Laatste wijziging: 2019-09-06 (technisch), 2019-08-14 (inhoudelijk). Naar inhoudsopgave. Naar vorig verhaal (ongeacht waarschuwingen, in leesvolgorde).

Maaike: "Home"

[geloof, sex]

Geluk - Hitte

Geluk

Ik voel me best wel gelukkig. Ik ben meerderjarig, ik ben getrouwd met mijn idolen, ik heb mijn VWO-diploma, ik heb ons nieuwe huis mogen ontwerpen en bouwen, en dat huis bevalt ons allemáál geweldig. Ook mijn ouders, die nu meestal hier zijn, ook mijn schoonouders en Elsje, die steeds langer hier zijn, en ook de Onsterfelijken, zonder wier hulp ik veel niet had kunnen bereiken. En ook de natuur, niet te vergeten. Jarenlang heb ik geprobeerd, me in mijn eentje in de natuur te handhaven. Nu heb ik een huis gemaakt (nou ja, wij allen samen) met ruimte voor de natuur, en nu is die hele natuur naar mij toe gekomen. Zelfs de planten. Eigenlijk verlang ik nu al naar de winter, een strenge winter. Ik wil zo graag zien, dat “op zolder” allerlei dieren hebben kunnen overwinteren, overleven dankzij de beschutting die ik voor ze gemaakt heb. Wel een foute gedachte, want dan zou dus de rest (buiten) doodgegaan moeten zijn. Bovendien is het nu zomer, en het is heerlijk om bloot op de binnenplaats te zijn.

Beneden is het natuurlijk altijd fijn. Een eigen zwembad, zo groot, met altijd aangename temperatuur van lucht en water. Een badkamer voor intiemer watergenot. Bovenal: die slaapkamer met vierdubbel tweepersoonsbed. Dan hoef je tenminste niet om de randen te denken. En omdat dat bed in een kuil staat, kun je niet vallen. Wèl kun je, met wat oefening, het bed uit rollen, het zwembad in. We hebben op het perron van het zwembad bij de doorgang naar de slaapkamer, als onderdeel van de ventilatie, drie luchtdouches: drie poortjes vol luchtmondjes. Als je die gebruikt, dan kun je na het zwemmen bijna droog het bed weer in. Nee, daar kan de natuur niet tegenop. Bijna droog - je wordt er wel geil van!

En dan de moestuin buiten en de kas binnen. We hebben het hele jaar door alles, mits we er tijdig aan gedacht hadden. Hoewel, voor zonnebloemolie heb je best een veld zonnebloemen nodig. Dat zal ons niet lukken.

Ook voor mij telt de sex zwaar. Ik ben nu eenmaal een vrouwtjesdier in de beste leeftijd voor voortplanting, dus mijn lichaam wil gedekt worden. Gelukkig is er die pil. Ik woon nu ongeveer een jaar bij Wi en La (het logeren inbegrepen, het beurten halen buiten beschouwing gelaten), en ik heb elke dag, zonder uitzondering, van La en van Wi elk twee himalaya’s gekregen. Minstens. Ik wil het liefst steeds een pik in me. Dat kan La niet opbrengen. Bij alle gebef, geneus en gevinger grijpen ze dus ook naar de vibrator. Die heeft in ons nieuwe huis dus een mooie plek: een houdertje op het punt waar de vier bedden aan elkaar grenzen. Maar het was toch ook een leuk idee om La’s kwakkie te gaan zoeken bij Wi. Ergens hebben zij en ik de hoop, dat we de ander zo lekker kunnen bevredigen, dat die minder behoefte heeft aan La’s pik, en dat we die dan helemaal voor onszelf hebben. Gek, hè? En ik laat bij het zwemmen (in schoolslag tenminste) een spoor na, grijs of grijs met rood. Ik word zelf opgewonden bij de gedachte, en La kan bij de aanblik niet wachten. Mooi, hè?

