiesjes verjaardag grijpen ze ook graag gitaar en synthesizer om setjes in de sessies mee te spelen.

“Verderop”. De onsterfelijken hielden toch al van muziek. Nu hebben ze iets erbij ontdekt: de stage acts van gewilde artiesten, zo als die in de jaren-70 gangbaar waren. Compleet met de uitmonsteringen en de decors. De aanbidding van die artiesten herkennen ze uiteraard. Maar ja, in de huiskamer van Fort Rimboe heb je geen duizenden doldwaze toehoorders. Gelukkig is er Harren Net. Bij de fjord hebben ze (we weten niet precies wie) in een grote grot voor duizenden “mensen” opgetreden, op het vasteland bij het eiland op het strand. (“Mensen”: het is ja een parallel-wereld.) De schoonouders blijken (voor mij onverwacht sterk) betrokken bij deze optredens: Diana voor de decorbouw, Yvonne voor kapsel, kleding en schmink (en toneel-lessen), Aart voor de techniek (en brandveiligheid) en instrumenten, en Mart voor het tijdsbeeld en de uitstraling. In de huiskamer lenen de onsterfelijken onze instrumenten (van Topjes en Oudjes), maar de wonderen van Harren Net blijven ons onverklaard.

Verjaardagen hebben ook nadelen, zeker voor mijn sexbeluste lieverds. Wij (allen in Fort Rimboe) hebben weinig behoefte aan persoonlijke bezittingen buiten kleding, mobiele electronica en misschien sex-speeltjes. Wat mijn lieverds zich vooral wensen is mij voor zich, bijvoorbeeld een etmaal. Dat lukt toch al niet, gezien het samen eten. Maar verjaardagen kunnen hier een half etmaal duren, en nu heeft die van Wiesje zelfs driekwart etmaal geduurd: de eerste gasten kwamen halverwege de middag, de laatste vertrokken halverwege de volgende ochtend. Dan kan ik hoogstens af en toe met de jarige of een van beide anderen even naar de slaapkamer, dus ze krijgen allen zelfs minder “onderhoud” dan anders. Terzijde: Wiesjes verjaardag telt meteen als de mijne. Ik ben toch steeds meer “de man van” dan degene aan wie Wiesje zich ooit vastklampte. Kortom, op Wiesjes verjaardag wordt ook van mij aanwezigheid in de huiskamer verwacht. Ik kan dus ook moeilijk lang met een ander wegblijven. Maar goed, dat kennen we nu wel. Een verjaardag is dus lichamelijk afzien. Door de gewezen jarige ‘s anderendaags naar mijn vermogen ingehaald, met vluggerdjes voor beide anderen.

Ter vergelijking: de verjaardag van Maaike is ook een aanleiding tot een groot feest, maar dan dankzij de schepping van Fort Rimboe als huisvesting, dus veel beslotener. Elsje is nu eenmaal het wonderkind dat, hoewel in Waterland geboren uit Diana en Mart, toch sterk gevormd is dóór het Fort, met name door de westvleugel. Haar ster is buiten het Fort rijzende door haar drievoudige koppeling van mensen en door haar (en Maaikes) recente bezigheden in Eikenrode. Eigenlijk bouwen ze op elkaar voort: Wiesje schiep de band met de onsterfelijken, Maaike schiep een passende huisvesting, en Elsje is het kind van die huisvesting.

Wiesjes recente verjaardag zou het begin kunnen blijken van een gebruik. Deze drie verjaardagen (en wellicht ook die van mijzelf en mijn schoonouders) zijn ook gelegenheden waarop de nog-aanbedenen zich vertonen, althans openlijker dan anders. Zij hebben behoefte aan een klankbord. In dàt opzicht mag ikzelf dan een rol spelen. Ik heb, samen met Elsje, een tijd (aanvoelend als enkele uren) doorgebracht in een hoek van de zuidwestvleugel, naast de consistoriekamer. In een informele bijeenkomst met gedaanten van niet nader te noemen nog-aanbedenen. We hebben onze kijk gegeven op hun vragen inzake de toestand in de wereld. Bijvoorbeeld op de vraag, in hoeverre zijzelf de geschiedenis zouden moeten sturen, danwel op de gedachten van mensen zouden moeten inwerken. (Ja, dat is voortbouwen op een gesprek dat Wiesje en ik ooit hadden met Jezus en Hermes [geloof]) Het was geen vragen naar onze mening over de toestand in de wereld! Zij waren blij met onze inzichten, wij waren blij dat we konden helpen. Daarna zijn Elsje en ik teruggegaan naar onze huiskamer. We vermelden niet, in hoeverre deze nog-aanbedenen zich daar (onder de bezoekers) vertoonden.

Ik ben erg blij met Elsje in deze “klankbord-bijeenkomst”. Met meer levenservaring zal ze mij kunnen opvolgen of vervangen. Ja, ik denk aan mijn resterende tijd van leven en aan mijn afgesproken onverwijlde terugkeer als ondode: ik weet niet, welke eigenschappen (waaronder ervaringen) ik dan zal hebben. Ook Elsje is er blij mee: dit is weer een pijler voor haar platform. “Haar platform”: tja, hoe zeg je dat - niet “haar bevoegdheden”, niet “haar taken”, maar “de onderwerpen waarop de andere drie leden van Malawiel naar háár kijken". Zoals ook Wiesje, Maaike en ik ons “platform” hebben. Het tegendeel bestaat ook: wat voor Wiesje “boutjes en moertjes” is. Er zijn ook graden in: ikzelf mag dan grote belangstelling hebben voor techniek, maar dat is Maaikes platform, en wellicht overtreft Elsje mij al in technisch inzicht. “Al” omdat zij nog niet alles herkent waarvan zij doel en werking kent, niet omdat mijn technisch inzicht zo groot zou zijn. Een ander voorbeeld van “graden” is het praten met dieren. Zelf kom ik niet veel verder dan de stand van oren vertalen en letten op mijn toon. Wiesje komt veel verder met haar gevoel: denk maar aan het oproepen van paarden (zoals in Tirol). Maaike is onze gids en tolk in alle natuur. Elsje is bijna verbaasd over wat Wiesje en vooral ik niet lijken te begrijpen of aanvoelen.

