Laatste wijziging: 2018-10-10 (technisch), 2018-10-10 (inhoudelijk). Naar inhoudsopgave. Naar vorig verhaal (ongeacht waarschuwingen, in leesvolgorde).

Larie: "Hijbezems nu"

[geloof, sex]

Ook dit verhaal loopt weg van zijn titel.

Tuin - Kerk 1 - Peeskamertje - Kerk 2 - Opschudding - Konijnenflat

Tuin

We hadden het terloops aangestipt: het ooit zo levendige muziekleven in Us Net was vervaagd. Iedereen wachtte op iedereen, deed andere dingen, of zo. Over heidefeesten hebben we terecht ook al lang niet meer geschreven.

Wiesje en ik waren weer eens bij de jaffa's op bezoek. Het was nog warm, maar niet meer zo heet als eerder deze zomer. We zaten bloot in hun tuin aan de zonzijde, op vier breekbare stoelen, en dronken wijn uit Israël. David en Esther zijn weer wat opgeleefd, maar ze zijn duidelijk ouder geworden (veertigers), vooral pafferiger. We haalden herinneringen op aan onze optredens, aan de geile wedijver tussen Esther en Wiesje. Esther gaf toe: "Ik zou het niet meer kunnen." Triomf voor Wiesje: ze deed haar borstjes stuiteren: amper beweging. Esther deed haar bitter na: flop, flop. Daarentegen bleken de jaffa's nog samen muziek te maken, in tegenstelling tot Wiesje en mij. (Onze muziekspullen staan bijna allemaal in de berging van de kroeg. Op een zelfbetaalde handkar, maar onder het stof.)

Hoe zou het muzikaal zijn met de boys? Volgens ons waren die vooral druk met schilderen, of eigenlijk: met het verwerven van opdrachten in het Amsterdamse uitgaansleven en met het verteren van eerdere winst bij Thuis. Hen erbij halen? Wiesje belde Herman. Een halfuur later hadden we ook hen bloot bij de jaffa's in de tuin - volgens ons voor het eerst. Ook de boys werden ouder (zeventig en vijftig, of zo), maar ze bleven goed in vorm. Geert voelde onze gedachten aan: "Wij lopen naar Thuis en terug." Muziek? Weinig tijd voor, ook hun instrumenten in de kroeg. Geert twijfelde aan zijn embouchure. Maar eigenlijk hadden ze best wel weer zin om eens te spelen. Eigenlijk moesten we niet meteen voor publiek optreden, maar bijvoorbeeld in de kerk proberen wat we nog konden. Wanneer zat Grada's koor daar? Oh, ook niet meer. Geert belde met Bill: ja, natuurlijk konden we de sleutel krijgen. Morgenavond? We haalden herinneringen op aan onze successen, en kregen er (uiteraard) weer zin in. Maar weldra gingen de boys weer aangekleed naar huis: de jaffa’s voelen zich niet prettig bij blote homo’s, en de boys weten dat.

Maaike belde op, terug uit school. Wiesje meldde ons plan. Maaike zou willen komen kijken. Oh, Aart ook, en dan zou Yvonne ook mee willen komen.

Kerk 1

Kortom, die volgende avond bevatte de kerk veel post-actieve muzikanten en eventuele aanhang. De Hijbezems zaten en stonden in een kleine kring, muzikale bagage om zich heen. In een ruimere kring hing dan wat aanhang rond, met richting deur een losse groep van nieuwsgierigen, waaronder verdikke allerlei web crawlers, hun bakfietsen onhandig pal voor de deur tot stilstand gebracht (nee, niet geparkeerd).

