Laatste wijziging: 2017-11-17 (technisch), 2017-11-01 (inhoudelijk). Naar inhoudsopgave. Naar vorig verhaal (ongeacht waarschuwingen, in leesvolgorde).

Larie: "Mammoeten"

[sex]

De man in de stofjas en de kantine zijn twee beeldspraken van hetzelfde!

 

Nu weer even onder ons! Wiesje en ik "logeerden bij Botje". In een vlaag van knutselzin had ik spullen meegenomen om het waterpompje te smeren en om eventueel iets aan de vleermuizenkast te kunnen doen. We hadden warme kleren mee, maar eigenlijk wilden we eens ervaren, hoe moeilijk het zou zijn om Maaike te evenaren in bloot lopen in de gure herfst.

Het werd vooral veel in de plaggenhut liggen. Wiesjes behoefte aan "wij horen bij elkaar" knuffels was onverzadigbaar, en belemmerde dus zelfs de sex die daaruit voort pleegt te vloeien. De man in de stofjas staat onwennig in de deuropening van zijn winkel. In Wiesjes beeldspraak: het gejoel van de stofjasjes in de kantine zwelt aan. Wacht! Wiesje kan het verklaren: de "wij horen bij elkaar" knuffels doen haar geestelijk klaarkomen, of toch minstens geestelijk nat worden. Dat lost de rem op het opvolgen van de lichamelijke prikkels. Wellicht herkennen vooral vrouwlijke lezers dat.

Over sex gesproken: ik heb een nieuwe stoot terwille van het genot van mijn liefste stoot. Om die bespreekbaar te maken moest die een naam hebben. Gedachtig de betekenissen die ik ooit in een woordenboek had gevonden, was die er meteen: "la bamba". "Sur place" ken je naar verwachting: "recht-op-en-neer" totdat de kantine leegloopt. Bij "la bamba" duw ik op het diepste punt nogmaals. Ritmisch is het onwennig, want samen met het terugtrekken wordt het zoiets als 3+4+3. Maar het geeft Wiesje meer prikkeling van het knopje, plus de wetenschap dat ik me de moeite voor háár gerief getroost. Zodoende is de sur place in haar waardering gestegen. Zonder dat pijpen daarin gezakt is, dus de man in de stofjas vergramt nog verder.

Maar goed, uiteindelijk gingen we toch eropuit. Bloot, barrevoets, met een minimum aan spullen in de kleine rugzak. We liepen ongeveer oostwaarts (ter herinnering: in het noordwesten van de hoge rimboe), dus met de herfstwind (windkracht 6?) in de rug. Mja, het was ňf blootgaan ňf regenkleding en kaplaarzen dragen. Iedere tussenvorm zou ons opzadelen met natte kleding. Er was geen pad, en in onze toestand hoefde dat eigenlijk niet. Gewoon een herkenningspunt kiezen, eropaf gaan, en een nieuw punt kiezen. Veel vennen, doorwaadbaar na de eerste schrik van wegzakken in de blubber. Het had veel geregend, dus het maakte niet veel uit, hoe je je weg koos. De rimboe oogde verlaten, maar wij weten beter.

We geraakten op een minimaal heuveltje, een eilandje van luttele tientallen meters in doorsnede en luttele decimeters boven water. Op de naaste oever ervan ploften we dan maar eens neer. Ja, deze omgeving en dit weer wekten in mij de heimwee naar de zee bij Schotland, en in Wiesje weer het verlangen naar eenwording (nu zelfs zonder zeiltje).

De kantine stroomde leeg. Wiesje kwam nu bovenliggen. Na een kalm naspel keek ze om zich heen, en meldde: “Konijnenkeutels! Ik hoop, dat we er niet in gelegen hebben.” Konijnen hier? Leek mij te nat. Ratten dan? We kwamen node overeind. Tja, keutels, en we hadden inderdaad erin gelegen. Dan maar even een vlakke duik om ze van ons af te wassen. We droogden elkaar met de hand ietwat af. In de druppels die de wind ons aanblies. Dat werd dus weer een knuffel.

Hernieuwde aandacht voor de keutels. We zagen (zoals verwacht) geen konijnenholen, en de keutels leken niet des konijns. We tuurden om ons heen. We werden aangestaard! Enkele meters benedenwinds van ons, wellicht op het hoogste punt van het eilandje, stonden van tussen de kalende struiken enkele dieren ons te bekijken. En wat voor dieren! We zochten in de rugzak, en noodden hen. Ze kwamen beheerst. Dit waren ongeveer tien mammoeten, zo groot als… als… nou ja, kleiner dan een herdershond, maar door hun gedrongen bouw wellicht even zwaar. Dik kort haar in bruintinten met algen, amper slagtanden. Ze aanvaardden gretig koekjes, penen, klontjes en pinda’s (Wat blijkt onze rugzak soms te bevatten zonder dat wij het eringedaan hebben!), maar voelden niets voor chocola. (Pleisters hebben we niet eens aangeboden.) Ze namen de versnaperingen met hun slurf van de vlakke hand.

