Laatste wijziging: 2017-09-15 (technisch), 2017-08-23 (inhoudelijk). Naar inhoudsopgave. Naar vorig verhaal (ongeacht waarschuwingen, in leesvolgorde).

Larie: "Boutjes en moertjes"

Had ook "Stoom 5" kunnen heten. Dit verhaal bevat vaktermen uit de wereld van het spoor. Wellicht biedt Wikipedia voldoende hulp.

Plan - Voorbereiding - Rit - Napraten

Plan

Op zich zijn de mannen van Sans Perail en van Pierlala en de vrouwen van de speeltuin geneigd om hun vacanties juist in Us Net door te brengen, althans in het station op een uur gaans over de Digitale Zandweg. Echter… ook zij zijn ouder geworden in de tijd waarover we (nog?) niet geschreven hebben, in sommige gevallen grootouder of post-actief (dus actiever dan ooit). Nu was er ook nog een stoomfestival in een ander deel van de wereld, met zowel ritten per stoomtrein als vaarten per stoomboot. Ongeveer de halve groep (afhankelijk van wie je meetelt) was daarheen. Dat zou geen probleem moeten zijn. Er was een zomerbemanning (m/v) van station en speeltuin, met wederzijdse noodhulp.

Sans Perail en Pierlala denken slechts aan opknappen, met rijden (danwel varen) als het doel waarnaar zij streven, niet als een bron van inkomsten. Dat licht waren zij echter zojuist uit nood gaan zien. Sans Perail had dus een betaalde rit aangenomen: voor het veertigjarig huwelijk van een welgestelde begunstiger, ene Hans, een rit naar Dresden en (langs een andere weg) terug. En dan niet “zie maar wat je inzet", maar vrij nauwkeurig omschreven welk materieel wel en niet gebruikt kon worden. Welnu, ik meen, dat ik het beoogde herstel van de voorgeschreven locomotief vergeleken heb met de wederopstanding van oudroest. Maar… het is nu een rijdend pronkstuk. Dat tegelijkertijd ontvangen rijtuig eveneens. Die moesten dus mee, aan te vullen met dit wel en dat niet. Moeilijke keus? Jazeker! Dit spul beschikte niet over een doorgaande remleiding, en inbouw had tot verhitte discussies geleid. De rekkelijken hadden gewonnen: locomotief en rijtuig hadden een doorgaande remleiding gekregen, de locomotief bovendien op een niet al te opzichtige plaats een drukvat en een luchtpomp. Blijkbaar uit voorzienigheid was naast het Nederlandse veiligheidssysteem ook het Duitse ingebouwd.

Er moesten kolen mee (goedkoop uit die voorraad van Bob), er moest (vooral voor de zekerheid) extra water mee, er moest een materiaalwagen mee, en uiteraard moesten er rijtuigen mee voor de gasten. Vervang je oude sneltreinrijtuigen door modernere of door oude boemelwagons (met open balkons, wel met remleiding)?

Het moest net lukken: het beoogde rijtuig, het rijtuig waarin Wiesje en ik eens een proefrit meegemaakt hadden, een derde sneltreinrijtuig, en sowieso het eigenlijk te moderne slaaprijtuig met keukentje en douche waarin ze verblijven. Oh ja, ook (de) Hydra.

