Laatste wijziging: 2025-01-06 (technisch), 2025-01-06 (inhoudelijk). Naar inhoudsopgave. Naar vorig verhaal (ongeacht waarschuwingen, in leesvolgorde).
Voor wie minder om verhaallijnen geeft: let eens op naast-elkaar-zitten van mannen en vrouwen: juist wel of juist niet.
Logies - Huisgrot - Wisseling - Aankomst - Huiskamer 1 - Plex - Huiskamer 2 - Bulli - Rondleiding - Spiraaltje - Landlust - Kerstmis - Oudjaar - Nawoord
“Donkere dagen 4” [geloof, sex] kreeg een onverwacht vervolg. Josef en Maria wilden met Sveta de feestdagen in Us Net doorbrengen. Bij Bill en Mina. Maar ja, die waren verhuisd naar de bios. Dat huis deelden ze dus met Ab en Sophie. Het heeft logeerkamers, maar die waren voor deze dagen al toegekend aan nazaten van Sophie. Alternatieven? Niet bij Frank en Margriet in de kroeg. Niet bij de boys (die trouwens ouderwets veel vrienden uitgenodigd hadden). Misschien bij hun weldoeners David en Esther. Misschien bij ons op het Fort, in de zuidoost-vleugel van Mart en Diana, die immers zelf naar “Berlijn” gingen. Maar ja, het Fort is wel bijzonder…
Ja, Elsje is ouder geworden, en ik juist jonger. Dat toonden we dan maar in een Skype-gesprek. Wij vroegen ook, hoe bij hen de zaken liepen: ze waren immers een tuinderij begonnen. Ja, dat liep goed: nog een beetje gemengd bedrijf, plannen voor extra kassen. Daar keken wij (Malawiel) elkaar aan: kassen, Eide! Wij vertelden van onze huidige betrokkenheid bij Eikenrode, van de Eide-bouwwijze en van de projecten voor kweekvlees en zo. Oh, wij konden hen beslist rondleiden.
Goed, dan was inmiddels besloten, dat ze op het Fort zouden logeren. (Mart en Diana kwamen dat zelf live in beeld toezeggen.) Wel voorbereid zijn op naaktloperij, maar geen verplichting om eraan mee te doen. Kerstmis, Kerstnacht-mis? Daarvoor waren ze beslist welkom in de kerk van Eikenrode. Dus onze rondleiding zou liefst voordien plaatsvinden: dan hadden ze al wat kennissen gemaakt. En op Eerste Kerstdag hadden wij ons optreden als de Topjes, waarschijnlijk weer in het Patronaat.
Inmiddels konden ze bijna niet meer wachten. Maar ja, Sveta had nog school, middelbare school. Elsje moest plotseling proesten: ze moest denken aan de jeugd in Fort Rimboe. Oh, dat ging lachen worden: Sveta van inmiddels veertien jaar en de welhaast onvermijdelijke kennismaking met de jeugd: de negen Muzen en drie Vestaalse Maagden. Oh, dan moesten ze maar onze verhalen nalezen, bijvoorbeeld vanaf “Muesli” [geloof, sex]. Zeker, die goden liepen hier rond. Ja, ook nog-aanbedenen en heiligen. Een audiëntie met de Maagd Maria? Vàst wel, maar heel kort en heel informeel: druk, druk, druk!
Even de huis-inrichting tussendoor. De huisrimboe van Aart en Yvonne in de noord-oostvleugel van het Fort is nog steeds vooral een ondiep bad met een strandje (en een trap naar een gedeeltelijke bovenverdieping), maar gaandeweg steeds vaster van indeling, met steeds meer vaste planten in en boven het water, en overeenkomstig minder geschuif met “eilandjes” en planten in potten. Er zijn geen dieren in losgelaten, maar de kans op aanlopers en aanvliegers lijkt groot.
De huisgrot van Mart en Diana in de zuid-oostvleugel is herschapen in eveneens een rimboe, maar dan een grotendeels droge, bovendien geheel kunstmatige. Veel van de kussens die eerst op rotsblokken moesten lijken, liggen nu onder een weefsel, en zorgen zo voor een verende tred, zo als in veen. Bovendien is deze ruimte nu stemmig verlicht in psychedelische black-light kleuren. Het is de sfeer van zekere schoolfeesten op de middelbare school waar wij drieën elkaar ontmoet hebben, maar dan tot pseudo-natuurlijk kunstwerk gemaakt door Diana. (Uiteraard hebben minstens Mart, Yvonne en Aart bij de verwezenlijking geholpen. Yvonne en Diana zijn elkaar nog beter gaan waarderen.) Wij zijn het de huisgrot blijven noemen - en eigenlijk is die grot nog steeds als zodanig het nestje van Mart en Diana, zij het nu in een sfeer die mij meer aanspreekt. Ook daar is nog steeds een gedeeltelijke bovenverdieping met gewone slaapkamers en een gewone badkamer. - Inderdaad, ook ons zwembad heeft iets psychedelisch, maar dan als Maaikes uitwerking van “niet saai”.
