Laatste wijziging: 2020-09-13 (technisch), 2020-09-13 (inhoudelijk). Naar inhoudsopgave. Naar vorig verhaal (ongeacht waarschuwingen, in leesvolgorde).

Larie: "Corona 6"

[geloof, sex]

 

Rotatie - Haar - Girls - Aankleden - School

Rotatie

Fort Rimboe is ons wereldje, Us Net is al zowat buitenwereld, en voor nog verder hebben we in onze verbeelding zowat een visum nodig. Zodoende waren twee veranderingen in Us Net ons ontgaan.

Ten eerste is Mo weer weg. De boys waren eigenlijk blij dat hij bij Mila verbleef, maar Mila werd gèk van hem. De boys hebben hem een rolkoffer met inhoud gegeven, en hij is lopend verdwenen, richting viaduct. Die koffer herinnert me aan een ooit als grap afgedrukt verhaaltje. Zekere voorman overschatte zijn geliefdheid bij zijn mannen. Toen een collega bij diens afscheid van zijn mannen een zilveren bord meekreeg, verzuchtte hij: “Wat zou ìk dan wel krijgen?” Een ondergeschikte hoorde het, en beet: “Als u eh… weggaat, dan brengen wij wel een gouden bestek bijeen!”

Geert heeft het ons later uitgelegd: Mo kreeg alles mee wat hij nodig zou kunnen hebben om door een ander opgepikt te worden. Mila had trouwens uitdrukkelijk meebetaald, het kleine beetje dat zij kon missen, opdat hij ook niet bij haar zou terugkeren. Ik moet nu opeens denken aan iemand die ooit laveloos tegen me aan leunde aan de bar van mijn toenmalige stamkroeg in de Jordaan. Hij vond ondermeer, dat ik zulke lieve ouders had. Ik ontplofte, want hij kon niets van hen weten. Wiesje had een nabijer voorbeeld: Karla. Inderdaad. Gelukkig is die bij Thea en later bij Afra goed terechtgekomen.

Ten tweede is Dennis weer in het land, samen met Jean-Luc. Dennis kon als acteur niet aarden in de geldgerichte samenleving, Jean-Luc had er als klusjesman minder last van. Ze hebben hun spullen dáár verkocht, en zijn onder omzeiling van de (wegens corona) geldende reisbeperkingen naar Us Net gekomen. Dat lukte beter dan naar België. Ze logeren nu bij de boys, ouwe jongens krentenbrood.

Dennis ziet voor zichzelf geen toekomst meer in acteren, hoogstens schnabbelen, want die toekomst zou in de States liggen. Hij wil nu ook handwerksman worden, misschien een bedrijfje beginnen met Jean-Luc. Misschien iets met de neven. Maar dan moet hij ontdekken of hij aanleg heeft, en scholing of minstens praktijkervaring opdoen. Dáárvoor dacht hij aan Aart. En dan via Aart eerst wat vrijwilligerswerk doen bij Pierlala of Sans Perail. Maar ja, Aart doet dus niet zoveel meer aan treinen of schepen (als vroeger), en is vooral voor zichzelf bezig in de zuidoost-toren.

Dennis en Jean-Luc zijn uiteraard hartelijk welkom, ook om in de oostvleugel of zelfs bij ons te logeren, maar… Jean-Luc is te nuchter (in de zin van ongelovig) om ook maar een voet binnen Fort Rimboe te willen zetten.

Andere mogelijkheden zijn overwogen en afgewezen, zoals wonen in een rijtuig van Sans Perail, aan boord van de “Klaas Vaak”, in VCR, of zelfs in Sheila’s Lair. Sheila laat haar familie niet in de steek! Afijn, ze logeren dus bij de boys, en klussen wat op de vloot van Pierlala. Aart komt dan ‘s morgens (althans als de heren zover zijn) naar het Kanaal, geeft de jongens (die aanduiding lijkt te beklijven) aanwijzingen, en komt aan het eind van de werkdag (ter beoordeling van de jongens) weer kijken naar de vrucht van de inspanningen. En als ze eenmaal werken, dan poten ze aan. Maar Aart wordt merkbaar onrustig van dat pendelen.

Ook Mart heeft zich, ondood, op de handvaardigheid geworpen. Hij helpt Diana bij het maken van haar nu weer grote en meestal uit buizen opgebouwde kunstwerken, en oefent zich op restjes. Kortom, met en tussen die twee gaat het nu goed.