We zijn best wel gek, en het eraan toegeven is deel van de lol. Zo vinden we Wi’s tepels mooier dan de mijne. Dan zeg ik dat. Vervolgens gaan Wi en La vol op mijn tepels, wekenlang. Voelt geweldig, maar verandert niets. Eigenlijk zou ik waarschijnlijk een zwangerschap moeten hebben voor die verfraaiing (La brengt mijn woordenschat op peil), maar dat is tè gek. (Wi bedenkt ineens, dat ze misschien op haar zestiende ondanks de pil enkele maanden zwanger is geweest. La heeft twee vrouwen gekend die ondanks de pil zwanger werden. Maar dát heb ik niet voor mooiere tepels over.) Vervolgens maakte Wi zich zorgen over haar vochtigheid, over de afscheiding bij de ingang van haar flapje. Daar zag ik mezelf niks aan doen, maar La heeft haar wekenlang ook ondiep gebeft. Nou, ze liep leeg als we maar naar haar kéken. Samen hebben Wi en ik nog geprobeerd om die verzonken tepels van La zichtbaar te maken. La vond het maar niks, en was bang dat ie een meisje werd. Dus heb ik hem iedere keer dat hij daarover zeurde even opgegooid. En heel kort daarna heeft Wi hem steeds gepijpt. Hij moest toegeven, dat hij geen meisje aan het worden was, maar “afbeulen” was een te zwak woord voor wat we hem aangedaan hebben.

Hier een uitleg voor straks: “klip” en “zandbank”. Een “klip” is hoe ik La het liefste heb: als hij zonder voorspel zich op mij stort en meteen gaat raggen. Knuffel en wat vingeren als naspel, maar meestal wil Wi zijn kwakkie zoeken. Een “zandbank” is hoe Wi La het liefste heeft: loom knuffelen, himalaya, kalme wip. (Ja, himalaya hoort wel bij zandbank en niet bij klip. Dit is geen aardrijkskunde!)

Er is nog iets moois aan Fort Rimboe. We zijn al eens de hei op gegaan met on-dode Google en Chot. We hebben ongeveer de wandeling overgedaan die Wi en La ooit gedaan hebben met mij op Chots rug. Nu hebben we La laten rijden. Wi en hij moesten ervan huilen: de gedachte dat hij weldra te oud zou zijn voor dergelijke wandelingen. In de praktijk viel dat natuurlijk mee. La mocht nu gewoon even pauzeren van alle geknuffel. Wi en ik liepen lol te maken. Dat vindt hij prachtig, maar bovendien liepen we vaak iets vóór hem. Dan geilt hij op onze heupen en billen, ook al doen we nooit anaal en zelden op zijn hondjes. Zijn handen gingen dus steeds vaker naar zijn pik, maar die is van ons! Afblijven, afstijgen, ik een klip, Wi kwakkie en korte zandbank. Google slenterde snuffelend om ons heen. Dood-kalm, ja. Sinds die dag ben ik des te gelukkiger. Ik heb het Wi en La moeten uitleggen: dat we blijkbaar (als het mag) voor altijd bij elkaar kunnen zijn. Nu drie levenden, ooit drie on-doden, wanneer ook maar de tijd voor ieder afzonderlijk zal komen.

Mensen vragen zich altijd af, hoe een ondode eruitziet. Het sleutelwoord is: herkenbaar. Stel, dat wij Julius Caesar zouden willen ontmoeten. (Oei, nu breng ik Mart op een idee.) Hoe herkennen wij Caesar als hij de westvleugel uit komt? Aan zijn gestalte, kleding en gedrag. De gestalte en de kleding waarin hij is vereeuwigd(!), dus van zijn latere jaren, (En hij is vermoord, hè, niet van ouderdom gestorven.) Zijn geest meet zich dus een rijzige mannengestalte met haakneus aan, en kleedt zich herkenbaar. Voor ons zal hij zich niet kleden als een militair, maar in een toga die goed valt, en hij zal een lauwerkrans dragen. We zullen hem ook aan zijn gedrag herkennen. Hij zal zich gedragen als een ster, heel zelfbewust, en ietwat ongemakkelijk in het besef dat niet hijzelf maar onze belangstelling hem hier gebracht heeft. Als we iemand, een ondode of een onsterfelijke, bij herhaling ontmoeten, dan herkennen we die ook wel als die anders gekleed is, of zelfs een ander lichaam draagt. In het geval van de dieren Chot en Google is het zo, dat die de gedaanten hebben van hoe ze vlak voor hun dood waren. Maar in hoeverre dat hun eigen keus is, en in hoeverre het hun eigen keus was om met ons herenigd te zijn - geen idee! Voor mens en dier: geen idee, hoe ze aan die gestalten komen. Hun oorspronkelijke lijven zijn immers vergaan of gecremeerd. Er zal geen grote verkleedkist zijn, dus mijn gok is, dat minstens een stamcel of het DNA van elk individu bewaard blijft. Hmm… dus ook van elk virus. Zal wel.