De Hydra is zo’n hydraulisch kraantje op luchtbanden, met zowaar een schuivertje aan één kant. Het is samen met wat hulpstukken (hoogwerkersplatform, grijpers, en zo, en bovenal een onderstel om ook op rails te kunnen rijden) geschonken door een groepje rond Aart, Bob en Fred (en dus waarschijnlijk ook die Bob). Het is een verzameling spullen uit inruil: niet nieuw, wel in orde, en bovenal geweldig nuttig. Hun stoomkraan, nu aangeduid als “Foor” (afkorting van “komfoor”, en samen met “Hydra” een onjuiste woordspeling op “hydrofoor”), is wel een juweeltje, maar zelden handig. Hydra rijdt soms op de rails, soms op de weg, maar kan zich met een lier en twee helften “valreep” een wagon op trekken, of zich ervanaf laten zakken. Hij heeft een eigen materiaalwagen: een schuifdakwagen. (Schuifdakwagens behoren tot de vele soorten goederenwagens die verdreven zijn door de opkomst van de zeecontainer.) Op deze reis zou Hydra nuttig zijn voor het overladen van steenkool uit de meegenomen voorraad naar de tender van de locomotief, en voor het in stelling brengen van de middelgrote waterpomp (en de daartoe benodigde dieselgenerator) om meegenomen water over te brengen naar de tender en naar de watertanks van de rijtuigen. De infrastructuur voor stoomtractie is immers in ons deel van de wereld teruggedrongen tot op de museumlijntjes die, welhaast per definitie, nogal terzijde liggen. Het is in auto-termen niet “van de snelweg af gaan om goedkoper te tanken”, maar veeleer, zoals rond het schrijven van dit verhaal in het nieuws was, "de waterstof-bus per vrachtwagen naar het tankstation brengen (en terug), omdat de bus anders precies zijn tank zou leegrijden op en neer naar dat tankstation".

Toelating hier, toestemming daar, verzekeringswerk. Vervolgens bleek het wenselijk om een middelgrote diesellocomotief mee te nemen. In geval van pech zou het hele circus snel de baan vrij moeten kunnen maken, een loc huren zou te begrotelijk worden, en de naastkleinere diesel van Sans Perail mag niet zo hard rijden als die middelgrote. Die diesel moest dan maar tussen de personen- en de goederenwagens in.

Kortom, vier rijtuigen, twee wagons steenkool, twee wagons water, twee materiaalwagens, een wagon met Hydra, en een wagon gasolie voor Hydra en zonodig de diesel. Samen geen toonbeeld van zo’n oude sneltrein. Het plan was daarom, dat de rijtuigen in aflopende mate van passendheid achter de locomotief zouden rijden, en Hydra voor de inzetbaarheid helemaal achteraan. Wat dus wel betekende, dat die nogal eens van zijn wagon af zou moeten, en dat er ook ruimte (zoals een losweg) nodig zou zijn om het ding in te zetten. En dat de trein een weg zou moeten nemen waarop niet kopgemaakt behoefde te worden, maar dat was al gewenst om de loc niet met tender vóór te laten rijden.

De reis zou drie dagen per richting duren. Sans Perail heeft zelfs zijn oudste goederenwagens geschikt gemaakt voor 80 km/h, maar een hogere topsnelheid zat er dus niet in. Dan duurt het ook nog eens een tijdje, totdat deze locomotief die met dit treingewicht bereikt had. Dus moest de trein, zelfs op zaterdag, best vaak opzij om andere treinen voor te laten. Zodoende steeg ook het aantal keren dat de trein moest optrekken, dus kolen en water verbruiken, dus bijgevuld moest worden. Gelukkig had Louis medeleven bij DB Netz, en was zijn pad (time slot) niet in marmer gebeiteld - in dier voege, dat hij kon vragen om een volgende inhaalstop tot restauratiestop te bevorderen. Dan kreeg hij na wat behandelminuten door, waar we terechtkonden. Liefst bij een laadperronnetje: dan kon de Hydra sneller van en aan boord. Maar weldra waren er andere invallen. Hadden we twee sporen naast elkaar, dan konden we de trein weer knippen. Dan plaatsten we de wagon met de Hydra naast de tender van de locomotief, en dan kon de Hydra de kolen van de aangekoppelde wagon met een kwartslag draaien de tender in krijgen. Waternemen was dan een zaak van slangen uitrollen.

Uiteraard was de reis eerder doel dan middel. Hans en zijn gezelschap genoten evenzeer van deze omhaal als van het rijden zelf. Bovendien dwongen de waargenomen vindingrijkheid en inzet bewondering af. Iemand tipte een bevriende website, en bij de daaraanvolgende restauratiestop stond een deskundige filmploeg klaar. Het filmverslag (spoedig om onduidelijke reden van YouTube verwijderd) bracht drie Duitse begunstigers op.