Het werd de zaterdag vóór Kerstmis. Onze vrienden waren meteen na een haastig avondmaal uit Polen vertrokken. Josef en Maria hadden elkaar afgewisseld aan het stuur van hun nieuwe SUV. Bij dageraad (kort voor de kortste dag!) meldden ze hun nadering (“viaduct voorbij”) telefonisch aan Bill en Mina. Die vingen hen op bij het dorpsplein, en liepen voor de auto uit naar de afgeschermde parkeerplaats bij het Fort. Vervolgens geleidden ze de gasten naar de noordoost-toren. Daar zaten wij (schoonouders en zelfs al Malawiel) klaar voor de begroeting. Vervolgens gingen Mart en Diana hen buitenom voor naar de zuid-oostvleugel, maakten hen wegwijs, en gingen hen binnendoor (dus door de huisrimboe) voor, terug naar de noordoost-toren. Aansluitend namen zijzelf afscheid, pakten hun gereedstaande bagage, en volgden Bill en Mina. Afra en Karla sloten zich aan, Janneke en Thea toch maar niet. Bill meldde de gereedheid van de afdeling Us Net (vier mensen) aan de Commandant. Die deed in Eikenrode iedereen instappen (ze hadden verzameld op de Basis, maar waren voor het afwachten verkast naar het Praathuis), en reed persoonlijk de bus naar het dorpsplein van Us Net om daar de afdeling Us Net op te halen. Een toerbus van gewone grootte (zij het een oudere) voor slechts twaalf mensen (bestuurder inbegrepen), want kleinere bussen waren niet beschikbaar.
De bus bood dus ruimte genoeg. De inzittenden klitten in twee groepen. Logisch, want zo bekend waren ze elkaar niet. Afdeling Eikenrode was domweg het Leger op familiebezoek, met de twee verkeringen van de vlegels als nieuwkomers (binnen de naastenkring van het Leger, maar wel verdere verwanten). Afdeling Us Net bestond uit (in de ogen van afdeling Eikenrode) de ouders van Elsje, als zodanig dus respectabel, en die twee potten. Oh, die ene pot was de dochter van die vriend van Klaus, en de ouders van Elsje waren bevriend met die ouders en met die potten. Op die fiets! Eikenrode leverde de bestuurders, dus die groep klitte voorin - Us Net dan maar ongeveer bij het zwaartepunt van de bus. Diana hield uit verveling ons op de hoogte.
Elsje verzon de familienaam Polak voor onze gasten (en voor gebruik binnen Malawiel). Bill en Mina waren terstond teruggekomen naar het Fort, naar de noordoost-toren. Daar zaten we eerst maar eens aan de koffie. Met zowaar een abrikozenvlaai van Wiesje. Mina was de eigenlijke gastvrouw, en peilde de wensen van de Polakim: eten, slapen, douchen? “Zwemmen?” vulde Elsje aan. De voertaal was trouwens Engels: dan kon Sveta meedoen. Josef en Maria wilden graag douchen en eventjes plat. Sveta had onderweg op de achterbank wat gesoesd, en was wel benieuwd naar dat zwemmen. Ze ging met ons (Malawiel) de rolbaan af, en werd terstond omringd door de jeugd. Elsje vertelde hen, dat Sveta en haar ouders tot ergens na de Kerst bleven logeren, in de huisgrot, en dat Mart en Diana elders verbleven. Intussen paste Sveta zich aan, en kleedde zich uit. Oh ja: WC? Blozend gebruikte ze een toiletpot in de badkamer, bekeken door de jeugd. (Zou ze wijdbeens plassen, zoals Mawiel en zijzelf? Niet, dus.) Aansluitend gingen we allen zwemmen. Dat bleek een geliefde sport van Sveta, dus die was weldra met de kleintjes nabij de bodem te vinden. De jeugd deed dan maar wat wij “waterpolo” noemen, maar het wellicht niet is. Wiesje en ik waren scheidsrechter, maar letten niet echt op.
Mina kwam met Josef en Maria beneden, en toonde hen vooral de functies van de badkamer. Ook dezen kleedden zich uit. Josef en Maria klommen eerst maar eens in ‘t heet. Bill kwam ook omlaag, legde zijn kleren bij die van Mina op ons bed, en ging met haar ook ‘t heet in. Na enkele minuten namen ze gevieren een douche, namen hun kleren, en verdwenen naar boven.
Sveta was moegezwommen. We geleidden haar binnendoor naar de huisgrot. Daar koos zij een slaapplaats (legde een matrasje en een dekbed in een hoekje dat haar aanstond), en ging toch maar even liggen. Wij (Malawiel) liepen terug naar de noordoost-toren. Aart en Yvonne hadden daar alles opgeruimd, en zaten een potje te dammen. Wij liepen door naar onze huiskamer.