Mensen vragen zich ook altijd af, waar de doden verblijven. In de onderwereld. Die neemt geen fysieke ruimte in van de bovenwereld. Die is evenmin eentonig als de bovenwereld. Die kan aanvoelen alsof je figuurlijk in de wolken bent, en dan noem je het de hemel, of alsof je letterlijk in de wolken bent, en dan noem je het de hel. Blijkbaar zijn er grensposten: bij veerman Charon, bij Petrus aan de hemelpoort, en blijkbaar kun je nu ook in onze westvleugel die grens over. Zoals je Nederland uit kunt bij Schiphol, bij Hazeldonk, of ergens in een bos. Bij Charon in de buurt heb je die hellehond Cerberus: blijkbaar moet je (in supermarkt-beeldspraak) met je boodschappen langs de kassa. Bij de hemelpoort heb je een scheiding der geesten (Graag gedaan, La!), misschien zoiets als paspoortcontrole, met de zondaar als degene zonder verblijfstitel.

Hoe dan ook, als wij een overledene uitnodigen, dan komt die de westvleugel uit, kijkt even de binnenplaats rond, en komt op ons af. Wij gaan diegene tegemoet. Wij zijn meestal bloot (als het weer het toelaat), en onze gast bepaalt zelf, wat wanneer uit gaat. (La debiteert: “Aangekleed gaat uit.” - Van oude mensen en dingen waarvan je hoopt dat ze voorbijgaan.) Nou, toen we met Drs P. en Charon met dat “Heen en weer” bezig waren, toen is Heinz in het water gevallen, vanaf de rand van het binnenperk. Toen hebben we zijn kleding te drogen gehangen, en zijn op tuinstoelen doorgegaan met keten. Taal is dus ook geen probleem. Het sleutelwoord is: begrijpelijk. Caesar zou een gedaante kiezen die Nederlands of Engels sprak, en voor Mart gewoon Latijn (uit zijn eigen tijd).

Hitte

Even iets anders. We hebben een hittegolf. Op de hei is het nòg vijf graden warmer dan de officiële records (met benauwend hoge luchtvochtigheid), en op de binnenplaats is het nog weer vijf graden warmer (maar droger).

Google en Chot zijn in de stal in de westelijke helft van de zuidvleugel. Deur dicht tegen de hitte. Daar staan nu nòg twee ondode paarden, en soms komt Cerberus even aanwaaien. De Grieken gaan er bij toerbeurt poolshoogte nemen, en water en eten aanvullen. Aart houdt contact met Grada en Hans (die hun huis uit drijven) over mogelijk brandgevaar in de omgeving. Binnen is het hier de beoogde 23°C, dus goed uit te houden. Dus… verblijven mijn ouders uiteraard hier. DEM is ijlings uit Waterland overgekomen. De buufs en de overbuufs zijn in hun ondergoed (en met twee ladingen tampons) hierheen gevlucht. Zij delen met hun vieren nu twee van onze bedden (“voeteneinde”, dat is badkamerzijde), wij drieën nu de andere twee. Zij hebben inmiddels de wezens uit de westvleugel leren waarnemen, en zijn zelfs bevriend geraakt. Het verschijnsel “lesbisch” bleek wel uitgelegd te moeten worden.

Ook voor de westvleugel is het heet. Nou ja, binnen niet. Evengoed verblijven alle genoemden vooral in en om ons zwembad en in onze badkamer. Druk, maar gezellig. Er gaat veel wijn doorheen, we hebben inmiddels ook “Germaans spul” (vaten met hoog- en laag-gistend bier en met whisky), en Dionysos heeft gezorgd voor een wonderbaarlijk aanbod van watermeloenen, uit hun geveltuintje en uit onze kas. Mijn ouders en wij houden onze electrische broodmachines aan het werk, opdat niemand voor ovens of open vuren hoeft te zweten. Kortom, dit is heel goed uit te houden. Artemis gaat wel soms op jacht, en heeft een makkie aan de hitteslachtoffers onder de dieren. Die worden dan in de westvleugel gevild en voorbereid voor consumptie. Daar dreigde dubbelpaniek omtrent bewaren en toebereiden.