Kaleidoscoop

Ik moet een woord toelichten dat ik mij al eens heb laten ontvallen: kaleidoscoop. Waar zou dat stuk vermaak van mijn oma gebleven zijn? Nu gebruik ik het woord overdrachtelijk. Niet voor een veelheid aan meningen, maar voor de beweging. Voor hoe een groep enkelingen zich binnen een waarnemingsgebied beweegt. Denk aan vliegjes in de keuken, denk aan congres-gangers: ieder gaat zijns weegs, maar ontmoet elkaar steeds weer ergens. Uiteraard bedoel ik vaak het samenleven in Fort Rimboe. Als Malawiel zijn we al een kaleidoscoopje van wisselende stellen. Met mijn schoonouders erbij zijn we een kaleidoscoop van een stapje hoger. Met de westvleugel erbij nog weer een stap hoger. De westvleugel bestaat zelf ook weer uit lagere kaleidoscopen.

Ik verwacht, dat ik het woord vooral gebruiken zal voor de wisselende contacten in de huiskamer: nu eens met deze een boom opzetten, gedienstig iets te drinken halen, en bij ommekomst een nieuw gesprek met een ander aantreffen. Bijvoorbeeld.

Jeugd

Het is zover. De negen Muzen in puber-gedaante en de drie jongste ondode Vestaalse Maagden hebben hun eerste eisprong gehad. Geen bloeding, want ze gebruikten immers alvast de Slok. De lokgeur was niet te missen. Wiesje kreeg de jongste VeMa zo ver om dichtgebonden stukjes drinkrietje in de eileiders te schuiven. Inderdaad heeft ze een eicel gevangen. Die is nu vereeuwigd in zo’n strookje glas om door een microscoop te bekijken.

Wiesje heeft hen allen op het hart gedrukt, hun eigen genot op de eerste plaats te stellen en het genot van opdringende mannen op de tweede, ongeacht dier mooie woorden. Zelf heb ik Wiesjes woorden verlucht met een verwijzing naar een grap die in mijn jeugd in verschillende bewoordingen rondging: de man gooit de zojuist uitgetrokken kleren van de vrouw het raam uit, omdat tegen de tijd dat hij met haar klaar is de mode veranderd zal zijn. Daarop herinnerde Wiesje aan Sheila’s woorden: dier plan om aanranders tweemaal achtereen af te trekken. Maar het gevoel (de sexuele nood) herken ik heus wel.

De jeugd is nu op mannenjacht. (Ik moet terugdenken aan de computerbeurzen  waarop ik als medewerker kon zien hoe de deuren geopend werden en de koopjesjagers zich naar bepaalde kramen spoedden.) Nu kunnen ze (en dat hebben ze allen (bij zichzelf en elkaar) al tijden met drie vingertjes tegelijk voorgehouden), en mogen ze. Uiteraard zijn allerlei manlijke gedaanten dolblij met deze nieuwe kansen, maar de kansen blijken niet voor iedereen even groot. Het gaat hier om nummertjes, niet om kuisheid. ‘s Nachts komt de jeugd nog steeds bij ons liggen. Oh ja: Eros en Cupido hebben elkaar afgetrokken. Wanneer voor het eerst?

Maaike

Ik kwam weer even niet aan schrijven toe. Zodoende is inmiddels ook Maaike weer jarig geweest. En vijf jaar deelgenoot in het boterbriefje dat Wiesje en ik ooit ondertekenden. Wauw! Dat was in het kielzog van haar vererving van het huisje van mevrouw Hoofddoek, en dus onze kennismaking met Nelleke.

Zoals gezegd is Maaikes verjaardag veel beslotener van aard dan die van Wiesje. Die middag lag ik in de slaapkamer Maaike te gerieven. Toen ik mij eindelijk in haar uitstortte, verzuchtte zij weer eens betraand “Ik ben zo Dankbaar!” Verrassing: alle anderen hadden zich naast ons verzameld: op het perron van het zwembad. Eenstemmig zeiden ze luide: “Dankbaar? Wij zijn Dankbaar!” Ik rolde behoedzaam af, van de menigte (wel, die luttele tientallen) weg, maar greep Maaikes hand vast. Haar linker hand, want we lagen in tegenrichting. Uit de menigte maakte Zeus zich los, de patriarch van de westvleugel. Hij knielde op één knie, en nam plechtig Maaikes rechter hand, en kuste die. Ze maakte haar linker hand los, en legde die op Zeus’ rechter hand op de hare. “Dank je wel!” fluisterde ze, en herhaalde het met stemverheffing voor de groep. Aansluitend gingen we allen naar de huiskamer, Maaike en ik met een tussenstop in de badkamer.

Maaike komt nu eenmaal uit een niet zo alcoholisch gezin, en de westvleugel deed zijn best om dat te eerbiedigen. De rest van de middag zaten we dus vooral aan de nane, baklava en mediterrane koekjes. Het was trouwens mooi weer, een zonnige uurtjes in een toch al zuidwestelijke wind, dus de binnenplaats was vooral aan de noordzijde best behaaglijk. Maaike en Elsje gingen weer eens even kopje onder in het biba.

 

Naar inhoudsopgave. Naar volgend verhaal (ongeacht waarschuwingen, in leesvolgorde).