In onze huiskamer is eigenlijk altijd wel iemand zichtbaar aanwezig. De sfeer verandert in de loop van het etmaal. Wellicht net zo als in een kroeg, van vredig tot uitgelaten, met tegenwoordig een welhaast vaste middag-dip van drie tot zeven uur of zo: dan vertoeft men ergens in Harren Net bij vers vlees (vis inbegrepen) en alcoholica. Ook wij stervelingen zijn hartelijk welkom, maar wij hebben zelden zin. De jeugd evenmin: ze zijn botergeil, maar ze willen niet slechts kwakjesvat zijn, en de mannen-gedaanten uit de westvleugel bewijzen slechts figuurlijk lippendienst aan de vrouwen.
Ondode hond Google loopt in en uit (van Harren Net, maar we zien haar nooit bij de ons bekende deur op de bovenverdieping). Ze heeft inmiddels zelfs bakjes met brokjes en water hier (in de noordwest-toren bij de doorgang naar de westvleugel). Ze is een retriever, dus ze deinst niet terug voor een plons in het biba, de huisrimboe of soms het zwembad, maar het zwembad lijkt haar te groot: ze is geen zeehond! Hector hebben we de laatste tijd niet weer gezien.
Nu zat Vesta in de huiskamer te overleggen met de XM over dier kansen op aanzien en rijkdom. Wellicht is in een parallel-universum Herculaneum gespaard gebleven (van die om Pompeï bekende uitbarsting van de Vesuvius), en zijn daar nog patriciërs vrij. Artemis probeerde op Wiesjes accordeon het Stradella-systeem van de linkerhand te doorgronden, en keek betrapt op. Wiesje gaf haar een knuffel, en wees haar de opbouw van de rijen knoppen. We zetten twee gaasbanken plex, en gingen zitten.
Stukje uitleg. Gebruik zonodig je vingers (zonder de duimen) om het duidelijk te krijgen. Twee gaasbanken “plex”, dan staan ze vis-à-vis, met een goot tussen de zittingen. Dan gaan we twee-aan-twee tegenover elkaar zitten. De “buitensten” kunnen hun voeten op de tegenoverliggende bank leggen. De “binnensten” hebben hun voeten op de grond onder de goot, want daarvoor is geen plaats tussen de heupen. Het is wèl leuk om die benen om-en-om te hebben. Die “binnensten” gaan alvast zitten, terwijl de aanstaande “buitensten” de banken naar elkaar schuiven. Ikzelf ben een vaste “binnenste”, en Wiesje is vaak de andere. Laat de kleintjes maar schuiven… Deze opstelling herinnert ons aan multiplex, dus bij Maaike heet het “plex”.
Zit Maaike naast mij, dan worden wij aangestaard door de gebiedende borstjes van de sjes. Soms is Maaike voor haar doen baldadig (voor mij een goed teken!). Dan doet zij weer iets onbestaanbaars met haar lichaam, met haar borsten. Ze pompt bloed daarheen of zo. De borsten spannen zich, de spenen richten zich op, en minstens de tepels worden donkerder doorbloed. Dan worden de sjes bedeesd. Vervolgens vervaagt Maaike weer tot haar gewone onopvallendheid en onschuld. Overigens wordt mijn eikel geacht om ontbloot zichtbaar te zijn. Maar ja, dan is het dus tijd voor de asperge-oogst. (Dat woord is van Elsje. Maaike heeft nog geen afkorting kunnen bedenken.)
Plex is zo’n houding om gevieren heel dicht bij elkaar te zijn, zoals ook in ons zitbad. Er is dus ruimte vrij voor twee andere stellen, bijvoorbeeld te weerszijden van ons. Dan kunnen er verschillende gesprekken gevoerd worden. Die anderen kunnen dan trouwens ook meteen voor ons verfrissingen halen. Die “vergeten” dan steeds, dat vooral Maaike eigenlijk geen alcohol wil.
Elsje stelde mij de onvermijdelijke vraag: “En?” Daarmee bedoelde ze dan: “Geil je op Sveta?” Ach, ik heb nu eenmaal de naam van inwijder van kleine meisjes. Weet ik veel, hoe ervaren zij inmiddels is! Ja, ze is een zoogdier, met slechts haar hoofdhaar niet geschoren. En ze lijkt mij gezellig. Maar Malawiel beslaat al mijn lusten. Ook de jeugd krijgt niet méér dan een tikkie. Ook hier geldt weer Maaikes gezegde: in een wei vol koeien zie je geen uiers. - Uiteraard verwàcht Mawiel dat mijn reactie zo schokschouderend is.