Wiesje kan nu eenmaal met dieren praten, en met deze kon ik een beetje meedoen. Nee, dit waren geen bovennatuurlijke dieren. Het waren echte afstammelingen van de grote mammoeten van weleer, maar geleidelijk aangepast aan leven in een dichter begroeid gebied. De hoge rimboe was niet hun enige leefgebied. Ze konden zich eigenlijk overal goed handhaven waar de mens het landschap met rust liet en zijn huisdieren thuis. Zo waren er verschillende familiegroepjes mammoeten rondom Us Net, met territoria die meer bepaald werden door terreinkennis dan door overwicht. Voedsel hadden ze genoeg. Oh ja, deze groep was ook wel in onze tuin geweest, maar daar was een andere groep beter thuis. Uiteraard verklaarde Wiesje alle mammoeten welkom! Uiteraard ook namens mij, want ik heb jarenlang gefantaseerd over olifantjes die thuis het aanrecht op springen en met hun slurf de keukenkastjes openen - en uiteraard helaas het hele huis vol keutelen. (Maar intelligente dieren kun je vast wel zindelijk maken!) De uitnodiging werd in dank aanvaard. Vijanden? Wel, de Trojaanse paarden konden zo onverwachts opduiken en je onbedoeld vertrappen, de geldwolven konden bij honger gevaarlijk zijn. Daarom verbleven de mammoeten graag op plekken met lage boomtakken of dicht struikgewas. Oppervlaktewater bood zowel bescherming als badgenot. We bleven lang praten. De zonsondergang was zelfs door het wolkendek heen te voelen.

We gingen terug naar Botje, hoogstens een kilometer. De mammoeten gingen nieuwsgierig mee. Ze waren er lang niet geweest. Een kast voor vleermuizen? De leidende mammoet (wij noemen haar onder ons Caro(lien), maar wij weten niet of ze wel namen hebben) trompetterde. Korte luchtkolom om in trilling te brengen, dus oktaven hoger dan hoe een olifant klinkt. Even later kwam een vleermuis naar buiten, weldra gevolgd door meer. Ze daalden opgewonden neer, en landden op de mammoeten. Caro verklaarde, dat de vleermuizen altijd blij waren met de opgejaagde insecten, de mammoeten met het opeten ervan. We kregen het aanschouwelijk gemaakt. De mammoeten liepen of renden wat rond, de vleermuizen hadden duidelijk beet. Inderdaad, ondanks de vlagerige regen en het seizoen. En het is even wennen, maar deze kleine mammoeten zijn snel en wendbaar.

We gingen de plaggenhut in. Hmm.. vier geldwolven op ons bed, en ook zonder hen geen ruimte voor alle mammoeten. We maakten een soort tentje van onze regenkleding, en gingen ermee in de deuropening zitten. De geldwolven sprongen over ons heen naar buiten. Koekje? Waf! Ze verdwenen de duisternis in. Ik hing een brandend hoofdlampje in de deuropening. De mammoeten vormden met ons een kring. Zittend, liggend, staand, lopend alsof ze even naar een buffet gingen. Enkele vleermuizen joegen op insecten die door het licht aangetrokken werden. We hingen een tweede hoofdlampje in de berkenboom bij het ven enkele meters vóór de voordeur (niet dat rechts van de deur). Dat bleek voor de vleermuizen zoiets als een schaal koekjes bij je gasten neerzetten. Kortom, dit werd een gezellige avond.

Wiesje belde Maaike op. Die zat thuis aan haar huiswerk. Uiteraard, want vind maar eens een gedrevener scholier! Mammoeten? Maaike leek te overwegen om onmiddellijk hierheen te komen, maar ze hervond zich snel. Morgen was er weer een schooldag. Vandaag hadden zij en Wouter (beiden slechts in badkleding (uniform ondergoed)) een mooie tijd gemaakt bij het naar huis fietsen, terwijl Claudia (dik aangekleed (met een poncho, in deze wind!)) op haar scooter amper vooruit was gekomen. Wiesje en ik wisten dat fietsen uiteraard te prijzen, de poncho te misprijzen. En uiteraard zouden wij haar bij ons uitnodigen, zodra we mammoeten in de tuin hadden, deze of andere.