De ondode dieren Chot en Google zijn bij gebrek aan belangstelling teruggeleid naar de onderwereld. Elsje speelt nu immers met volwassen mensen. Er liggen soms nog wèl geldwolven op de binnenplaats, bij de zuidoost-toren. Ze liggen er in de schaduw, krijgen vaak een maal hondenbrokken en een bak water van Yvonne, krijgen soms een kluif uit de westvleugel, en halen desgewenst een natte vacht in het water van het binnenperk. Zó zijn ze er, en zó zijn ze weer weg.

Haar

Op een ochtend ontwaarde Wiesje bij Elsje een eerste donzige schaamhaartje. En het zou kunnen, dat de tepelhofjes zich een haartje verheven hadden rond de tepeltjes. En misschien was Elsje ook een haartje breder geworden. (Ze is nog steeds geen vier jaar oud, hè.) Voor haar dus wereldnieuws. Maar ja, we lagen in bed. Elsje met Wiesje, ik dus met Maaike.

Ik was net bezig aan een laatste geneusde hoogtepunt voor Maaike voordat we aan de sur place zouden gaan. Ik had bloed aan mijn neus, dus ik was vertederd door de vrouwlijkheid van Maaike, en zij door mijn stoerheid om de Rode Zee te bevaren (eh… dat beetje bloed van een controlebloeding te trotseren). En een laatste piek van de himalaya beduidt, dat de ontvangster haar lichamelijke geluk niet opkan. Wat voor mij betekent, dat ik dankbaar ben om haar genot weer te hebben mogen bewerkstelligen, dat ik zelf één en al prostaat ben, en me verheug op de naderende tegenbaat, namelijk die sur place. Kortom, dit was voor ons beiden een “niet storen” ogenblik. Zelfs voor wereldnieuws.

Gelukkig wist Wiesje Elsje duidelijk te maken, hoe ongelukkig deze samenloop was, en hoe genotrijk sex dus kan zijn als je lichamelijk verder volgroeid bent dan je eerste schaamhaartje. Wiesje probeerde zich te herinneren, hoeveel tijd ook weer verstreken was tussen haar eigen eerste schaamhaartje en haar menarche. Twee of drie jaar. Daarin weerklonk dus ook Maaikes “over twee of drie jaar, dus”. Maar dàt was spoedig overdreven gebleken, en Elsje ontwikkelt zich nu eenmaal nog sneller. Die uitleg bracht dan weer troost voor Elsje. Zodoende konden Maaike en ik ons nummer verder ongestoord voltooien. Ha, Elsje had afgunst in haar blik bij ons naspel!

Daarna was Elsje zo berekenend om eerst Maaike op bezichtiging te noden, opdat ik daarna alle tijd zou hebben. Tenslotte ben ìk degene die nu toch echt “water uit de rots moet slaan”, nou ja, afscheiding uit onvolgroeid klierweefsel moet opwekken. En stiekem (nou ja, wij wéten het) hoopt Elsje evenals Wiesje, dat zijzelf ook zònder baren melk zal kunnen geven. - Toen we die hoop eens aan Diana verklapten, lachte die bitter: “Toen ik Elsje gebaard had, kon ik evengoed bijna geen melk geven.”

Girls

We besloten, nu eens de girls te bezoeken. Wiesje belde maar weer even op, en kreeg weer het verzoek om wijn mee te brengen. Dionysos was de tank alweer aan het vullen: “Als dit opgaat, dan drinken ze thuis nog meer dan hier.” Toch het steekwagentje maar, en zelfs de kleine rugzak. Maaike: “Pleisters? We kunnen toch om de houtwal heen lopen?” Dat was dan weer goed voor een knuffel van verdienste van Elsje, wellicht de eerste die zij als zodanig gaf.

Maar… tenzij anders overeengekomen, is een bezoek aan de girls een bezoek aan dier hoofdkwartier: de hennenren. Dat is dus twéé erfscheidingen ver. Het rugzakje bleef alsnog thuis.

Het was niet heel warm, wel drukkend. Wij hadden ons weer minimaal gekleed, en ter ere daarvan (of slechts van alweer mijn roze hot pants?) kregen we voor onze neuzen op de schelpjes weer eens mooi vuurwerk van botsende pelotons wielrenners. Ja, je vergeet bijna, hoeveel pijn en materiële schade zo’n botsing aanricht. Meestal ontstaat vervolgens een handgemeen dat pijn en schade verveelvoudigt. Van deze keer blijft ons het beeld bij van die ene man onderin de stapel die zich uitleefde in de enige beweging die hem vrijstond: met een fietsbel als vuistbijl inhakken op de fietshelm van een ander, volgens ons een ploeggenoot. Elsje wist een bijpassend Asterix-verhaal te noemen. Wij hebben trouwens niets tegen fietsen, niets tegen snel fietsen, niets tegen uniforme kleding, wèl tegen geüniformeerd de fietscomputer hoger schatten dan de mede-weggebruikers.