Nu was ik met Maaike, dus zat ik naast haar, met de halve bank naast mij vrij, en met Elsje tegenover mij. Het schokschouderen leek door anderen opgevat te worden als eind van een ritueel. Artemis, Ares, Diana en Mars schoven op de banken aan, Ares gezellig naast Elsje, Diana naast mij. Ze betrokken Elsje en mij in hun boom over de oorlog in Oekraïne, vooral over het gebruik van drones. Boeiend voor ons zessen, “boutjes en moertjes” voor Wiesje, en Maaike richtte zich op Wiesje.
Gezelligheid kent geen tijd. Sveta dook op, en trok een dropje bij, bij Wiesje en Maaike. Ze liet zich het verschijnsel “verjeugdigen” verklaren. Inmiddels waren Elsje en ik met de onsterfelijken van “drones in het algemeen" over “soorten drones” beland bij “clustermunitie”. Twee nog-aanbedenen trokken een gaasbank bij. - Tja, je kunt dan nog zoveel eeuwen meegaan en zoveel mogelijkheden tot waarnemen, weten en handelen hebben, de technische vaardigheden der stervelingen gaan veel onsterfelijken toch boven de pet. We hebben in het Fort enkele iPads voor algemeen gebruik liggen. Even wat YouTube tonen verklaart dan veel. - Ja, het zijn iPads, geen Android tablets. Anders hadden we ook nog rekening moeten houden met de afzonderlijke configuraties en zo.
Geleidelijk verschoof het zwaartepunt van het gesprek van ons weg. Uiteindelijk verkasten de onsterfelijken (en inmiddels enkele ondoden) naar de huiskamer van de westvleugel om daar op een groot scherm YouTube te gaan kijken, aan de hand van trefwoorden op die iPad.
Sveta verliet meteen haar dropje, en kwam naast Elsje zitten. “Dus jij bent als enige juist ouder geworden!” Elsje knikte lachend: “Gelukkig wel! Het is een ramp om door de leeftijd van je lichaam niet mee te kunnen doen.” Sveta wilde zekerheid: “Waarmee?” Elsje wees op mij: “Met onze ouwe bok.” Sveta leek het beeld voor ogen te hebben van de pasja met kwakjesvaten, dus Elsje legde het maar weer uit. Sveta was uiteraard weer verbaasd. Ze had ook een aanvullende vraag: “En als je bloedt?” Elsje wees op Maaike: “Wij hebben zelf met Apollo een voorbehoedmiddel gemaakt dat ons daarvan verlost. Maar voordien had hij best vaak bloed aan zijn neus.” Sveta keek mij bewonderend aan. Tegenwoordig zeg ik dan maar zoiets als: “Tja, ze zijn zo lief, hè…” Elsje vatte samen: “Dus ieder van ons, ‘s morgens en ‘s avonds, eerst die (wat wij noemen) himalaya, en dan zijn pik erin. En soms nemen we een tussendoortje.” Ze duwde mijn knieën vaneen, en trok mijn voorhuid naar achteren. Ja, uiteraard had ik een stijve. - Op zo’n ogenblik als dit heb ik een binnenpretje, want ik weet, dat Wiesje en Maaike dan opvallend onopvallend kijken of er iets gebeurt. Elsje liet weer los. Ze hernam het gesprek dat ze destijds in het Pools over Skype gevoerd had nu in het Engels, en vroeg Sveta naar dier sexleven. Die bloosde hevig, en wenkte het onderwerp weg.
Gelukkig draaide aller aandacht van Sveta weg, want haar ouders kwamen de huiskamer binnen vanuit de noordoost-toren. Bloot, uitgerust (en waarschijnlijk na een wip), en wankelend alsof ze na een meeslepende film de bioscoop uit kwamen. Sveta maakte ijlings plaats (en liet mij zodoende zien, hoe nat ze was), opdat Maria en Josef naast Elsje en mij konden aanschuiven. Zelf ging ze naast haar moeder zitten (dus uiteindelijk één plaats verder van Elsje).
Maria hapte naar lucht, en stamelde (in het Engels): “We hebben ze ontmoet… Ze zijn naar ons toe gekomen… bij ons bed…” Elsje wilde bevestiging: "Jullie naamgenoten?” Josef en Maria knikten. Maria zocht naar woorden: “Gewoon… ons een hand gegeven, zich voorgesteld, gevraagd hoe het met ons was, waarom wij hen wilden zien… Maar het was goed, zo. We hebben om en om elkaar een hand gegeven, en zo even gezeten, gezwegen… Het was goed, zo… Heel fijn!” Elsje en Wiesje hadden toen de bijbelse Jozef en Maria achter mij langs naar de westvleugel zien lopen. Wellicht onzichtbaar voor Sveta en haar moeder.
Mina kwam op ons af: “Zullen we iets gaan doen? Willen jullie eerst nog iets eten?”
