Laatste wijziging: 2021-11-29 (technisch), 2021-11-29 (inhoudelijk). Naar inhoudsopgave. Naar vorig verhaal (ongeacht waarschuwingen, in leesvolgorde).

Larie: "Pied à terre"

[geloof, sex]

 

Contact - Routines - Ontboezemingen - Afzeiken

Contact

Voor mij begon het met die verhalenbundel van R. Blijstra. Toen schreef ik dat liedje “Laries lares”, en zo’n dertig jaar later ontmoetten wij de Olympiërs echt. We raakten meteen bevriend met hen, en geleidelijkaan ook met anderen. Vervolgens ontwierp Maaike Fort Rimboe, met die westvleugel als pied à terre van niet-meer- en nog-aanbedenen.

Die “artiestenfoyer” was op zich al geweldig, maar dat wij (sterfelijken) hen ook nog eens voorzien van (bijvoorbeeld) koffiemachine en credit card, gewoon omdat slechts een gewijde ruimte ons onvoldoende vriendendienst leek, dat deed het. Vandaar de steeds familiairdere omgang en het verdwijnen van schroom. We konden al spoedig overleden sterfelijken te gast vragen. We kunnen echter ook steeds opener praten over mythologische zaken. Bijvoorbeeld over dat oordeel van Paris (dat de kiem legde voor de Trojaanse oorlog) en over allerlei sexuele voorvallen. Meestal begint Mart erover, maar bij ondood is hij tactvoller dan bij leven. Vaak heeft Elsje een “maar je had toch ook…” opmerking, en stelt Wiesje voor om het slachtoffer erbij te halen. Een groot goed is, dat de onsterfelijken inmiddels spijt kunnen betuigen, of zelfs om vergeving vragen. Er zijn al heel wat zaken afgedronken. Prometheus mag graag een stuk vlees van het spit mee-eten, mits geen lever. Sisyphus mag voorgoed uitrusten, en heeft glimlachend de naar hem genoemde baggermolen bezichtigd. De manlijke onsterfelijken spiegelen zich aan mij, hoe eervol, en zoeken hun wegen om allerlei inmiddels ondode vrouwen aan dier gerief te helpen. Waarna die in de goedheid heurer harten… Het verschijnsel “hulpsinterklaas” blijft voorshands aan ons (Malawiel) voorbehouden.

Wiesje is trouwens best fel als sexuele voorvallen ter sprake komen: “Dus omdat ze mooi was moest ze maar tot kwakjesvat dienen?” Maar ze ziet ook de andere kant: “Dat krijg je, als je met een stijve op pad gaat, en al helemáál als zij vruchtbaar is. Maar ja, jullie hadden op die bergtop geen Fort Rimboe om in mensen-gedaante elkaar aan je gerief te helpen.” Met vooral die inbreng van Wiesje is de verzoening totstandgebracht tussen Apollo en Cassandra: ook zij heeft berouw, ze heeft haar helderziendheid opgegeven, maar ze is weer geloofwaardig. Ook de verzoening met bijvoorbeeld nimf Daphne, inmiddels laurier-af. Er is al met al veel werk aan de winkel voor bijvoorbeeld Apollo in het totstandbrengen van himalaya’s, met daarna de gegunde wederdienst. De handdoeken zijn dus in toenemend tal nodig als onderlegger. Het blijft wel uitkijken. Daarom heeft Hermes een voorraadje condooms en morning-after pillen geritseld. Elsje heeft al voorgesteld, dat vrouwengedaanten zich “ergens anders, maar niet hier” ophouden als ze vruchtbaar of ongesteld zijn. Voorstel zonder stemming verworpen.

De müsli krijgen al met al een steeds duidelijker beeld van hun voorland als huwbare vrouwengedaanten, en van het achterblijven van Eros. Voorts is hen geworden, hoe jong Maaike was bij haar eerste sexuele ervaringen met mij, om maar te zwijgen van de voortijdige sexuele belangstelling van Elsje. Nou, dan willen zij ook wel eens een “gratis proefles” [Wiesje]. Maar hèn geeft Wiesje geen ontheffing (van mijn kuisheid).