De girls waren allevier bloot, en glommen van het zweet. Wij haastten ons de kleren uit, en als dik lastdier glom ik eveneens.

Wij dan op de driezits tuinbank (een ooit dure kunstlederen bank voor binnen, die op de eerste dag met voorjaarsweer buiten gezet wordt, en naar binnen gehaald wordt als de herfst onherstelbaar doorgezet heeft, met na regendagen enkele dagen om hem te laten uitlekken - waarna blijkt, dat talloze diertjes de bank als overwinteringsoord in gebruik hadden), Elsje bij mij op schoot. Schrijlings, zoals Wiesje al lang geleden deed, maar dit kleintje is (nog wel) veel smaller dan ik, en moet dus de beentjes veel verder spreiden dan Wiesje, dus “Kassa 6 was open”. Die uitdrukking voor “tot in de baarmoeder kunnen kijken” zweeft opeens boven de hoofden van Malawiel. Hij zou kunnen stammen uit de tijd dat Sheila in de Apenrots woonde, en zij of Matras zou die laatst in onze herinnering hebben kunnen terugbrengen. We weten het niet!

Afra valt toch al op jong en op vrouwen die op Wiesje lijken, dus die kwam tegenover ons zitten op een afstand, nou, haar knieën net buiten de mijne. Iemand zoals Sheila zou in Elsjes plaats (en ook bloot) jegens Afra gebitst kunnen hebben “Heb ik wat van je aan?”, maar Elsje straalde Afra toe: “Ik heb mijn eerste schaamhaar! Zie je hem?” Afra zag de haar niet, maar wilde graag nader kijken. Elsje schoof ietwat onderuit om dat te vergemakkelijken. Afra streelde het heuveltje, maar vond geen haar. Wiesje wist nog, waar ze moest zoeken. Wat zijn luttele vierkante centimeters dan een groot gebied! Maaike werd melig, en deed een geluidswagen na (ja, ze had er ooit in de stad een gehoord, één): “Attentie, attentie! Er is een schaamhaar gesignaleerd op Elsjes rechter lip, achteraan. Blijf uit de buurt, totdat de politie de omgeving weer vrijgegeven heeft.” Maar Elsje voelt zich een al bijna grote meid, en wil op schoot ook aldus door mij behandeld worden. Niks politie dus, maar mijn handen langs de binnenkanten van haar dijen, elk over een schaamlip, en dan even met één vinger langs Kassa 6. Jazeker, vanaf heden gewoon een middelvinger, en dan zien we wel! Afra zat verbouwereerd te kwijlen, en ook bij haar ging Kassa 6 open. Elsje heeft sinds dat bezoek aan de boys aandacht voor reacties van anderen op haar aanblik, en vroeg dus weer: “Komt dat door mij?” Tja, ondanks alle zoeken van kwakkies en zo zijn de katjes niet lesbisch, en in mijn aanwezigheid wèl nat. Afra werd knalrood, en stamelde “ja…”. Elsje had nog een onzekerheid bevestigd te krijgen. Ze keek Afra in de ogen, en vroeg opgewekt: “Groeien ze al?” Afra noch een ander kon haar dat bevestigen. Ik verplaatste mijn handen derwaarts, en voelde met de toppen van mijn middelvingers. Nog steeds geen duidelijkheid, maar Elsje hakte de knoop door: “Gisteren voelde dat nog niet zo lekker als nu, dùs groeien ze!” Ze kreeg een inval, en wendde zich tot Wiesje: “Had jij al haartjes toen ze begonnen te groeien?” Wiesje wist dat niet meer: “Ik weet nog, dat ik dacht ‘Hé, ze groeien!’, en dat ik toen verschillende haartjes voelde. Maar ik heb lang getwijfeld, of ik borsten had of vet.” Elsje was weer kordaat: “Bij mij gaat alles veel sneller. Dus als ìk nu haartjes heb, dan groeien ze ook.”