Uiteindelijk was het kort na de middag, dat wij met de bulli naar Eikenrode vertrokken. Wij: Malawiel, Bill en Mina, Josef, Maria en Sveta. (Ik zoek hier naar een woord om ons negenen mee aan te duiden. Een reisgezelschap van negen personen? Elsje denkt hardop aan Tolkien.)
De bulli is trouwens onze eeuwige puzzelkubus. Driemaal drie zitplaatsen, en Malawiel en veel anderen denken in stellen. In “naast elkaar”, juist wel of juist niet. Vandaag kwamen we tot deze “tafelschikking”:
Maaike aan het stuur: kind van eigenaren Aart en Yvonne, met rijbewijs, met kennis van Eikenrode; naast haar de gasten: Maria en rechts Josef; geen vreemde man naast Maaike!
Achter Maaike: links Sveta, dan Mina, rechts Bill; geen man naast Sveta!
Achterin: Wiesje, ik, Elsje. Ja, de twee breedste heupen met mij ertussen…
Voor Maaike is dit afzien. Niet het autorijden, maar de afstand tot Lawiel, vooral tot mij. Ja, als Malawiel klitten we steeds sterker aan elkaar, met inderdaad een woordspeling op “klit”. Mijn lieverds zouden liefst het hele etmaal door vrijen, liefst uiteraard met mij, desnoods met elkaar. Ik kan ook steeds moeilijker buiten hen, met inderdaad een woordspeling op “buiten”, eigenlijk op “in hun gleuf”. Ze genieten er zó van! - Gelukkig komt Elsje uiteindelijk wel met een voorstel om eens iets (anders) te gaan doen, en misschien moeten we ook onze stofwisseling bedanken, met name onze nieren. Ach, en als Maaike en Elsje het zwembad zien (op luttele meters van ons bed), dan gaan ze, alsnog geestdriftig, te water.
Het was een grijze en bovengemiddeld warme december, dus mijn lieverds hadden zich gekleed in T-shirts en korte rokjes, ikzelf in T-shirt en spijkerbroek. Buiten bovendien allen in windjack. Maar in de auto moet mijn gulp open, en word ik geacht om mijn handen onder die rokjes te laten wapperen. Ach ach ach… En Maaike weet, wat ze naar verwachting misloopt. Ach ach ach… Ja, dan is zij de eerste voor een echte beurt, maar toch is dat een schrale troost. Gelukkig hebben wij dat gevleugelde woord: “we kunnen afwisselen”.
Onze eerste stop in Eikenrode was uiteraard Tin Roof, met bijzondere aandacht voor de plaatselijke producten in de supermarkt en voor het aanbod aan boerderijbenodigdheden.
We hadden geen tijdschema kunnen opstellen voor onze bezoeken, maar elk mogelijk belangwekkend bedrijf verwachtte ons reisgezelschap. Vanaf Tin Roof belde Wiesje Zus. Die verscheen vijf minuten later, nog vijf minuten later gevolgd door Sheila en Madelon. Inderdaad, Zus maakte kennis, Sheila hernieuwde (volgens mij) de kennis, Madelon maakte kennis en nam de leiding over van Zus. - Zus staat in de pik-orde van Eikenrode bovenaan, is dus ook degene bij wie je wilt binnenkomen, maar ze delegeert en verwijst soepel.
Madelon vergewiste zich van het uitgewisseld zijn van belangstellingen en contactgegevens, en ging de bulli in Wims SUV voor naar de Basis, ook al was het Leger in Berlijn. Ze toonde het gestalde materieel. Ze koos vervolgens een logische weg langs best veel bedrijven, stelde wederzijds iedereen voor, liet de ondernemers tonen waarmee zij bezig waren, zag toe op die uitwisseling, en ging ons voor. Ik schat: drie of vier bedrijven per uur, gedurende vier uur, dus twaalf tot zestien bedrijven. Tot slot kwamen we bij Ons Genoegen. Ook daar kon zij rondleiden. Hadden de gasten nog puf? Dan gingen we als toegift naar de molen. Rondleiding door Wim, terwijl Madelon Zus hielp om voldoende stoelen en borrel-gerei klaar te zetten. Inmiddels verschenen Sheila, Auke en Onno, en ook Dennis en Jean-Luc. De nichten gingen terstond kaasblokjes snijden en bitterballen frituren. Sheila kreeg een inval, snelde heen en weer naar Tin Roof, en kwam terug met wat Poolse lekkernijen.
Dennis bleek vanuit zijn ervaring als DJ ook vaardig geworden als maker van multimedia presentaties. Hij stelde gezwind een gelikte Eikenrode-promotie samen uit het in de cloud gevonden materiaal van die middag, met voice-over in het Engels, en had een kwartier na het einde van Wims rondleiding ook die erin verwerkt. Met een mooie slotfoto van de gasten op de omloop van de molen (een bovenkruier dus). Die presentatie kregen ze op een USB-stick mee. Overdonderend, zeker. Maar eigenlijk vielen de gemaakte kosten in het niet, vergeleken bij de mogelijke wederzijdse handel.