Eens zien… als we nu eens begonnen met “When the saints”. Uiteraard Geert op tenorsaxofoon, Herman op contrabas, dan Esther op klarinet, Wiesje op toetsen, en dan David en ik op gitaar en slagwerk. Ik zag beide nog niet zo zitten, maar David had het gitaarspelen nog ietwat bijgehouden. Dus ik op slagwerk. Tja, dat wordt dan een rammelende vorm van fietsen, met hopelijk crash cymbal en snare drum voor wat accenten. Geert weifelde, en trok ook een sopraansax tevoorschijn. Zijn opkomende grijns verried een verrassing. Herman begreep hem, en lachte breeduit mee. Inderdaad een verrassing: de bopper Geert speelde de melodie op sopraan in een prachtige nabootsing van de agressieve klank van New Orleans virtuoos Sidney Bechet. Esther wist uit zijn muzikale vaarwater te blijven met twinkelende hoge fill-ins. Vervolgens eiste Wiesje de eerste solo op. Geert legde de sopraan weg. Gaande haar solo ging hij op de tenor steeds nadrukkelijker ondersteunende loopjes spelen. David ging een tweede stem toevoegen aan die loopjes. Wiesje gaf over aan Esther, en nam geleidelijk de loopjes van Geert en David over in de rechterhand. Zo kon Geert zichzelf lanceren in een solo die mij deed denken aan een grote hond die zich met een soort prooi in zijn bek afreageert. David ging op overstuurde electrische gitaar proberen die prooi af te pakken. Het werd een duel dat veel voorbijgangers aanlokte (nou ja, van wat op een mooie doordeweekse avond in september langskomt). Daarna stilte voor het syncopische zoemen van Hermans bas. Geert pakte de sopraan alvast weer. Eindcollectief. Ik probeerde een eindroffel, maar die mislukte jammerlijk. Lacherig applaus.

Peeskamertje

Denk nu even om het glazuur van je gebit!

Terwijl we overlegden over het volgende nummer, wees Wiesje mij op Maaike in het publiek, en maakte een polsgebaar. Juist, ja. Ik liep op Maaike af. Die stond nogal grauw tussen Aart en Yvonne. Knuffel met alledrie, maar ik ging met Maaike stevig omarmd naar buiten. De kerk uit, de kroeg in. Bill stond er alléén. Ik wees hem op Maaikes gezicht, en nam haar mee naar het “peeskamertje”.

Ze kon het niet geloven, maar liet zich graag een himalaya geven, pijpte me een paar slagen als een dorstig kalf, en ontving gretig een sur place. Zo misselijk van geilheid had ik zelfs Wiesje niet meegemaakt, en dat zegt heus wat! Ik liet haar niet bovenliggen voor een naspel, maar trok me terug, liet haar wel mijn slappe schoonlikken, schoot weer mijn kleren in, gaf haar een innige knuffel, waste met tegenzin mijn handen, en haastte me alléén terug naar de kerk. Bill berustte.

In de kerk speelden de overige Hijbezems een medium-swing blues. David (evenmin als Esther iemand die de blues aanvoelt) drumde, en Wiesje soleerde op electrische gitaar. Ze zag me, gaf de solo over aan Esther, nu op toetsen, en verdween naar buiten. Ik nam de gitaar (de mijne) op, en nam later de solo over van Geert.

Het nu volgende heb ik dus van Wiesje vernomen.

Wiesje haastte zich naar Maaike, en ging mijn kwakkie zoeken. Niet gevonden, wel een himalaya veroorzaakt. Daarna ging Maaike bij Wiesje op zoek naar resten van mijn laatste kwakkie in háár. Ook een himalaya.