De mammoeten vonden het prachtig: een kastje waardoor je met iemand ver weg kon praten. Zulk voorstellingsvermogen hadden we nog bij geen enkele diersoort ervaren! Noch het besef van afstamming: deze dieren kenden uit overlevering de afmetingen en levenswijze van hun verre voorouders, en sommigen verlangden naar dergelijke grootheid. Ha, die tijd dat zelfs roedels wolven nog ruim baan maakten voor een enkele mammoet… Onze geldwolven sprongen weer over ons heen de hut in. Hadden zij het gesprokene begrepen? De sprong leek de stemming te drukken. Dan maar slapen! De vleermuizen waren al niet meer te zien, waarschijnlijk in de kast. Ik nam het lampje uit de boom. Even de blazen legen, de mammoeten welterusten wensen, regenkleding en andere hoofdlampje opnemen, en ook naar binnen. Op bed deelden we nog een bekertje Griekse wijn. De geldwolven snoven misprijzend. Licht uit, ook hier welterusten. Tijd voor ons avondritueel. Buiten begon een hoosbui.

De volgende dag braken we op: vooral voedsel is onze beperkende factor. Dat is een grens die Maaike wil verleggen. Hemelsbreed is de afstand tot huis enkele kilometers. We namen de omweg langs de poel, eigenlijk een mooi-weer bestemming. Zonder lover was er amper beschutting, en het grasveldje (enkele vierkante meters) waar wij plegen te liggen was drassig. We hebben even bij de rekstok-tak staan knuffelen, maar we zouden een luchtbed hebben moeten opblazen voor méér. Onrust in de kantine. Vlak voor het bereiken van de Digitale Zandweg trokken we node onze regenkleding aan over onze blote lijven: het was nog niet donker genoeg. Kees en Nora kwamen net vanuit het zuiden thuis. We zwaaiden naar elkaar door de bladerloze takken. In de tuin trokken we die regenkleding weer uit, gingen even kopje onder in ons zwembadje, droogden elkaar weer zinloos af, en gingen naar binnen. Meteen maar naar boven, naar een warm bad. Pot nane op een theelichtje erbij. De avond was al oud, toen we naar de slaapkamer verkasten. Eten? Oh, vergeten te bestellen. Dan maar spaghetti maken met saus uit een pakje. Wiesje deed het licht uit. Met pruttelende magen begonnen we aan het avondritueel. De biecht hadden we in bad gedaan.

Dan maar ontbijten met een pot witte bonen in tomatensaus, en voor later de bestofte broodmachine weer eens gebruiken.

Na een avondboterham gingen we bloot de tuin in. Het weer bleek onveranderd. We konden twee koekjes kwijt in de noordoosthoek, naast het zwembadje. In de noordwesthoek, waar de bomen en struiken op het gras en de kruidachtige planten gewonnen hebben, ontwaarden we nu een groep mammoeten. We maakten kennis, maar konden hen weinig meer aanbieden dan wat ze zelf in onze tuin zouden kunnen vinden. Wiesje belde Maaike. Twintig minuten later zat ze opgewonden bij ons. Ze maakte neus-en-slurf contact met de mammoeten. Oh ja…! In al die jaren dat wij kennismaken met dieren zijn we nog niet op de gedachte gekomen om ons daarbij te verplaatsen in hoe de betreffende dieren dat doen. Zijn wij tekortgeschoten, of hebben wij de neiging weerstaan om (in Amsterdamse beeldspraak) vreemden meteen in het Engels aan te spreken? Voor beide valt iets te zeggen.

Maaike geraakte meteen in levendig gesprek met de dieren, vooral over hoe om te gaan met allerlei situaties. Ik zette een grote pot nane voor ons. De mammoeten bleken het na een eerste wantrouwen ook te lusten, dus ik zette twee potten bij. De geldwolven van naast het zwembadje schoven ook aan. De ene lustte ook wel nane, de andere slobberde uit het zwembadje. Rond elf uur belde Yvonne Maaike: waar ze dacht te overnachten. Oh ja, school! Maaike nam haastig afscheid, schoot haar kleren in, en beende huiswaarts. De geldwolven keerden terug naar hun vaste plekje, al kregen we onder het afscheid nemen van de mammoeten de indruk, dat deze wolven bijna aansluitend de hei op liepen om voedsel. De mammoeten trokken zich terug onder de struiken, Wiesje en ik gingen naar bed. Ja, we hebben nog overwogen om bloot in de tuin te overnachten, maar wij heten geen Maaike. Wiesje erkende, dat onze slaapkamer toch eigenlijk wel de plek is die het beste bij ons past. Met de badkamer als tweede, de huiskamer als derde, de keuken buiten mededinging. Keuken? We kwamen node overeind, grepen een iPad, en gingen boodschappen bestellen. Gerustgesteld vervolgden we de biecht.

 

Naar inhoudsopgave. Naar volgend verhaal (ongeacht waarschuwingen, in leesvolgorde).