Laatste wijziging: 2015-12-06 (technisch), 2015-12-06 (inhoudelijk). Naar inhoudsopgave. Naar vorig verhaal (ongeacht waarschuwingen, in leesvolgorde).

Larie: "Winter 1"

Vast - Los - Vorst - Dooi

Vast

Ons spookbeeld werd waar. Een ouderwets strenge winter, en onze broeikaseffecten afgekoeld door een kredietcrisis.

Nou ja, geen reden tot overdreven zorg in Us Net. We wonen allen achter firewalls, dus afgeschermd van de snijdende sneeuwjachten. We stoken op gas. We hebben allen wel zoiets als moestuintjes, al was het maar omdat er wel eens zaadjes overwaaien, zodat je opeens ergens groente ontwaart. Maar bovenal zijn we klanten van Appie, dus rijkelijk bevoorraad. Temeer daar Mina de meerdaagse weersverwachtingen scherp volgt, en ons tijdig had gewaarschuwd.

Appie had dus gauw extra voorraden laten komen: in zijn stijl dus maar meteen een paar veertigvoets containers, deels gevuld met JAR en zelfs ICE bestanden.Ze stonden nabij Abs winkel op het daar flauwe en iets wijdere talud van de weg, bij voorkeur steunend tegen bomen. Het leek wel een ontspoorde goederentrein. Het konvooi opleggers had na het lossen niet kunnen omkeren naar de Digitale Snelweg, en was noordwaarts doorgereden.

Nou, dat was ook wat. De wind was toen nog noordwestelijk, en vol regen. De zware opleggers hadden de Digitale Zandweg in het zuiden een waar W-profiel gegeven, na het lossen in het noorden een bescheidener w-profiel. Maar ze moesten bij het station de spoorweg over - en dat ging niet. Meteen de eerste kwam klem te zitten. En waarvandaan haal je dan hulp? (Niet uit het noorden, want dan blokkeerde je het konvooi.) Om een lang verhaal kort te maken: er moest een spoorkraan komen. Maar die zijn bijna allemaal uitgerangeerd.

Dus pas na een paar dagen verscheen er een treintje bij het station, bestaande uit museummaterieel, waaronder een knots van een kraan. De museumploeg, allen hobbyisten natuurlijk, vond het prachtig: eindelijk eens een echte klus, en nog betaald ook (door de groothandel waar Appie besteld had, en hopelijk te vergoeden door de verzekering). Ze wisten natuurlijk wel hoe die kraan werkte, maar ervaring met hijsklussen hadden ze niet. (De containers waren afgeladen met een soort reach stacker, maar die had wl kunnen terugrijden naar de Digitale Snelweg.)

Kortom, op de tweede dag van die spoorkraan was die eerste oplegger het spoor over. Tevens werd duidelijk, dat de overgang voor de volgende opleggers opnieuw onoverkomelijk zou worden.

Inmiddels was de wind al een paar dagen noordoostelijk, met genoemde sneeuwjachten. De spoormensen hadden een slaaprijtuig bij zich. Veel groter dan zij zelf nodig hadden, dus de vrachtrijders konden er wel bij. Het station, dat nu onbewoond bleek, had een dienstwoning met zowaar stromend water, zolang de leiding nog niet bevroren was. Maar inmiddels moest er voor tien, twintig man (ik heb nooit geweten hoeveel precies) proviand zijn. En brandstof voor spoor- en wegmaterieel.

Op zich volgden wij in Us Net die puzzel niet zo. Wij hadden niet gedacht, dat het konvooi zou kunnen stranden, het was aan de grens van ons wereldje, en het was bar weer. Maar op de tweede dag was een bijrijder terug komen lopen om bij Appie voor een paar man rook- en etenswaren in te slaan. Dat groeide dus bij Ab aan tot een vracht die niet in een winkelwagentje paste - en bovendien heb je niks aan winkelwagentjes op een zandweg die inmiddels uit twee evenwijdige kanaaltjes lijkt te bestaan. Aan auto's evenmin. Maar Appie weet altijd raad met handel.

Een gezinnetje hier heeft een ezel. Appie kreeg het voor elkaar om Chot te mogen optuigen met mediterrane en Mexicaanse souvenirs waarin en -op de vracht vervoerd kon worden. Dus Appie leidde de ezel.

Inmiddels had ik de bijrijder herkend, begrepen wat er aan de hand was, en me aangekleed voor een langdurige wandeling in de sneeuwjacht. ("Striemende regen" stond hier eerst. Zeker een verwijzing naar het weer bij het opschrijven.) Wiesje ging ook mee, benieuwd naar een wandeling met Chot. Wel, die wist zijn "ia" te laten klinken als "moet dat nou", maar leek te beseffen dat snelheid in zijn eigen belang was.

Over die tocht is verder weinig te melden, maar sindsdien ging ik dagelijks kijken. Wiesje vertrouwde het niet, en liep steeds mee met een rugzakje vol chocola en pleisters.

Inmiddels was bij het station zelfs die vracht van Chot bijna op, bestond de weg erheen nu uit twee toegesneeuwde ijsbaantjes, en moest er brandstof komen.