Bij het afscheid had Wim ook een USB-stick voor Sveta: foto’s of bewegende beelden en contactgegevens van generatiegenoten die contact wilden houden. Er zou ook een dickpic bij zijn. Sveta bloosde diep, en ieder ander sloeg dubbel van de lach.
Het was allang donker (op deze korte dag) toen we naar huis reden. Yvonne polste de belangstelling voor een maaltijd. Dat werd een fruithapje uit de kas. Oh, die kas deed beslist niet onder voor de kassen in Eikenrode! Intussen zorgde ik, dat Sveta de inhoud van haar stick in haar cloud kreeg. Ze stuurde een net niet blote foto met haar gegevens naar de stickers (aanduiding van Elsje). Sindsdien leek ze vergroeid met haar telefoon. Lastig als je wilt meedoen met blootlopen, dus Yvonne maakte snel een tasje met koord, op de taille of om de hals te dragen. Maaike moest Sveta eraan herinneren, dat het tasje geen bescherming bieden zou tegen water, zoals van het zwembad. Elsje breidde de vermaning uit tot ieder vocht. Wiesje was benieuwd, van welke foto Sveta zelf zo nat werd. Maaike snoof, en vermaande Sveta dat ze vruchtbaar ging worden, en zich dus in acht nemen moest.
Hoe begint een lawine? Er ontstond zo’n keten van gebeurtenissen die ons achteraf herinnerde aan het “inwijden” van Sheila en later Maaike, en aan de voorlichting aan Sveta, de bekentenis van Maria dat ze geen tweede abortus aangekund had.
Sveta ging vruchtbaar worden, en ze had nu contactgegevens van vijf jongens en twee meiden. Goed, dat ging om wat in mijn jeugd “correspondentie” met “penvrienden” geheten zou hebben. Die meiden hadden ook beslist geen sexuele bedoelingen. De jongens waarschijnlijk evenmin, maar die zouden beslist graag van kwakkies afwillen. Oh ja, en Sveta verbleef nu in het Fort, dus in een toch wel zwoele omgeving.
Maaike had meteen de gedachte om Sveta tegen zichzelf te beschermen. Die zou zelf sex willen, dus ook krijgen. Hoe voorkom je dan zwangerschap? In deze fase van haar cyclus? Elsje bracht redding: zij had het spiraaltje bewaard dat zij gedurende luttele maanden gedragen had. Dat zou nog wel even kunnen werken. Tegen het eind van dat fruithapje, toen we met een “oeps, wat nu?” gevoel in de noordoost-toren zaten, opperde zij de beschikbaarheid van dat voorbehoedmiddel. We zaten allen te blozen, reisgezelschap, Aart en Yvonne.
Ja, het zou wel verstandig zijn. Sveta ontweek opnieuw vragen over sexuele ervaring - en Elsje stelt dan botweg vast: “ja, dus”. Spiraaltje? Sveta bloosde. Wie ging het inbrengen? Nee, niet ik! Elsje zelf. - Heel Malawiel met Sveta naar de slaapkamer. Bijgeschenen door Maaike bracht Elsje het spiraaltje bij Sveta in. Wiesje smolt in mijn omarming. Korte gevingerde himalaya voor haar. Elsje hield haar van Sveta natte hand onder mijn neus. Ook een “hima” voor Elsje, en dan uiteraard ook voor Maaike. En Sveta dan? Wiesje gaf ontheffing. Sveta kreeg ook een korte maar omvattende himalaya, met neuzen, en aansluitend pijpte Wiesje me.
We gingen de rolbaan weer op. De noordoost-toren was verlaten, de huisrimboe niet. Daar werden drie wippen gemaakt. Sveta leek inmiddels gewend aan het waarnemen van sex tussen haar ouders, maar het wond haar wel op.
Terug naar de toren. Beraad. Wiesje belde Zus: die USB-stick van Wim, hè… Zus is niet voor niets de matriarch van Eikenrode. Ze heeft uiteraard kennisgenomen van de inhoud, en is wellicht zelfs betrokken geweest bij het bedenken ervan. (Dat kunnen we haar altijd nog vragen, maar sommige dingen moet je in het midden laten.) Ze had zelfs een voorstel: Sveta en (in mijn woordkeus) de “penvrienden” konden een paar dagen samen logeren in die zojuist tot symposium-ruimte omgebouwde stal van de Pijp, en zo nader kennismaken. En misschien was het wel handig om toezicht te hebben, van ons bijvoorbeeld…
Kortom, de volgende middag verkasten Malawiel en Sveta naar “Landlust”, het verhoopte centrum voor meerdaagse vergaderingen op het erf van de Pijp. Nu trouwens met Diana’s pick-up, om de bulli beschikbaar te houden. De “penvrienden” waren daar al - maar twee jongens en een meisje waren kinderen van de Pijp. (Die bijnaam is ons nog een raadsel: die boer rookt niet.)