Zie je het voor je? Malawi op de bank bijna tegen de zuidwand van de hennenren, Elsje op schoot, Afra op zo’n harde steile stoel met rieten zitting (ik weet een kerk met dergelijke billenplaten, met hopelijk korte diensten) op minder dan knie-afstand tegenover mij, Karla, Janneke en Thea op uiteenlopend zitmeubilair op plaatsen die samen met de bank een soort kring zouden vormen. Iedereen bloot. Misschien een moment-opname van een square dance voor blote rolstoeldansers, in afwachting van het opdagen van de rolstoelen. Afijn, Afra plaatste haar stoel met tegenzin die kring in, en Elsje vroeg rondkijkend: “Willen jullie mijn haar nog zien?” Daar zat ik dan, ietwat achterover op die ooit poenige bank, Elsje schrijlings en onderuit op schoot, en nu kwamen deze andere drie girls beurtelings het wonder aanschouwen. Nog net geen mirre, wierook en goud. Wel achtereenvolgens drie paar stijve tepels op mijn dijen. Ik kreeg zowaar een stijve. Dat voelde Elsje, dus die vroeg vrij luide: “Komt dat door mij of door hèn?” Ik streelde haar, in een gebaar dat “met de stoptrein omhoog” zou kunnen gaan heten, en zei zacht: “Allebei.” Ze berustte met een kort luid “oh!”  alsof op een lotje in haar handen geen prijs gevallen was.

Goed. Wij aan de nane (af te wisselen met gemberthee), de girls verrukt aan het vertrouwde Griekse spul. Ik kreeg al migraine bij de gedachte, want de zon brak steeds beter door. Allerlei genoeglijke kout, steeds meer cabaret. Aan girls-zijde nog steeds vooral van Afra, aan onze zijde steeds meer Maaike en Wiesje. Ik droomde een beetje weg onder nog heldere Elsje, en vroeg me af, hoelang het nog zou duren. (Wàt? Totdat Elsje een grote meid zou zijn, natuurlijk!)

Opschudding. Nou ja, de girls hadden iets nieuws: plassen in de ietwat overgroeide zuidoosthoek van de tuin. Ze hadden hun fles binnen staan, net om de hoek van de terrasdeuren. De levensgezellin kwam dan wel de fles geven. Voor de girls zelf en voor mij als man opwindend, voor Wiesje en Maaike een bron van spot. Elsje had er nog geen duidelijk gevoel bij. Ze voelde wel mijn stijve opkomen, en vroeg met die onnavolgbare vrouwlijke mengeling van zorg en spot: “Komt dat óók door haar?” (Ze bedoelde Karla.) Ik knikte berustend, besefte dat zij mij niet met de nek aankeek, en mompelde: “Ja. Dat zit nou eenmaal heel diep.” Elsje dacht enkele tellen na, gleed van mijn schoot, draaide zich om, en pijpte mij vrij snel klaar. Maaike ging kwakkie zoeken. Zonder wetenschap van de boys vroeg Afra, doelend op dat pijpen, aan Wiesje: “Familie van je?” We schaterden om de herkenning, Afra zelf na uitleg ook. Maaike en Elsje niet: Elsje zat nu vis-à-vis bij Maaike op schoot, en dat kwakkie zoeken oogde erg lesbisch. De girls stonden eromheen als reigers rond een Amsterdamse sportvisser die beet heeft. Maaike slikte zichtbaar het kwakkie door, en Elsje verklaarde: “Inderdaad: rauw ei. Maar wel lèkker!” Ik zat nog steeds ver onderuit. Elsje kwam tegen mijn zaakje aan staan, duwde de voorhuid weer naar achteren, en gaf me vooroverleunend een tongzoen. Heerlijk, maar helaas had Maaike niet het gehele kwakkie gevonden. Gauw een slok nane. Elsje keek me bijna moederlijk aan: “Had ik nog wat, en ben je vies van jezelf?” Ik trok haar weer op schoot, en streek omhoog langs haar tepeltjes. Warempel, nu voelde ik iets.

Waarschijnlijk met snelle associaties bemerkte Elsje: “Hé, waar zijn de handdoeken?” Afra glimlachte dun: “Wij zijn niet vies van elkaar, en dit zijn oude meubels.” Wiesje wilde ook aandacht: “Dus eigenlijk moet juist Larie een handdoek hebben?” Maaike wist het beter: “Als hij zou lekken wèl, maar hij lekt niet.” Wiesje wilde het laatste woord, vond het niet, en begon de “Empty womb blues” te neuriën. Maaike neuriede de tweede stem, Elsje de derde. Dank aan Apollo! Met bovenstemmen kwamen ze niet uit, dus na een couplet neuriën zong Maaike de eerste stem, Wiesje de onderliggende stem, Elsje de bovenliggende. Nog nooit gerepeteerd, maar gewoon Apollo’s telepathische aanwijzingen opvolgen. De reacties van de girls op de tekst waren naar verwachting: slechts Karla kon zich dat gevoel voorstellen.