Maaike uitte twee vurige wensen. De ene was, dat ook zij een muziekinstrument wilde kunnen bespelen - en meedoen in de Hijbezems. De andere was, dat ze zowel haar studiegelofte gestand wilde doen als steeds (nou ja, buiten schooltijd dan) bij ons zijn. Klinkt als tweemaal onmogelijk, maar niet voor Wiesje. Wiesje riep domweg Aphrodite en Apollo aan. Die verschenen dan ook maar “als jonge goden” in het kamertje. Wiesje vroeg Aphrodite om time warps (niet ook nog verblijf op dat droom-eilandje) voor Maaike om zonder tijdverlies haar huiswerk te doen. Geen probleem. Ze kon vlak voordat ze op de fiets zou stappen haar huiswerk doen (vooral veel lezen). Wiesje vroeg Apollo om muzikale vorming en een instrument voor Maaike. Ook geen probleem. Die vorming was vooral een verwijzing naar trillingsleer in de natuurkunde - en dan ben je bij een beta (zoals Maaike) gauw aan je doel. Dat instrument was evenmin een probleem. Bij een zo uitgesproken natuurmens paste een zo natuurlijk mogelijk instrument. Ze kreeg er zelfs twee, in een prachtig kistje: een houten dwarsfluit en een taragot (houten sopraansax). Knuffels alom.

Bill zag de vrouwen stralend uit privé komen, met bovendien dat kistje. Hij kreeg dus als eerste die eveneens prachtige instrumenten te zien. Ook zijn reactie was prachtig: hij plaatste twee verse offertjes achter de tap. Wiesje en Maaike haastten zich omarmd terug naar de kerk.

Nu ik weer.

Kerk 2

We waren als muzikanten plus publiek toch al van slag. Ik ging over op mijn toeter, koos een trompetklank, en begon aan “(Back home again in) Indiana”, een van de eerste nummers die ik in de jazz leerde (en thuis op mijn echte trompet van blad probeerde te spelen). Ik worstelde me door de modulatie heen, en gaf de eerste solo aan Esther. Geert en Herman herkenden een ook in de be-bop bekend schema, en veranderden het nummer in een duet voor tenorsax en plukbas. David had met tegenzin zitten drummen, greep zijn kans, en deed mee als metronoom. Vervolgens greep hij mijn gitaar (wat hij mag), en deed als een derde stem vol mee. Het werd een leuk en eindeloos potje muzikaal straatvoetbal. En toen kwamen Wiesje en Maaike binnen. De muziek stortte in.

Het gebeurde verklaren had geen zin, want minstens bij de jaffa’s moet je niet aankomen met bovennatuurlijkheden. Wiesje kon het mij met een enkel klein armgebaar zeggen. Maaike maakte trefzeker de taragot speelklaar, controleerde de gestemdheid met de toetsenbord-synthesizer, en keek de Hijbezems rond. Ik greep Davids akoestische gitaar (wat ik mag), legde die dwars op mijn schoot, en gebruikte die met vlakke hand als slagwerk (wat minstens niet de bedoeling is), en begon te zingen.

Ja, wat kon ik anders inzetten dan “Laries lares”? (Zie Laries lares [geloof].) Herman wist erbij te bassen, Esther nam (met stilzwijgende toestemming) Maaikes dwarsfluit, Wiesje haalde een paar bongo’s uit spul op een handkar (de onze of die van de boys), gaf mij die, en nam zelf Davids gitaar als zodanig in gebruik. Maaike gaf op de taragot treffende fill-ins, al betwijfelde ik, of ze het nummer ooit gehoord had. Het applaus kwam vooral van ons mede-muzikanten.