Hoe dan ook, we moesten dus vroeg vertrekken. Maar ons stationnetje is geen plek waar je vroeg op de trein stapt. Dus was besloten, dat de gasten in de stad oostwaarts zouden overnachten, met alvast een feestje in het hotel. Dan kon de personentrein mooi (filmgeniek) komen voorrijden, en kon de goederentrein nakomen en stilletjes aangekoppeld worden. Oh, maar dat verblijfsrijtuig, met alle bemanning? Gelukkig heeft die diesel radiografische besturing. Personentrein uit drie rijtuigen, goederentrein met verblijfsrijtuig voor de locomotief. De personentrein kon een kwartier het perronspoor bezetten. In dat kwartier moest de goederentrein eraan gekoppeld worden, maar die goederentrein moest wegens kruisende gewone treinen voor en na precies zes minuten voor vertrek aanhaken. Niet gewoon “klik”, maar de ketting inhaken, op de juiste spanning aandraaien, remlucht en electriciteit doorkoppelen, de doorloop tussen de rijtuigen totstandbrengen (een rubberen balg aan het verblijfsrijtuig, een ouderwetse harmonica (canvas balg met hekwerkje) aan het gewone rijtuig, wel redelijk aansluitende loopplaten), en ook een remproef nemen. Dat mocht bij uitzondering een “kleine” remproef zijn.

En ja, als alles goed zou gaan, dan zou de trein bij terugkomst in de andere richting staan. Was niet handig, dus het geheel zou na het uitstijgen der genodigden nog een zodanig ritje door Nederland maken, dat alles weer in de beginrichting zou wijzen.

Deze rit vergde twee bemanningen voor de stoomloc (beurtelings machinist en stoker spelen), iemand voor de Hydra, twee bemanningen van minstens twee man als “gastvrouw”, en iemand als coördinator. Gelukkig zou de goederentrein gereden en aangekoppeld  kunnen worden door de tweede stoomlocbemanning. Er moesten dus minstens tien man bemanning mee, ondergebracht in het verblijfsrijtuig.

Als je al moe bent van het lezen van deze voorbereidingen, dan begrijp je ongetwijfeld, dat bij Sans Perail de werkers echt aan vacantie toe waren.

Welnu, de bemanning ken je al: Wiesje en ik hadden ons dan maar weer aangemeld als “gastvrouwen”, Yvonne ook, Aart bleek inmiddels bevoegd machinist, je kent de machinisten Hendrik-Jan en Louis, en wellicht herinner je je Mila voor de Hydra. Achim kwam over (uit omgeving Dresden…), maar kon immers geen kolen meer scheppen. Mila dacht dat te kunnen verenigen met haar rol als kraandrijver. Dan mis je nog één gastvrouw en de coördinator. Verrassing: Karla werd gastvrouw, Afra coördinator. De buufs zijn niet eens begunstigers!

Het vertrek stond op zaterdagochtend 7 uur, dus sowieso iedereen om 6 uur aanwezig. Sans Perail was dus al vrijdag bezig met de laatste voorbereidingen: het bunkeren van de loc, het samenstellen van de delen van de trein, het schoonmaken van de rijtuigen, het aan boord brengen van voorraden, het opstoken van de loc en daarna op nachtvuur zetten, enzovoorts.

 Voorbereiding

Die vrijdagmiddag begonnen de tegenslagen. Een sleutelfiguur van de speeltuin kwam ten val, werd door iemand van Sans Perail naar de eerste hulp gereden, maar werd terstond opgenomen wegens een botbreuk met complicaties. Geen andere keus dan vervanging door Mila. Dus moest die op de trein vervangen worden. Door iemand die niet op vacantie ging. Dat werd Wouter. Wouter zou dit weekeinde doorbrengen bij ene Cilia (en haar ouders), maar op hem doe je geen vergeefs beroep. Hij vond het lullig voor Cilia, vroeg eerst of zij mee mocht, daarna of zij mee wilde. Goed, Cilia boven de sterkte mee.