La heeft een mooi lesje Electriciteit gegeven: dat die bliksemschichten waarmee sommigen gooiden electrische ontladingen zijn, en dat de mens die electriciteit heeft weten te temmen voor eigen gebruik. Voorbeeld: die broodmachines. Kort en goed, La heeft voor de westvleugel twee Amerikaanse koelkasten en twee industriële combi-magnetrons met grill-functie (en een voorraad magnetronbakjes) besteld. En twee grote broodmachines. Lachen, want Hermes wilde alles wel even ophalen, maar zo werkt de Internet-economie niet. Wel was de order groot genoeg voor individuele bezorging. (Sterker nog: te lastig voor aflevering met de gewone vrachtwagen.) Er verscheen dus een groot model bestelbus op de Digitale Zandweg. Aflevering achter de eerste deur, dus in de poort. Van daar heeft Hermes de apparaten naar hun plaatsen gebracht. Gelukkig had ik aan krachtstroom-aansluitingen gedacht, want deze magnetrons zijn met de rest te zwaar voor een gewoon stopcontact. Nu kan de westvleugel zonder verspillingen zonder stank-overlast vlees bewaren en bereiden. Ze vinden het prachtig!

Pas daarna viel een ander kwartje: dat van de warme dranken. Voor ons zijn koffie en thee heel gewoon, voor onze Onsterfelijken niet. Ook niet, als ze een recent lichaam aantrekken. Eigenlijk vonden ze deze dranken best lekker. Dus: ook een koffie-apparaat en een waterkoker voor elke groep Onsterfelijken, ook voor de zuidwest-toren. Voor espresso kunnen ze bij ons terecht in de noordoost-toren. In de praktijk drinken ze nane, of ze plukken buiten blaadjes. Ja, we telen ook nane in de kas. We vragen ons nog af, of Artemis ook vlees kan kweken in de kas. Ze zou het wel willen.

Inmiddels was Elsje zonder zwembandjes in het zwembad geraakt. Nou, vergeleken bij haar ben ik een woestijnhagedis. Kan je nagaan! Dus Diana heeft opgelucht de zwembandjes opgeborgen, en Elsje is het middelpunt van waterpret. Ze wil gaag met mij samen zwemmen, wedstrijdjes doen in snelheid of diepte, en ze vindt het prachtig om met die zwaan of de ijsberg rondgeblazen te worden door Aiolos. Maar eh… ze wil de zekerheid dat iedereen weet dat ze een meisje is. Zó nadrukkelijk aan iedereen tonen waarin je je middelvinger kunt verstoppen, dat is ook voor Wi en mij nieuw. Waar moet dat heen?

De ergste hitte werd verdreven door onweer. Viel wel mee, trouwens. Grappig: nu veel Onsterfelijken doorgaans in menselijke gedaante hier in Fort Rimboe rondhangen, hebben zij geen invloed op het weer, zelfs amper zicht op hoe het zich ontwikkelt. Het was bijna windstil (althans op de binnenplaats). We hebben met een groot gezelschap vanuit open schuifpuien aan de noordwest-kant zitten genieten van de verfrissing van de lucht. Pot nane bij de hand, schaal baklava… Terpsichore ging de andere muzen voor in een dromerige regen-reidans in 7/8, met muziek van Apollo. Negenmaal Miss Nat-Gewaad, dus allerlei manvolk sloot aan - en Elsje. Wi was melig, en trok Elsje die zwembandjes aan. Dat hummeltje bloot maar met fel roze zwembandjes aan het eind van een rij missen en macho’s, niet beseffend dat de te maken stappen ongelijk waren: lang-kort-kort. Walt Disney zou het meteen verfilmd hebben. - We hadden hem erbij kunnen noden, maar La heeft iets tegen hem. Uiteindelijk heb ik mijn instrumenten gepakt, ik de taragot, Wi de fluit. Mart en La telden na iedere bliksemflits in de maat: een-’ntwintig, twee-’ntwintig. Om beurten zwalkten ze naar het vat hooggistend bier. Totdat La niet gezien had dat Google hierheen was gekomen, en met twee volle glazen over haar struikelde. Precies tijdens een nabije bliksemflits. Hera greep hoofdschuddend stoffer en blik voor het gesneuvelde glaswerk. Mart haalde twee bekers nane.

 

Naar inhoudsopgave. Naar volgend verhaal (ongeacht waarschuwingen, in leesvolgorde).