Laatste wijziging: 2022-02-12 (technisch), 2022-02-12 (inhoudelijk). Naar inhoudsopgave. Naar vorig verhaal (ongeacht waarschuwingen, in leesvolgorde).

Elsje: "Ik, Els"

[geloof, sex]

 

Hoi, ik ben Els. Je hebt vàst al over me gelezen.

Ik ben heel blij met die groeistuip van ongeveer een jaar per maand. Het is maar niks om als kleuter te moeten toekijken hoe je man je zus en andere vrouw kan doen genieten, terwijl je eigen lichaam dat nog niet aankan. Nu ben ik tenminste volwassen, en ik heb mijn VWO-diploma. In zoveel vakken, dat ik het de “WC-rol” noem. Maar ja, levenservaring heb ik nog weinig. Ik moet ook nog mijn eigen plek vinden. Net als Ma geen “en dan hebben we tenslotte nog…”, maar gewoon nu eens de eerste, dan eens de laatste, dan weer in de middenmoot, gewoon: “hier is… Els!”

Ik weet inmiddels, dat mijn plek sowieso in ons viertal is. Als we naar bed gaan, dan ben ik graag als eerste met La. Hij is ontzettend lief met zijn himalaya’s, maar ik wil vooral dat kwakkie: “binnen is binnen”! Na een knuffel maak ik plaats voor Ma, want die wil niet altijd als laatste, en Wi juist wèl. Dan mag Wi bij mij kwakkie zoeken, en dan kan ik haar alvast hulpen. En als Ma voldaan is, dan maakt zij bij La plaats voor Wi. Dan mag ik bij háár kwakkie zoeken, en dan kan zij mij hulpen. Dan vallen we in die opstelling in slaap, want Wi is zo dol op zandbanken. Vaak worden Ma en ik eerder wakker dan zij, en dan gaan we lekker zwemmen. Er zijn inmiddels in de westvleugel wat geilneven die dat in de gaten hebben. Die komen dan “toevallig” ook, en krijgen last van hun erecties. Dat windt ons dan weer op. De XV loeren dan weer op die geilneven. Als Ma en ik lekker gezwommen hebben, dan komen we weer bij Wi en La op bed, en dan is het tijd voor de ochtendronde. Na het douchen is het toch echt tijd voor de brunch. Dan zit ik meestal naast La, en dan kan ik heerlijk zorgen, dat zijn voorhuid teruggetrokken blijft. Dan wippen we na het eten wel een volgende ronde. Daarna werken we nog een beetje in de kas (oogsten en aanvullen), en dan is het al tijd dat meestal Di en Von het avondeten verzorgen. Daarna wij vieren de afwas, en dan is het weer tijd voor lol in de huiskamer. Goed geregeld!

La vindt ons “poezelig”. Nou kijk, het liefst worden we dag en nacht door hèm bevredigd. We weten wat hij bij onszelf doet, en we proberen elkaar met diezelfde handelingen te helpen. Voorzover mogelijk, want wij hebben geen pik, en het lijkt wel, alsof hij de enige persoon is die kan befneuzen. We doen lesbisch, maar we zijn het niet. We zijn wel elkaars hartsvriendinnen. We maken dus geen ruzie om La, maar proberen zijn tijd en aandacht eerlijk te delen. Misschien ben ik zelf nog steeds te gehaaid, maar ik doe mijn best!