Bij het samenstellen van de trein ontspoorde de materiaalwagen van de Hydra op het wissel naar het hoofdspoor. Bij nader inzien bleek een wielband gebroken. Gelukkig was er een reserve-as met wielbanden. Die wagon moest vrijgezet worden om hem te kunnen hersporen en naar de werkplaats te brengen. Voor dat hersporen moest veel spul eruit. Op zich geen probleem, want die spullen zijn berekend op in- en uitladen. Wel gaf dit geweldig tijdverlies op een (gelukkig ruim) tijdschema. Voor iedereen die aan de oorspronkelijke planning onttrokken werd, werd een vervanger gezocht, zonodig met doorschuiven. De buufs, Wiesje en ik stonden pas voor zaterdagochtend gepland. We werden vrijdag halverwege de middag door Herman gebracht. Die bracht ook kalme Wouter en onthutste Cilia, en ook Yvonne en Geert. Wiesje en ik klommen dan maar achterop. Afra nam terstond haar rol op zich: maakte zich aan de meute bekend, vormde zich een overzicht van taken en middelen (mensen en spullen), en sloeg aan het coördineren op een wijze die Wiesje en mij bewondering afdwong. Ze zocht ook uitdrukkelijk naar nu stevig doorwerken om straks hopelijk ook te kunnen douchen en rusten.

Wouter wijdde zich meteen aan de Hydra. Afra zag onbekende Cilia radeloos, redeloos en reddeloos, vroeg haar om zich aan koffie en thee voor de werkers te wijden, maar had zelf geen idee van wie Cilia zelfs maar de weg zou kunnen wijzen. Yvonne nam haar dan maar onder haar hoede. Tja, bij mij rijst dan weer het woord poppenmoedertje. Dit wichtje dacht in Wouter de sleutel te hebben tot een gezellig en ordelijk gezinnetje. Wouter zal best ooit een gezellig en ordelijk gezin hebben, maar hij wil er nu nog niet aan denken. Inmiddels heeft al een legioen poppenmoedertjes na één (gezellig maar vermoeiend) weekeinde moeten inzien, dat elk van hen de eigen kansen op deze hoofdprijs schromelijk had overschat. Cilia had het een mooie gelegenheid geleken: niet een (zorgvuldig dichtgepland) weekeinde met Wouter in haar eigen omgeving, maar een hele week samen in een trein, waarbij hij “af en toe” iets zou moeten doen waarbij zij niet aanwezig kon zijn. Yvonne probeerde meteen om haar uit die droom te wekken, maar tevergeefs.

Wiesje en ik wisten tenminste iets van deze omgeving. Wiesje betoonde zich assertief. We gingen meteen het verblijfsrijtuig in, bespeurden dat de vaste bewoners hun vaste coupé’s ontruimd hadden, zagen dat het rijtuig aan het keuken-einde met de personentrein gekoppeld was, en namen de coupé aan het andere uiteinde in bezit. Daar kleedden we ons in overalls, werkschoenen en werkhandschoenen. Ik stak zelfs een bahco en een multitool bij me. Vervolgens meldden we ons bij Afra. Die had ons nooit met "boutjes en moertjes” in verband gebracht, en was haar rol even helemaal kwijt. Vervolgens zag ze Hendrik-Jan voorbij benen, en droeg ons aan hem over. Die weet tenminste, wat hij aan ons heeft - en hij is wijs genoeg om ons bijelkaar te laten. Hij gaf ons een stroom van controle- en bezorgklusjes. Voor de meeste hadden we geen werkkleding nodig, maar een overall met vetvlekken dwingt hier ontzag af, plus of min aangepast door hoe men je kent. Rond 02;00 was het meeste werk geklaard, en na een welverdiend slokje ging men tegen 02:30 naar kooi. Er waren wat scheve gezichten bij het ontwaren van ons bezit, maar het werd ons gegund. We kregen Aart en Yvonne als buren.

Rit

Om 05:55 ging bij de buufs de wekker. Om 06:00 weerklonk door de luidsprekers het reveille (trompetsignaal). Karla was inmiddels op streek met koffie en thee zetten. Zes van de tien bemanningsleden kennen elkaar ook bloot, voorzover je Wouter mag meerekenen zeven. Hendrik-Jan en Louis zijn ook wel wat gewend, voor Achim een “oh ja, diese Hollander” ervaring, en voor Cilia was het de zoveelste schok. Namelijk, dat men onbekommerd bloot naar toilet en douche ging, met in de zijgang bedoeld en onbedoeld huidcontact. En iedereen keek wel, wanneer de douche vrij was, en ging intussen door met opstaan en taken vervullen. Uiteraard zouden Hendrik-Jan en Louis de eerste dienst op de bok van de stoomloc nemen, Aart dus de rit met de diesel. Het stoom-koppel dook (bij wijze van spreken) vanuit de kooien de ballast in, en repte zich naar de loc voor eerste handelingen. Daarna kregen zij de eerstvolgende twee douchebeurten, terwijl de ander een mok koffie dronk.