Inmiddels kwam ook Bill poolshoogte nemen, na alle verhalen in zijn kroeg. Google en hij tornden met ons mee tegen de sneeuw op. Bill kwam, zag en overwon. Hij vond uit, welke brandstoffen en proviand er in welke mate nodig waren, deed met timmermansoog en bergstok een schatting van het verloop van de weg, liet mensen een papier tekenen, en deed na veel telefonisch overleg per E-mail een bestelling, met spoed af te leveren in spoorwagons op het emplacement van Amersfoort.

Los

Het oude diesellocomotiefje van de museumjongens kon twee dagen later die bestelling ophalen. Een wagon met een bodempje proviand en een paar pallets smeermiddelen, twee ketelwagens met verschillende smaken olie, een paar wagons steenslag, en een wagon met een bulldozertje en een walsje van een verhuurbedrijf.

Sinsdien ging het snel. De spoorkraan tilde het werkmaterieel van de trein. Het bulldozertje en het walsje lieten zich na wat oefenen goed gebruiken om met de steenslag de opritten naar de spoorovergang op te hogen en te verharden. Twee weken na de komst van de opleggers was het station weer verlaten. Al snel was Us Net officieel ingesneeuwd.

Vorst

Wiesje had mevrouw Hoofddoek bij het naderen van de kou uitgenodigd om bij ons te komen logeren, maar die verkoos thuis te blijven. Vervolgens had Wiesje in overleg met Mina een bestelling gedaan bij Ab, en had Chot mogen gebruiken voor de bevoorrading van mevrouw Hoofddoek op onze kosten. Net op tijd, want vanaf de volgende dag was de Televisiekanaaldijk onbegaanbaar. Naar we vernamen was zelfs de Digitale Snelweg amper berijdbaar, ondanks voortdurende inzet van sneeuwploegen.

Na vele dagen ging de wind liggen, maar nog steeds zaten we in krakende vorst tussen verijsde sneeuwduinen. Al gauw had iedereen "zijn" stuk van de weg schoongeveegd. We konden nu binnen het dorp lopen, of met smalle slag schaatsen op de wagensporen. Even later was op de Baai en het begin van het kanaal een schaatsbaantje schoongeveegd. Mina begon er een sfeervol koek-en-zopie.

Geleidelijk verschenen steeds meer verschillende sporen van wilde dieren in de sneeuw in Us Net. We hebben altijd wel aanloop, maar het werd uitkijken voor ongewenst bezoek. Iemand begon met webcams, en al gauw ontging ons niets meer. Ook niet in kruipruimtes en op vlieringen. (Achteraf bleken Hans en Grada een Ab-achtig grote voorraad webcams te hebben aangeschaft voor dergelijk onderzoek.)

Grotere dieren kwamen vanuit het bos de hei over, en voor andere werd dat een mooie kans. De Trojaanse paarden roken blijkbaar iets van hun gading in de containers van Ab. Maar we zagen ook wolven. Op een ochtend lag nabij Abs winkel het geraamte van een Trojan (het blijft raar, want die dieren zijn immers hol) met erin doodgeklemd een niet aangevreten wolf. Een geldwolf, te oordelen naar de rode rug. Toch iets om voortaan rekening mee te houden.

De strenge vorst hield weken aan. Inmiddels was elders in het land ook iedereen er wel aan gewend. De Digitale Snelweg was inmiddels weer aardig berijdbaar. We kregen veel bezoek, vooral van mensen die aan nordic walking of echt langlaufen deden. En op een dag verschenen in de avondschemer op het Televisiekanaal zowaar schaatsers, baanopstekers. De Elfstedentocht was inmiddels al twee keer verreden, en nu werd in een vergelijkbare tocht aan Us Net de rol van Dokkum toebedeeld. De tegenhanger van Bartlehiem lag buiten onze horizon. Mevrouw Hoofddoek wist niet wat haar overkwam: zoveel drukte op het kanaal kon zij zich niet heugen.

Wiesje nam de gelegenheid te baat om haar schaatsend te bezoeken: eerst over de autosporen in de weg, dan bij de Baai klunen naar het kanaal. Ze leek wel een soort Roodkapje. Ik ging soms met haar mee.

Dooi

Uiteindelijk kregen we zuidwestenwind, stormachtig, met dag en nacht tien graden. De dooi zette geestdriftig in, en al spoedig had het Televisiekanaal moeite met de aanvoer van de Bittenbeek. We begrepen uit nieuwsberichten, dat het uitwateren stroomafwaarts aanmerkelijke belemmeringen ondervond.

Appie had geen zin om de containers langer te huren dan noodzakelijk, en liet ze ophalen. Uiteraard was de Digitale Zandweg nu een koortsdroom van blubber, maar Appie en zijn groothandel hadden het kanaal ontdekt. Er kwamen dekschuiten, de reach stacker kwam mee, en alles werd zonder veel moeite afgevoerd. Sindsdien werd Ab meestal langs het kanaal bevoorraad, maar dan in die kleine tienvoets containers. Die reed hij dan naar zijn winkel met een grote van de sloop geredde landbouwtrekker, zo een met een heftruck achterop.

We hadden erg veel sneeuwklokjes.

Naar inhoudsopgave. Naar volgend verhaal (ongeacht waarschuwingen, in leesvolgorde).