De gedachte aan sex met een man hield de müsli steeds sterker bezig. Nee, ook Aart en Mart kregen geen ontheffing. Dan toch maar verder zoeken in de westvleugel? De ping-pong denkkracht van de sjes baarde een wonderlijke kandidaat: Loki. Ik herhaal: de negen muzen van Apollo, nu in de gedaanten van meisjes met erwtjes of tuinbonen op de plank, kregen van Wiesje en wonderzusje Elsje het voorstel om hun beginnersgerief te halen bij de onruststoker der Asen.

Ongetwijfeld zou die graag die vlindertjes eens bewust willen maken van hun en zijn lichamen en van de geneugten van het samenzijn, maar hem schoot een grap te binnen. Hij wachtte totdat Eros weer eens jammerend gevlucht was, verdween na hem de “huiskamer” uit, en keerde toen terug in diens gedaante. De müsli waren aangenaam verrast met de omslag in hun maatje, en gaven zich graag aan hem over. Toen Loki de terugkeer van Eros bespeurde, glipte hij zelf met een uitvlucht weg. Eros wist niet, wat hem nu overkwam! Loki stond van terzijde te genieten van zijn grap, maar hij had (met het oog op vervolg) Eros’ gedaante nog behouden. Zodra iemand beiden tegelijk in beeld had, was Loki’s spel uit. Elsje wist een passende straf, en daartoe werd hij zonder proces veroordeeld: hij moest “eeuwig” in die jongetjesgedaante alle müsli naar dier wensen himalaya’s geven en vervolgens zichzelf laten pijpen. (Ik wilde hier beeldspraak geven van de man in de stofjas als jochie, maar Wiesjes beeld van de kantine vol padvindertjes spreekt mij bij de gedaante van de müsli meer aan.) Ach, Loki is destijds ook al flink gestraft. Maar over een lekkende gifslang boven je hoofd kun je stoer doen, over toy boy zijn van negen stel peulvruchtjes niet. (Apollo heeft de rijping van de müsli stilgezet, het tegendeel dus van wat Elsje overkomen is.)

Het liegt er niet om. Met rekenhulp van Maaike is die straf als volgt ingevuld. Elk muusje heeft per etmaal recht op twee uur genot. Dat is opgesplitst in vier blokken van een half uur. ‘s Ochtends om 06:00 begint het eerste blok, te middernacht eindigt het laatste. Op zijn vroegst, want schaften en schijten gaan ten koste van zijn tijd. Plassen en wassen zijn tweepersoons zaken. De müsli nemen de beurt alfabetisch, maar iedere volgende dag begint de alfabetisch volgende. Loki gaat ook mee naar de slaapzaal, en slaapt bij zijn laatste meesteres van de dag in het stapelbed. Zo’n halfuur gaat dus op aan vooral vingeren, likken en aan pogingen om hem te laten klaarkomen. Amper aan liefkozingen, want liefde is er niet. De ware Eros vindt het prachtig, en bekijkt vaak van zeer nabij, waaraan hij ontsnapt is. De overige aanwezigen zijn vermaakt, en laten zich (evenals de overige acht müsli) graag opgeilen door het schouwspel.

 Routines

Nu we weer op het vertrouwde onderwerp beland zijn: onze rituelen zijn nu als volgt. Als de drang tot opstaan groot genoeg is, dan gaan we gevieren plassen. Eerst ik, op handen en knieën op de “grasmat”, dan krijg ik de fles (lees: wordt mijn lul schoongespoeld; de wijze wisselt). Vervolgens gaan de dames daar door de knieën, en geef ik hen de fles. (Bij haast doe ik er één, beide anderen elkaar.) Terug naar bed voor eventuele uitwisseling van dromen en kort opwerpen wat we moeten doen en waarin we wellicht zin hebben (afgezien van sex). Dan beginnen we aan de himalaya’s. Elsje wil graag meteen haar sur place, en die lijkt nu gewoonte. Na Elsje krijg ik Wiesje voor haar himalaya, een korte zandbank, en dan (omdat zij hem altijd weer stijf krijgt) haar sur place. Intussen geven de kleintjes elkaar een himalaya, en gaan daarna meestal zwemmen. Dan heb ik Maaike nog te gaan. Zij krijgt haar himalaya en sur place het liefst op het strand, na wat poedelen dat altijd eindigt met “reddend zwemmen”. Alsof zij niet veel beter zwemt dan ik… Uiteindelijk vinden we ons viertal in de badkamer, in het kleine zwembad. Vandaar verkassen we dan naar de douche. Weldra is het dan tijd om boven te gaan brunchen.