Als Hijbezems hadden we ook enkele eigen nummers van andere groepen uit Us Net op ons repertoire. We noodden Aart op mijn gitaar voor een nummer van Steel Strings. David keek hoopvol naar Maaike, en vond haar bereid om het slagwerk te proberen. (Ter herinnering: haar broer Dennis was daarvan de vaste drummer, haar broer Wouter een invaller.) Zelf nam hij zijn eigen gitaar terug, en bevond die onbeschadigd. Herman leende mijn basgitaar. Ik nam mijn toeter, en koos een altsax klank. Geert wijkt zelden van zijn tenorsax. Na overleg hield Esther de dwarsfluit, en nam Wiesje de synth. Ze koos zo’n scherpe klank als Nora erbij had. Oh, kijk, Nora en Kees waren er ook. Aart zette het nummer in, en het stond meteen. Herman baste met de glijers van Thea, Davids akoestische slaggitaar was weliswaar versterkt, maar amper hoorbaar. Esther legde weldra de fluit weg, en begon alléén een geïmproviseerd dansje, beetje jaren ‘60 à go-go. De muziek van Steel Strings heb ik eerder omschreven als een muzikale achtbaan, een combinatie van Deep Purple en eh… Jimi Hendrix? Niet bedoeld als dansmuziek, en zo coveren wij die evenmin. David wisselde blikken met Wiesje, legde zijn gitaar weg, en loste haar af op de synth. Esther en Wiesje probeerden nu hun oude uitdagingen te herleven. Maaike wist dat spel mooi te accentueren, en Herman endigde glijers omhoog vaak in "kietelen” bij de hoogste fretten (een snaar met twee vingers beurtelings tokkelen, zoals tijdens een solo op de plukbas). Geert en ik bliezen riffjes in een uitzichtloos “welles - nietes”. Aart leek de danspasjes uit te lokken met van die klanken waaraan de kenner meteen merk en type buizenversterker herkent.

Muzikaal was het geweldig (om te beleven, waarschijnlijk niet om terug te horen), maar visueel viel het tegen. Esther had namelijk weldra ademnood. Uit het publiek kwam Sophie naar voren, loste Maaike af op slagwerk, en verwees haar naar het dansje. Ja, dàt was het! Maaike en Wiesje richtten zich nu op elkaar, en dekten Esthers aftocht. Esther belandde in de buurt van Claudia. Die was voor zichzelf ietwat flamenco aan het dansen. Esther kreeg de bijbehorende stoere maar minder beweeglijke mannenrol daarbij. Oh, dat bracht anderen op ideeën. Geert ging ook mijn deel van de discussie voeren, en deed mij Wiesje en Maaike vergezellen als hun danshaantje. Olie op het vuur! Ook ik hoefde weinig te doen, maar Wiesje en Maaike ontbrandden in een opwindend duel. Ware dit een modeshow van Sheila, dan waren weldra vele kwakkies gevallen, op het podium en in de zaal. (Terzijde: nog vrij kort geleden schreef ik, dat de klik vooral was tussen Maaike en mij, en tussen Sheila en Wiesje. Al sinds kort daarna moet ik erkennen, dat de klik tussen Maaike en Wiesje veel sterker blijkt dan we wellicht alledrie gedacht hadden. Samen gedragen ze zich als bakvissen, en doen mij zo des te meer verbaasd, overweldigd en dankbaar zijn om wat ik voor hen mag betekenen.) Stilaan stond iedereen te hossen - en de web crawlers vielen op door wezenloos te blijven staan. Hé, ze bestaan ook in het vrouwlijk!

Daarna hadden we Kees te gast op mondharmonica en op Davids akoestische gitaar. Langzame blues, dus. Aart gaf tegenstemmen op electrische gitaar, Wiesje had ook een mondharmonica. Dat werd schuifelen voor Maaike en mij. Yvonne kon het niet aanzien, deed David de gitaar van Aart overnemen, en nestelde zich in Aarts armen.