De zon werd inmiddels door lover afgeschermd, de girls hadden achteraf de wijn liever tot nu willen uitstellen, en men zou wel iets willen eten. Wij ook? Nee, er was niet speciaal op ons gerekend, maar pannenkoeken… “Pannenkoeken? Wáár?” brulde Elsje strijdlustig. Voorstel zonder hoofdelijke stemming aangenomen. Afra overlegde met Janneke over een mogelijk toetje. Elsje ving het op, en brulde “IJs met slagroom!  En vruchten!” Wiesje en Maaike sloegen dubbel van de lach. Dat moet voor de girls een opwindende aanblik geweest zijn: zulke mooie borstjes in die beweging…

Pannenkoeken gingen lukken. De vruchten ook, maar het ijs en de slagroom niet. Wiesje keek Elsje aan: “Misschien heeft Di ijs en slagroom…” Elsje veerde krachtig op, sprong van mijn schoot, trok mij overeind, en commandeerde: “Kom, we gaan ijs en slagroom halen.”

Ach, natúúrlijk! Diana’s kunstzin heeft zich terwille van Elsje uitgebreid met roomijs bereiden. En andere melkproducten. Pegasus vliegt de melk in, die voor dit doel rechtstreeks van de melkveehouder komt (en andere gewoon via de melkfabriek). Fruit komt deels uit onze kas.

Elsje en ik kleedden ons gehaast aan, en snelwandelden naar Fort Rimboe. Diana was in de zuidoost-toren in de weer. “Mam, we eten bij de girls, maar hun ijs is op. Mag ik ijs en slagroom meenemen?” Diana glimlachte en knikte: “In de noordoost-toren, in het vriesvak. De slagroom erbuiten, natuurlijk. En laat wat voor òns over…” Zoef, weg waren we.

In de noordoost-toren hebben Mart en Diana een Amerikaanse koelkast, vrieskast onder. Elsje rukte de deur open. De literbakken ijs staarden je aan. Verschillende smaken, meestal met stukjes vrucht, noot of chocola erin. Elsje stalde de bakken om haar heen uit op de vloer, en begon met de vrieskastdeur open aan een moeilijke afweging. Ik stelde voor: “Zullen we twee bakken meenemen? Dan kiezen wij er elk één. En daarna zoek ik bovenin de slagroom.” Elsje keek me misprijzend aan: “Twéé bakken? Ik eet er in mijn eentje één…” Ik haalde haar aan: “Zullen we dan óók WC-papier meenemen?” Elsje bond betrapt in: “Okee… Ik kies deze blauwe bessen.” Ik koos hazelnoot. Die twee apart, de rest terug. Bovendeur open: koelkast. Flesjes fabrieks-slagroom. Elsje keek benauwd naar mij op: “Hoeveel?” Ik opperde: “Twee, want niet iedereen wil slagroom. Of wil jij slagroom met ijs?” Elsje berustte. Ik pakte alles in een draagtas. Elsje schrok op: “Oh, ik had je neus nog willen voelen… Straks dan maar.” We toonden onze boodschappen aan Diana. “Wat bescheiden!!!” We snelden weer weg.

Bij de girls was het happy hour in volle gang. Ook de katjes waren aan de wijn, en er werden oneigenlijke dingen gedaan met stukjes en ringen ananas uit blik. Hoe versier je borsten van liggende vrouwen het mooist met ananas. Voor Wiesje een schijf om elke tepel (die dan net niet uitstak), voor Maaike vier stukjes rond elke tepel in de vorm van een Keltisch kruis.

Men maakte nog geen aanstalten om over te gaan tot zelfs maar beslag maken, dus Elsje stelde voor: “Eerst het ijs dan maar?” Janneke doorzag haar, en steunde het voorstel. Elsje wilde de slagroom kloppen. Ze kreeg een beslagkom en een staafmixer. Karla had ook een voorgevoel. Ze pakte acht schaaltjes, sneed beide blokken ijs in achten, vroeg luide, of iemand geen ijs met blauwe bessen of hazelnoot lustte, en vulde alle schaaltjes met een blokje van elke smaak. Het slagroom kloppen deed ik dan maar voor Elsje. Die vroeg zachtjes “Wie wil er slagroom?”, en maakte zich op voor schandelijk slagroom snoepen. Ik herhaalde de vraag met stemverheffing. Slechts Malawi niet. Ik voorzag vijf schaaltjes ijs van een flinke kop slagroom. Oh ja, er zouden vruchten bij het ijs komen. Het werden niet de misbruikte stukken ananas, maar halve perziken uit blik. Precies acht stukken. Elsje kiepte haar schaaltje leeg in de bepaald niet lege beslagkom met slagroom, en tastte ongeremd toe. Ze was nog als eerste klaar óók, en verklaarde, dat zij aan een pannenkoek toe was. Ik heb wel eens uitgelegd, wat ik een “ananas-glimlach” noem. Mja, hoe vergelijk ik die met de “perziken-lach” in Elsjes ogen terwijl ze ijverig lepelde. Misschien met Wiesjes vergenoegde twinkeling als ze me pijpt (en ik dat kan zien).