‘s Avonds is het weer Elsje die als eerste haar himalaya en sur place belieft: “hebben is houden, maar krijgen is de kunst”. Dan volgt Maaike, want Wiesje besteedt haar tijd met mij vooral aan verstrengeld indommelen, en ze neemt haar krachtvoer wellicht pas na een eerste slaapje. De biecht bestaat nog, maar meer als gezamenlijke rondvraag voordat we opsplitsen. Met soms nog lang de slappe lach om een voorval en om elkaars commentaren nú.

Ontboezemingen

Nieuwe ronde. In het kielzog van de girls hebben de jaffa’s zich in Fort Rimboe gewaagd. Zelfs in de westvleugel, voor mensen met een Joodse achtergrond een grote verrassing. Esther was uit de Hijbezems nog gewend aan uitdagingswedstrijdjes met Wiesje. Nú bleek kleine Elsje een evenbeeld van Wiesje, en actiever uitdagend. (Je zou het zelfs agressief kunnen noemen.) Aphrodite stelde zich dan maar aan Esthers zijde. De girls konden maar niet kiezen tussen deze wedstrijd in vrouwelijkheid en Loki’s straf bij de müsli. David ontdekte in Apollo een mede-liefhebber van snaar-instrumenten. Hermes reikte hem een harp aan, Apollo diens lier. Het werd een aangename muzikale achtergrond. Ik had weer Maaike op schoot, en  kreeg nu zowaar Janneke met Thea naast me. Opmerkelijk, want doorgaans is Afra middelpunt en overheersende gesprekspartner. Het werd een gezellig gesprekje tussen Thea en Maaike, ooit overburen, over vanalles. Janneke en ik (trouwens opnieuw buren) keken elkaar soms bijna vertederd aan, als ouderen bij jongeren (bijna ouders met kinderen, maar Jannekes leeftijd ligt ongeveer halverwege tussen die van Thea en de mijne). Maar ook volgden we het gesprek (als je dat zo kunt noemen) tussen de sjes, Esther en Aphrodite. Elsje is nu eenmaal gegrepen door “uitwerking”, dus die spon dat onderwerp uit met Esther, terwijl Wiesje en Aphrodite ook al vertederde blikken wisselden. Zij het dan vooral vertederd door Elsje: nog geen vijf jaar oud, maar veertig jaar oudere Esther vertellend hoe alles zit en werkt - vooral hoe vrouwen op mannen uitwerken.

Elsje is trouwens rechtlijnig in haar oordeel over dat uitwerken. Vrouwen die slechts een vermoeden willen wekken van hun lichamelijke begeerlijkheid, moeten van haar kleur bekennen. Als ze zelf gevechtskleding draagt, dan gaat gezwind dat topje uit (waarbij ze in de opwinding vergeet om mij dat te laten doen): “Zo, en wat heb jij dan voor moois?” Slipjes evenzo: “Zo te ruiken heb je een touwtje. Laat maar gewoon zien!” Soms zeikt ze verder af: “Is dat alles? - Ja, dan kun je het inderdaad beter verbergen, in dit gezelschap.” Zonodig roept ze dan anderen, uiteraard te beginnen bij Wiesje, op als bewijs. Voor bijvoorbeeld Maaike, Yvonne en Diana hoeft dat niet zo, maar Elsje heeft overredingskracht. En vooral Diana kan een pluim verwachten: “Hier: mijn moeder. 62, en kijk es ! Daarvan mag jij op die leeftijd alleen maar dromen!” Soms krijg ik lof toegezwaaid: “En wij drieën [Mawiel] worden zo mooi gehouden door deze afgebeulde oude bierbuik. Zo veel sex als wij per dag krijgen heb jij zo te zien de laatste járen niet gehad!”