Niemand wist wat er ging gebeuren, maar de aanwezigheid van de Topjes (in de vrijetijds-uitvoering van kilts en topjes) gaf wel richting. (Ter herinnering: Malawiel oogt als alle vier 18 of 19 jaar, maar Wiesje en ik zijn één en twee generaties ouder, en Elsje is pas 8. Sveta is 14, de “penvrienden” ergens tussen 12 en 20.) De penvrienden waren gekleed in joggingpak en dergelijke.
Er was geen voorstelrondje nodig: de penvrienden zijn toch al familie van elkaar, Sveta had bij de rondleiding kennisgemaakt (en zodoende de belangstelling gewekt), en Malawiel begint legendarisch te worden in Eikenrode, met “koppelaarster” Elsje voorop.
Een stuk van de voormalige stal was multifunctionele ruimte: je kon er vergaderen, gezamenlijke maaltijden opdienen, en er hingen basketbal-korven. Voorts kon je palen in de vloer zetten om een net voor volleybal of tennis te spannen. Dat met ook nog eens die groene gymlokalen grond-verf en kleurig geschilderde belijning. Bijzonderheid: blijkbaar was het geen probleem om met blubber aan je schoenen over deze vloer te lopen. Nou ja, gymlokalen zijn ook wel in gebruik bij stembureaus, maar toch.
Heb je geteld? Vijf jongens, twee meisjes, Sveta en Malawiel, maakt twaalf. Elsje vond een volleybal. Even later waren we twee partijen: Maaike en ik met Sveta en de twee jongens en het meisje van het huis tegen de sjes, drie jongens en het andere meisje. Met Elsje en Maaike ben je verzekerd van inzet, dus algauw werd er verbeten gesmasht en geblokt. Bij Maaike blijft dan het topje boven haar tepels hangen, dus dan gaat zij weldra topless (althans bij het sporten) - en de sjes volgen dan meteen. Wij mannen hebben onze boven-kleding dan al uit. Sveta had de moeilijke keus tussen een knellende beha en klotsende borsten, maar verkoos weldra dat klotsen. Het “losse” meisje bij de sjes droeg een sportbeha, maar betoonde zich solidair. Ook “zusje” gaf de borsten bloot, en bleek een hoog zwaartepunt te hebben. Lange broeken bleken ook lastig, dus weldra speelden we in boxer (de jongens van tegenwoordig), string (Malawiel) of slip (de overige meisjes).
Het losse meisje wilde óók iets te zien hebben. Zusje trok de boxer van haar oudste broer omlaag. Een grote stevige jongeman met inderdaad een grote stijve. Alle boxers gingen uit, gevolgd door onze strings en tenslotte (enkele tellen na die eerste boxer) de slips. De meisjes en Elsje keken voldaan rond. Ook ik had een stijve. Maaike noodde Wiesje. Die oogstte graag haar krachtvoer. Wel, als ook dat hek van de dam was, volgden er meer.
Zes mannen, zes vrouwen, het steevaste misverstand dat die pasja wel twee kwakjesvaten missen kon. Dan moest het maar vijf op drie. Elsje herinnerde hen eraan, dat dit een nadere kennismaking met Sveta was. Sveta had belangstelling voor die oudste broer, en uiteraard was die blij. Die gingen elkaar eens grondig verkennen. Uiteindelijk heeft Sveta volgens ons drie van de jongens geprobeerd. We hebben nog weer een potje gevolleybald, maar Elsje vond het “bejaardengym”.
We hadden toch wel honger en dorst gekregen. Het vergadercentrum heeft een keuken, meer gericht op opwarmen dan op het optuigen van kunstwerkjes. (Dat ligt voor de hand, maar bovendien is de boerin van “Landlust” een liefhebster van het maken van culinaire kunstwerkjes, en uiteraard ook van inkomsten daaruit.) De zus en broers wisten snel een kindermenu te maken: patat, doperwtjes, appelmoes, kroketten (ook vegetarische), en meteen maar een krat cola: elk een anderhalve-liter fles. IJs met perzik uit blik toe.
We hebben nog even wat zitten vozen bij muziek die tegenwoordig blijkbaar voor romantisch doorgaat, maar mijn sexe-genoten waren hun aandrang en kunnen kwijt. Het zal halverwege de avond geweest zijn, dat we ons aankleedden, het vergadercentrum netjes achterlieten, en nog even de huiskamer van de Pijp vulden.