Opschudding

Ook dat schuifelen vond bij veel publiek navolging. Zelfs bij tweemaal twee web crawlers, en dat bleek nieuws voor de andere. Één stoof naar buiten, sprintte hoorbaar weg in een snelle auto, verloor (vernamen wij later) de macht over het stuur bij de overgang van fijn grind (Dorpsplein) naar baksteen (dit stukje Digitale Zandweg), knalde een voortuintje in, draaide toch weer de weg naar de Digitale Snelweg op, en lanceerde de kopgroep van een ploegje wielrenners, dat met fikse vertraging en amper verlichting noordwaarts koerste. Bill had in de gelagkamer de klap en geschreeuw gehoord, en zond Ruben (die nog met Jessica hun beleggingsstrategie zat te bepraten) naar de kerk om aandacht en zonodig hulp, en Jessica naar het huis van Hans en Grada, voor als die niet in de kerk zouden zijn (en het ongeluk vóór hun huis zouden hebben gemist). Wel, Grada was al eerste hulp aan het verlenen, Hans probeerde aan 112 uit te leggen wat wanneer waar gebeurd was, en Peter en Inge sjouwden met lampen uit zijn werkplaatsje om de plek des onheils inzichtelijk te maken. (Ter herinnering: Us Net heeft geen straatverlichting.) Jessica probeerde haar gedachten te verleggen van optiecontracten naar Grada vinden, en was niet bedacht op de nabijheid van het ongeval. Ze struikelde over een fiets die nog tussen de benen van zijn berijder lag, bezorgde diegene zodoende extra pijn in zijn kruis en extra schade aan zijn voorwiel, en was zelf aan lichaam en kleding niet toonbaar. Alle web crawlers haastten zich met ellebogenwerk de kerk uit, botsten op de plaats des onheils met aansnellende collega's, en voegden zo een deklaag toe aan het bedje gewonde of slechts versuft liggende wielrenners.

Weldra landde een traumahelicopter achter het huis van Hans en Grada, maar dan wel binnen het gebied waar de (al dan niet voormalige) Bittenbeek en andere wadi's Spamerica tot verraderlijk terrein maken. De heli zakte meteen scheef weg, raakte met rotorbladen het werkplaatsje van Peter, kwam op zijn kant te liggen, en veroorzaakte met hete plekken het begin van een heidebrand. De inzittenden van de heli kwamen met de schrik, wat blauwe plekken en vooral vertraging vrij, kregen van Inge alvast een bekertje water, en bereikten door dier huis het strijdtoneel. Er naderde een politiehelicopter, toevallig met warmtebeeldcamera en een onderzoekend bemanningslid. Zodoende vond men een stervende en een net gestorvene in de dakgoten van beide genoemde huizen. Deze heli kon inmiddels veilig op het Dorpsplein landen.

Aart was meteen begonnen als onze brandweercommandant. (Op zijn voorstel hadden we lang geleden ook een blusleiding aangelegd.) Hij wees Peter en Inge, waar en hoe zij moesten spuiten om de beginnende heidebrand bij de huizen weg te houden. Hij wees Wiesje en mij, en na een korte aarzeling ook Maaike en Yvonne, aan om de beginnende heidebrand aan de heizijde te beperken. Waarschijnlijk zou dat nog lukken met de spades die ieder huis op zijn voorstel nabij de achterdeur voor het grijpen heeft, of met de blusdekens die Hans en Grada in hun bijkeuken voor het grijpen hebben liggen. De piloot van de traumaheli kon zelf de brand van zijn toestel weg houden. De beginnende brand (van heide, heli en huizen) ging trouwens weldra als een nachtkaars uit. Hans richtte wel drie nachtcamera's (voor cameravallen) op die plek, en streamde de beelden naar ons netwerk. Bill stemde de monitoren in de kroeg erop af.

Intussen was aan de straatzijde het overzicht ingetreden. Alle web crawlers waren weg, sommige met bekeuring, de veroorzakende auto was met Abs trekker op diens platte wagen getild, de beschadigde fietsen waren opgetast op Hermans pick-up, de inmiddels twee lijken lagen in Aarts bulli, enkele ernstig gewonden waren in de snelle auto's van het geld afgevoerd, de lichtgewonden kregen in de kroeg een kop soep, en de wielrenners zonder schade aan lijf en rijwiel waren huiverend zuidwaarts vertrokken. Nog steeds amper verlicht, en twee zijn halverwege het viaduct gevallen toen ze elkaar met de sturen geraakt hadden.

Uiteindelijk waren we weer onder ons, met alle rommel opgeruimd (behalve de beschadigde traumaheli) en onze muziekspullen terug in de berging van de kroeg. Dat kistje van Maaike? Met inhoud bij onze spullen. Ook wij kregen een kop soep.