Wouter zou de stoker zijn bij Achim. Die voelden zich inmiddels kleinzoon en grootvader. Zij zouden de tweede dienst nemen, althans de eerste in Duitsland. Dus Cilia had na een doorslapen nacht gehoopt op gezellig samen wakkerworden. Mis! Wouter schoot zijn kleren in, zag dat de koffie nog doorliep, volgde Hendrik-Jan en Louis naar buiten, en hield zich gereed om terstond in actie te komen. Laatste schep kolen de tender op? Met de oude waterkolom de tender bijvullen? Hij heeft het niet van een vreemde. Aart was ook meteen in de benen, dus Yvonne ook. Die zou met Karla de eerste gastvrouwen-dienst nemen, dus op de personentrein. Afra zou immers ook daarop vertrekken. Dus ook die drie hadden enige haast. Heb je al tot zeven geteld? Achim had weinig kunnen inbrengen, was op een "gewone" tijd naar kooi gegaan, was uiteraard wel opgewonden, en was uiteindelijk de eerste onder de douche. Wiesje en ik hadden dat alles beredeneerd, en het klopte. Wij kwamen om 06:55 ongedoucht maar gekleed naar buiten om de stoomtrein uit te zwaaien. Wij wasten ons rustig in de rijdende goederentrein.

De goederentrein kwam mooi op tijd langs het perron, en werd meteen aan de personentrein gekoppeld. Het perron was vol met Hans' gezelschap en met iedereen die een bijzondere stoomlocomotief of zelfs maar het geluid van een stoomfluit op afstand herkende. Maar we hoorden vanaf het perron ook zombie-vragen komen als "Kan die nog rijden?" Alsof het ding in enkele minuten uit de ballast was gegroeid!

Mensen in allerlei spoor-uniformen en veiligheidshesjes stonden evenzeer van alle kanten toe te kijken. Enkelen waren duidelijk benieuwd naar het aankoppelen. Wel, als Sans Perail een smoes heeft om te rijden, dan moet er doorgaans ook gerangeerd worden. Vastmaken en doorverbinden (en loshalen en ontkoppelen) kunnen zij bij wijze van spreken met één arm op hun rug, en op de complicaties van de harmonica hadden ze meteen maar gezamenlijk geoefend. Aart had de locomotief radiografisch bediend vanuit het verblijfsrijtuig. Bij het binnenlopen van het station (toen die kruisende trein voorbij was) stond Louis al (met hesje aan en helm op) tussen de buffers achteraan de stoomtrein. Een nieuwsgierige wagenmeester vergewiste zich van het slagen van de remproef, en intussen was de doorgang boven de koppeling totstandgebracht. Vier minuten om te genieten, dacht "iedereen". Afra moest alles uit de kast halen om de reizigers de trein in te jagen. Dat we met slechts "+1" vertrokken was haar verdienste. Oh, er was een personeelswisseling: Aart was gaan stoken, opdat Louis in het verblijfsrijtuig kantoor kon houden. Wiesje en ik besloten, Yvonne en Karla maar te gaan helpen bij het opdienen van eerste verfrissingen. We hadden ons allevier erop gekleed: ingetogen, zelfs stemmig, en dankzij Yvonne zelfs aardig naar het tijdsbeeld van de trein. De combinatie Yvonne en Karla kende je nog niet, maar dat klikt. Yvonne heeft de juiste mate van ordelijkheid om Karla ontzag af te dwingen, en de juiste mate van relativering om haar opgewekt te houden. En Yvonne waardeert, hoe Karla in Us Net opgebloeid is. Gevieren was het heel gezellig, en dat straalde op de gasten af.