We namen afscheid van elkaar. Sveta en die oudste broer innig en lang. Daarna namen Sveta en Malawiel de auto terug naar het Fort. Volgens Elsje, die naast haar zat, heeft Sveta zich dromerig zitten vingeren. (Het is dus geen meerdaags gebeuren geworden.)
De Polakim zijn inderdaad naar de Kerstnacht-mis in Eikenrode geweest. Met Aart, Yvonne, Bill en Mina in de bulli. Met ook Wodan en Freya, die zoiets wel eens in de gedaante van stervelingen beleven wilden. Sveta had er uiteraard een ontmoeting met haar penvrienden. Het was gezellig, het werd laat.
Op de avond van Eerste Kerstdag hebben de Topjes opgetreden in het Patronaat. Wij hadden twee gast-muzikanten mee: de boys. Hun gezondheid is onlangs sterk verbeterd, dus de vermeende ouderdomskwalen moeten andere gronden gehad hebben. Ze reden in Hermans pick-up achter ons aan, hadden hun oude instrumenten (tenor-saxofoon en contrabas) mee, en bleken voldoende afgevallen om die lederen kleding te kunnen dragen die ze in Amerika gekocht hadden. Ze hebben de hele avond meegespeeld, en eigenlijk was het meer Hijbezems dan Topjes. Elsje kan moeiteloos ook dat repertoire spelen, en Maaike voelde zich eigenlijk wel op haar plaats op slagwerk. Vooral om niet zoveel aandacht te trekken, en ze speelde dus ook ingetogen (zoals gewoonlijk) - wat ons mede-muzikanten goed uitkwam. We hadden dus een ritme-sectie van haar, Herman op bas en mijzelf op gitaar. Dat speelt lekker. Bovendien zijn de boys mannen die niet op vrouwen vallen, en ze zijn goede voormalige buren van Maaike. Ons front speelde eveneens lekker: Elsje en Geert toeterden lekker tegen elkaar in, en Wiesje probeerde op de synthesizer punch lines van hun dialoog te kapen. Eigenlijk hebben we als band te weinig oog gehad voor ons publiek, maar dat was helemaal in the groove.
Nichtevecht was er ook. Dennis heeft de laatste twee nummers gedrumd: “Rock around the clock” en “When the saints”. Bij dat eerste gingen mijn lieverds spontaan zingen en bewegen in de stijl van de Andrews Sisters, bij het tweede trokken ze met paraplu’s door het publiek. Shemano verbleef nabij ons podium, in zichzelf gekeerd. Wodan en Freya waren vertederd, en blij met het slagen van de “schepping” van de nichten (door wie van de onsterfelijken danook).
Zeker, de Polakim waren er ook. Ver van het podium.
Op Oudejaarsavond heeft Bill inderdaad weer een conference gedaan in de kroeg. Hij was lekker op dreef. Vier seizoenen, omgeven door vijf sets muziek. Als Topjes hebben wij de eerste en derde set gespeeld, weer met de boys. De tweede en vierde set waren voor Rokkenrol, en de vijfde set was een eindeloze jam-sessie, met personele wisselingen zelfs tijdens het spelen. De jongens waren er ook, en op zeker ogenblik stond Steel Strings op het podium. Die hebben we enkele successen alléén laten spelen, voordat we (Malawiel, boys) weer gingen meedoen.
Van de muziekgroepen die we destijds in Us Net hadden, weken Hijbezems en Steel Strings af, omdat ze juist aan zelfbeheersing trachtten te ontsnappen. De Hijbezems hadden de improvisatie uit de jazz en het Joods Temperament van de jaffa’s. Steel Strings had die ontlading van zeggingskracht: fel slagwerk, glijdende basgitaar, snijdende synthesizer en daarbovenop de gillende gitaar. Aart kon er waarschijnlijk veel van zijn nachtmerrie in kwijt.
Nieuwjaarsnacht verliep nogal stormachtig. De jongens hebben bij de boys overnacht (“overochtend”, en dan totdat laat in de middag de wind afnam). Dat zal weer reuze gezellig geweest zijn. Wij hebben niet gelet op die logé’s van de boys. Wellicht hebben ze dier beide optredens bijgewoond.
Inmiddels is de wacht weer teruggewisseld. Mart, Diana en de anderen zijn weer terug uit Berlijn. Het was erg gezellig geweest. De Polakim zijn vertrokken, met gevoelig afscheid van sommigen. Ze zijn op zaterdagochtend uit het Fort vertrokken naar Eikenrode, en ze schijnen daar urenlang afscheid genomen te hebben.
Of er ook handel komt, moet blijken. Er is sprake van Eide-kassen daarheen en van licenties voor kweekvlees en zo. Josef en Maria gaan broeden op het ontwikkelen van kweek-paddenstoelen. Dat zouden dan producten of licenties terug kunnen zijn.
Naar inhoudsopgave. Naar volgend verhaal (ongeacht waarschuwingen, in leesvolgorde).