In beginsel verdelen we die tijd met hem per etmaal: dat we hem evenveel voor onszelf hebben. Maar soms willen we hem lang hebben. (Ja, altijd wel, maar dat bedoel ik niet.) Dan bespreken we dat met z’n drieën, en zeggen het hem. Dan blijft hij met dezelfde, totdat die het eind aankondigt. Zodoende mis je dan de druk van de klok: “nog zoveel minuten…” Vooral Wi heeft die behoefte. Ze heeft grootmoedig tijd ingeleverd ten gunste van Ma en mij, maar ze verlangt erg naar het zandbanken bij de poel en zo. Dan kan ze wel een etmaal met La liggen zandbanken, met af en toe samen plassen, maar meestal zonder eten of zelfs drinken. Heel ontroerend om ze te zien liggen. Ma wil toch ook wel eens een tijd met La zandbanken. Voor haar is dat, zoals zij zegt, “eindelijk thuis”. Dat duurt minder dan een halve dag. Ook ik doe het soms. Ik heb geen gevoelens uit het verleden, maar dat zandbanken is voor mij om te beseffen, dat mijn wensen vervuld zijn. Dat duurt enkele uren per keer, maar het is goed voor me. Dat vinden zij ook.

Ik zou ook best een kind van La willen hebben. Ja, nu al! Stoppen met die pil, doorgaan met de sur places, en dan opeens alle hormonen anders. Dat La niet meer naar binnen kan, maar dat mijn tepels nòg mooier worden. Dat ik na negen maanden “ploink!” zelf een kind baar. Nee, ik ben breed genoeg en elastisch genoeg. Dat wordt een makkie! En dan dat kleintje de borst geven, en La, Wi en Ma ook. - Maar ja, die kleine zou een vijfde wiel aan de wagen worden. En La heeft altijd al gezegd, ook vroeger tegen Wi, dat kleine jongetjes hem niet interesseren, en dat kleine meisjes hem alleen sexueel boeien, naarmate ze ouder worden. Nou, dat heb ik zelf ondervonden. - Nee, laten we maar met z’n vieren blijven. - Oh ja: ik heb dan misschien de naam van korte sur places, maar ook ik kan heus genieten van zandbanken en melken. Maar dat bonken is het mooiste, en net dàt kunnen Wi en Ma me niet geven. Wi en ik proberen nog steeds, of we toch melk kunnen geven. Zij wil het heel graag, en mij lijkt het leuk. Ma interesseert het niet. Die wil ook gebonkt worden. Wi vindt bonken ook heerlijk, maar dan als hoogtepunt van zandbanken. En ze vindt pijpen nòg lekkerder. Ma en ik trekken (in automatiek-beeldspraak) ook wel eens een kwakkie, maar tot voor kort kon er dan minder gebonkt worden.

Uiteraard vragen we ons ook af, wat wij voor La kunnen doen. Voor sommige mannen schijnt het een gunst te zijn, als ze “erop mogen”.  Voor hem niet: daarvoor heeft hij immers dat afruilen met himalaya’s bedacht. “Niet erop hoeven” werkt óók niet: we willen allevier immers graag. Hem niet laten helpen bij de afwas? Moet hij dan met zijn pik spelen? Mooi niet! Hij blijft maar van zijn pik af: die is van ons.

Eigenlijk is ook zijn neus van ons. Kijk, Wi en ik hebben wipneusjes, Ma heeft een iets grotere. Daarmee kunnen we niet diep genoeg komen om elkaars baarmoedermond te bereiken. Met zijn fok kan La dat wèl, zelfs bij Ma, met haar dieper liggende baarmoedermond en haar grote flap. Dus als hij zijn neus uit haar terugtrekt, dan zit zijn gezicht vol afscheiding, met eventueel wat bloed. Bij Wi en mij ligt die baarmoedermond vlakbij het plasgaatje, en vooral Wi heeft een kleinere flap. Bij ons zit zijn gezicht dus minder ònder, wel zijn neus. Soms likt de gelukkige zelf zijn gezicht schoon, soms grijpen we de handdoek. Zodoende. Soms lukt het Ma om Wi te neuzen, en héél soms lukt het haar om mij te neuzen. Maar het liefst beschouwen we befneuzen als mannenwerk. Natuurlijk hebben wij tongen. Daarmee komen we wel tot op de baarmoedermond, maar we komen niet erin. Die neus net wèl.

 

Naar inhoudsopgave. Naar volgend verhaal (ongeacht waarschuwingen, in leesvolgorde).