Opeens waren we in een grensstation, dat ik met opzet vaag houd. Ik verklap slechts, dat we heen zuidelijker reden dan terug. Louis had er een restauratiestop van gemaakt. Met water uit een tankauto, want we verbruikten meer water dan verwacht.

De trein stond amper stil, of Wouter sprong eruit, en hielp Achim af te stappen. Samen snelden ze langs de rijtuigen naar de loc, nagestaard door Cilia. Oh, Wouter op de bok? Aart beende in zijn plaats naar de Hydra, die eerste keer nog om die af te laden en laadschep voor laadschep langs de trein te rijden. Omslachtig, maar routine voor Sans Perail: op hun eigen lijntje verbruikten ze niet zo veel. Wouter zag het aan, meldde zich af bij Achim, en beende naar de gewone materiaalwagen (niet die van de Hydra). Na een minuut sprong hij eruit, en wenkte Aart. Die reed in de Hydra naar hem toe. Even later reed de Hydra met een opgevouwen dekzeil in de grijper naar de gebruikte kolenwagen. (Sans Perail gebruikt “uiteraard” ouderwetse open halfhoge kolenbakken, geen zelflossers.) Aart en Wouter vouwden het zeil op de grond uit. Daarna ging Aart van de wagen het zeil op scheppen. Oh, er had ook iemand op de kolen gestaan om te tremmen of aan te wijzen: Louis. Hij en Wouter klapten de deurtjes van die wagen open. Vervolgens ging Louis domweg kolen naar buiten vegen, het zeil op. Wouter snelde terug naar Achim. Inderdaad, toen er een bergje steenkool op het zeil lag, werd de trein zo ver terug gezet, dat het bergje nu naast de tender van de stoomloc lag. Evenveel tijd voor het scheppen, maar slechts de trein één keer verplaatsen, in plaats van de kraan steeds.

Wiesje en ik hadden eerst uit het raam gehangen om dit te zien, maar stapten later uit. (Het verblijfsrijtuig heeft nog van die ramen die een heel eind omlaag kunnen schuiven, en halfvergane stickers met de mededeling in vier talen dat naar buiten leunen gevaarlijk is.) We gingen ook maar bij de loc kijken. Alles glom, beiden straalden. We prezen Wouter voor zijn inzicht. Achim genoot domweg van het mogen rijden op een mooi opgeknapte stoomloc, en dan nog met een stoker die het vuur mooi onderhield, en het waterpeil scherp in het oog hield. Louis kwam ook naar voren: "Ausfahrt frei in acht Minuten. Hydra ist fast wieder auf dem Zug." Achim knikte. Wouter keek naar de stoomdruk. Meer mensen waren uitgestapt, dus Afra maande spoedig iedereen naar binnen, op straffe van achterblijven. Wiesje en ik gingen Yvonne en Karla aflossen. Oh, eigenlijk moesten er broodjes gesmeerd worden. Wiesje ging dat met Yvonne, Karla en Afra doen in het verblijfsrijtuig. Ik slenterde de drie andere rijtuigen op en neer. Ik was vooral een aanspreekpunt, geen conducteur, geen kelner, al zorgden de "gastvrouwen" ook voor die broodjes en zo.

Eigenlijk heb ik nu het meeste al verteld. Het werd een gezapige rit, met soms mooi uitzicht, veel gebabbel en soms spelletjes of zelfs muziek binnen. Het gezelschap overnachtte in hotels, de bemanning in het verblijfsrijtuig.

De grote pechvogel was Cilia. Wouter en Achim waren niet van de bok te branden, en Hendrik-Jan en Louis vonden dat best. Als ze dan eindelijk eens kwamen, dan zaten ze lang na te kletsen met Hendrik-Jan en Louis (als die niet hoefden te rijden), Aart en Karla, met Afra en Yvonne ook merendeels erbij. Dan ging het bovendien in het Duits, en Wouter spreekt dat inmiddels uit alsof hij aan de Poolse grens woont. Daarna was Wouter echt moe. Hij is er de man niet naar om een hunkerende vrouw te laten smachten, maar Cilia moest ervaren, dat ook zij hem niet kon veroveren. Ze ging voor de aanspraak dan ook maar een beetje gastvrouw spelen. Ze had echter slechts kleding bij zich die berekend was op verleiden. Achim verwoordde dat subtiel in een twinkelend "Alles klar!", en deed Wouter zoeken naar de Duitse vertaling van "knopenweer". En Cilia mocht dan bedacht zijn op opdringerige mannen, ook Afra weidde haar ogen.