Er is een achtergrond voor al dat ontbloten. Wiesje: “Ik was nooit iemand. Ook in Us Net was ik, in de toenmalige woorden van Kees, ‘dat mokkel van Larie’. Maar als ik mijn tieten toon, dan ben ik eindelijk opeens zelf iemand. In aanblik of in lef. Inmiddels weet iedereen hier dat wel, maar nu zien sommigen mij als ‘een van die drie van Larie’, of toch minstens ‘één van die twee zussen’. En Elsje is me er inmiddels mee vóór. Kan ik goed begrijpen, maar nu moet ik eigenlijk iets beters zoeken.” Maaike zei vervolgens niets, maar zij vraagt niet, zij verhoopt. Daarom geniet zij zo van een sur place met knuffel ná (en uiteraard al helemaal met himalaya vooraf, al moet ik daartoe steeds het voortouw nemen): dat ik haar ook nog lief vind als ik bevredigd ben. Elsje: “Ja, sorry, Wi! Ik wil óók iemand zijn. Niemand zal mij lief vinden om die WC-rol, maar iemand die nog vóór jou de tieten blootgooit, die telt. En moet ik trots zijn op mijn leeftijd? Ik heb mezelf óók niet gemaakt.” Er viel een stilte. Ik zei dan maar: “Ach, wat heb ik om trots op te zijn? Volgens mij alleen maar, dat jullie drieën bij mij willen zijn…” Elsje vulde aan: “... en dat je dat dan ook nog hard werken durft te noemen! Zó’n buik verdwijnt bij echt afbeulen!” Ik keek afwisselend Maaike en Wiesje aan: “Vannacht eerst jullie. Daarna zien we wel weer…” Elsje wist een oude televisie-reclame: “Foutje. Bedankt!”

Afzeiken

Terug naar de westvleugel, naar de “gelachkamer” [Elsjes woordspeling op “gelagkamer”]. De girls en eigenlijk toch ook de jaffa’s zijn niet helemaal op hun gemak in hun blootje, zeker niet als er veel onbekenden zijn - en de westvleugel gelijkt vaak een familiehotel. Ze komen toch al niet bloot naar Fort Rimboe, en hebben dan toch moeite om weer uit de kleren te gaan. Dezer dagen neigen de girls naar het dragen van lange zomerjurken, en zoeken naar de “beste” dracht van de ceintuur. Elsje wordt steeds gevatter in het belachelijk maken van die kleding. “Ja, bij deze jurk zie je wel tepels, maar niet waar jij ze hebt. Wat heb je nou weer voor beha aan?” - “Ceintuur strak gestrikt, is het voor een cadeautje?” - “Ja, zó draagt die jurk op je tepels, als je die tenminste stijf kunt krijgen.” - “Goed zo: geen slip aan. Maar hoe kan zij je nou over je gleuf aaien?” - “Wat dacht jij van een breast lift? Drie verdiepingen, schat ik.” Zelf zit ze dan bloot bij Wiesje op schoot, of naast haar in een houding die beider sexuele toestand toont en vergroot. Inmiddels is een denkbeeldige tribune gevuld met acht müsli, en in het staan-vak ervan wat onopvallende mannengedaanten. Uiteindelijk gaan met een zucht die vóór het computer-tijdperk een bedrijfsadministratie of -correspondentie te gronde gericht zou hebben die jurken uit. Dan is er soms nog wat ondergoed over: die beha’s of slips. Niet dat Elsje dan milder wordt: “Zijn dat garantiezegels? Die kun je toch al járen verbreken?” - “Kijk nou naar mijn moeder. Ouder dan jij, maar oogt steeds jonger, van boven en van onderen.” - “Goh, zelfs bij een koe hangen ze hoger.” Blijven (vooral bij de girls) toch geslachtsdelen bedekt, dan haalt Elsje een karaf wijn en glazen, en verklapt het publiek: “Als dit op is, zijn ze bloot!” Opeens moet ik denken aan die modeshows van Sheila: dezelfde toon van een verkooppraatje (nou… toch wel neerbuigender), even dwingend tot sex. Wiesje hoeft niet méér te doen dan instemmend te glimlachen en soms bij Elsje of haarzelf even opwindend te strelen.

Ondanks dat afzeiken zijn we (minstens Malawiel) dol op Elsje. Ze begrijpt achteraf wel wat eh… beter had gekund, en ze maakt het dra weer goed. Zelfs (aan haar) onbekende vrouwen kunnen een knuffel krijgen, of zelfs een vinger in de gleuf. En voorts is zij immers de brenger van reuring - vaker dan de müsli, en ook in onze bedkamer.

(Er is geen slotzin. Ik was al aan een volgend verhaal begonnen.)

 

Naar inhoudsopgave. Naar de zij-ingang [geloof,sex], of naar het daarop volgende verhaal (ongeacht waarschuwingen, in leesvolgorde).