Konijnenflat

Yvonne keek Maaike aan: moest die niet hoognodig naar huis en naar bed? Wiesje kwam tussenbeide, en vertelde wat zij deze avond geregeld had. Yvonne zuchtte, en wisselde een bezorgde blik met Aart. Toch vroeg ze Maaike: "En dus?" Maaike begon langzaam te stralen, alsof binnenin haar het zaallicht van een theater(!) werd ontstoken, en zei: "Nu kan ik dus fijn bij Wiesje en Larie wonen, en toch tijd genoeg hebben voor mijn huiswerk. En om aan voldoende slaap te komen. - Maar we komen vàst vaak bij jullie langs." Ze stond op, en omarmde Aart en Yvonne van achteren. Daarna deden Wiesje, Maaike en ik een driehoeksknuffel, en tenslotte gaven Wiesje en ik los Yvonne en Aart los een knuffel. De overige aanwezigen hadden het met verbazing gevolgd. Toen we onze soep op hadden, stond Maaike op: "Even langs huis, spullen halen." Ze gaf opnieuw haar ouders een kus, omarmde Wiesje en mij, en loodste ons naar buiten. Vervolgens moest ik toch maar in het midden lopen, met voor de zekerheid een hoofdlampje op. Even later had Maaike die grotere rugzak gevuld. Ze wees naast haar bed: daar zat de grote speelgoedpanda, een slipje op zijn snuit. Dat bracht ze naar de wasmand in de badkamer. We vertrokken naar ons huis, ik in het midden met hoofdlampje en rugzak. Maaike voerde haar fiets mee.

Thuis gingen we maar meteen naar de slaapkamer. Wiesje nam Grieks spul mee naar boven. We gingen snel uit de kleren, en noodden Aphrodite, Apollo, en eigenlijk ook de andere Olympiërs en ook maar de Asen uit voor een slokje. Hun houdingen leken samen te vatten als vertedering, misschien ook dankbaarheid (om stervelingen zo gelukkig te kunnen maken). Na twee rondjes keek Maaike het gezelschap rond: "Eigenlijk wilden we nu wel aan de gang…" Even later waren we (voorzover zichtbaar) alleen. Wiesje knipte ook dat achtergrondlicht uit. Blij begonnen we aan ons driepersoons avondritueel.

Oh, we hebben onze rituelen moeten aanpassen aan dat schoolgaan. 's Ochtends krijgt Maaike een sur place, waarna Wiesje haar de himalaya bezorgt met kwakkie zoeken. Maaike moet brood mee hebben, en ze moet ontbijten, dus de broodmachine is onder het stof vandaan. Wiesje en ik ontbijten mee. Laatste stap vóór Maaikes vertrek is het aankleden, en een late stap daarin is, dat ik een (eerste) inlegkruisje in haar string schuif. Omgekeerd is de eerste stap na Maaikes aankomst, dat zij zich uitkleedt, en een vroege stap daarin is, dat ik het (laatste) inlegkruisje uit haar string trek. Ja, die inlegkruisjes waren dra op school bekend, en Maaike staat nu mede bekend als "Kruisje". Vooral op de foto's die op social media rondgaan.

Hopelijk duurt dat schoolgaan één schooljaar. Daarna wordt het studeren, bij huidig inzicht in Wageningen, en dan zal ze in die buurt een onderkomentje moeten hebben. En dáárna… Aart is alvast begonnen om haar rijles te geven.

Wel, na enkele dagen kunnen we slechts melden, dat wij drieën opgetogen zijn, en dat we zojuist gezellig bij Aart en Yvonne gegeten hebben. Aart meldde nog: "Ja, nu wij het rijk alléén hebben…" - en toen namen wij grijnzend afscheid.

Op de muziek moeten we later maar eens terugkomen.

 

Naar inhoudsopgave. Naar volgend verhaal (ongeacht waarschuwingen, in leesvolgorde).