Het beslag maken bleek kinderspel: kant-en-klare pannenkoekenmix. Janneke beheerde twee koekenpannen, Afra vergaarde beleg, en dekte de keukentafel. Dan kon men binnen opscheppen, en buiten eten. Elsje verklaarde, dat zij wel rond de tafel zou lopen. Net een Obelixje in de rij voor toverdrank. Hmm… eigenlijk heeft Elsje iets van Sheila, een soort “Sheila logica”, maar de vergelijking klopt niet. “Savoir vivre”, dàt is het.

Toen de pannenkoeken eenmaal afkwamen, had Elsje een stunt die allen sprakeloos maakte. Zij was uiteraard de eerste om een pannenkoek in ontvangst te nemen. Ze nam er rijkelijk (door Afra en Karla zelf gemaakte) aardbeienjam op, klom bij mij op schoot, en ging hapjes verdelen. Een treffende overeenkomst met hoe Wiesje en ik elkaar gevoerd hebben, maar Elsje nam zelf steeds de hap als ik nog niet klaar was met de vorige. Zij at wellicht driekwart van de pannenkoek op. Vervolgens drong ze voor in de rij, “voor Wiesje”, kroop met de nieuwe pannenkoek bij die op schoot, en herhaalde het “beurtelings” happen. Daarna vond ze, dat Maaike zat te verhongeren, en deed haar kunstje bij die. Daarna bestond ze het, om voor zichzelf een pannenkoek te vragen, en die ongedeeld op te eten. Wiesje was eventjes verbluft, eventjes. Ze pijpte mij binnenstebuiten, en liet Maaike kwakkie zoeken. Die speelde helder mee: “Vanavond mag je bij mij zoeken!” Oei! Elsje wil nu eenmaal graag ook in alle slaapkamergeneugten delen, en ze is jong en wijs genoeg om te begrijpen, dat zij daarin een beurt (oeps!) zou moeten overslaan, en dat dat wraak was voor de pannenkoek. Maar dat kleintje is ècht slim. De tweede helft van die pannenkoek kwam ze weer met mij delen, en nu wel beurtelings, en bovendien zo moederlijk als een kind van nog steeds geen vier haar zelfgekozen minnaar van zestig jaar ouder kan behandelen. Ik overwoog nog om er een vierpersoons halve pannenkoek van te maken, maar zo veel happen waren het niet.

Vervolgens had Wiesje een zoete inval. Ze haalde een verse pannenkoek, liet die onbelegd, maar sneed die doormidden. Ze voelde de temperatuur toen ze die handwarm schatte, greep mij voelend bij de taas, duwde me achterover, trok me af, en liet me op de ene helft van de pannenkoek spuiten. Bijna niets, dus ze veegde haar hand af aan dat stuk pannenkoek voor nog een druppeltje, smeerde de onzichtbaar kleine hoeveelheid kwakkie uit over het stuk pannenkoek, en deelde het gelijkelijk met Maaike en Elsje. Inderdaad, daarna mocht ik uit drie bronnen (waaronder een nog praktisch droge) het beleg voor mijn helft pannenkoek vergaren, Ik liet hen ook elk een hap nemen. Uiteraard gingen de volgende pannenkoeken overeenkomstig naar de girls. Ze zijn dan wel lesbisch en geil, maar op dergelijke gedachten komen ze pas door vooral Wiesje.

Maaike kwam ook op dreef, vroeg om komkommers, en ging die dan maar met Elsje in onze kas plukken. Weer terug moest Elsje ervaren, dat zij al moeite had met de spitse kant van komkommers, maar de lol was er niet minder om. Bovendien troostte Wiesje: “Olijven zijn óók leuk, en die kun jij wèl hebben.” Nee, de girls hadden geen olijven in huis, en Wiesje leek dit onderdeel te willen laten wachten tot thuis.

Misschien moet ik hier even uitweiden over de girls, en dan eerst over de boys.

De (twee) boys zijn ruimdenkende wereldburgers, en toevallig vallen zij op mannen. Als je die beide gegevens aanvaardt, dan is de omgang met hen een verrijking van het leven. (De boys niet verwarren met de jongens, zie boven.)