Er viel weldra weinig gastvrouw te spelen, buiten het smeren en uitdelen van broodjes en zo. Meestal zaten Afra, Karla, Aart, Yvonne, Wiesje en ik te kleppen, of te kaarten. Het stel dat niet meespeelde deed dan soms een ronde.

In Dresden, waar we vier nachten bleven (meteen ook voor onderzoek en onderhoud aan de stoomloc), kwam Ursula ons bezoeken, met als verrassing ook Mart, Diana en Elsje. Achim en Ursula zijn immers ook goed bevriend geraakt met Wiesjes ouders. Elsje ontwikkelt snel een eigen persoonlijkheid. Wiesje vroeg haar zoetsappig "Boutjes en moertjes?", en de kleine begon zachtjes te huilen. Toen Karla's ouders de uitleg ervan gekregen hadden, barstte Achim los in een schaterbui waarin hij zowat stikte. Elsje gilde als een tandartsboor.

De terugweg bracht ons dicht langs Berlijn. Weer een verrassing: op een daartoe geplande lange restauratiestop kwamen Klaus en zonen twee gerestaureerde open goederenwagens vol steenkool brengen. Een welkome (en aangekondigde) gift. Dat wil zeggen, Klaus wilde gekscherend Cilia in ruil hebben voor de nader te bepalen gelukkige zoon. Wouter nam haar amper in bescherming, en toen was het ook voor haar uit. Althans, dat leek ze te willen willen. Aart bleek wat flessen lekkers van Kees bij zich te hebben voor Klaus, en die aanvaardde deze tegenbaat. Wiesje was ongekend vals, en stelde vast, dat Cilia blijkbaar evenveel waard was als een paar wagons kolen, en minder dan een paar flessen drank. Wouter vond dat toch wel erg schamel, en haalde zowaar Cilia even aan. Wiesjes opmerking bleek bij ons avondritueel tweeledig: enerzijds was Cilia op haar (en wie niet) onnozel overgekomen, anderzijds is een vrouw nu eenmaal geen kwakjesvat. (Zie ook de opmerking van Sheila in Zusjes [geloof, sex]. Op dit punt zijn Wiesje en Sheila hechte zussen.) Die extra wagens steenkool bleken wel een handicap: ze hadden nog steeds geen doorgaande remleiding, en moesten dus achteraan de trein meelopen.

Het gezelschap stapte zondagavond vroeg weer uit waar het ingestapt was. Hans was bij zijn gezelschap met de pet rondgegaan, en had een mooie buit binnengehaald voor Sans Perail.

Napraten

Hierna maakten we een omtrekkende beweging, opdat het materieel weer in de richting zou staan waarin het gestaan had. Zondagavond laat reden we langs de hoge rimboe het station binnen. Er werd druk gerangeerd en uitgeladen. We bleven allen in het verblijfsrijtuig slapen, wel na een uitgebreid slokje.

Raar, hè: een verhaal waarin Wiesje en ik een zo kleine rol spelen. We hebben ons heus vermaakt, en we hebben elkaar niets tekort laten komen. We denken, dat we Cilia nooit meer zullen zien. Kees maakte gniffelend een partij rinse vruchtenbrandewijn, genaamd "Cilia". Maaike kreeg letterlijk lucht van dat slokje, vernam de achtergrond, en meende: "Oh, die Cilia…"

Enkele dagen later kwam de familie op doortocht logeren. Elsje (Fiederelsje) kreeg van Yvonne klompjes om bij het vuur te kunnen zetten. Diana ging dan maar pannenkoeken bakken. Mart liet zich ons vorige verhaal nog eens vertellen.

 

Naar inhoudsopgave. Naar volgend verhaal (ongeacht waarschuwingen, in leesvolgorde).