Laatste wijziging: 2017-11-29 (technisch), 2017-09-16 (inhoudelijk). Naar inhoudsopgave. Naar vorig verhaal (ongeacht waarschuwingen, in leesvolgorde).

Maaike: "Over leven"

Je kon erop wachten: buitenmens Wiesje die vraagt of Larie en zij een paar dagen met mij mee mogen op mijn manier. Ik heb geantwoord dat ik wel zou schrijven waarom niet. Dit stuk.

De natuur heeft geen ruimte over. Alles is bezet, dus wat jij neemt gaat ten koste van een ander. De enige ruilhandel die ik heb gezien is de verspreiding van stuifmeel en zaden door planten: jij mag nectar of vruchtvlees hebben, in de hoop dat je een andere plant bestuift of dat zaadje op een gunstige plaats uitpoept. Die vruchten komen pas na een zomer hard bouwen. Een eik heeft geen lopende band die elke dag een paar eikels ophoest, wel twijgen die in de herfst massaal eikels dumpen. Dus wil jij buiten het seizoen eikels eten, dan moet je ze bewaard hebben, zodanig dat niemand anders ze gevonden en opgegeten heeft. En uiteraard moeten ze niet bedorven of ontkiemd zijn. Nog afgezien van de vraag of een mens rauwe eikels kan eten. Maar ja, bramen kun je weer niet bewaren.

Kortom, je redt het niet op wat planten je aanbieden. Je moet de planten zelf opeten, bijvoorbeeld de bladeren. Van sla krijg je die goed weg, van gras niet. Dus als jij wilt overleven in een gebied zonder sla of zo maar met gras, dan moet je maar wachten tot iemand anders dat gras gegeten heeft en dan diegene opeten. Maar niemand wil opgegeten worden. Je moet dieren dus vangen. Je moet ze in de val lokken of je moet sneller zijn. Als de plantenwereld jou niet kan voeden, dan moet je kijken naar een dierlijke tussenstap. Konijnen bijvoorbeeld. Als de eetbare planten net weg zijn, dan zijn de konijnen nog vol plantaardige energie. Zijn de konijnen op, dan moet je op zoek naar dieren die nog vol konijn zitten, vossen of zo. Maar daarvan zijn er maar weinig, en voor hetzelfde geld zien zij jou aan voor hun konijnvervanger.

Je wilt niet ontdekt worden. Door de konijnen niet omdat ze dan wegduiken, door de vossen niet omdat ze dan misschien jou pakken. Dus je moet stil zijn, onzichtbaar, onvoelbaar (Larie dreunt als hij loopt!), onruikbaar. Nou, zelfs met de pil ben je als vrouw een paar dagen per maand goed ruikbaar en te volgen.

Wil je rustig slapen, dan moet je veilig zijn. Veilig voor vossen, maar ook voor bijvoorbeeld mieren. En je moet zorgen dat je niet te ver afkoelt. Ruikbaar en veilig is best een moeilijke combinatie.

Ik heb nu een plekje, een boom op een piepklein eilandje. Hij staat niet in het water, maar bij wijze van spreken wel. Ik zwem erheen (afzetten en uitdrijven) om de bodem niet om te woelen, en klim in die boom. Het is een sterke en veelzijdige boom. Ik spring, grijp die onderste tak, en slinger me omhoog. Het lukt mij om me van hangen aan handen en knieŽn omhoog te werken tot zitten. Ik zie het Larie niet doen (of anders breekt de tak wel), en ook Wiesje niet.

Van die onderste tak kan ik een hogere grijpen, en dan overeind komen. Zo kan ik hoger klimmen. Daar is een vork van twee stevige takken. Ik kan er min of meer liggen, maar een bed is het uiteraard niet. Warm is het ook niet: dan ben ik nat van dat zwemmen, dus ik wrijf me zoveel mogelijk droog, maar dit is geen winterverblijf! Ik zou hier hoogstens aangevallen kunnen worden door vogels. Dan mag het wel een zwerm zijn, en dan kunnen ze me overal aan.

Ik weet nog lang niet alles, ik kan nog lang niet alles. Maar wat is overleven moeilijk als je niet in een samenleving van mensen leeft!

Nou, Wiesje, als ik jou en Larie op sleeptouw neem, dan hebben jullie een onromantische rotdag en heb ik mijn jachtgebied verknald. Snap je? Liefs, Maaike.

 

Naar inhoudsopgave. Naar volgend verhaal (ongeacht waarschuwingen, in leesvolgorde).