De (vier) girls zouden hebben kunnen uitpakken als Afra’s harem. Toen Wiesje en ik in Us Net kwamen, was Afra alleen en eenzaam. Ze geilde op Wiesje. Ze vond Janneke. Karla verscheen, lijkt op Wiesje, en klikte met eenzame Thea. De stellen werden spoedig veranderd in Afra met Karla en Janneke met Thea. Ze trokken echter erg naar elkaar, en hebben dankbaar de konijnenflat overgenomen toen wij Fort Rimboe betrokken. (Dat is een jaar en enkele maanden geleden.) Daar wonen nu dus de overbuufs Janneke en Thea. Buiten slaapkamertijd zijn ze veel gevieren bij de buufs in de hennenren, zo mogelijk bloot en buiten. Ze voelen er de afwezigheid van de dreiging van mannen en van heterosexuele vrouwen type Toos, en vooral Afra geniet van de aanblik (en andere zintuiglijke waarnemingen) van vertrouwde blote vrouwen. De hennenren is geen venster op de wereld, maar een zelfgekozen afgrenzing ervan. Bezoek (over en weer) is er dus weinig. Een schrille tegenstelling tot de dagen dat de boys vrienden moeten vragen om luchtbedden mee te brengen. Maar de boys zijn gecertificeerd als ongevaarlijk voor de girls, en ze hebben goede wijn. Uiteraard is de basis voor de vriendschap breder!

Malawiel is zo mogelijk nog welkomer dan de boys. Ik heb de niet te onderschatten eer, zelfs voor sexuele handelingen gecertificeerd te zijn. Wiesje zou inmiddels gedegradeerd kunnen zijn tot surrogaat-Karla, maar voor haarzelf hoeft dat niet. Maaike doet niet moeilijk over vingeren of beffen, maar is inmiddels even kuis als Wiesje en ik. En nu is er Elsje als (ik heb het Afra horen zeggen) Wiesje 2.0. Bij gebrek aan “smikkelen en smullen” toch echt “kwijlen en lekken”. En dan heeft Mawiel ook nog eens neiging tot “kwakkie zoeken”. Kortom, de gedachte aan wederrechtelijke vrijheidsberoving en verkrachting komt minstens bij Afra dikwijls op. Wat dan best opmerkelijk is, gezien hun kijk op mannen.

De kuisheid van Elsje moet nog blijken. Die greep dus laatst de boys bij hun voorhuid. En nu liet ze de girls zoeken naar haar eerste schaamhaartje.

Aankleden

Wij zijn dus het liefst bloot, en graag met huidcontact. Maar soms moeten er toch kleren aan, en dan maar de “gevechtskleding” voor Mawiel en iets minimaals voor mij. Ik vertel het hier, omdat we bij de girls waren. Die zijn weliswaar graag bloot, maar ze missen de romantiek die tussen Wiesje en mij al zo lang heerst. Ze blijven zich lekkend verbazen. De boys hebben wel gevoel voor die romantiek, maar die lopen niet warm voor een oude vetklep en drie vrouwen.

Uitkleden doen we meestal onromantisch: zo snel mogelijk. Aankleden kàn uiteraard snel, maar we hebben een lang en een kort ritueel. Kort verschilt van lang doordat we het in tweetallen doen. Hier volgt het lange aankleedritueel, doorgaans aansluitend op plassen, en uitgaande van klaargelegde kleding.

Ik trek iedereen sokken aan, te beginnen bij mijzelf. Daarna de vrouwen de schoenen. Dan mezelf mijn T-shirt, dan de vrouwen de topjes. Die trekken ze dan zelf weer omhoog, opdat ik zicht houd op de borsten. Vloeit iemand, dan breng ik de tampon in. Dan trek ik de vrouwen de rokjes aan. Dan is de beurt aan mijn string en bovenbroek, maar mijn pik moet naar buiten hangen (liever staan, maar ik word nu eenmaal afgebeuld), met de voorhuid teruggeschoven. De jongste vorm van dit ritueel-onderdeel is, dat de eerste vrouw me de string aantrekt, de tweede de broek eroverheen, maar de gulp openlaat en mijn pik naar buiten trekt, de derde vrouw mijn voorhuid terugduwt. Vervolgens trek ik hen de strings aan. Ik trek zelf mijn schoenen aan. Iemand trekt node mijn voorhuid weer naar voren, een tweede duwt mijn pik veilig terug de string in, de derde doet heel behoedzaam mijn gulp dicht. Voor aanvullende kleding, zoals jassen, hebben we nog geen ritueel, maar het zou aansluiten bij hoe Wiesje en ik dat vroeger deden. Onderdeel sokken is wellicht onvermoed prikkelend. De girls lopen dan echt vol bij de aanblik. Maar ook dat en hoe ik de eventuele tampon inbreng is een geliefde bezienswaardigheid. (Ook onder ons: niet voor niets geschiedt dit vóór het aandoen van de rokjes.)

