Laatste wijziging: 2010-06-13 (technisch), 2009-05-23 (inhoudelijk). Naar inhoudsopgave. Naar vorig verhaal (ongeacht waarschuwingen, in leesvolgorde).

Larie: "Paard"

Uit - Thuis

Uit

Wiesje en ik waren helemaal bij het station beland. De ochtendwarmte ging over in middaghitte. Alles oogde verlaten. Op een zijspoortje stond een gesloten goederenwagen te ontbinden, te oordelen naar de berk tussen wagon en wissel al tientallen jaren. De schuifdeur stond half open, binnen lag wat onduidelijke rommel: pallets, touwen, stro.

Wiesje had langs een muur van een loodsje een waterpomp ontdekt.Met veel geknars gaf het ding nog water ook.

Geluid van rennende klompen. Daar kwam Bartje aangehold vanaf de hei. Hij moest ons uit de verte gezien hebben. Nu wenkte hij ons mee, haastig de hei op.

Een paar honderd meter van het station verwijderd stopte hij, en weerhield ons van drstappen. Aan onze voeten lag een dier, een heel jong veulen van een Trojaans paard. Nou ja, die dingen plegen zich voort te planten, dus waarom geen Trojaans veulen?

Er was geen ander paard te zien. Maar dat zegt niets bij Trojans. De kleine lag houterig te rillen in de zon, met zo'n blik van "maak het kort!"

Wiesje had zich in haar puberteit moeten behelpen met wat paardenposters aan de muur, en uiteraard had zij ooit dierenarts willen worden. Praten was niet nodig, Wiesje had vanaf nu een paard, een Trojan. Bartje en ik wisselden een blik van verstandhouding.

Wiesje was met de diagnose bezig. Het veulen lag op de grond, maar niet gewoon. De linker voorpoot stak in een konijnenhol. Wiesje sjorde, het veulen kermde zacht. Bartje begon voorzichtig het hol uit te graven. "Verstuikt", meende Wiesje.

De poot kwam vrij. Wiesje poogde met veel geaai over de snuit het veulen te bewegen om op te staan. Bartje en ik zetten ons te weerszijden schrap. Met zacht geknars kwam het paard in de benen, blijkbaar tot eigen verbazing. Een paar stapjes... ja, dat lukte. Maar Wiesje bespeurde een zwelling aan de poot, en ook Bartje en ik zagen dat het paard pijn had.

Wies keek mij bedachtzaam leidend aan: "Ik zag daar een emmer. Haal jij even water, en kijk naar iets om mee te spalken." Ik beende naar het station.

Toen ik even later met een emmer water, een latje en wat dunne touwtjes terugkwam had Wiesje ng een inval: mijn T-shirt moest uit. Ik keek bedenkelijk naar de zon, maar ja... Wiesje drenkte het hemd in de emmer, en liet daarna het paard drinken. Ze zag af van spalken, maar bond het natte hemd met de touwtjes als een zwachtel om de poot. Het paard leek zich in de behandeling te kunnen vinden.

Bartje leek zich af te vragen, wat hij nu nog kon betekenen. Wiesje zag en begreep. Ze gebaarde hem om de inmiddels lege emmer en de ongebruikte materialen naar het station terug te brengen, en het paard en mij om recht naar ons huis te lopen.

We sjokten voort. Het paard had vertrouwen, maar zocht ook tussen de heidestruiken naar mals groen. En naar konijnenholen, te oordelen naar de schok waarmee de oren steeds weer even in de nek gingen. Ook snoof het, wellicht op zoek naar soortgenoten, maar de flauwe koelte woei juist de hei p.

Thuis

We naderden ons huis van de achterkant. Sommigen hebben een frame om hun home page, wij hebben een beginnende houtwal. (Ooit is er een ploeg landmeters van het kadaster langsgeweest. Ze kwamen, ze zagen, en ze hebben zich bezat.) Het was geen probleem om op ons erf te komen.

We hadden er tussen vier bomen een groot zeil hangen, sinds een gelegenheid die we zelf al zijn vergeten. Wiesje leidde het paard eronder. Ik haalde uit de bijkeuken een emmer water, en uit de keuken een handvol suikerklontjes. Het laatste klontje gaf ik aan Wiesje, k op de vlakke hand. Daarna ging ik toch maar snel een schoon T-shirt aantrekken, en ergens een oud laken opsnorren om dat andere hemd als zwachtel af te lossen. Ik belde Albert.

In de kroeg hangt tegenwoordig een foto die Albert bij aankomst maakte: het paard onder het zeil, grazend en plassend, Wiesje en ik onder het zeil achterover in tuinstoelen.

Albert was op de fiets gekomen, dus de levering viel mee: een paar kilo wortelen en kropsla. En toch ook maar een paar pakken volle melk.

Hij trok een tuinstoel bij, en ging het paard gadeslaan. Dat was duidelijk blij met wat melk, maar uiteindelijk ook met de sla. Het werd blijkbaar dezer dagen gespeend. Wiesje herinnerde zich een watermeloen, en sneed die voor ons mensen aan.

In de avondschemering ging Albert huiswaarts. Het veulen lag op de grond, in een houding die aan een tevreden kat deed denken. Wiesje dacht na. "Gewoon maar zo laten." Wij gingen naar onze slaapkamer op de bovenverdieping, zetten het raam wijd open ondanks de muggen, en vertoonden ons totdat we wisten dat het paard begreep waar wij waren. Voor ons doen gingen we vroeg slapen. Voorzover mijn verbrande huid dat toeliet. Wiesje betoonde zich dankbaar voor dat offer voor hr daad van dierenliefde.

Sliep ik eindelijk, maakte Wiesje me zachtjes wakker. Ze geleidde mij naar het raam, en wees. Half onder het zeil stond een volwassen Trojaans paard hoorbaar een peen te eten. Het veulen poogde bij de grote te drinken.

Ik volgde Wiesje zachtjes de trap af en naar de achterdeur. Het veulen kwam op Wiesje toe, en stak de verbonden poot uit. Wiesje haalde het verband weg, en voelde dat de zwelling verdwenen was. Ze aaide het dier over de neus. De nachtmerrie kwam ook op haar af, snoof even, en gaf haar een lange lik in het gezicht. Toen vertrokken beide Trojaanse paarden zacht knarsend door de houtwal de hei op, tegen het allereerste licht van de nieuwe dag. Slechts wat houtige paardenvijgen herinnerden aan het gebeurde.

Wiesje keek ze nog lang na, met gemengde gevoelens op haar gezicht. Ik legde een arm om haar heen, en liet die langzaam omlaag glijden. Zij liet een hand langs mijn buik omlaag glijden totdat ze houvast had. Toen trok ze me snel terug naar de slaapkamer. We keken nog even door het raam, en meenden vlekjes te zien bewegen op de hei. Toen deden we het raam dicht, en lieten ons op het bed vallen. "Laat ik het beste paard van stal niet vergeten" zeiden we tegelijk, neus aan neus.

Naar inhoudsopgave. Naar volgend verhaal (ongeacht waarschuwingen, in leesvolgorde).