In tweetallen speelt beurtelings iemand mij. Elsje is gehaaid op mijn voorhuid, en weet zich bij tweetallen onevenredig vaak bij mij te voegen. Het verlaten van de girls (en van de boys) aan het einde van het bezoek (dus niet om spullen te halen) heeft geen haast, en krijgt dus het lange ritueel.

School

Maaike had uiteindelijk alles geregeld, met waar nodig een handtekening van voogd Wiesje: Elsje zou ingeschreven worden op Maaikes oude school in de stad, in een eindexamenklas VWO, en mede wegens corona uitsluitend voor schoolonderzoeken en examens, zo mogelijk op afstand. Dan zouden de leraren toch wel willen weten, wat voor vlees ze in de kuip hadden. Alweer mede dankzij en in verband met corona had Maaike een kennismaking geregeld. Op een ietwat miezerige zomerdag reed heel Malawiel in de bulli naar de school. (Hadden we al verteld, dat Maaike kort na De Grote Dag haar rijbewijs gehaald had?)

Nu zaten we, voor ons doen beschaafd gekleed, op stoelen op het podium van die aula, Maaike, Elsje, Wiesje, ik achter Elsje, een groot deel van het lerarencorps met 1,5 meter tussenruimtes in de zaal. Maaike was zelf de gespreksleider: “Goedendag, allemaal. Fijn, dat jullie allemaal hier zijn. Naast mij zit Els, zus van Wiesje (aan haar andere zijde), achter haar zit Larie. Hem, Wiesje en mij kennen jullie misschien nog.” (Geluiden die “Reken maar!” vertolkten.) “Els is veel jonger dan ik, maar inmiddels voorzien van zo veel kennis en inzicht, dat wij haar rijp vinden om volgend jaar examen VWO te doen in veel vakken. We stellen jullie voor, dat per vakgroep iemand in een kort gesprek haar geschiktheid peilt. Is het vak een taal, voer het gesprek dan maar in die taal. Wie begint?”

Ha! Elsje zelf verhief haar stem. Ze gaf in het Nederlands een geschiedkundig overzicht van de toestand in Hong Kong, in Brits-Engels de internationale kijk op de ontwikkelingen, in Amerikaans Oostkust-Engels de Amerikaanse reactie, en in Mandarijn de officiële Chinese zienswijze. Vervolgens in vooral Frans en Duits de zienswijzen op (hoe heet dat ook weer officieel?) het beoogde corona herstelprogramma, met in het Nederlands de “zuinige” benadering. Daarna gaf ze in Brits-Engels en Russisch een uiteenzetting over hittegolf en bosbranden in Siberië, waarbij ze terloops wiskundige en natuurwetenschappelijke bagage toonde. Over naar het Midden-Oosten, met in Arabisch en Evriet een uiteenzetting over de inlijving van de West Bank.

Dat alles met het gemak van iemand die weet, zich bij het tonen van kennis aan tijd en opnamevermogen van de toehoorders te houden (vooral waar dat vreemde talen betreft), met de geestdrift die haar eigen is. Daarna herhaalde zij Maaikes vraag: “Wie begint?” Ha! Een leraar Oude Talen was benieuwd naar haar kennis van Oud-Grieks en Latijn! Met huppelend metrum vertolkte ze een stukje uit de Metamorphoses van Ovidius, en herhaalde dat in spontaan Oud-Grieks, met behoud van metrum. Gymnastiek zou geen examenvak zijn, maar een leraar was benieuwd naar haar inzichten. Elsje gaf een overzicht van hoe fit te blijven, en vergeleek de lichamelijke belasting van de spelers bij twee tactieken in voetbal.

Er viel een stilte. De (in dienstjaren) oudste leraar stond moeizaam op, keek de tribune rond, en stelde voor, om Elsje tot de eind-examens in alle vakken toe te laten. Bij acclamatie. Maaike bedankte hen voor hun komst, aandacht en toestemming, en verkondigde alvast, dat Elsje bij de diploma-uitreiking al zou kunnen ogen als een tweelingzus van Wiesje. “Ze groeit heel snel.” De leraren stonden moeizaam op, en wankelden beduusd weg. Elsje daagde Maaike uit voor een zoveelste “Pak me dan!”. Ik bedacht, dat er formulieren te ondertekenen zouden kunnen zijn, en geleidde Wiesje daarin.

Na ongeveer twee uur stapten we in de bulli voor de terugweg. Opdracht volbracht. Elsje straalde: “Ging wel, hè?” Thuis hadden we iets te vieren met Apollo en Athena.

 

Naar inhoudsopgave. Naar volgend verhaal (ongeacht waarschuwingen, in leesvolgorde).